door Geert-Jan Koot
Recueil anatomique : à l’usage des jeunes gens qui se destinent à l’étude de la chirurgie, de la médecine, de la peinture et de la sculpture : avec des explications suivant la nouvelle nomenclature méthodique, et des tables synonymiques / par M. Chaussier
Paris : imprimerie de J.-L. Chanson ; chez Renouard, 1820. 43 pagina’s, XVII platen : illustraties ; 29 cm.
Op de titelpagina: “On a préféré les planches anatomiques d’Albinus. La reduction des figures a été faite par M. Du Tertre … ”
François Chaussier (1746-1828) was een Franse anatomist uit Dijon. Hij had een aanstelling als professor aan de École Polytechnique en als hoofdverloskundige aan de Maternité in Parijs. In dit handboekje richt Chaussier zich zowel tot medische studenten als tot kunstenaars om een beter begrip over te brengen van het menselijk lichaam. Voor de kunstenaars had dit als doel om tot een adequate weergave te komen. Het bescheiden boekje bevat zeventien anatomische afbeeldingen met delen van het menselijk lichaam, vergezeld van 43 pagina’s tekst. De afbeeldingen zijn gebaseerd op de illustraties in de anatomische atlassen van Bernhard Siegfried Albinus (1697-1770), professor in de geneeskunde, gespecialiseerd in de anatomie. De platen zijn verkleinde weergaves door André Dutertre (1753-1842) die ook het portret van Chaussier graveerde.

Das Ganze der Zeichnen- und Malerkunst : leichtfaßlich dargestellt zur Selbstbelehrung für Jedermann ; enthaltend: die Oelmalerei, die Miniatur- und Aquarellmalerei, sowie das zeichnen mit Pastellstiften und die Kunst, Blumen in Aquarell zu malen und Kupferstiche zu illuminiren ; nebst einem Anhange über die Kunst des Modellirens und der Bildhauerei / unter Anleitung der ersten Künstler hrsg. von den Brüdern Susse. Nach der 2. Aufl. aus dem Franz. übers.
Leipzig : Verl.-Magazin, 1844. 120 pagina’s ; 17 cm.
De gebroeders Susse namen in 1836 de papier- en kunsthandel over die hun vader Michel-Victor in 1804 in Parijs had gevestigd. Dit boek is een Duitse vertaling van een aantal verschillende in Parijs uitgegeven handleidingen voor kunstenaars als Manuel de la peinture à l’huile, Manuel de l’aquarellle, Manuel de dessin au pastel, Manuel de dessin à la mine de plomb, en Manuel de modelage, moulage et sculpture. Elk deel behandelt een specifiek aspect waaronder het schilderen in olieverf en aquarel, het tekenen met pastel en potlood, en het modelleren, gieten en beeldhouwen.
Een jaar later verscheen in Amsterdam een vertaling onder de titel Volledige handleiding tot de teeken- en schilderkunst voor schilders en liefhebbers, bevattende het olieverw-schilderen, het miniatuur- en waterverw-teekenen, alsmede het teekenen met pastelverwen, de kunst om bloemen in waterverw te teekenen en koperplaat-drukken te kleuren, benevens een aanhangsel over de kunst van boetseren en beeldhouwen / onder medewerking der voornaamste schilders uitg. door de Gebroeders Susse.

