Selectie aanwinsten februari 2021

door Geert-Jan Koot

Het Rijksmuseum verwierf uit een schenking een boek bestaande uit vijf verschillende uitgaven uit de tweede helft van de 17de eeuw. Deze afzonderlijke uitgaven zijn in verband te brengen met de Duitse schilder, kunsttheoreticus, uitgever en graveur Joachim von Sandrart der Ältere (1606-1688). De vijf werken komen in de volgorde waarop ze zijn ingebonden aan bod.

De herkomst is af te lezen aan het ex libris met het heraldisch wapen van de familie Six van Hillegom, voorstellende twee wassende manen met een ster, geflankeerd door links een paard, rechts een leeuw. Beide dieren houden een toernooilans met een banier met franje en koorden vast. Het motto Stella Duce betekent ‘de ster leid naar Christus’, en komt regelmatig voor in heraldische wapens en als lijfspreuk van verenigingen. Hillegom is een aftakking van de familie Six, afstammend van Charles, schepen van Sint-Omaars, die zich na de val van Antwerpen rond 1586 in Amsterdam vestigde. De familie Hillegom is vernoemd naar de heerlijkheden die later in het bezit kwamen van de familie. De laatste eigenaar van het convoluut was kunsthistoricus Iohan Quirijn van Regteren Altena (1899-1980), professor aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Rijksprentenkabinet.

Ex libris met het motto Stella Duce en heraldisch wapen van de familie Six van Hillegom

Scvlptvrae veteris admiranda, sive delineatio vera perfectissimarvm eminentissimarvm que statvarum : unà cum artis hujus nobilissimae theoria / Joachimo de Sandrart

Norimbergae : Typis Christiani Sigismundi Frobergii sumptibus autoris, 1680. 70 bladen, [70] bladen platen : illustraties ; 38 cm.

Het meest bekende werk van de kunsttheoreticus Joachim von Sandrart was L’Academia Todesca della Architectura Scultura e Pittura oder Teutsche Academie der Edlen Bau-, Bild- und Mahlerey-Künste uit 1675-1680. Na veertig jaren reizen publiceerde Sandrart zijn belangrijkste werk met onder meer levensbeschrijvingen van Duitse schilders, waaronder de eerste biografie van Matthias Grünewald (1470-1528). Sandrart was beïnvloed door het Schilder-boeck uit 1604 van Karel van Mander waaruit hij delen overnam. Zowel Sandrart als Van Mander baseerden zich op de oudste kunstenaarsbiografie Le Vite uit 1550 (2de ed. 1568) van Giorgio Vasari. Bovendien bevat de Teutsche Academie de eerste Duitstalige theoretische kunstbeschouwing en behoort het werk tot de invloedrijkste bronnen van de kunstgeschiedenis. Om een internationaal publiek te bereiken, nam Sandrart het initiatief om het werk ook in het Latijn uit te geven, verdeeld over drie afzonderlijke boeken, elk gewijd aan één van de drie kunsten beeldhouwkunst, schilderkunst en bouwkunst: Sculpturae veteris admiranda (1680), Academia nobilissimae artis pictoriae (1683) waarin hij de biografieën met veel aanvullingen opnam, en tenslotte Romae antiquae et novae theatrum (1684). Met deze boeken beoogde Sandrart de kunstbeoefening in Duitsland naar een hoger niveau te tillen.

Venus Victrix ontworpen door Joachim von Sandrart uitgevoerd door Leonhard Heckenauer

