Selectie aanwinsten mei 2021

door Geert-Jan Koot

Paris plastique

Paris : Les éditions Paris Plastique, 1926-1928. 3 delen (3 x 32 pagina’s) : illustraties ; 28 cm. N° 1-3 [december 1926 ; december 1927 ; augustus 1928].

Slechts drie afleveringen zijn verschenen van dit elegante tijdschrift in art deco stijl. De uitgever was Pierre Ulysse die onder verschillende namen geïllustreerde tijdschriften uitbracht vanaf het adres 12 rue Georges-Berger in het 17de arrondissement in Parijs. Naast dit inmiddels zeer zeldzame tijdschrift gaf hij ook de bekendere magazines uit als Paris Plaisirs (1922-1933), Paris Studio en Beauté Magazine.  Deze periodieken bestonden vooral uit reproducties van foto’s gewijd aan de schoonheid van het vrouwelijk naakt, met aandacht voor dans, gymnnastiek en lichaamscultuur, vaak in wervelende opmaak en aangevuld met pikante tekeningen.

omslag Paris Plastique # 3

De drie verschenen afleveringen van Paris Plastique onderscheiden zich van de andere uitgaven van Ulysse door de artistieke setting en poses van de naaktmodellen. Ook de omslagen zijn fraai ontworpen met art deco ornamentiek en uitsnedes waardoor een blik op een deel van de foto op de achterliggende pagina wordt geboden. De afleveringen werden aan de man gebracht met de wervende tekst op het titelblad : ‘Aussi nous espérons que Paris-Plastiques sera fort utile à nos lecteurs peintres, dessinateurs, sculpteurs, graveurs et qu’il aura l’agrément des collectionneurs …’. De foto’s werden betrokken van onafhankelijke fotostudio’s zoals Studio Manassé van het echtpaar Olga Solarics (1896-1969) en Adorjan von Wlassics (1893-1946) in Wenen. Studio Manassé vereeuwigde de schoonheid van de ‘nieuwe vrouw’: zelfverzekerd in haar eigen seksualiteit, en gericht op een zelfstandige positie in de moderne wereld. Adorjan en Olga richtten begin jaren twintig Studio Manassé op. De eerste illustraties van deze studio verschenen in tijdschriften in 1924, aan het begin van een periode gekenmerkt door een opbloeiende filmindustrie en vaudeville theaterproducties. Deze populaire periodieken en variété bladen waren gericht op een ​​publiek dat de behoefte had om een glimp op te vangen van de wereld van luxe en glamour. Studio Manasse contracteerde actrices, danseressen en zangeressen uit de wereld van film, theater, opera en vaudeville. Het doel was om meesterwerken te maken, waarbij make-up, retoucheringen en overschilderingen werden toegepast om een compromisloze artistieke kwaliteit te bereiken. Deze foto’s laten droomvrouwen zien met albasten en marmerachtige huid tegen fantastische geënsceneerde achtergronden. De fotograaf had totale controle over het resulterende beeld. De foto’s hebben geen bijschriften, evenmin zijn de namen van modellen of fotografen opgenomen. (Zie over Studio Manassé: https://lapetitemelancolie.net/tag/magazine-1930/)

omslag Paris Plastique # 2

French cancan / textes de M. Paul Perret ; toutes les photographies du ‘French cancan’ ont été exécutées par Mme G. Krull ; les photographies reproduites dans la deuxième partie de l’album proviennent de Studio Marcello

Paris : Éditions de Paris, 1930.  Ongepagineerd : voornamelijk illustraties ; 24 cm. Reeks: Images de Paris ; no. 2.

Het onderwerp van dit fotoboek uit 1930 is de cancan, een erotische dans afkomstig uit Algerije en populair geworden in nachtclubs als de Moulin Rouge in Parijs. De cancan is een linedance waarin een aantal vrouwen in een rij naast elkaar staan en tegelijk bewegen op de maat van de muziek. Hierbij tillen zij hun rokken op of tillen een been zo hoog in de lucht dat hun blote benen te zien zijn. Destijds werd dit als zeer aanstootgevend beschouwd.