Journal für Kupfer- und Stahlstechkunst, Litho- und Zinkographie, Holzschneidekunst, Schrift- und Stempelschneiderei und Messing-Gravüre, sowie für Stein- und Kupferdruck, nebst allen Nebenzweigen / herausgegeben von Adolf Henze
Weimar : B.F. Voigt, 1844-[1851]. 3 delen in 1 band (deel 1: 188 pag.; deel 2: 179 pag.; deel 3: 88 pag.) : 18 illustraties (litho’s; staalgravures) ; 26 cm.
Adolf Henze (1814-1883) was een Duitse uitgever, auteur, grafoloog en numismaticus uit Leipzig. Hij gebruikte ook het pseudoniem Arthur von Nordeck. Henze werd bekend als grondlegger van de chirogrammatomantie, de leer om handschriften te duiden, en als uitgever van het tijdschrift Zeitschrift Illustrirter Anzeiger über gefälschtes Papiergeld und unächte Münzen (1865-1876) over vals papiergeld en valse munten. Dit tijdschrift is na 1876 opgegaan in Illustrirter Anzeiger für Contor und Bureau (1868 tot ca. 1920). Beide tijdschriften zijn aanwezig in de bibliotheek van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, in bruikleen bij het Rijksmuseum. Aan deze invloedrijke periodieken gaat het tijdschrift Journal für Kupfer- und Stahlstechkunst vooraf, opgericht in 1844 als het resultaat van zijn belangstelling voor drukkunst. Hierin worden alle technieken die voor uiteenlopende drukprocessen kunnen worden ingezet tot in detail toegelicht. In de titel worden de belangrijkste reproductietechnieken opgesomd: koper- en staalgravure, litho- en zincografie, houtsnede, letter- en stempelsnijkunst, messing gravure, steen- en koperdruk, en afgeleide technieken. Hoewel niet in de titel vermeldt komt ook fotografie aan bod, evenals kleurendruk op verschillende soorten papier, het inkleuren van prenten en kaarten, en recepten voor het maken van drukinkten. De 18 illustraties zijn voornamelijk lithografieën en enkele staalgravures waarop vooral de technische details van de drukken en in het bijzonder de drukpersen te zien zijn.
Dit exemplaar is een complete set van alle afleveringen bestaande uit drie delen die in één band zijn samen gevoegd. Het eerste deel verscheen in 6 afleveringen tussen 1844 en 1849 en bevat 9 litho’s. Het tweede deel bestaat uit 5 afleveringen en verscheen vanaf 1849 eveneens met 9 litho’s, terwijl het derde deel vermoedelijk tot 1851 is uitgegeven en uit 3 ongedateerde afleveringen bestaat. Elk deel is doorlopend genummerd. Het boek is doorschoten met prospectussen voor verkrijgbare boeken zoals Bibliographische Anzeigen genummerd 155-205.

Lehrbuch der Weberei zum Gebrauche in Webeschulen und zum Selbstunterricht / von Dr. Beyssel, und W. Feldges
Berlin : Schneider, 1863. 215 pagina‘s ; 21 cm.
Lehrbuch der Weberei zum Gebrauche in Webeschulen und zum Selbstunterricht. Atlas
Berlin : Schneider, 1863. 41 bladen platen : hoofdzakelijk illustraties ; 41 cm.
Dit boek met bijbehorend platendeel werd uitgegeven ten behoeve van de textielweverijen en het onderwijs aan weefscholen. De auteur Adolf Beysel leidde als leraar van de nijverheidsopleiding gedurende zeven jaar een weefschool in Krefeld. Wilhelm Feldges was werkzaam in diverse fabrieken en had omstreeks 1863 de technische leiding van deze weefschool. Feldges vervaardigde de 41 gedetailleerde afbeeldingen van het atlasdeel met illustraties van weefmachines en weefpatronen.
Dit leerboek is volgens de titel bedoeld voor aspirant wevers voor gebruik op school of bij zelfstudie. Vermoedelijk werd het ook als naslagwerk in de textielweverij gebruikt. De uitgave bestaat uit een deel met tekst en een groot oblong platendeel van 41 centimeter breed met 41 gelithografeerde afbeeldingen. Het werk is niet zo zeldzaam als het afgelopen jaar verworven instructieboek Kurzgefasstes Lehrbuch über Weberei : zum Gebrauche für Webeschulen und zum Selbstunterricht : enthaltend die Lehre vom Weben und Berechnung der Stoffe door Carl Werner uit 1865.