Dit boek over de klassieke beeldhouwkunst heeft als voorbeeldboek gediend op kunstacademies. Sandrart stichtte in 1670 een academie in Augsburg en in 1673 een tekenschool in Neurenberg. Op deze scholen tekenden de studenten naar modellen maar ook naar prenten in voorbeeldboeken. In Sculptvrae veteris admiranda uit 1680 bracht Joachim von Sandrart alle gravures naar klassieke beelden uit de Teutsche Academie samen. De beelden bevonden zich in de enorme collectie bijeengebracht door markies Vincenzo Giustiniani (1564 -1637). Sandrart heeft de meeste gravures ontworpen en vervolgens laten uitvoeren door zijn leerling Richard Collin (1626-1698). Bovendien werkten mee de graveurs Philipp Kilian (1628-1693), Karl Gustav Amling, Johann Alexander Boener, J. Franz, Leonhard Heckenauer, Johann Jakob Thurneysen, Johann Jakob von Sandrart die enkele gravures ontwierp, en Johann Georg Waldreich. Enkele gravures komen niet uit de Teutsche Academie maar werden speciaal voor deze uitgave gemaakt waaronder de Venus Victrix door Heckenauer.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Frontispiece met auteursportret gegraveerd door Richard Collin. Borstbeeld van Joachim von Sandrart, in ovale omlijsting uit laurierbladen op een piëdestal. Op het piëdestal zijn wapen met drie druiventrossen en twee plaquettes met links een vogel die zijn jongen voedt en rechts een hoge boom die boven het bos uitsteekt.

Des alten und neuen Roms grosser Schau-Platz: oder wahre und eigentliche Abbildung derjenigen Welt-Stadt … / durch … Fleiss und Beysorge Joachims von Sandrart

Nürnberg, : gedruckt bey Christian Sigmund Froberg, in Verlegung des Autoris, 1685. [4], 16 pagina’s, XXXXXVIIII bladen platen : illustraties ; 38 cm.

Met gegraveerd titelblad: Romæ antiquæ et novæ theatrum illustratum = Des alten und neuen Roms grosser Schau-Platz

Het werk geeft in twee delen een overzicht van de antieke en moderne Romeinse architectuur. De inleiding geeft de opzet weer: “Omdat in de oudheid de architectuur opkwam met zijn uitstekende en voorbeeldige vormentaal en sommige architecten in Italië vanaf 1530 vele majestueuze gebouwen hadden gemaakt, zouden deze gebouwen gezamenlijk kunnen worden omschreven als een kunstacademie van perfecte architectuur”. Deze stelling wordt gevolgd door de verklaring dat in het boek veel gravures zijn opgenomen omdat niet alle kunstliefhebbers de gelegenheid hebben de gebouwen in Rome zelf te bekijken.

Dit is de Duitse versie van het oorspronkelijk in 1684 in het Latijn uitgegeven Romae antiquae et novae theatrum : Sive Genuina ac vera Urbis, juxta varios ejusdem status, Delineatio Topographica … gebaseerd op de Teutsche Academie uit 1675-1680. Niet alleen zijn alle illustraties uit het tweede deel van de Teutsche Academie opgenomen, ook zijn afbeeldingen toegevoegd van de stadspaleizen van de Romeinse families Borgese, Altieri, Giustiniani en Mattei. Deze gravures zijn ontworpen door Joachim von Sandrart en uitgevoerd door J. Azelt, H. Franck, Joh. Meyer, Johann Jakob von Sandrart en Susanna von Sandrart. Veel platen zijn te herleiden tot de uitgave van Giovanni Giacomo de’ Rossi, Palazzi di Roma de’ più celebri architetti uit 1660. Twee plattegronden zijn opgenomen: de kaart door Pirro Ligorio uit 1553 geeft de locatie van de antieke gebouwen weer, en een kaart door Giovanni Battista Falda 1667 gedrukt bij de’ Rossi met een overzicht van de moderne architectuur.

De eerste gravure benadrukt het bijzondere belang van de stad Rome door het standbeeld van de bronzen wolvin met Romulus en Remus weer te geven, dat nog steeds te zien is op de Capitolijnse heuvel.

De 16 tekstpagina’s bevatten uitvoerige beschrijvingen van de reconstructies van de antieke bouwwerken, maar slechts korte opsommingen bij de illustraties van de gevels en doorsnedes van de moderne paleizen. Het belang van Rome wordt onderstreept door de weergave van de mythologische stichters van Rome, Romulus en Remulus op plaat 1. Plaat 2 toont een schilderachtige compositie van mannelijke en vrouwelijke torso’s, en hoofden en bustes van oude beelden. Hieruit steekt het ‘eigentijdse’ heiligenbeeld, ook als torso gereproduceerd, voorstellende Susanna ontleend aan François Duquesnoy, een vriend van Sandrart in hun Romeinse jaren. Het ensemble verwijst bijna symbolisch naar de opvatting van Sandrart dat hoogwaardige kunst uitsluitend kan worden gemaakt door de oude meesterwerken van nabij te bestuderen. Het eigenlijke thema van dit blad benadrukt de pracht van de eeuwige stad Rome, die op de achtergrond zichtbaar is. Zoals de inscriptie op de architraaf van een tempelruïne die bijna in het puin van de eeuwen is verzonken.