Dit boek bevat foto’s door de van oorsprong Duitse fotografe Germaine Krull (1897-1985). Haar artistieke doorbraak kwam tijdens een verblijf in Parijs vanaf 1928, waar ze werd ingehuurd door populaire Franse tijdschriften zoals Variétés, L’art vivant en Vu. In 1928 publiceerde ze haar eerste fotoboek, Métal, met invloedrijke foto’s van de Eiffeltoren, maar ook van kranen en hydraulische liften in Amsterdam en Rotterdam. De fotografie in de jaren 1930 laat het kosmopolitische karakter van Parijs aan het begin van de twintigste eeuw zien. Maar ook de invloed van vrouwen, zowel in de vrije artistieke- als in de toegepaste pers-, mode- en reclamefotografie. Germaine Krull is een belangrijke exponent van deze avant-garde stroming aangeduid als ‘Neues Sehen’. Na Métal kregen haar fotoboeken 100 x Paris (1929), Marseille (1935) maar vooral  Études de nu (1930) veel bekendheid. Dit fotoboek met gekleurde heliogravures (lichtdrukken) van cancan danseressen door Germaine Krull is vrij onbekend en komt in slechts drie openbare bibliotheekcollecties voor. De geposeerde foto’s van gedeeltelijk geklede en naakte modellen (danseressen?) in het tweede deel van het boekje zijn volgens het titelblad van Studio Marcello.

voorzijde omslag

De letter op straat / [Violette Cornelius. foto’s ; Jan G. Elburg, tekst]

Wormerveer [etc.] : Meijer, [1956]. [16] pagina’s : hoofdzakelijk illustraties ; 30 cm.

Tekst op de achterzijde van de omslag: “Volgens idee en lay-out van Jurriaan Schrofer werd verzocht aan Violette Cornelius foto’s van letters op straat te maken die Jan G. Elburg van een tekst voorzag opdat wij – Drukkerij Meijer NV te Wormerveer en Amsterdam – dit drukwerk als hartelijke groet aan u kunnen toesturen bij de viering van kerstmis en nieuwjaar”.

Deze bescheiden uitgave is verstuurd als geschenk naar relaties van drukkerij Meijer NV ter gelegenheid van kerst en nieuwjaar in 1956. De ontwerper van fotoboeken Jurriaan Willem Schrofer (1926-1990) is verantwoordelijk voor de vormgeving. De tekst is geschreven door Jan Elburg (1919-1992), een kunstenaar en dichter die tot de literaire groep De Vijftigers behoorde. Aan Violette Cornelius (1919-2000) is gevraagd om foto’s te maken. Het leidend motief is letters in de stad wat voor Cornelius aanleiding gaf om opnames van op straat aangetroffen teksten te maken in Amsterdam, Parijs en Londen. Jan Elburg heeft zijn teksten in de vorm van reclame slogans gegoten. De kleurrijke abstracte omslag contrasteert met de levendige vormgeving van eigentijdse, gekleurde letters gecombineerd met zwart wit foto’s in uiteenlopende formaten. Schrofer noemde meerdere foto’s op één dubbele pagina een beeldblok.

Spread met een onregelmatige krans van foto’s die met de tekstfragmenten een harmonisch geheel vormen.