Malerische Körperstudien : aus dem Athenäum zeichnender Kunst zu Carlsruhe / von Guido Schreiber
Carlsruhe : J. Veith, [1862-1866]. 5 afleveringen : illustraties ; 49 cm.
4 pagina’s tekst, 1 inleidende gelithografeerde plaat, 30 genummerde platen (chromolitho’s).
Losbladige uitgave in moderne portefeuille.
Guido Schreiber (1799-1871) was werkzaam als leraar wiskunde aan de polytechnische school (Athenäum) in Karlsruhe. Hij is bekend vanwege zijn leerboek Malerische Perspektive uit 1854. Schreiber richtte zich op de representeerbaarheid van visuele beelden. De principes die ten grondslag liggen aan de perspectivische weergave waren al in de oudheid vastgesteld en werden als vanzelfsprekend overgenomen in veel tekenvoorbeeldboeken. De schilder dient, als hij een perspectivisch overtuigende afbeelding wil maken, over kennis van de ‘natuur der dingen’ te beschikken. Hieraan ontleende Schreiber zijn tamelijk basale uitgangspunt: “Zien gebeurt op dezelfde manier als de voortplanting van licht in een rechte lijn […] voor de tekenaar is elke gezichtslijn niets meer dan een rechte lijn”.

Deze zeldzame uitgave met tekenvoorbeelden door Schreiber is tien jaar later in vijf afleveringen verschenen. De dertig fraai uitgevoerde chromolitho’s zijn gemonteerd op dikke bladen papier. Afgebeeld zijn voornamelijk vormen ter oefening van de tekenkunst. De platen in het vijfde deel zijn vooral interessant omdat ze gereedschappen tonen van uiteenlopende ambachten, waaronder de timmerman, smederij, steenhouwer, meubelmaker, kuiper en scheepsbouwer om tevens te dienen als een tekenmodel voor de studenten.

Traité de peinture des tableaux faisant illusion pour dioramas et fatasmagorie artistique … utile aux décorateurs / Par L.-D. Renauld (pseudoniem van Louis Camille Auguste Desloges)
Paris : A. De Vresse, 1868. 20 pagina’s : 17 cm.
Traité de peinture des tableaux faisant illusion, pour dioramas et fantasmagorie artistique – stores – écrans – éventails – peau – plumes – papier de riz etc. Lanterne magique, caléidoscope amplificateur utile aux décorateurs.
Het diorama is een vroege vorm van virtual reality, omstreeks 1822 in Frankrijk ontwikkeld door Louis Daguerre (1787-1851), de latere uitvinder van de fotografische techniek daguerreotypie, en de schilder Charles-Marie Bouton (1781-1853). Het klassieke diorama bestond uit een monumentaal schilderij van een landschap of een interieur op semi-transparant doek in een verduisterde ruimte, dat met verschillende licht- en geluidseffecten tot leven werd gebracht. De toeschouwer die zich in het midden van de voorstelling bevond, onderging een illusie van de realiteit door de belichting, subtiele geluiden en het decor. Deze visuele illusie leek het publiek tijdelijk naar een andere wereld te transporteren. Met de opkomst van de fotografie en de film aan het einde van de 19de eeuw verloor het diorama aan populariteit.
Een voorloper is de fantasmagorie, een verdere ontwikkeling van de toverlantaarn die aan het einde van de 18e eeuw werd uitgevonden. Het apparaat projecteerde beelden op muren, rook of halfdoorzichtige schermen. Daguerre combineerde diorama en fantasmagorie door met meerdere projectoren wisselende beelden te tonen op geschilderde doeken om de illusie te vergroten. Dit boekje behandelt voornamelijk de schildertechnieken en de toegepaste materialen ten behoeve van de inrichters, schilders en decorateurs van diorama’s. Er is geen ander exemplaar van het boekje bekend.
De auteursnaam L.D. Renauld is het pseudoniem van de boekhandelaar Louis Camille Auguste Desloges (ca. 1790-1870). Onder dit pseudoniem publiceerde Desloges verschillende handleidingen voor schilders en graveurs bij de Parijse uitgever De Vresse waaronder Traité de la gravure en tous genres en Traité de la peinture sur émail beide uit 1868. Desloges schreef onder eigen naam diverse kunstenaarshandleidingen waaronder Peinture sur porcelaine, sur verre et cristaux en Traité général des peintures vitrifiables sur porcelaine. Ook enkele instructieboeken geschreven door de schilder Frédéric Goupil (1817-1878) gaf hij uit onder het imprint Desloges Libraire.