Bron: Anna Schreurs-Morét, Joachim von Sandrart: Des Alten und Neuen Roms Grosser Schau-Platz

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Plaat 2: “Verstörtes Rom”. Ruïnes en fragmenten van figuren samengevoegd tot een scène met allegorische betekenis (zie de tekst voor de allegorische betekenis).

Anderer Theil des grossen Schau-platzes, von dem alten und neuen Rom … / durch Johann Jacob van Sandrart

[Nürnberg] : [Sigmund Froberg], 1694. [4], 47, [1] pagina’s, 33 bladen platen : illustraties ; 38 cm.

Gegraveerde titelpagina: Praecipuorum aliquot templorum, quae Roma orbis et urbium regina exhibet, ichnographiae.

Dit is het tweede deel van het hiervoor behandelde boek Des alten und neuen Roms grosser Schau-Platz uit 1685, eveneens door Froberg in Neurenberg uitgegeven. In dit vervolg behandelt Joachim von Sandrart de moderne architectuur van Rome. De 33 gravures tonen vooral gevels en doorsnedes van stadspaleizen en kerken. Tijdgenoten hadden veel belangstelling voor de eigentijdse gebouwen. Deze populariteit was de aanleiding voor de neef van Joachim, Johann Jacob von Sandrart (1655-1698), om deze gravures af te drukken in zijn boek Palatiorum Romanorum à Celeberrimis sui aevi Architectis erectorum (Nürnberg, 1694).

Het doel van beide boeken over Romeinse architectuur was voorbeelden van de belangrijkste opgravingen en gebouwen te tonen ter inspiratie van kunstenaars en ontwerpers. De totstandkoming is terug te voeren op het verblijf van Joachim von Sandrart in Rome van 1629 tot 1634. Om deze reden kunnen de voorbeeldboeken eveneens worden gerekend tot de reisliteratuur, gebaseerd op de indrukken en ervaringen van de kunstenaar.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Anmerckungen Der Fürtrefflichsten Mahler unserer Zeit über die Zeichen- und Mahlerey-Kunst : zusammen getragen Und in Sechs Tabellen, Von der Delineation, Proportion, Expression, Liecht und Schatten Ordonanz, und Gebrauch der Farben gebracht / von Henrico Testelino, Königl. Mahlern / Profess. und Secretarien der Königl. Mahler und Bildhauer Academie zu Paris : Allen Zeichnern / Mahlern/ Bildhauern/ Kunst-Kupferstechern / Silber-Arbeitern / Liebhabern der Künste [et]c. so nützlich/ als nothwendig zu wissen ; Aus dem Französischen in das Teutsche übersetzet

Nürnberg : in Verlegung Johann Jacob von Sandrart, Anno M.DC.XCVIII. Gedruckt daselbst bey Christian Sigmund Froberg, 1698. [2] bladen, 20 pagina’s, [6] bladen, [1] vouwblad : Illustraties, 7 (kopergravures) ; 38 cm.

Het boek Anmerckungen Der Fürtrefflichsten Mahler unserer Zeit is een vertaling en bewerking van Sentimens des plus habiles peintres sur la pratique de la peinture et sculpture, mis en tables de préceptes, avec plusieurs discours académiques door Henry Testelin (1616-1695). Het boek is verzorgd door de uitgever Johann Jacob von Sandrart (1655-1698), de zoon van Jacob von Sandrart (1630-1708), en neef van Joachim, beide werkzaam in Neurenberg. De Franse kunstschilder Henry Testelin was in 1650 benoemd tot secretaris van de Académie royale de peinture et de sculpture en vanaf 1656 professor aan deze kunstacademie. In 1680 publiceerde hij een studieboek voor de leerlingen van de Académie, Sentimens des plus habiles peintres waarin de proportieleer en de gelaatsuitdrukkingen van Charles Le Brun (Expressions des passions de l’âme) zijn uitgewerkt, maar ook met aandacht voor perspectief en schaduwwerking. Het Rijksmuseum bezit de Franse uitgave met 13 gravures uit 1696. Testelin vluchtte naar Den Haag in 1681 vanwege zijn protestantse geloofsovertuiging.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