Violette Cornelius is geboren in Nederlands-Indië en kwam in 1937 naar Den Haag. Na een opleiding aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, stapte ze na een half jaar over naar de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam, waar de principes van Bauhaus toonaangevend waren. Tijdens de tweede wereldoorlog maakte zij deel uit van een groep kunstenaars onder leiding van Gerrit van der Veen die persoonsbewijzen vervalste. Cornelius maakte de pasfoto’s voor deze persoonsbewijzen. Tijdens de periode dat zij een relatie met Jurriaan Schrofer had, werkte ze aan door hem vormgegeven fotoboeken waaronder Delft (1954), De letter op straat (1956), en bedrijfsfotoboeken als het befaamde Vuur aan Zee (1958) en De Verbinding ter gelegenheid van de voltooiing van de automatisering in het telefoonnet van Nederland op 22 mei 1962. Jaren na haar dood belandde haar archief bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en kwam een herwaardering van haar werk op gang. Cornelius is een belangrijke maar ‘vergeten’ Nederlandse fotografe, die door haar levensstijl en langdurige verblijf in het buitenland decennialang buiten beeld bleef. De fotoboeken die ze samen met Jurriaan Schrofer maakte, luidden destijds een nieuwe beeldtaal in, gekenmerkt door wisselwerkingen tussen de foto’s en de typografie.

(Bron: Karen Duking, Cornelius, Violette, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. [02/05/2016]

Omslag met grote schreefloze letters opgeknipt in fragmenten en gecombineerd met kleurvlakken

Saloon society : the diary of a year beyond aspirin / by Bill Manville ; photographs by David Attie ; design by Alexey Brodovitch

New York : Duell, Sloan and Pearce, ©1960. First edition. 124 pagina’s : illustraties ; 26 cm.

Dit boek uit 1960 geeft een beeld van de fictieve Saloon Society door de ogen van protagonist A.E. Kugelman, gebaseerd op de gelijknamige wekelijkse rubriek van Bill (William Henry) Manville (1930) in het tijdschrift Village Voice. Bill Manville behoorde tot de literaire kringen van Greenwich Village in New York en de groep rond Jack Kerouac. In 1958 verscheen zijn eerste satirische en autobiografische rubriek in de Voice over een vrolijke groep dorstige vrienden op feestjes en lokale trefpunten. Uit deze tijd dateert de samenwerking tussen fotograaf David Attie (1920-1982) en grafisch ontwerper Alexey Brodovitch (1898-1971). Het boek is ontworpen door Brodovitch, en bevat foto’s van Attie, die eerder enkele opdrachten voor Brodovitch uitvoerde.  Attie was een Amerikaanse fotograaf. Zijn werk werd vanaf het einde van de jaren vijftig tot aan zijn dood in de jaren tachtig gepubliceerd in tijdschriften en boeken. Bovendien was Attie een beschermeling van de invloedrijke fotografiedocent en art director Alexey Brodovitch. De in Rusland geboren Brodovitch is in Amerika bekend geworden met zijn art direction van het modetijdschrift Harper’s Bazaar van 1934 tot 1958. David Attie over zijn leermeester Brodovitch: “The Alexey Brodovitch course … really changed the direction of my life. It was not anything that Brodovitch taught specifically, it was an ambiance that he created, a connection that he would make with particular students. He’d try to get them to move in directions that they were already discovering.” Attie werd vooral bekend om zijn inventieve pre-Photoshop-montages gemaakt door negatieven in de donkere kamer te combineren. Kerry William Purcell, de biograaf van Brodovitch, heeft Attie’s werk aan Saloon Society gekarakteriseerd als “an inspired set of experimental images.” Saloon Society geldt als een belangrijk en invloedrijk boekontwerp van Brodovitch, met een reeks fotocollages van David Attie die op kunstzinnige wijze als het ware in en rond de tekst van het boek zijn geweven. Het boek is een goed voorbeeld van het effectief samenspel van kunst (fotocollages) en taal (lettertypen en grafisch ontwerp). De chaotische verhalen uit de tegencultuur worden treffend onderstreept door het collage karakter van het werk van Attie.

voorzijde omslag van Saloon society : the diary of a year beyond aspirin

De originele flaptekst geeft de inhoud van het boek treffend weer:

“The Permanent Residents of Saloon Society live three martinis closer to the moon than the rest of us. They arrive on the scene like bursts of laughter —Lou the Ladies Man, Maggie Singleton, Perlman Pace, Big Mary, horn-rimmed men, pretty girls like showers of confetti, poets, Spanish waiters, sexual engineers, bustups, runaways, Ben Benton, A. E. Kugelman, Bill Manville. Theirs is an almost possible world, an Up world, the world of Greenwich Village—that seacoast of Bohemia which remains a sun-battered, open, inviting strip despite the invasion, generation after generation, of do-gooders, little theaters, espresso drinkers, tourists, nuts, sandal wearers, and, most recently, the poor Beats. Saloon Society still stages eight-day parties, uses kitchens for ash trays, fights the Sunday neurosis, and pokes fun at psychoanalysts, crusaders, rent payers, and citizens. The members of Saloon Society live in a world where there is no tomorrow, where the jugs of bourbon pour like sunshine, where the cigarette smoke is thick as dreams, where one rockets through the heightened moments of life”.

(Exposition, Regards sur un siècle de photographie à travers le Livre, Paris, 1996, no. 124. – M.+M. Auer, Collection, p. 399).

spread waarop alles tegelijk lijkt te gebeuren : een vrouw in badlaken naast een verzameling drankflessen; Tiffany lampenkappen zwevend in de lucht ; twee vrouwen waarvan één gekleed dansen terwijl een man een sigaret rookt. Alles wordt omgeven door rookslierten.

The sleep of reason : Lyle Bongé’s ultimate ash-hauling Mardi Gras photographs / interview by James Leo Herlihy ; preface by Jonathan Williams

[Highlands, N.C.] : [Jargon Society], [1974]. 17 pagina’s, 94 ongenummerde pagina’s afbeeldingen : illustraties ; 24 x 28 cm. Reeks: Jargon ; 77

Het onderwerp van dit boek is Mardi Gras, de dag voor aswoensdag, in Nederland vastenavond genoemd. Mardi Gras is Frans voor “Dikke Dinsdag” en weerspiegelt de praktijk van de laatste nacht van het eten van rijk, vet voedsel vóór de aanvang van de vastentijd die zes weken duurt tot Pasen. Tegenwoordig is het vooral een parade- en verkleedfeest als climax van een drie dagen durend caranavalsfeest.

voorzijde omslag

De Amerikaanse fotograaf Lyle Bongé (1929-2009) bezocht vanaf 1955 jaarlijks Mardi Grass in New Orleans, Louisiana. Veel foto’s in dit boek dateren uit de jaren ’60: “Shooting film in the French Quarter, 1964 was best for me” schrijft Bongé in het boek, “Photographers were few and ignorant of what they saw. The streets were thick with people and the participants outnumbered the gawkers.” Zijn foto’s van Mardi Gras worden gekenmerkt door een close-up intimiteit waardoor de rauwheid van het festival wordt verzacht. Het zijn levendige en vaak groteske persoonlijke portretten van festivalgangers en omstanders. De foto’s zijn afgedrukt in een korrelig zwart-wit en geschoten in een typische reportage stijl waardoor de surrealiteit van het carnaval wordt benadrukt.

Lyle Bongé en de auteur van de tekst, James Leo Herlihy (1927-1993), kenden elkaar uit hun schooltijd op het Black Mountain College in North Carolina. Herlihy vergezelde Bongé in 1973 om voor het eerst  Mardi Gras in New Orleans te bezoeken. Het resultaat van deze gezamenlijke onderneming is dit fenomenale verslag en tijdsdocument.

Eerder verwierf het Rijksmuseum een fotoboek met reportages van Mardi Gras festivals in Amerika tussen 2012 en 2015 door Daniel D. Teoli, Jr., Bikers’ Mardi Gras verschenen in een oplage van 50 exemplaren. De afbeeldingen tonen de cultuur van motorrijders op deze carnavalsfeesten, variërend van intieme portretten tot openhartige en grensverleggende foto’s, maar ook beelden van met veel zorg vervaardigde motorfietsen.

(Cop.) Daniel D. Teoli, Jr.,  Bikers’ Mardi Gras, 2015

Search & destroy

San Francisco, CA : [City Lights Bookstore], ©1977-©1979. 11 afleveringen : illustraties ; 45 cm.

