Selectie aanwinsten december 2019

door Geert-Jan Koot

Hippocrates chimicus, qui novissimi viperini salis antiquissima fundamenta ostendit / Otto Tachenius
Lugduni Bat. : Felix Lopez [De Haro] en Adrianus Severinus, 1671. Ed. 3a emendata.  [46], 190, [2] p. ; in-12 (14 cm).

Bijgebonden:
Antiquissime Hippocraticae medicinae clavis : manuali experientia in naturae fontibus elaborata / Otto Tachenius
Lugduni Bat. : Lopez en Adrianus Severinus, 1671. Ed. 3a emendata. [24], 202, [12] p. ; in-12 (14 cm).

Deze twee boeken samengebonden in één contemporaine perkamenten band vormen het complete werk van Otto Tachenius (1610 – ca. 1680). Tachenius was een Duitse apotheker, werkzaam als apothekersassistent in de Duitse steden Kiel, Danzig, en Königsberg, alvorens in 1652 naar Padua te verhuizen om zijn doctorsgraad te behalen. Hier ontwikkelde hij zijn zuur-alkali theorie, chemische stoffen die volgens hem de basis vormen van alle fysiologische zaken. In de chemie is een alkali een basisch, ionisch zout van een chemisch alkali metaalelement. Een alkali kan ook worden gedefinieerd als een base die oplost in water. Uiteindelijk verhuist Tachenius naar Venetië waar zijn theorie in 1666 werd gepubliceerd in Hippocrates chimicus. Hierin behandelt hij het zogenaamde viperine zout (sal viperinum), vermoedelijk zoutzure ammoniak. Tachenius beschrijft aantal praktische toepassingen en chemische recepten met deze grondstof. Deze recepten werden onder meer gebruikt door ambachtslieden als glasblazers en zeepzieders. Ook zijn in het boek methoden te vinden voor het maken van goud en gekleurde inkt. Hippocrates chemicus is ook van belang voor de beschrijvingen van industriële methoden voor de productie van zeep, salmoniak en corrosief sublimaat.

In het tweede boek, Antiquissime Hippocraticae medicinae clavis, heeft Tachenius zijn alkali theorie nader uitgewerkt. Zijn stelling is dat zuur en alkali de twee principes of de elementen van alle dingen zijn: zuur, heet en droog, biedt het mannelijke principe; alkali, koud en vochtig, het vrouwelijke. Volgens Tachenius komen ze overeen met vuur en water dat Hippocrates in alle dingen aantrof, en daarom beweerde hij de ‘Hippocratische chemie’ nieuw leven ingeblazen te hebben. Bovendien bevat het boek recepten voor geneesmiddelen gebaseerd op viperine zout als wondermiddel tegen allerlei aandoeningen, maar voor cosmetische doeleinden als het wit maken van tanden. In de titel van beide boeken wordt de naam van Hippocrates vermeld waarmee Tachenius een grotere afzet van de boeken hoopte te realiseren. De Griek Hippocrates (ca. 460 – 377 voor Christus) gold als de vader van de moderne geneeskunde.

Deze zeldzame derde editie van beide boeken is uitgegeven in Leiden in 1671. Het eerste boek wordt voorafgegaan door een frontispiece waarop Hippocrates is afgebeeld, omringd door farmaceutische attributen, gedateerd 1672. Voorin is een exlibris aangebracht met het wapen van Geoffrey C. Hobbs.

Tachenius1
Frontispiece waarop Hippocrates is afgebeeld, omringd door farmaceutische attributen, 1672

Dei, ac superiorum indultu, ex ungue hominem, publicae eruditorum disqvisitioni, in celeberrimae Lipsiensium academiae maioris principum collegii auditorio, praeses, M. Christianus Hempelius, Wratislaviensis, & respondens Johannes Spiesmacher Hamburgensis … Anno M.DC.LXXXV …
Lipsiae [Leipzig] : Literus Brandianis, 1685. 14 ongenummerde pagina’s, 1 blad platen : prent ; 19 cm.

Dit Latijnse proefschrift uit 1685 is geschreven door Christian Hempel, verbonden aan de universiteit van Leipzig. Het handelt over het tekenen van menselijke proporties met behulp van een raster. De titel: ‘ex ungue hominem’ betekent: aan de klauw herkent men de leeuw. Deze zinsnede verwijst oorspronkelijk naar de dichter Alcaios van Lesbos die beweerde dat de beroemde Griekse beeldhouwer Phidias (gestorven ca. 432 v. Chr.) uit de klauw van een leeuw de grootte van het hele dier kon afleiden. Later verwijst deze uitdrukking naar de weergave van de menselijke gestalte uit de duim zoals gepresenteerd in dit boekje van Christian Hempel. Hij doet een methode uit de doeken voor het antropometrisch schetsen van mensen met behulp van een raster. Voor varianten van deze methode verwijst de auteur naar Albrecht Dürer’s proportieleer, Sandrart’s Teutsche Academie, H. Lautensack’s Von der Proportion des Menschen  en Elsholtz’s Anthropometria.

Albrecht Dürer (1471-1528) paste ruim anderhalve eeuw eerder al rechtlijnige rasters toe in zijn tekeningen. Maar ook zijn methodiek was niet nieuw omdat deze rasters duizenden jaren eerder bekend waren. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de oude Egyptenaren al rasters in hun tekeningen gebruikten. Dürer introduceerde wel een nieuwe aanpak door het raster zodanig te transformeren dat koppen en gezichten konden worden aangepast. In zekere zin gebruikte hij het raster als een eenvoudig coördinatensysteem. Het is gebaseerd op meetkundige transformaties van verschillende typen. Sommige van deze veranderingen zijn affiene transformaties. Affiene transformaties omvatten transformaties zoals compressie in één richting (uitrekken).