LebensLauf und Kunst-Werke Des WolEdlen und Gestrengen Herrn Joachims von Sandrart / zu schuldigster Beehrung und Dankbarkeit / beschrieben und übergeben von Desselben Dienst-ergebenen Vettern und Discipeln

Nürnberg : Joh. Ph. Miltenberger, 1675. 24 pagina’s ; 38 cm.

Sandrart’s Lebenslauf is de biografie van Joachim von Sandrart der Ältere (1606-1688), opgenomen als afsluitend hoofdstuk van zijn Teutsche Academie maar ook verschenen als afzonderlijke uitgave met een eigen titelblad. Als auteur wordt de Neurenbergse schrijver Sigmund von Birken genoemd door Christian Klemm in zijn studie Joachim von Sandrart : Kunstwerke und Lebens-Lauf. De biografie uit 1675 houdt het midden tussen „Dichtung und Wahrheit“. Opmerkelijk is dat de aard van de werkzaamheden van Sandrart niet blijkt uit de titel. Was hij schilder, graveur of schrijver?

De tekst vangt aan met de retorische vraagstelling naar het wezen van de scheppende mens, om vervolgens de kunst te duiden als middel om de goddelijke wijsheid te doorgronden. Nog voor de naam van Joachim von Sandrart wordt genoemd is de herleving van de Duitse kunst op hetzelfde niveau geplaatst als de Italiaanse renaissance. Vervolgens wordt de levensloop van Sandrart in deze context geplaatst en in chronologische volgorde vanaf zijn geboorte uitvoerig behandeld.

Op het titelblad is een gezicht op zijn landgoed Hofgut Stockau afgebeeld. Dit is opmerkelijk aangezien Sandrart dit landgoed vijf jaar voor het verschijnen van dit boek heeft verkocht en hij inmiddels in Neurenberg woonde. Sinds de verwerving van het landgoed in 1645 voegde Sandrart aan zijn naam de titel toe „auf Stockau“. De gravure met het landgoed Stockau op het titelblad is bedoeld om zichzelf te positioneren als een man van aanzien en adel. Om deze reden heeft hij altijd vastgehouden aan deze toevoeging aan zijn naam.

Zie Esther Meier, Joachim von Sandrarts „Lebenslauf“: Dichtung oder Wahrheit? in: Marburger Jahrbuch für Kunstwissenschaft, deel 31 (2004), pag. 205-239.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Titelblad met een gravure met gezicht op het landgoed Hofgut Stockau.

Les principes du dessein; ou Methode courte et facile pour aprendre cet art en peu de tems / Par monsievr Gerard de Lairesse

A Amsterdam : Chez Michel Charles Le Cene, 1729. 1 blad, 24 pagina’s : 120 platen met illustraties ; 41 cm.

Dit leerboek voor tekenaars bestaat uit een tekstdeel met 19 lessen gevolgd door 120 kopergravures met voorbeelden om na te bootsen. De eerste editie verscheen in twee delen in 1701 met de titel Grondlegginge der Teekenkonst. Het eerste deel richtte zich tot de beginnende kunstenaar, terwijl het tweede deel voor de gevorderde leerling was bedoeld. Gerard de Lairesse (1641-1711) propageerde het gebruik van de ledenpop bij het natekenen van de draperieën. De ledenpop werd in de 17de eeuw in Nederlandse ateliers veel toegepast voor draperiestudies, maar ook bij de bestudering van proporties en de bepaling van het perspectief. Desondanks werd in het laatste decennium van de 17de en het eerste decennium van de 18de eeuw in groepsverband geoefend in het tekenen en schilderen naar het levend naakt. De belangstelling was groot waarop in 1718 de Oefenschool der Tekenkunst te Amsterdam startte. Vanaf 1730 werd de school de Academie der Tekenkunst genoemd onder leiding van de bekwame tekenmeester Bernard Picart.