Sammlung Pompejanischer Wandmalereien und Mosaiken : zum Gebrauche für Architekten, Decorationsmaler, Kunst- und Alterthumsfreunde / nach der Natur gezeichnet und in Oeldruck ausgeführt von Victor Steeger
Neapel : chromolithographie V. Steeger, 1881. 3. Auflage. 15 pagina’s, XXX bladen platen : illustraties ; 31 cm.
Op de omslag: “Souvenir de Pompei, Raquez”, 1880. 1e. druk: 1874.
Vanaf 1758 ontstond een grote belangstelling voor de oude Romeinse kunst na de ontdekking van de oude steden Pompeï en Herculaneum. Beide steden waren bedolven als gevolg van de vulkanische uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus. In 1860 was de Italiaanse archeoloog Giuseppe Fiorelli aangesteld om de opgraving van Pompeï te leiden. De in Napels gevestigde lithograaf Victor Steeger legde de opgravingen vast in kleurrijke chromolitho’s. Zijn werk resulteerde in 1878 in het monumentale boek Pompeji: die Neuesten Ausgrabungen von 1874 bis 1878 für Kunst-und-Alterhumfreunde door de Duitse archeoloog Emil Presuhn (1844–1881). Hierin zijn 60 kleurenlitho’s afgebeeld naar de tekeningen van de Romeinse schilder Geremia Discanno en ingekleurd door de Engelse Amy Butts. In 1882 verscheen bij Weigel te Leipzig een uitgebreide editie met een gewijzigde titel … von 1874 bis 1881 met 80 platen waarvan het Rijksmuseum een exemplaar bezit.

Voorafgaand aan dit werk verscheen in 1874 Sammlung Pompejanischer Wandmalereien und Mosaiken met dertig kleurenlitho’s naar de opgegraven muurschilderingen. In de titel van deze derde oplage uit 1881 is aangegeven dat het werk bedoeld is om als voorbeeld te dienen voor architecten, decoratieschilders en tevens van nut is voor liefhebbers van kunst en oudheden. Om de aantrekkelijkheid te vergroten voor de Grand Tour reizigers in Italië prijkt op de omslag het predikaat ‘Souvenir de Pompei‘. De illustraties geven een goed beeld van de oorspronkelijke pompejaanse schilderkunst die helaas grotendeels verloren is gegaan.

Voor de toeristen verscheen in Turijn bij Löscher in 1877 de veel bekendere driedelige uitgave met in elk cahier tien kleurenlitho’s Le più belle pareti di Pompei : riproduzioni chromolithografiche per Vittorio Steeger. De publicatie was eveneens verkrijgbaar in een Franse (Les plus belle murailles de Pompéi), een Duitse (Die schönsten Wände Pompejis) en een Engelse editie (The most beautiful walls of Pompei). Lithograaf Victor Steeger meldt in het voorwoord dat hij zich enige vrijheden heeft veroorloofd om de illustraties fraaier uit te voeren dan de weergave van de originele schilderingen in de archeologische uitgaven.

Deze door Steeger zelf gepubliceerde uitgave met dertig platen was nog onbekend. In het voorwoord richt Victor Steeger zich tot decoratieschilders en kunstenaars met de boodschap dat de kleurharmonie van de Pompejaanse muurschilderingen van grote waarde is voor de kunstnijverheid. De volgende edities uit 1876 en 1881 zijn uitgebreid met drie platen gebaseerd op nieuwe opgravingen. In het verworven exemplaar met fraai gedecoreerde lederen band is een gekalligrafeerde opdracht opgenomen aan Otto Beer, General Consul des deutschen Reichs. Verwant maar met minder afbeeldingen is de bekendere uitgave Die pompejanischen Wanddecorationen für Künstler und Kunstgewerbeschulen sowie Freunde des Alterthums ; mit 24 Tafeln nach Originalzeichnungen von Discanno in Chromolithographie ausgeführts von Steeger, nebst einem Plan der Malereien Pompeji’s, Herausgegeben von Emil Presuhn verschenen bij Weigel in 1877 en herdrukt als facsimilé in 2016.