Alcaios gebruikte de aanduiding ἐξ ὄνυχος τὸν λέοντα (‘ex onychos ton leonta’) om te verklaren dat een object uit een bepaald deel kan worden afgeleid, terwijl de Zwitserse wiskundige Johann I Bernoulli het Latijnse equivalent ‘ex ungue leonem’ toepaste in de betekenis dat iemand de schrijver aan zijn stijl herkent. Hij verwees naar Isaac Newton, die anoniem in de Philosophical Transactions van 1697 een oplossing voor het probleem van de brachistochrone curve publiceerde. Maar Bernoulli identificeerde hem met de woorden ‘ex ungue leonem’, omdat Newton zichzelf door zijn methode had verraden.

Hempel1685

Der Kunst-Erfahrne curieuse, galante, doch aber zugleich erbauliche Schilder und Mahler, oder Curieuse Nachricht : I. Von der Edlen Schilder-Kunst ihrem Ursprung, Aufnahme und Vortrefflichkeit. II. Von den darzu gehörigen Grund-Wissenschafften und Instrumentis, oder Werckzeug. III. Von denen, welche darinnen vor andern sonderlich excelliret haben. IV. Von einigen raren und hoch aestimirten Kunst-Stücken. V. Von der Schilder-List, sich zu rächen, nebst verschiedenen artigen Entschuldigungen und scharffsinnigen Repliquen. VI. Von dem schändlichen Missbrauch dieser Kunst, und vielen durch Unwissenheit der alten geist- und weltlichen Historien eingeschlichenen Fehlern; und dann VII. Von denen Farben, und derselben, wie auch der gantzen Kunst geistlicher Application. Aus der Antiquität und glaubwürdigen Scribenten colligiret; wobei des Monsieur de Piles Abbildung eines vollkom̃enen Mahlers, nach welcher die Mahleren als eine Regul kan beurtheilet werden. Item von denen Rissen, samt Nutz und Gebrauch der Kupfer-Stücke, Erkanntniss der Gemählde, Erklärung der gebräuchlichen Mahler-Wörter, alles mit gehörigen Registern versehen von M. Joh. Dauw
Copenhagen : Johann Christian Rothe, 1721. [18], 400, [78] pagina’s ; 18 cm.

Johann Dauw (1679-1723) combineert in dit boek gedetailleerde biografische informatie over kunstenaars met recepturen voor inkt en een woordenboek met Franse begrippen op het gebied van de kunst en de Duitse vertaling met uitleg. De biografische essays van Dauw werden in zijn tijd beschouwd als betrouwbare bronnen voor het leven van kunstenaars en opvallend vaak genoemd in Füessli’s Allgemeines Künstler-Lexicon van 1763. Dauw poneert de theorie dat de kopergravure werd uitgevonden door de Italianen Maso Finiguerra en Buccio Baldini omstreeks 1460. Hij neemt veel informatie op over zijn landgenoot Albrecht Dürer. Op de pagina’s 152 en 153 suggereert Dauw dat Michelangelo en Dürer elkaar ooit ontmoetten, maar dat Michelangelo zo’n afkeer had van Dürer dat hij alle schilderijen van de Duitser die hij in handen kon krijgen vernietigde en verbrandde.

Dauw_tp (003)
Titelblad met uitgebreide titel. Het exlibris is beschadigd.

In hoofdstuk IV bespreekt Dauw een reeks van legendarische ‘rariteiten’ in de kunstwereld, waaronder verloren schilderijen die in oude verhalen worden genoemd. Hoofdstuk V is een verzameling amusante anekdotes van het ‘slechte gedrag’ van kunstenaars. Zo beweert Dauw op pagina 193 dat de Florentijnse schilder Andrea Orcagna in een schilderij in Pisa van het Laatste Oordeel zijn vrienden afbeeldde terwijl ze naar de hemel opstegen terwijl zijn vijanden in de hel werden gekweld. Tegenwoordig wordt dit fresco toegeschreven aan Francesco Traini. Hoofdstuk VI is een verzameling ‘fouten’ gemaakt door grote schilders, beschermheren of kunstverzamelaars, terwijl hoofdstuk VII een nuttig compendium is van de ingrediënten van verschillende soorten pigmenten die kunstenaars door de geschiedenis heen gebruiken.
Aan het einde van het werk op de pagina’s 379 – 400 is een Duitse vertaling opgenomen van Franse artistieke termen, ‘Mahler-Wörter’, ontleend aan Roger de Piles Termes de peinture. Of deze termen belangrijk zijn geweest voor de geschiedenis van de Duitse kleurtermen is niet duidelijk. In het standaardwerk German Colour Terms: A study in their historical evolution from earliest times to the present van William Jervis Jones uit 2013 wordt Dauw niet behandeld. Het boek besluit met een bibliografie van bronnen geraadpleegd door Dauw.

Na de dood van Dauw in 1723 verschijnt in Leipzig en Kopenhagen in 1755 de tweede editie van dit boek met de titel Wohlunterrrichteter und kunsterfahrner Schilderer und Maler aus der Antiquität und denen besten Schriftstellern  dat een bredere verspreiding kreeg dan de eerste editie.
Over de auteur Johann Dauw vermeldt de Allgemeines Künstlerlexikon  slechts zijn Duitse nationaliteit en het beroep van goudsmid.