Plaat 61: ledepop

Deze postuum verschenen Franse uitgave van 1729 is zeldzaam. Veel bekender zijn de Duitse vertaling van 1745 en de Franse heruitgave uit 1746. Deze uitgaven zijn voornamelijk gebaseerd op het eerste deel van Grondlegginge der Teekenkonst, en uitgebreid met prenten die los staan van de tekst en ter nabootsing zijn toegevoegd. De prent met de ledenpop is opgenomen te midden van anatomische studies, en voorstellingen van heiligen en dieren. Veel van deze afbeeldingen grijpen terug op het tekenboek van Chrispijn van de Passe, ’t Light der teken en schilderkonst uit 1643 en Lumen picturae et delineationis van Frederick de Wit uit 1660.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Plaat 18: mannelijke torsos

Galeria nel Palazzo Farnese in Roma del sereniss. duca di Parma : dipinta da Annibale Carracci, intagliata da Carlo Cesio

[Roma : Arnold van Westerhout], ca. 1700. 36 bladen : 33 genummerde prenten ; 50 cm.

Titelpagina ontbreekt. Handgeschreven titel op schutblad: Galeria Farnese : dipinta da Annibale Caracci.

De 33 prenten in dit boek zijn gemaakt naar de muurschilderingen die Annibale en zijn broer Agostino Carracci van 1597 tot 1608 in de Villa Farnese te Rome maakte voor de kardinaal en prins van Parma, Odoardo Farnese (1573-1626). De prenten zijn ontworpen door Carlo Cesio (1622-1682). Aan de prenten in dit boek is de naam van Arnold van Westerhout (1651-1725) toegevoegd. Dit wijst op de heruitgave van dit werk dat oorspronkelijk was uitgegeven door Collignon in 1657 met een tekst van Giovanni Pietro Bellori (1613-1696). Aangezien het titelblad en het voorwerk ontbreken is het zonder een nauwgezette vergelijking van de platen moeilijk aan te geven om welke editie het gaat. Op verschillende prenten is de naam van de oorspronkelijke uitgever Franc.us Collignon vervangen door Arnoldo Westerhout (zie afbeelding plaat 32). De prenten met opschrift Westerhout komen, afgezien van de toegevoegde nummering per blad, overeen met het exemplaar in de bibliotheek van het Warburg Institute in Londen. Bellini vermeldt in de Illustrated Bartsch de derde editie door Arnold van Westerhout maar zonder jaar van uitgave. Van Westerhout was een Antwerpse prentmaker, schilder en uitgever die omstreeks 1692 werkzaam was in Florence en zich in 1700 in Rome vestigde.

Plaat 13: Triomftocht van Bacchus en Ariadne ontworpen door Carlo Cesi naar ontwerp van Annibale Carracci.

De prenten geven op groot formaat de taferelen weer van de cyclus muurschilderingen in trompe l’oeil met voorstellingen uit de Griekse mythologie die worden aangeduid als de liefdes van de goden. De fresco’s in de Villa Farnese markeren de ontwikkeling van het manierisme naar de barok en het classicisme. De verspreiding van de prenten door tenminste zes heruitgaven van het boek tussen 1657 tot 1753 hebben bijgedragen aan de bekendheid van de voorstellingen in de late 17de en 18de eeuw. Het oorspronkelijke aantal gravures door Carlo Cesio bedroeg 44. In de meeste uitgaven zijn alle prenten opgenomen, vaak opnieuw genummerd met gebruik van dubbele nummers waardoor het aantal prenten niet uit de nummervolgorde blijkt. In sommige edities loopt de nummering van de platen tot 30, in deze derde editie tot 33. In het verworven exemplaar zijn de nummers aan de bovenkant van de prenten toegevoegd in Romeinse cijfers met enkele dubbel gebruikte nummers.

