door Geert-Jan Koot
Costume des anciens peuples, a l’usage des artistes / par M. Dandré Bardon ; contenant les usages religieux, civils, domestiques & militaires des Grecs, des Romains, des Israélites & des Hébreux, des Egyptiens, des Perses, des Scythes, des Amazones, des Parthes, des Daces, des Sarmates & autres peuples tant orientaux qu’occidentaux, &c. / par Dandré-Bardon
Paris : A. Jombert, jeune, 1784-1786. Nouv. éd., rédigée / par M. Cochin. 4 delen in 1 band : 350 gegraveerde platen ; 29 cm.
Michel-François Dandré-Bardon (1700-1783) was een Franse schilder, graveur en kunsthistoricus. In 1752 werd hij benoemd tot professor aan de Académie royale de peinture et de sculpture in Parijs. Zijn Costume des Anciens Peuples verscheen oorspronkelijk in 2 delen in respectievelijk 1772 en 1774. In dit exemplaar van de nieuwe, postuum bij Louis Alexandre Jombert verschenen editie, zijn de afzonderlijke delen in één band samengebracht. De titel van deze tweede editie is aangevuld met à l’Usage des Artistes om duidelijk te maken dat het werk is bedoeld voor kunstenaars om hen kennis bij te brengen over het weergeven van historische kleding en gebruiken bij volkeren in de oudheid. Deze editie is bewerkt door Charles Nicolas Cochin le jeune (1715-1790), een vooraanstaande Franse graveur, ontwerper en kunstcriticus. Hij was werkzaam aan het hof van Lodewijk XV als conservator van de koninklijke collecties en als secretaris van de Académie royale de peinture et de sculpture. De gravures zijn uitgevoerd door Simon-Charles Miger (1736-182S) die later bekendheid verwierf vanwege zijn afbeeldingen voor La Ménagerie du Muséum national d’histoire naturelle in 1804.
![Picture8[1]](https://i0.wp.com/theartofinformation.org/wp-content/uploads/2020/03/picture81.jpg?resize=367%2C466&ssl=1)
![50_1[1]](https://i0.wp.com/theartofinformation.org/wp-content/uploads/2020/03/50_11.jpg?resize=1599%2C1107&ssl=1)
Kurze Anleitung Kupferstiche nach dem Leben zu illuminiren und Zeichnungen zu vervielfältigen : nebst einer Anweisung wie man Firnis und Farben selbst verfertigen und alles wohl conserviren kann
Augsburg : Bey Kletts Wittwe und Franck, 1788. Neue Auflage. 32 pagina’s ; 17 cm.
Deze bescheiden en anoniem verschenen handleiding uit 1788 behandelt in 32 bladzijden uiteenlopende technieken voor het inkleuren, schoonmaken en restaureren van gravures en schilderijen. Een afzonderlijk hoofdstuk is gewijd aan kleur waaronder het mengen van pigmenten en kleurstoffen met opgaven van uiteenlopende toepassingen. Ook het schilderen en de manieren om schilderijen te drogen worden in afzonderlijke hoofdstukken behandeld. Het voorwoord vermeldt dat het boekje eerder is verschenen onder de titel Etwas für muessige Stunden.
![kurzeanleitungku00unse_0003[1]](https://i0.wp.com/theartofinformation.org/wp-content/uploads/2020/03/kurzeanleitungku00unse_00031.jpg?resize=492%2C833&ssl=1)
Memoir, containing an abridged treatise, on the cultivation and manufacture of indigo / by M. de Cossigny de Palma
Calcutta : Manuel Cantopher, 1789. 172 pagina’s ; 32 cm.
Inhoud: With a memoir, on the process observed by the natives on the coast of Coromandel / by Mr. Brunel, communicated by M. de Cossigny — A memoir of the process observed by the natives on the coast of Cambay / by Bramin Sadahnund, communicated by Mr. Mallet — Process observed by the natives of Injeram, in the northern Sircars / by Dr. Roxburgh, communicated by Mr. Harris — Process observed in the Dooaab and neighborhood of Agra, by Mr. Cochrane — Extract of a letter from the Honorable Court of Directors, in date 22d April, 1789, on the subject of the encouragement of the manufacture of indigo; with an analysis of the indigo manufactured in the company’s terratorial possessions in India, from the specimens transmitted to Europe last season / by Mr. Taylor, with remarks and hints on the process to be observed for the meliorating of the indigo produced in India. — Remarks of the above analysis of indigo, and on the process of the manufacture of the species of anil, cultivated in Bengal, and that lately received from Sumatra, by Mr. Robert Blake.