Dauw1
Cap. I. Vom Ursprung, Aufnahme und Vortrefflichkeit der Edlen Schilder- oder Mahlerkunst

Progressive lessons in landscape / drawn and engraved by Joshua Bryant
London, R. Ackermann’s Repository of Arts, 1807. 35 pagina’s, 48 bladen platen : illustraties ; 30 x 36 cm.

De Engelse landschapsschilder, tekenaar, prentmaker en schrijver, Joshua Bryant was werkzaam in Londen tussen 1795 en 1810 en stond bekend om zijn schilderachtige topografische gezichten op Londen met burchten en ruïnes, de omgeving van Parijs en zeestukken. Hij maakte ook prenten naar ontwerpen van andere kunstenaars als Jan Both. Tussen 1798 en 1809 stelde hij topografisch werk tentoon in de Royal Academy waaronder kastelen in Touraine in Frankrijk en gezichten op Londen. Bryant is de auteur van twee tekenleerboeken. Dit boek Progressive lessons on landscape uit 1807 is slechts in twee andere bibliotheken aanwezig (V&A; Oxford University).

Het voorbeeldboek bevat lessen in landschapstekenen met 48 gegraveerde afbeeldingen in royaal oblong formaat van 30 bij 35 centimeter. De gebruikelijk techniek voor deze illustraties is de lithografie of steendruk. Maar Bryant voerde 43 platen uit in vernis mou. Bij deze techniek wordt de bovenkant van een opgewarmde metalen plaat ingewreven met zachte vernis (schapenvet en bijenwas). Vervolgens legt men papier boven het vernis. Door rechtstreeks op het papier te tekenen, ontstaat er een tekening in het zachte vernis. De lijnsoort is sterk afhankelijk van het gebruikte tekenmateriaal. Door rechtstreeks materialen (met een duidelijke textuur) in de zachte vernis aan te brengen kunnen ook allerlei structuren aangebracht worden op de etsplaat.
In zijn voorbeelden toont Bryant de verschillende componenten van het landschap, zoals allerlei bomen, knoestige stammen, boomtakken, struiken en bodembedekkers, rotsformaties, kliffen, huisjes, aquaducten, landhuizen, verwoeste abdijen, bruggen, stads- en dorpsgezichten, klassieke ruïnes, fonteinen, evenals complete landschapsscènes die veel van de eerdere samenstellende delen bevatten.

Progressive lessons2
Bryant bezocht Wales in 1802, Parijs in 1803, en verliet ergens in 1809 zijn studio aan de Oxford Street in Londen om naar Brits-Guyana te varen, waar hij tot de vroege jaren 1830 verbleef. Hij schreef en illustreerde het eerste verslag van de slavenopstand in de kolonie Demarara: Account of an insurrection of the negro slaves in the colony of Demarara : which broke out on the 18th of August, 1823 (Georgetown, 1824). Minder zeldzaam is zijn tractaat van 12 pagina’s en 18 illustraties, Bryant’s treatise on the use of indian ink and colours verschenen bij Ackermann in 1808.

Progressive lessons3
A new practical treatise on the three primitive colours : assumed as the basis of a perfect system of rudimental information … : with some practical rules for reflections : and Sir Isaac Newton’s distribution of the colours in the rainbow, with new diagrams / by Charles Hayter
London : Printed for the author (John Booth), 1830. 2nd ed., with improvements. 46 pagina’s, 4 bladen platen : illustraties ; 26 cm.

Gegraveerde frontispiece door J. Turnbull naar Hayter. Vier handgekleurde gravures.

Charles Hayter (1761-1835) was een Engelse schilder gespecialiseerd in portretminiaturen. Hij gaf les in perspectiefleer aan de dochter van koning George IV, prinses Charlotte, en werd later benoemd tot professor in perspectief en tekenkunst. Aan de prinses droeg hij zijn eerste boek An introduction to perspective uit 1813 op, waarin hij zich in dialogen richt tot de jeugdige leerlingen. De eerste editie van A new practical treatise on the three primitive colours assumed as a perfect system of rudimentary information verscheen in 1826 waarin Hayter uiteenzet dat alle kleuren voortkomen uit de drie primaire kleuren rood, blauw en geel. Hij werkte de theorie van Thomas Young  dat alle andere kleuren door mengen tot stand komen nader uit. Ter ondersteuning van zijn eigen theorie schreef Hayter dit compendium en ontwierp de handgekleurde illustraties waarin het centrum waar de kleuren elkaar overlappen zwart is. Hij maakt hierbij geen onderscheid tussen additieve mengsels van licht en subtractieve mengsels van pigmenten. Historisch gezien valt het systeem van Hayter in een tijd waarin de controverse rond Newton over de vraag of licht bestaat uit golven of deeltjes eindelijk lijkt te zijn beslecht.

Color_diagram_Charles_Hayter
Plate 1

The decorative painters’ and glaziers’ guide : containing the most approved methods of imitating oak, mahogany, maple, rose, cedar, coral, and every other kind of fancy wood; verd antique, dove, sienna, porphyry, white veined, and other marbles, in oil or distemper colour, designs for decorating apartments. … the art of staining and painting on glass … / by Nathaniel Whittock
London : Sherwood, Gilbert, and Piper, 1832. 3rd ed., with considerable additions. 364 pagina’s, [102] bladen platen : illustraties ; 29 cm.