Zie voor de verschillende uitgaven: Illustrated Bartsch 47, Commentary , Part 1; pag. 78-79.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Plaat 32: Drie mannen door Carlo Cesi naar ontwerp van Annibale Carracci uitgevoerd door Domenichino in de Farnese villa

Le manuel des artistes et des amateurs, ou, Dictionnaire historique et mythologique des emblêmes, allégories, énigmes, devises, attributs & symboles, relativement au costûme, aux mœurs, aux usages & aux cérémonies : contenant tous les caractères distinctifs & l’explication de chaque sujèt naturel ou moral, sacré ou profane, historique ou fabuleux, dont on peut faire usage dans la poésie, la peinture, la sculpture, l’architecture, le dessin, l’ornement & la décoration, &c. : ouvrage utile aux poëtes, aux artistes & aux amateurs des beaux arts : composé en faveur des nouvelles Ecoles gratuites de dessin / par Jean-Raymond de Petity

A Paris : Chez J.P. Costard, rue Saint-Jean-de-Beauvais, M. DCC. LXX. [1770]. 4 delen (1: cxliv, 546 p.; 2: clij, 562 p.; 3: cxij, 676 p.; 4: [4], 772 p.) ; 18 cm.

De auteur van dit werk is Jean Raymond de Petity de Saint-Vincent (1724-1780), een Franse Rooms-katholiek priester en schrijver van drie encyclopedische uitgaven. Het boek richt zich nadrukkelijk tot de kunstenaar en de amateur met kunsttheoretische en technische verhandelingen, en bevat voorts een verklarend woordenboek van hiërogliefen, emblemen, allegorieën, raadsels, motto’s, deviezen, attributen en symbolen met betrekking tot kostuums, manieren, gebruiken en ceremonies. Ook komen uiteenlopende profane en religieuze onderwerpen aan bod ‘waarvan men gebruik kan maken in poëzie, schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, tekenen, ornament & decoratie, enz’. De emblemen bestaan uit afbeeldingen die kort zijn beschreven in Frans proza, gevolgd door Latijnse motto’s en verklarende Latijnse verzen. De ‘enigmes’ zijn raadsels in Franse verzen; de antwoorden aan het einde van elk deel worden gegeven. De in alfabetische volgorde opgenomen begrippen zijn over de vier delen verspreid.

Titelblad deel 1

Het eerste deel bevat een inleidende tekst van 150 pagina’s gewijd aan de schilderkunst met afzonderlijke hoofdstukken over onder meer het tekenen, compositie, en het weergeven van gemoedsgesteldheden, kostuums en draperieën. Het tweede deel vangt aan met een uitvoerige verhandeling over de schilderkunst uit de oudheid gevolgd door twaalf hoofdstukken over methoden en toepassingen onder meer van het schilderen met olieverf, op glas, met emaille, eludorisch schilderen (met olieverf onder water), en encaustiek (schilderen met was). De inleiding van het derde deel behandelt na de Griekse kunst en de bloemschilderkunst de verschillende technieken van het graveren. Het laatste deel zet het alfabetisch woordenboek voort van de letter Q tot en met Z. Dit deel sluit af met een ‘Catalogue raisonné des auteurs’, een verhandeling van ruim 200 pagina’s over alle geraadpleegde werken, en een ‘Discours sur la connaissance des tableaux’. Het is een alomvattend handboek van ruim 3000 pagina’s bedoeld voor kunstopleidingen. In de titel vermeldt Petity expliciet het gebruik in tekenscholen: ‘composé en faveur des nouvelles Ecoles gratuites de dessin’. Het is niet herdrukt en na de Franse revolutie in onbruik geraakt.

Aanleiding tot de kennis der anatomie in de tekenkunst betrekkelyk tot het menschbeeld / C. Ploos van Amstel Jbs. Cz.

Amsterdam : J. Yntema, 1783. IV, 114 pagina’s : illustraties ; 21 cm.

Dit anatomische handboek voor kunstenaars is geschreven door Cornelis Ploos Van Amstel (1726-1798), schilder, graveur en verzamelaar, houtmakelaar, uitvinder van een nieuwe prentdruktechniek en mede-oprichter van het genootschap Felix Meritus. Cornelis Ploos van Amstel behoort tot de grootste kunstverzamelaars van Nederland. Zijn handel in hout en zijn makelaardij in schepen en scheepsaandelen stonden garant voor de benodigde inkomsten. In 1746 sloot hij zich aan bij de tekenende leden van de Amsterdamse Academie der Tekenkunst. In 1765 werd hij benoemd tot mede-directeur van deze Academie evenals zijn leermeester Jacobus Buys met Reinier Vinkeles als secretaris. In 1773 wordt naast deze Stads Teeken Academie een basis-tekenschool, de Teken- of Leerschool, opgericht onder het directoraat van de Academie.