Sir Lawrence Alma-Tadema’s world famous home / Hampton & Sons
London : Hampton & Sons, 1912. 28 pagina’s : 22 ingeplakte illustraties ; 25 cm.
Op het titelblad: 34 Grove End Road, St. John’s Wood. Hampton & Sons will sell the above on Thursday, 5th December 1912, at two o’clock), 1912.
De Nederlandse schilder Lourens Alma-Tadema (1836-1912) woonde in Engeland sinds 1870. Na zijn overlijden werd het woonhuis in Londen, waarin zich ook zijn atelier bevond, aan 34 Grove End Road per opbod aangeboden. Deze veilingbrochure met 28 pagina’s en 22 ingeplakte foto’s in zwart wit is zeer zeldzaam. De Royal Academy in Londen bezit eveneens een exemplaar.
Op het titelblad wordt de woning als volgt aangeprezen: “An unique residence with magnificent Byzantine studio and gallery. Nine or more bed rooms, billiard room, dining room, library, inner hall, palm house, Dutch room, complete domestic offices, etc. The entire property is freehold and extended to about matured gardens; the whole property is in reality an artist’s treasure house, collected by one master mind.”

Het huis had in totaal 66 kamers, waaronder een atrium, een biljartkamer en een grote kelder. Een balkon met uitzicht op een marmeren bassin met een kabbelende fontein domineerde het gebouw. Een schaduwrijke en betegelde pergola leidde door de tuin van de poort naar de gebeeldhouwde houten voordeur, omlijst door bronzen reliëfs. De entree van de hal was in klassieke stijl ontworpen met vloeren van Perzische tegels. Deze hal stond bekend als de Hall of Panels, vanwege de smalle verticale panelen geschilderd in uitbundige kleuren door bezoekende kunstenaars. Vijfenveertig panelen zijn verkocht door Hampton & Sons op de veiling van de inboedel van de villa op 10 juni 1913. Zesentwintig van de panelen zijn aangeboden op een veiling van Sotheby’s in 1974 en vier panelen werden verkocht in The Forbes Collection veiling bij Christie’s in 2003.

Rondom deze hal waren verschillende kamers, waaronder een ruimte met kunstwerken uit China en Japan. Een andere kamer was ingericht met leerbehang, oude kasten en gepolijst messing van Nederlands ontwerp. In het huis bevonden zich ook de ateliers van zijn dochter Anna, zijn vrouw Laura en van hemzelf. Het atelier van Laura was door ambachtslieden uit Nederland uitgevoerd in oud Hollandse stijl met een balkenplafond en een lambrisering van eikenhout met een bijpassende schoorsteenmantel. Hetzelfde team heeft de aangrenzende slaapkamer samengesteld uit Nederlands houtwerk en met tegels van Delfts blauw. De studio van Lourens bestond uit drie verdiepingen met muren van grijs en groen marmer en vijf prachtige glas-in-loodramen ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar van Franse afkomst John La Farge (1835-1910). Bovendien bestond het dak uit halfronde koepel bedekt met aluminium, wat een zilverachtige toon gaf aan zijn schilderijen.

Boven de deur stond de inscriptie ‘Where friends meet hearts warm’. Alma-Tadema stond in het middelpunt van de Londense society en ontving bezoekers als Tschaikovsky, Rodin, Henry James, Sarah Bernardt, Ignacy Paderewski, Enrico Caruso, de Prins van Wales (later Edward VII) en de jonge Winston Churchill.
Na de verkoop is het gebouw aan ingrijpende veranderingen onderhevig geweest. Momenteel staat op dit adres geregistreerd de heer Hani Asfari (voormalig) directeur van verschillende bedrijven en van de in 2006 door Ayman en Awsan Asfari opgerichtte Asfari Foundation. Dit is een liefdadigheidsorganisatie met als doel om beurzen te verstrekken aan individuen en organisaties in het Midden-Oosten om medische en educatieve ondersteuning te bieden en om de mensenrechten te beschermen. De bewoningsgeschiedenis is lastig te achterhalen vanwege de verschillende wijzigingen van het huisnummer in achtereenvolgens 34, 22, 17 en 44 Grove End Road.
In de blog van juni 2020 wordt nader ingegaan op de bouwkundige geschiedenis.