Bevat 104 lithografische afbeeldingen (waarvan 52 handgekleurd en sommige bestreken met arabische gom).

Nathaniel Whittock (1791-1860) was zowel graveur als lithograaf van topografische prenten. Bovendien was Whittock de auteur van diverse lesboeken op het gebied van tekenkunst maar hij was ook bekend met andere terreinen. Zijn boeken geven de diversiteit van de onderwerpen weer, waaronder On the construction and decoration of the shop fronts of London uit 1840, The complete book of trades, or the parents’ guide and youths’ instructor uit 1837, en The Oxford drawing book, or the art of drawing, and the theory and practice of perspective  uit 1840. Onlangs verwierf het Rijksmuseum The miniature painter’s manual : containing progressive lessons on the art of drawing and painting likenesses from life on card-board, vellum, and ivory  uit 1844.

Dit is de derde en aanzienlijk uitgebreide editie van het meest invloedrijke boek over interieurdecoratie. Volgens de architect John Claudius Loudon behoort dit boek tot de belangrijkste werken over decoratieve schilderkunst. Het geldt nog altijd als het standaardwerk op dit gebied. Het accent ligt op de imitatie van verschillende soorten hout en marmer. Het boek was oorspronkelijk vijf jaar eerder gepubliceerd in 1827, maar alleen deze derde editie bevat het supplement met meer gedetailleerde beschrijvingen. Bovendien is deze uitgave prachtig geïllustreerd met 104 lithografieën waarvan 52 in kleur. Hierop zijn onder meer afgebeeld de marmers uit de Radcliffe Library in Oxford die onlangs voor het publiek was geopend. Om het effect van de glanzende kleuren en gepolijste oppervlakken van hout en marmer in de interieurdecoratie te laten zien liet hij de litho’s in dit boek inkleuren met heldere acquarelverf en vernissen met arabische gom. Hierdoor verkregen de illustraties heldere kleuren met een glanzend oppervlak.

whittock6
Plate XVI: Black and gold marble

Whittock vangt aan met de basisvaardigheden van een binnenhuisarchitect, en introduceert vervolgens meer geavanceerde vaardigheden in enkele zeer technische en informatieve hoofdstukken. Hij geeft veel aandacht aan pittoreske decoratieve muurschilderkunst, maar ook aan interieurschilderingen met gotische en Chinese ornamentiek. Ook behandelt hij beschilderd en gebrandschilderd glas, de decoratie van transparante jaloezieën en uiteraard de geschilderde imitaties van hout en marmer. Het doel van deze geschilderde imitaties was niet alleen om een rijk interieur te scheppen maar ook om de indruk te wekken dat kostbaar hout of marmer was gebruikt.

whittock4
Plate V (supplement): Green florentine marble

Vollständiger Unterricht in der Oelmalerei, nebst praktischer Anweisung zum Portraitiren / von Ferd. Schubert
Quedlinburg : Basse, 1832. IV, 143 pagina’s, 3 uitklapplaten : Illustraties ; 19 cm.

Ferdinand Schubert (1794-1859) is de oudere broer van de componist Franz Schubert. Ferdinand was leraar en schreef enkele boeken ten behoeven van het onderwijs op zijn school, waaronder het verworven boekje. Er zijn slechts een paar exemplaren bekend van de handleidingen geschreven door Ferdinand Schubert. Eerder dit jaar verwierf het Rijksmuseum een ander handboekje van Schubert, eveneens uit 1832: Praktischer Unterricht in de Aquarell- und Gouache-Malerei : nebst Anweisungen zum perspectivischen Zeichnen, Tuschen, Farbenmischen, Coloriren & c. : für Anfänger und Dilettanten.

In deze handleiding behandelt Schubert veel praktische aspecten van het schilderen met olieverf. Ook de organisatie van de schilderskist in 22 vakken om de diverse attributen voor het schilderen onder te brengen komt aan bod. Ook besteedt hij aandacht aan het verzachten van de kleuren, het schilderen van de hals van een dame, en de behandeling van de textuur van kleding. Het drogen van het geschilderde oppervlak (‘Untermalung’) in de verschillende seizoenen krijgt zijn bijzondere aandacht. Zo adviseert Schubert om in de winter het schilderij niet bij het vuur te zetten of aan vorst bloot te stellen maar dicht bij een raam in het zonlicht te plaatsen.

De drie uitvouwbare platen illustreren de hulpmiddelen van de schilder en de wijze van hanteren. Aan bod komen onder meer de aanbevolen indeling van het schilderspalet, de juiste beweging van de kwast bij het mengen van de kleuren, en de manier om een zakje pigment te openen door met een spijker een klein gaatje te maken. Ook wordt aandacht besteed aan de verschillende manieren om de schildersezel op te stellen. Tenslotte is een afbeelding toegevoegd van een traditioneel cirkelvormig palet met vijf verschillende soorten borstels.