No. 1 – No. 11 [all published], 1977/1979. 11 in-folio papers, [450 x 290 mm.] folded in two: no.1: 16 pp. – no. 2: 20 pp. no. 3-4-5: 24 pp. no. 6-7-8-9-10: 28 pp. no. 11: 32 pp. In sheets. Of the No. 1, which had 2 prints very soon one after the other, a copy of the second printing, and the number 10 is a reprint from 1988.

Het periodiek Search & Destroy is opgericht door V. “Valhalla” Vale (1944), beter bekend als Vale Hamanaka, die werkte bij City Lights Bookstore in San Francisco. Het tijdschrift werd aanvankelijk gefinancierd door de eigenaar van de boekwinkel Lawrence Ferlinghetti en de schrijver Allen Ginsberg. Vale was de eerste keyboard speler van de hard rock formatie Blue Cheer, en auteur van boeken en tijdschriften over de tegencultuur, uitgegeven door zijn bedrijf RE / Search Publications. De opzet van Vale was om een stem te geven aan de punkbeweging (a “total cultural revolt”). Later vertelde Vale aan muziekjournalist en schrijver Jon Savage dat hij was geïnspireerd door Finger, een obscuur pornotijdschrift: “Finger magazine was a great inspiration to me with Search & Destroy. It was an incredible, reader-written magazine on newsprint, stapled, a classic. All these people sent in their photos and the kinkiest stories. The most incredible, accidental poetic language. They did a parody of Patty Hearst, with a slavey-looking girl posing as Patty with a fake Symbionese Liberation Army banner. They showed things like sex with amputees, animal sex, everything that was taboo, they presented it. That was the aesthetic” (England’s Dreaming, pag. 440. Faber, 1991).

Search & Destroy # 4

Search & Destroy is het tijdschrift van de opkomende punk rock scene. Tussen 1977 en 1979 verschenen elf afleveringen in San Francisco. Alle belangrijke groepen uit Engeland en de Verenigde Staten zijn vertegenwoordigd zoals Sex Pistols, The Ramones, Pere Ubu, Crime, Dead Kennedys, Patti Smith, Iggy Pop, Screamers, Clash, Throbbing Gristle, Buzzcocks, Talking Heads, Devo, Weirdos, en Suicide. De naam is ontleend aan de proto-punk song van The Stooges, Search and Destroy. Zanger Iggy Pop verklaarde dat de titel was afgeleid van een kolomkop in een artikel in Time Magazine over de oorlog in Vietnam. Search & Destroy diende ook als een brug tussen de punkscene en kunstenaars die zowel de punk beïnvloedden als er door beïnvloed werden. Voorbeelden zijn de schrijvers Allen Ginsberg en William Burroughs en de filmregisseurs David Lynch en Russ Meyer, waarvan interviews en artikelen zijn opgenomen.

Search & Destroy behoort tot de belangrijkste, meest levendige en invloedrijkste documenten die uit de punk zijn voortgekomen. Het bevat veel interviews met leden van punkbands door Jon Savage, uitgevoerd in een chaotische opmaak. De zwart-wit foto’s van Richard Peterson, Ruby Ray, Judy Park, Marcus, Shahn Kermani, en Jean Gindreau lijken willekeurig over de pagina’s te zijn gestrooid. Aflevering 10 is gewijd aan de schrijver William Burroughs (1914-1997), een postmoderne auteur die de populaire cultuur en literatuur heeft beïnvloed. Burroughs was een belangrijke woordvoerder van de Beat Generation met een grote invloed op de tegencultuur van de jaren 60. De originele uitgave van deze aflevering uit 1978 is hoogst zeldzaam. In deze set in de herdruk uit 1988 opgenomen.

Search & Destroy # 10 William Burroughs

Ask the angels : photographs by Donna Santisi / compiled and edited by Marcy Blaustein

Orange, CA : Double R Books, 1978.  60 bladen : voornamelijk illustraties ; 19 x 13 cm. Spiraalband. Genummerd exemplaar (151).