In de inleiding van zijn Aanleiding tot de kennis der anatomie in de tekenkunst benadrukt Ploos van Amstel het belang voor de kunstenaar om de anatomie van het menselijk lichaam grondig te bestuderen. Het leerboek is ingedeeld in drie onderdelen, ‘de kennis der Beenderen; die der Spieren, en laatstlyk de oefening deezer kennis, en ’t gebruik dat men daarvan in de studie der Teken-Schilder-Graveer-en Beeldhouwkunst te maaken hebbe’. De uitgave is geïllustreerd met 30 platen uitgevoerd door J. Buys. Het zijn verkleinde kopieën naar de platen in Albinus, Tabulae sceleti et musculorum corporis humani, en de platen in Eustachius Bundel van elf been- en spierkundige plaaten uit 1782 en 1783. Het boek wordt uitgebreid beschreven in de aflevering van het tijdschrift Vaderlandsche letteroefeningen uit 1784. In deze bespreking worden met name de laatste negen prenten genoemd die in twee kleuren volgens de door Ploos van Amstel uitgevonden methode zijn afgedrukt.

Plaat 21: mannelijke torso in profiel met de beenderstructuur in zwart en de spieren in rood afgedrukt.

Dit in een fraai versierde band gestoken exemplaar bevat een handgeschreven opdracht van Cornelis Ploos van Amstel aan zijn oom de orkestmeester en musicus Hendrik Chalon (1700-1789) en diens dochter de kunstenares Christina Chalon (1749–1808). Christina Chalon was een meer dan verdienstelijk tekenares en leerling van de schilderes Sara Troost (1732-1803) en Cornelis. Christina was een nichtje van zijn vrouw Elisabeth Troost en artistiek begaafd. Ze tekende, etste, speelde piano en had een mooie zangstem.
Vanwege de bijzondere herkomst werd dit exemplaar tentoongesteld van 7 februari tot 2 mei 1976 in het Rijksprentenkabinet (Cornelis Ploos van Amstel, 1726-1798 / [inl. tot de catalogus van Jan Wolter Niemeyer), Rijksprentenkabinet : [vouwblad] 14. Catalogusnummer 109).

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Opdracht van Cornelis Ploos van Amstel aan zijn oom Hendrik Chalon en zijn nicht Christina Chalon.

Motifs de décorations. Première (et deuxième) série de cinquante planches en couleurs extraites de Journal-Manuel de Peintures / Petit et Bisiaux

Paris, A. Morel, 1862. 2 delen (I: 50 platen; II: 50 platen) ; 52 x 37 cm.

Dit polychromatisch werk bevat honderd platen met extravagante interieurontwerpen voor wanden en plafonds. De decoratieve ontwerpen geven de eclectische periode weer tussen de Lodewijk XIII tot XVIII stijlen en het neoclassicisme, met een vooruitblik op de daaropvolgende art nouveau en art deco tijdperken. Elementen van Egyptische, Romeinse en islamitische kunst werden vrijelijk vermengd met kenmerken van Biedermeier en rococo-ornamentiek. Het werk vormt een unieke weergave van de artistieke smaak van deze periode, maar is tevens een voorbeeld van de hoge kwaliteit van de Franse chromo-lithografische kleurendruk. De kwaliteit van de kleuren en de weergave van kleine details is ronduit subliem. Opmerkelijk is dat de ontwerpen van de wanddecoraties overeenkomsten vertonen met de motieven van Hector Guimard (1867-1941) voor het behang in zijn woonhuis Castel Béranger uit 1897.

Over beide auteurs Petit en Bisiaux is weinig bekend. Het waren zogenaamde peintres-décorateurs (sierkunstenaars). In deze uitgave komt hun aanzienlijke vaardigheid in het illustreren en ontwerpen aan het licht. Zoals de titel aangeeft, bestaat dit werk uit de afzonderlijk uitgegeven albums met de kleurenlitho’s die zijn opgenomen in het eveneens zeldzame tijdschrift Journal-Manuel de Peintures appliquées aux Décorations d’Appartements, dat werd uitgegeven van 1850 tot 1862 door Morel.