SchubertOel
Tafel I: illustraties van de juiste beweging van de kwast bij het mengen van de kleuren (fig.1), de organisatie van de schilderskist (fig. 4), en de manier om een zakje pigment te openen door met een spijker een klein gaatje te maken (fig.3)

Handbuch der Zeichnen- und Malerkunst : enthaltend: die verschiedenen Methoden, selbst ohne vorhergehenden Unterricht im Zeichnen und ohne natürliche Anlage treu nach der Natur und nach Originalgemälden zu zeichnen , das Ganze der Pastell-, Elfenbein-und Miniatur-, Oel-, Glas-, Porzellan- und Staffir- oder Gebäudemalerei so wie auch das Lithochromiren, das Restauriren und Ueberfirnissen der Oelgemälde, die Glasfärberei, das Daguerreotypiren, die Darstellung von Landschaften in Relief und das Abdrucken aller Arten von Gemälden auf Holz, Papier und Fayence und die Kunst, Gemälden in Wasserfarben das Ansehen von Oelgemälden zu geben / nach den Erfahrungen nach Werken der vorzüglichsten englischen, französischen und deutschen Meister für Künstler und Dilettanten bearbeitet von L.L. Mittermeier
Nordhausen : bei Ernst Friedrich Fürst, 1843. VI, 336 pagina’s, 2 ongenummerde bladen platen : illustraties ; 18 cm.

Met twee gelithografeerde uitklapplaten waarop 25 afbeeldingen.

Ludwig Mittermaier (1827–1864), een Duitse schilder gespecialiseerd in gebrandschilderd glas, was de zoon van een decoratieschilder die op jonge leeftijd overleed. Om als kostwinner zijn familie te ondersteunen brak hij omstreeks 1850 zijn studie aan de kunstacademie onder leiding van Johann Geyer in Augsburg af en wijdde zich aan de glasschilderkunst. Gezien de vele opdrachten in Beieren, het Rijnland, Württemberg, Oostenrijk en zelfs Amerika was hij zeer succesvol. Zijn glasramen met personages uit de Reformatie zijn te bewonderen in de Evangelische Stadtkirche van Ravensburg.

Mittermaier schreef tussen 1847 en 1858 diverse boeken waaronder het Sagenbuch der Städte Gundelfingen, Lauingen, Höchstädt und Burgau.
In dit buitengewoon zeldzame boekwerk uit 1843 passeren alle technieken van het tekenen en het schilderen in olieverf, waterverf en pastel op uiteenlopende dragers als papier, glas, aardewerk, porselein en stenen muren, het restaureren en het vernissen de revue. Bovendien behandelt hij als eerste in een algemeen en veelomvattend leerboek over kunsttechnieken de fotografische techniek van de daguerreotypie.

g.koot-20191128

Electrographie ou nouvel art de graver en relief sur métal / découvert par Joseph Devincenzi
Paris: Typographie de Firmin Didot freres, 1856. 12 pagina’s ; illustratie ; 29 cm.
Frontispiece volgens de electrografische druktechniek..

De Italiaanse politicus Giuseppe Devincenzi (1814–1903) presenteerde zijn nieuwe lithografische druktechniek aan de Académie des Sciences in Parijs in 1855. Namens de Académie accepteerden de chemicus Michel-Eugène Chevreul (1786-1889) en de natuurwetenschapper Antoine César Becquerel (1788-1878) het opstel van Devincenzi.

Volgens het woordenboek Van Dale uit 1898 is de ‘electrographie het maken van cliché’s door galvanische etsing’. In de Oosthoek encyclopedie van 1916 wordt de techniek nader uitgelegd: ‘Electrographie, eene door R. Böttger uitgevonden en door Devincenzi vereenvoudigde manier om zinkplaten galvanisch te etsen en zoodoende boekdrukclichés te verkrijgen. De gewenschte teekening wordt eerst met vetten lithographischen inkt, of krijt of door middel van overdruk op een zinkplaat gebracht. Die zinkplaat wordt vervolgens als een lithographische steen behandeld, gegomd, met terpen-tijnolie gewasschen en met inkt ingerold, zoodat de vettige teekening duidelijk te voorschijn komt. Daarna wordt de plaat met asphaltofcolophoniumpoeder ingestoven en verhit, opdat het poeder zich beter met den drukinkt zal verbinden. De zinkplaat wordt verder met den zinkpool eener galvanische batterij verbondenen in eene oplossing van kopervitriool gedoopt; op korten afstand wordt daarbij een koperplaat geplaatst, welke met de andere pool verbonden is. Zoodra nu de beide geleiddraden verbonden worden, wordt het zink aan alle vetvrije plaatsen aangetast en opgelost, zoodat de teekening verhoogd blijft staan en een voor boekdruk geschikt cliché ontstaat.’ Deze techniek is sindsdien in de vergetelheid geraakt.

De belangstelling voor nieuwe druktechnieken was in de mode. De negentiende eeuw bracht heel wat fotomechanische uitvindingen voort die niet erg succesvol werden. Daar waren verschillende redenen voor. De processen moesten uitvoerbaar zijn en voordelen bieden ten opzichte van concurrerende technologieën, zoals snelheid van werken en lagere kosten. Het invoeren van nieuwe processen namen vele jaren van ontwikkeling in beslag en brachten hoge kosten met zich mee.

Devincenzi2
Voorafgaand aan de titelpagina is een afbeelding als frontispiece toegevoegd die is gedrukt volgens het electrografisch procedé

Le dessin pour tous : méthode Cassagne : cahiers d’exercices progressifs / Armand Théophile Cassagne
Paris : C. Fouraut, [1862-1880]. 8 delen : illustraties ; 31 cm.

1. serie. Étude du paysage.–2. serie. Étude des fleurs et des fruits.–3. serie. Étude de la figure.–4. serie. Étude des animaux.–5. serie. Étude de l’ornement.–6. serie. Étude du genre.–7. serie. Abécédaire du dessin.–8. serie. Marine.