Gebonden met:
Description of a new species of indigo, from the Rajahmundry frontier : with experiments towards ascentaining the process for extracting the colouring matter / by Doctor Roxburgh, of Samulcottah
Calcutta : printed by Manuel Cantopher, 1790. 13 pagina’s : illustraties ; 32 cm.
Gebonden met:
Extract of a letter from Doctor Roxburgh dated Samulcutta 11th July 1791
7 ongenummerde handgeschreven pagina’s ; 28 cm. Los bijgevoegd is de uitgetypte tekst van het manuscript.
Gebonden met:
Process observed in making indigo at Bombay communicated by Doctor Scott in Sept 1791 with report on the quality of the indigo by Mr. Prince of Calcutta
2 bladen gevouwen tot 8 ongenummerde handgeschreven pagina’s ; 28 cm. “Signed by R.Steuart”. Bijgevoegd is de uitgetypte tekst van het manuscript.
Gebonden met:
A translated extract of a treatise on the culture of the coffee and cinnamon … as practised at Mauritius 1784 / by Mr. de Cossigny
London? , 1784? 8 pagina’s ; 28 cm.
In deze band zijn de vijf bovengenoemde gedrukte werken en geschreven brieven bijeen gebracht. De werken handelen vooral over de vervaardiging van de kleurstof indigo in de tweede helft van de 18de eeuw. Indigo is een blauwe kleurstof die kan worden gemaakt van twee verschillende soorten planten: de tropische plant indigo die de beste resultaten oplevert, en de wede plant Isatis tinctoria, ook bekend als pastel. Reeds vanaf de vroege middeleeuwen was wede de belangrijkste bron van blauwe kleurstof in Europa. Wede werd vervangen door indigo toen handelsroutes zich openden naar India in de 18de eeuw. De productie en handel in indigo was van enorm commercieel belang. Beide plantaardige grondstoffen zijn sinds 1897 geleidelijk vervangen door synthetische kleurstoffen. Tegenwoordig wordt synthetische indigo veel worden gebruikt voor het verven van denim.
Het eerste werk Memoir, containing an abridged treatise, on the cultivation and manufacture of indigo uitgegeven in India in 1789 is de Engelse versie gebaseerd op de Franse verhandeling van Joseph-Francois Charpentier de Cossigny de Palma (1736-1809) over de teelt en de extractie van indigo op het eiland Mauritius. De uitgave bevat veel toegevoegd materiaal van diverse auteurs met een sterke nadruk op de teelt, de productie en de handel van indigo in India. Joseph-François Charpentier de Cossigny werd geboren in Port-Louis, de hoofdstad van Mauritius, van 1721 tot 1810 een Franse kolonie die door de Fransen Isle de France werd genoemd. Charpentier de Cossigny was een ingenieur en botanist die verschillende tuinen voor geïmporteerde fruitsoorten op Mauritius opzette.

De tweede uitgave Description of a new species of indigo, from the Rajahmundry frontier : with experiments towards ascentaining the process for extracting the colouring matter uit 1790 is eveneens in India uitgegeven. Het is een verhandeling over nieuwe methoden om indigo te maken in de Indiase district Rajahmundry dat sinds 1602 onder Nederlands gezag stond. Toegevoegd is een interessante brief waarin verschillende experimenten worden beschreven om de kleurstof te extraheren uit de bladeren van indigo struiken die de auteur William Roxbury (1751-1815) in zijn tuin had gekweekt. Roxburgh was een Schotse chirurg en botanicus die veel in India werkte en plantensoorten beschreef. Economische toepassingen van de gewassen hadden zijn bijzondere belangstelling. Hij staat bekend als de grondlegger van de Indiase plantkunde. Een handgeschreven brief van Roxbury uit 1791 is toegevoegd.