“I am just a huge rock fan, I never really believed in my photography talent” (documenting the women of la’s 70s rock scene)

Donna Bose Santisi (1950) werkte tot de jaren ’80 overdag als accountant en s’avonds als fotojournaliste. Ze zag Janis Joplin 12 keer in concert in 1969. “Zij is de reden dat ik mijn eerste Mamiya Sekor camera kocht”.  In 1976 werd Santisi geïnspireerd door een uitvoering van het album ‘Horses’ door Patti Smith in de Roxy. Twee foto’s die ze van het concert maakte verschenen in het aprilnummer van het muziekblad Back Door Man. Dit waren haar eerste publicaties. Ze begon als fan foto’s te maken tijdens optredens van hardcore punk rock bands op verschillende locaties als The Whisky A Go Go en The Starwood in Los Angeles. Haar directe en ongepolijste zwart wit foto’s geven de sfeer van deze muziekcultuur treffend weer. De uitvoering van het boek Ask the angels in een zwarte ringband heeft dezelfde ongekunsteldheid als de foto’s, die zijn afgedrukt met weinig grijstinten. Het boekje geldt als een ‘cult classic’ van de dynamische West Coast New Wave muziekstroming met protagonisten als The Patti Smith Group, Blondie met Deborah Harry, Elvis Costello, Tom Verlaine, Iggy Pop, The Weirdos, The Dickies, Tom Petty, The Zeros, The Damned, Backstage Pass en The Screamers met Tomata du Plenty.  

Patti Smith

De publicatie is opgedragen aan Patti Smith ‘for inspiration motivation and communication’. Op de omslag staan afgebeeld Hellin Killer en Trudie Arguelles, ‘looking like they’d just been kicked out of heaven for making trouble’. Deze eerste uitgave uit 1978 werd oorspronkelijk in lokale platenwinkels verkocht voor $5 maar is nu zeer zeldzaam en gezocht. De herdruk uit 2010 is aangevuld met foto’s uit 1979 en 1980, maar zonder de ringband uitgegeven. 

Iggy Pop

Donna bleef reizende bands uit de USA en in Engeland fotograferen, maar alleen voor incidentele opdrachten. Uiteindelijk maakte ze zich los van de muziekwereld. Tegenwoordig maakt ze foto’s van haar omgeving in Californië, de pelikanen op Redondo Beach en de ‘sweetgum’ boom in haar straat.

(Interview with Donna Santisi, originally conducted July 2010. Alice Bag)

omslag met Hellin Killer en Trudie Arguelles, ‘looking like they’d just been kicked out of heaven for making trouble’

X-Capees : a San Francisco punk photo documentary / by Raye Santos, Richard McCaffree, f-Stop Fitzgerald ; with text by Howie Klein

Oakland, Calif. : X-Capees Press, 1980. 1st ed.  60 pagina’s : voornamelijk illustraties ; 21 x 23 cm.

Twee jaar na het fotoboek Ask the angels over de New Wave rock scene in Los Angeles van Donna Santisi verscheen  X-Capees over de punk rock scene in San Fransisco. Aan dit boek werkten drie fotografen mee: Raye Santos, Richard McCaffree, en f-Stop Fitzgerald. Voor een deel zijn dezelfde bands geportretteerd zoals Blondie, the Sex Pistols, Jim Carroll, Dead Kennedys, Devo, David Bowie, Iggy Pop, Patti Smith etc. Muziekcriticus Howard Klein behandelt in zijn inleidende tekst beroemde, beruchte, weinig bekende en vergeten figuren uit de hoogtijdagen van de San Fransisco Bay area. Het boek is enkele malen herdrukt, maar deze eerste editie is zeldzaam.

achterzijde omslag

“This book lays out something of what we saw of The New Wave here in San Francisco. These three photographers have captured the vitality and diverseness of the style and substance of what has come to form a San Francisco scene that is today prepared for a next wave. they caught the cycle at its urgent, surging peak of energy. That nadir of energy will be back again and again and again. Catch it whenever you can”. (Howie Klein November 1, 1979).