Op de Amsterdamse antiquarenbeurs van oktober 2019 konden acht delen in nieuwstaat van deze inmiddels zeldzame reeks leerboekjes worden verworven. De cahiers zijn bedoeld voor het tekenonderwijs en bevatten, afhankelijk van het onderwerp, 110 tot 300 lithografische voorbeelden om na te tekenen in de naastgelegen blanco ruimte. Kennelijk hadden ze een groot bereik en werden simultaan in Parijs en in Londen uitgegeven. Door nieuwe druktechnieken als de lithografie of steendruk werd informatie zowel tekstueel als visueel eenvoudig reproduceerbaar en kwam op grote schaal beschikbaar. De onderwerpen zijn van uiteenlopende aard en variëren van het eenvoudige ornament, het menselijk gelaat, soldaten, paarden met ruiters tot complexe groepen figuren. Op de binnenzijde van de omslag is een verklarende tekst in beide talen afgedrukt. De boekjes zijn zeer geschikt voor zelfstudie. Ze geven een inzicht in de praktijk van het toenmalige tekenonderwijs. Vanwege het gebruik als oefencahiers zijn slechts weinig exemplaren overgebleven.

cassagne1.jpg
Armand Théophile Cassagne (1823-1907) was een leerling van de Engelse schilder en lithograaf James Duffield Harding, wat tot uiting komt in zijn behandeling van bomen en gebladerte. Hij werkte veertig jaar lang in het bos van Fontainebleau en liet meer dan driehonderd studies, aquarellen en schilderijen achter. Bovendien schreef hij diverse leerboeken die hij de Méthode Cassagne noemde. De bibliotheek van het Rijksmuseum bezat al de volgende boeken van zijn hand: Le dessin enseigné par les maîtres : principes déduits ou extraits de leurs oeuvres : figure, anatomie, paysage, animaux, fleurs  en Traité d’aquarelle renfermant un grand nombre de types, dessins, sépias et aquarelles, paysages, fleurs et fruits, figures.

Cassagne2

The practical decorator and ornamentist : for the use of architects, practical painters, decorators, and designers : containing one hundred plates in colours and gold : with descriptive notices, and an introductory essay on artistic and practical decoration / by George Ashdown Audsley and Maurice Ashdown Audsley
Glasgow : Published for subscribers only, by Blackie & Son, [1892?]. 36 pagina’s, ca. 200 bladen : 100 platen ; 42 cm.

In de tweede helft van de 19de eeuw werden luxe plaatwerken uitgegeven met voorbeelden van decoratiestijlen voor het interieur. Vaak werden deze werken geïllustreerd met voorbeelden van wandversieringen gedrukt als chromolithografieën. Een recent verworven voorbeeldboek is: Motifs de peinture décorative pour appartements modernes door Hippolyte Gruz uit 1867 met 60 voorbeelden waarvan 46 chromolitho’s als inspiratiebron voor decoratieschilders, ter decoratie van de huizen van de welgestelden in de snelgroeiende Europese hoofdsteden.
Vaak verschenen deze luxe uitgaven in afleveringen waarop men kon intekenen. De losse afleveringen werden na completering gebonden in boekvorm. Dit werk, The practical decorator and ornamentist, is verschenen in 15 afleveringen. In de traditie van luxe plaatwerken met voorbeelden voor interieurdecoratie behoort dit werk tot de laatste grote uitgaven. Het verworven exemplaar is losbladig en bevat nog de oorspronkelijke omslagen waarin de afleveringen zijn geleverd. De 100 chromolithografieën tonen motieven voor interieurdecoratie in diverse stijlen zoals Griekse en Japanse.

Audsley3
Plate VI: Vertical bands, in rich colours and gold, in the Greek style

Chromolithografie is een druktechniek bedoeld voor het maken van meerkleurige afdrukken. De methode is goeddeels ontwikkeld door Godefroy Engelmann die hier in 1837 een octrooi op kreeg. Voor elke kleur werd een aparte drukplaat gebruikt. Deze platen waren meestal van zink of kalksteen. Chromolitho’s waren er in verschillende kwaliteiten. Voor de duurdere exemplaren werden soms meer dan twintig verschillende kleuren gebruikt. Het was een arbeidsintensief proces dat in de jaren 1930 werd verdrongen door de offsetdruk.

De samensteller George Ashdown Audsley (1838-1925) was een Schotse architect, orgelbouwer en illustrator. Als illustrator was hij verantwoordelijk voor diverse zorgvuldig uitgevoerde luxe plaatwerken en geïllustreerde werken waarvan het Rijksmuseum acht uitgaven bezit.  Hij vestigde zich omstreeks 1890 in New York. Zijn zoon Maurice was eveneens architect maar legde zich later toe op de fotografie.

audsley5.jpg
Plate LXXXVIII: Masonry wall pattern, for entrance halls, staircases, and church walls – in conventional floral style

Färberei-Musterbuch : angelegt und geführt als Lehrling in de Färberei der Textilfabrik Grimm & Albrecht, Crimmitschau i/Sa in den Jahren 1900-1901 / Fritz Meissner
Crimmitschau i/Sa : Fritz Meissner, 1900-1901. 1 band : 452 ingeplakte stalen vilt en garens ; 34 cm.

Op het titelblad: “Färbermeister war Otto Böhmer, das Buch fertigte Buchbindermeister Krimse nach Angabe”.
Handschrift bestaande uit 60 ongenummerde bladen, waarvan 20 blanco. Verso: genummerde kaders voor ingeplakte stalen geverfde vilt en garens (wol, katoen en zijde). Recto: bijbehorende kaders voor recepturen van de gebruikte verfstoffen.