Het volgende werk is een handschrift Process observed in making indigo at Bombay van enkele pagina’s uit 1791 gesigneerd door R. Steuart die verslag uitbrengt van het proces van het maken van indigo bij Mumbai in India. Het handschrift bevat eveneens een rapport over de kwaliteit van de indigo door ‘Mr. Prince of Calcutta’.
Tenslotte volgt een in Londen uitgegeven Engelse vertaling uit 1784 van Lettre sur les arbres a épiceries, avec une instruction sur leur culture et leur préparation ; et lettre sur le café door Joseph-François Charpentier de Cossigny. Hij beschrijft zijn experimenten met de verbouw van de koffieplant en de kaneelboom in zijn botanische tuinen op het Franse eiland Mauritius. Kaneel werd vanaf 1765 op Ceylon verbouwd en de handel was gemonopoliseerd door de Engelsen.
Aankoop met steun van het Wim Vehmeijer Fonds / Rijksmuseum Fonds

Beyträge zur Geschichte des Kobolts, Koboltbergbaues und der Blaufarbenwerke / von Friedrich Kapff
Breslau : In der Mayerschen Buchhandlung, 1792. xiv, 160 pagina‘s ; 20 cm.
Los bijgevoegd: Göttingische gelehrte Anzeigen (72. Stuck, 5. May 1817) waarin verslag wordt uitgebracht over twee artikelen van Friedrich Stromeyer over de chemische analyse van kobalt in Skutterud (Noorwegen) en Riegelsdorf in Hessen (Duitsland). Voor de titelpagina is een handschrift ingeplakt, bestaande uit 1 gevouwen blad over kobalt door Friedrich Stromeyer (gedateerd 26. Januar 1818).
Kobalt is een zeer intense blauwe kleurstof waarvan slechts weinig nodig is om een goed waarneembare kleur te verkrijgen. Dit boek behandelt de verschillende ertsen waarin het element kobalt voorkomt en het gebruik van metalen in diverse productieprocessen, met name in de glasindustrie. Het werk bevat een gedetailleerde beschrijving van delfplaatsen van kobalt in Duitsland en in andere Europese landen, technieken om het intense blauwe pigment te gebruiken en beschrijvingen van fabrieken in Europa waar deze kleurstof uit de delfstoffen werd vervaardigd. Er is ook een aantal statistieken opgenomen met de productieniveaus bij de verschillende raffinaderijen.
Kobaltglas, bekend als smalt wanneer het wordt gemalen als een pigment, is een diepblauw gekleurd glas dat wordt bereid door een kobaltverbinding in een zogenaamde glassmelt op te nemen. De uitvinding van het smaltproces in Europa wordt van oudsher toegeschreven aan de Boheemse glasfabrikant Christoph Schürer, omstreeks 1540-1560.

De auteur van dit boek, de mineraloog Friedrich Kapf (1759-1797) was de directeur van de mijnen in Berlijn. Beyträge zur Geschichte des Kobolts, Koboltbergbaues und der Blaufarbenwerke was zijn belangrijkste publicatie. Hij publiceerde ook werken over de mijnen in het vorstendom Fürstenberg en een verslag over de geschiedenis van het delven van mineralen en ertsen in Silezië. In dit boek zijn ook gedetailleerde uiteenzettingen en toepassingen opgenomen van andere delfstoffen zoals kwarts, graniet, basalt en steenkool.
Los bijgevoegd is een verslag over twee artikelen door de beroemde Duitse chemicus Friedrich Stromeyer (1776-1835) met chemische analyses van kobalt uit mijnen in Noorwegen en Duitsland. Bovendien is een handgeschreven verhandeling over kobalt van zijn hand uit 1818 bijgebonden. Stromeyer ontdekte in 1817 het mineraal cadmium. Gedurende zo’n 100 jaar was Duitsland het enige land ter wereld dat op grote schaal cadmium produceerde.

Nouveau cours de dessin : comprenant les principes de la figure, dans les trois états d’enfance, de virilité et de décrépitude : l’anatomie (myologie et osteologie), la perspective, un traité des ombres et du clairobscur, et une méthode pour dessiner les paysages, les fleurs et les ornemens, avec un grand nombre de figures en tailledouce, pour l’application des principes : précédé de réflexions sur une nouvelle méthode, propre à accélérer l’avancement de la jeunesse dans l’étude du dessin / par M. Pinet
Namur : J.J. Martin, an XI [1803/1804]. 133, [3] pagina’s, 45 bladen met platen (waaronder vouwbladen) : illustraties ; 24 cm.