Plafond Magasins Réunis, Mr. Simonet architecte; Mr. Le Rey, décorateur

Chromolithografie is een druktechniek bedoeld voor het maken van meerkleurige afdrukken. De methode is ontwikkeld door de Frans-Duitse lithograaf Godefroy Engelmann (1788-1839) die in 1837 een octrooi op het proces kreeg. In de 19e eeuw werden wel meer kleurdrukmethoden ontwikkeld maar de chromolithografie was het meest populair. Het is een chemisch proces dat veel overeenkomsten vertoont met de gewone lithografie of steendruk. Het verschil is gelegen in het gebruik van afzonderlijke drukplaten voor elke kleur. Deze platen waren meestal van kalksteen hetgeen de benaming steendruk verklaart. Voor de duurdere exemplaren zoals de platen in deze uitgave werden soms meer dan twintig verschillende kleuren gebruikt. Het is een arbeidsintensief procedé dat eind jaren dertig werd verdrongen door de offsetdruk.

Les intérieurs français au Salon des artistes décorateurs en 1926 / présentés par Maurice Dufrène; Société des artistes décorateurs (France)

Paris : Editions d’Art Charles Moreau, [1926]. 8 ongenummerde pagina’s, 48 bladen met platen (heliotypie) : illustraties ; 34 cm.

Deze fraai uitgevoerde portefeuille werd uitgegeven ter gelegenheid van de Salon des Artistes Décorateurs, in 1926 gehouden in het Grand Palais te Parijs. De foto’s van de meubels zijn gedrukt in lichtdruk of heliotypie, met werken van bekende kunstenaars als Maurice Dufrène, Henri Rapin, Paul Follot, Eugène Kohlmann, Marcel Guillemard, Roux-Spitz, J.E Leleu, Rataud, Edgar Brandt, Henry Favier en Ruhlman.

Omslag Les intérieurs français au Salon des artistes décorateurs en 1926

De Salon des Artistes Décorateurs is een terugkerend evenement dat vanaf 1904 werd georganiseerd, het jaar waarin het Musée des arts décoratifs de Paris werd geopend. De organisator was de Société des artistes décorateurs, opgericht in 1901 door Franse sierkunstenaars.

Planche 23: “Salle à manger”, Paul Follot edité par ‘Pomone’ du Bon Marché

Intérieurs au Salon des artistes décorateurs 1931 / Joseph Hiliart

Paris : Editions d’Art Charles Moreau, 1931. 6 pagina’s, 48 platen (waarvan 5 pochoir) : 33 cm.

De 21ste Salon des artistes décorateurs werd eveneens gehouden in het Grand Palais. Deze portefeuille heeft de oorspronkelijke typografische omslag met blauwe banen in art déco stijl. Na het titelblad, de introductie en de inhoudsopgave volgen 48 platen waarvan 5 in pochoir gedrukt met interieurs ontworpen door onder meer Léo en Maurice Jallot, Englinger, Favier, Prou, Subes, Couallier en Djo-Bourgeois.

Omslag Intérieurs au Salon des artistes décorateurs 1931

Het Rijksmuseum verwierf in 2015 de portefeuille verschenen bij de Salon des artistes décorateurs, Paris in 1928 met 5 pochoirs en 43 lichtdrukken van interieurs. Het streven van de bibliotheek van het Rijksmuseum is om de reeks te completeren. Vanwege het losbladige karakter zijn de portefeuilles vaak niet meer compleet.

Intérieurs au Salon des artistes décorateurs 1931. Planche 48: ‘Ensemble’, R. Coeallier, décorateur

Zie voor de achtergronden van deze jaarlijks gehouden tentoonstellingen Salon des artistes décorateurs de aanwinstenblog Rijksmuseum Research Services van februari 2021.

Intérieurs au Salon des artistes décorateurs 1931. Planche 2: ‘Un coin d’attente’, Léon et Maurice Jallot, décorateurs