Dit Duitse handschrift bevat 452 gekleurde textielstalen vergezeld van de opgetekende verfrecepten binnen getekend lijnkaders. De nummering van de stalen loopt door tot 885.

Deze unieke band is overgeleverd uit een lang verdwenen fabriek, de Firma Grimm & Albrecht, Tuchfabrik. Dit werk bevat talrijke gemonteerde originele gekleurde stoffen en bijbehorende gedetailleerde formules. Het is vooral van belang omdat het kan worden toegeschreven aan een specifiek bedrijf en regio. De stofstalen zijn gemaakt van wol, katoen en zijde. De Duitse titel luidt, vertaald in het Nederlands: ‘Het specimenboek van verven werd door een leerling begonnen en bijgehouden in het ververij van de textielfabriek Grimm & Albrecht, Crimmitschau in Saksen in de jaren 1900-1901. De verfmeester was Otto Böhmer, het boek werd gemaakt door de boekbinder Kirmse volgens specificaties’.

Crimmitschau kende al een textielververij en weverij in 1748 en groeide in de 19de eeuw uit tot een typische industriële stad met spinnerijen, weverijen en ververijen voor textiele stoffen en aanverwante industrieën. De stad had als bijnaam ‘stad van 100 schoorstenen’. Tijdens de DDR periode verschoof de productie naar hoogwaardige eindproducten als handschoenen en kousen, herenkleding en jerseys voor dames, gordijnen en vloerkleden, kant en garnituur. In 1962 werden de textielfabrieken samengevoegd als ‘VEB Volltuchwerke Crimmitschau’. De productie in het historische fabriekscomplex kwam in 1990 tot een einde. De gebouwen en machines werden op de monumentenlijst geplaatst en er werd een begin gemaakt met de planning van het museumcomplex.

Dit handschrift is een werk in uitvoering met twintig lege bladen waarvan sommige omkaderde vakken zijn genummerd voor verdere invulling door textielstalen, maar nog blanco gelaten. De combinatie van chemische formules en stofstalen maakt dit werk uniek. Deze geheime informatie zou nooit worden gepubliceerd om de samenstelling van de textielverven niet prijs te geven. Voor restauratiedoeleinden is het van belang om de samenstelling van de gebruikte verfstoffen te kennen.

Musterbuch

L’étude de la couleur / L. Lamontagne
[Frankrijk] : L. Lamontagne, [ca.1900]. 1 manuscript in omslag : illustraties ; 48 cm.

2 ongenummerde bladen, XXX bladen tekst, 7 ongenummerde kleinere bladen tekst (“les principes de la composition decorative“), 14 genummerde handgekleurde platen. Nummering platen: 1, 2 (drie varianten), 3, 4, 5, 6, twee ongenummerde platen, 9 (twee varianten), 10 en een ongenummerde plaat. Tekst en meeste platen gesigneerd door de auteur.

Dit ongepubliceerde handschrift met als titel L’étude de la couleur (kleurstudie), is omstreeks 1900 geschreven en geïllustreerd door Louis Dominique Lamontagne (1874-1918), een schilder uit Toulouse. Het manuscript vangt aan met een hoofdstuk over ‘couleur’ met verwijzingen naar het kleurgebruik door Delacroix en Veronese. Vervolgens komen aan bod ‘lumière’ en ‘spectre solaire’ waarin het mengen van kleuren uitgaande van het kleurspectrum wordt behandeld. Ook onderwerpen als ‘effets optique’, complementaire kleuren gebaseerd op rood, geel en blauw, ‘les tons rompus’, ‘les accords’, ‘l’harmonie’ en ‘les mélanges optiques’ over het samengaan, de harmonie en de optische werking van kleuren passeren de revue.

Lamontagne baseerde zich op de ideeën van de kleurtheoreticus Charles Blanc (1813–1882) die kunstgeschiedenis doceerde aan de École Spéciale d’Architecture. Zijn boeken Grammaire des Arts du Dessin en Grammaire des Arts Décoratifs waren popular bij kunstenaars als Van Gogh, Seurat en Gauguin. Samen met Michel-Eugène Chevreul (1786-1889) behoorde Blanc tot de invloedrijkste Franse kleurtheoretici in de 19de eeuw. Hun wetenschappelijke opvattingen hadden aanleiding gegeven tot het ontstaan van het  neo-impressionisme in de schilderkunst. Lamontagne haakte op deze ontwikkeling in met dit handschrift waarin hij aan de hand van gedetailleerde ingekleurde tekeningen zijn theorie over licht en kleur uiteenzet. In sommige tekeningen illustreert Lamontagne de werking van het kleurgebruik in het pointillisme en het divisionisme. Het pointillisme is een schildertechniek die wordt gekenmerkt door het gebruik van stippen die ongemengd op het doek worden geplaatst. Doel was vooral het licht te accentueren op basis van een analyse van de kleuren. Verwant is het divisionisme waarbij met streepjes wordt gewerkt.

Aan het handschrift zijn nog enkele bladen toegevoegd met aantekeningen over verwante onderwerpen als ‘Les principes de la composition decorative’, ‘L’interpretation’, en ‘les exigences techniques’. Enkele minder goed uitgevoerde tekeningen zijn niet gesigneerd waarbij dan gesigneerde versies zijn toegevoegd, naar het laat aanzien een afgekeurd exemplaar en een gesigneerde goedgekeurde versie van de betreffende tekening.

lamontaigne plaat 9

Farbenfabriken vorm. Friedr. Bayer & Co. Leverkusen b. Köln a. Rh.
Leverkusen bei Köln am Rhein : Farbenfabriken vorm. Friedr. Bayer & Co., [ca. 1925-1930]. 69 ongenummerde pagina’s : stalen stof en garens ; 39 cm.