De beeldhouwer Nicolas Pinet (1763-1840?) was afkomstig uit Luik en verbonden aan de École centrale de Sambre-et-Meuse, en gedetacheerd als ‘professeur’ aan de École de dessin in Namen (Namur). Hij was opgeleid als kunstenaar in de tekenkunst, beeldhouwkunst en prentkunst in Rome. Van 1794 tot 1814 valt Namen onder Frans bewind. De decreten opgesteld tijdens de nationale conventie van 1794 golden ook voor het tekenonderwijs. Tekenen en esthetiek werden gezien als de pijlers van een leer die zowel theoretische als praktische aspecten inhield, waarbij smaak en kennis, observatie en verbeeldingskracht werden gecombineerd.
Dit boek is ongetwijfeld bedoeld als leerboek voor de tekenschool van Pinet. De titel van de nieuwe leergang somt de onderdelen op die volgens het decreet op het tekenonderwijs aan bod moesten komen: “Nieuwe tekencursus, inclusief de principes van de menselijke figuur in de drie stadia van ontwikkeling, kindertijd, volwassenheid (virilité) en ouderdom (décrépitude); anatomie (myologie en osteologie) en perspectief”. Verder bevat het werk een verhandeling over schaduwwerking en clair-obscur, en een methode voor het tekenen van landschappen, bloemen en ornamenten, met een groot aantal geëtste figuren; vooraf gegaan door bespiegelingen op de nieuwe methode, bedoeld ter stimulering van de ontwikkeling van de tekenvaardigheden van de jonge leerlingen.
Er zijn slechts twee andere exemplaren bekend: in de Getty Research Library en de National Gallery of Art in Washington.

Notice sur le pastel (Isatis Tinctorum), sa cultura et les moyens d’en retirer l’indigo; haec planta multo melius tingit quam indigo / par M. de Puymaurin
A Paris : chez Henri Agasse, 1810. 63 pagina’s ; 21 cm.
Jean Pierre Casimir de Marcassus Puymaurin (1757-1841) was chemicus, politicus en medailleur of penningkunstenaar. Als kandidaat voor het Corps-Législatif werd hij in 1805 gekozen tot lid van de Senaat. Hij vertegenwoordigde de Sociétés d’agriculture et d’encouragement de Paris en was correspondent van de Académie des sciences et d’agriculture de Toulouse. Na zijn herverkiezing in 1811 rapporteerde Puymaurin over de resultaten van de experimenten met de vervaardiging van inheemse indigo-pastel die onder zijn supervisie waren uitgevoerd. Deze voordracht was gebaseerd op een tekst verschenen in de aflevering van september 1810 van het periodiek Moniteur, en kort daarop in boekvorm uitgegeven als Notice sur le pastel. Hierin beschrijft Puymaurin gedetailleerd de mogelijkheden om de kleurstof indigo uit het gewas wede te extraheren.
Wede of weed (Isatis tinctoria) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De oorspronkelijke groeiplaatsen zijn de Euraziatische steppes. Uit de plant kan een blauwe kleurstof genaamd pastel worden gewonnen. De benaming is ontleend aan het Occitaanse woord pastel, pasta. Dit wedeblauw werd tot de komst van de tropische indigo in de lakenindustrie gebruikt om wol blauw te verven. Het was tot in de 16de eeuw de belangrijkste leverancier van blauwe kleurstof in West-Europa. De wedecultuur stortte volledig in toen de Portugezen, en later de Nederlanders en Engelsen, indigo uit India naar Europa brachten. Deze tropische kleurstof was dieper blauw en kleurvaster. Puymaurin heeft met deze resultaten van zijn experimenten getracht om de oude technieken van de vervaardiging van indigo uit wede in Frankrijk nieuw leven in te blazen om tegenwicht te bieden aan de buitenlandse import van deze kleurstof uit India. In 1813 verscheen van zijn hand Instruction sur l’art d’extraire l’indigo contenu dans les feuilles du pastel.
Catalogue des plantes qui fournisent des couleurs bleues et vertes