Op de antiquarenbeurs in Amsterdam werd deze opmerkelijke vondst gedaan. Dit handgeschreven stalenboek met ingeplakte textielpatronen is verwant aan het onlangs verworven stalen- en receptuurboek Färberei-Musterbuch : angelegt und geführt als Lehrling in de Färberei der Textilfabrik Grimm & Albrecht, Crimmitschau i/Sa in den Jahren 1900-1901. Dit boek wordt ook in deze rubriek besproken. Terwijl het laatstgenoemde boek is gedateerd en de naam van de samensteller Fritz Meissner bekend is, tasten we wat betreft datering en herkomst van het handschrift nog in het duister. Opmerkelijk is dat recepten voor de kleurstoffen waarmee de textielstalen zijn geverfd zowel in het Duits als in het Nederlands met inkt zijn genoteerd. Mogelijk gaat het hier eveneens om een dossiermap, maar dan uit het laboratorium van de kleurstoffenfabriek van Friedrich Bayer in Leverkusen.
Bayer werd op 1 augustus 1863 opgericht door Friedrich Bayer en Johann Friedrich Weskott. Na de dood van Bayer kwam de firma in 1881 onder leiding van zijn zoon Friedrich Bayer (1851-1920), en werd het bedrijf omgezet in een aandelenvennootschap ‘Farbenfabriken vorm. Friedr. Bayer & Co.’ Vanaf 1901 werd de productie van kleurstoffen naar Leverkusen overgebracht. Het is echter ook mogelijk dat de inhoud en de omslag met de vermelding van de fabriek niet bij elkaar horen.

Farbenfabriken3

De textielstalen geven een zeer divers beeld van uiteenlopende patronen en verfrecepten die hiervoor zijn toegepast. Vanwege de gedetailleerde recepten is het mogelijk om de samenstelling van de gebruikte kleurstoffen nauwkeurig te bepalen.

Farbenfabriken2

Traité d’enluminure d’art au pochoir / par Jean Saudé ; précéde de notes par MM. Antoine Bourdelle, Lucien Descaves et Sem ; Aquarelles de Beauzée-Reynaud, Benedictus, Bourdelle, Brunetta, L. Chapuis, Dorival, Abel Faivre, Halouze, Lepape, Madelaine, Morisset, Rodin, Sem et Vignal ; reproductions d’après Jean Foucquet, A. Besnard, image de Georgin
Paris : Éditions de l’Ibis, 1925. [6], iii-xxiv, [2], 74, [5] pagina’s, 37 bladen platen : illustraties ; 33 cm.

Gesigneerd en genummerd exemplaar (431 van 500)

Dit boek is de enige uitvoerige technische beschrijving van pochoir. Het behandelt de reproductietechniek pochoir dat in het begin van de 20ste eeuw onder kunstenaars geliefd was vanwege de buitengewoon levendige kleuren. Het stencilprocédé werd gebruikt voor het maken van gekleurde afbeeldingen of voor het toevoegen van kleur aan een gedrukte illustratie. De verfsoorten als gouache of pastelkrijt werden niet machinaal gedrukt maar handmatig op het papier aangebracht middels sjablonen. Opvallend zijn de veel heldere, haast vibrerende kleuren. In dit boek waarvan de inhoud zelden aan het licht is blootgesteld zijn de frisse kleuren volledig bewaard gebleven. Dit in tegenstelling tot veel affiches die met deze techniek zijn vervaardigd. De briljant gekleurde illustraties in dit handboek omvatten werken van prominente kunstenaars waaronder Benedictus, Chapuis, Lepape, Madelaine, Morisset, Rodin en Sem.

Pochoir3
De techniek en de toepassingen van pochoir zijn uitgebreid beschreven in het artikel L’art du pochoir  door Paul Zwartkruis in het tijdschrift Collect: “Het stencilprocédé werd gebruikt voor het maken van gekleurde afbeeldingen of voor het toevoegen van kleur aan een gedrukte illustratie. Bij deze pochoirtechniek worden handmatig verfsoorten als waterverf, gouache en pastelkrijt op een papieren ondergrond aangebracht. Het inkleuren gebeurt met behulp van ‘patrons’, ook wel sjablonen, templates, mallen of stencils genoemd. Patrons zijn negatieven die uitgesneden worden uit metaalfolie. Deze worden in een bepaalde volgorde en plaats op het papier gelegd, waarna met kwasten, borstels, verfrollers, tampons of sponsjes, de verf wordt aangebracht. Dit wordt net zolang gedaan tot het eindresultaat zoveel mogelijk overeenkomt met het origineel. Het was een zeer kostbare want arbeidsintensieve werkwijze. Vergeleken met andere reproductietechnieken is de levensechtheid van de kleuren het meest opvallende kenmerk van de pochoir. Ze zijn helderder dan bijvoorbeeld een litho of een zeefdruk, omdat de verf driedimensionaal is opgelegd, in plaatst van erop gedrukt.”

Zie voor een uitvoerige bespreking met afbeeldingen ook de aanwinstenblog van december 2019.

Pochoir9a
Planche XV: André Morisset, “Claire de Lune” :  Exemple des couleurs dégradées
pochoir9b.jpg
Planche XV: André Morisset, “Claire de Lune” : Épreuve terminée, entièrement au pochoir