Fotograaf Richard McCaffree startte met Raye Santos in 1969 de ontwerp- en fotostudio “Two Dimensions” in Providence. In 1973 verhuisden ze naar de San Francisco Bay area. Tijdens de jaren ‘70 en ‘80 werkte hij als freelancer voor tijdschriften zoals Rolling Stone, Billboard, en Creem Magazine. McCaffree richtte zich vooral op foto’s van bands, muziekoptredens en festivals voor tijdschriften en platenmaatschappijen. f-Stop Fitzgerald maakt documentaire fotografie en heeft zich gespecialiseerd in reisreportages voor tijdschriften. Hij kreeg naam als illustrator van bestellers als Pillars of the Almighty van Ken Follett.

voorzijde omslag

Southern roads/city pavements : photographs of black Americans / by Roland L. Freeman

New York, N.Y. : International Center of Photography, 1981. [127] pagina’s : voornamelijk illustraties ; 22 x 26 cm.

De Amerikaanse fotograaf Roland L. Freeman (1936) werkte vanaf de jaren ’70 voor het persagentschap Magnum Photo’s maar ook voor diverse bladen als Life, Black Enterprise, en Essence. In de jaren zestig werd Freeman freelancefotograaf, met de nadruk op de burgerrechtenbeweging. Hij gaf les aan de George Washington Universiteit en was directeur van de Mississippi Folk Life Project voor het Smithsonian Institution’s Center for Folklife and Cultural Heritage. Sindsdien is hij als fotograaf verbonden gebleven aan deze instelling. Freeman heeft zijn leven gewijd aan het fotografisch documenteren van de complexe en gevarieerde levens van Afro-Amerikanen. Hij hoopt dat zijn werk “een moment zal vastleggen en een gevoel van tijd en plaats zal oproepen” (“It will capture a moment and evoke a sense of time and place”).

foto op achterzijde omslag

In 1981 opende de tentoonstelling Southern Roads/City Pavements: Photos of Black Americans in het International Center of Photography in New York City. Deze foto’s zijn het resultaat van een onderzoek naar de Afro-Amerikaanse cultuur vanaf 1968. Het laat uiteenlopende personages zien als de Baltimore Arabers (straatverkopers), inwoners met mooie hoeden, close-ups van serieuze jongeren en het volksleven in Mississippi. Het commentaar in de New York Times: “(Freeman’s) foto’s zijn in de traditie van Walker Evans en andere fotografen van de Farm Security Administration.” Deze FSA is beroemd om zijn kleine maar zeer invloedrijke fotografieprogramma dat de armoede op het platteland in beeld bracht van 1935 tot 1944. De foto’s van Roland Freeman in het boek dat bij de tentoonstelling werd uitgebracht geven het dagelijks leven en de zwarte Amerikaanse cultuur tijdens de overgang van landelijke naar stedelijke omgevingen. Bovendien illustreert dit hoe traditie, continuïteit en verandering op elkaar inwerken in de ervaring van een volk.

foto op voorzijde omslag

Robert Frank and American politics / introduction by Barbara Tannenbaum ; essay by David B. Cooper

Akron, Ohio (70 E. Market St., Akron 44308) : Akron Art Museum, ©1985. 28 pages : illustrations ; 22 x 28 cm.

Tentoonstelling Akron Art Museum, 8 november 1985 – 5 januari 1986

Toen de Zwitserse fotograaf Robert Frank (1924-2019) begin twintig was, vertrok hij als immigrant naar Amerika. Hier vond hij werk als commercieel fotograaf, met name bij Harper’s Bazaar onder de invloedrijke redactionele visie van Alexey Brodovitch (1898-1971). Frank is vooral bekend door de reeks foto’s The Americans, die hij eind jaren vijftig maakte tijdens een reis door de Verenigde Staten dankzij een Guggenheim Fellowship. De serie werd voor het eerst in boekvorm in het Frans gepubliceerd in Parijs in 1958 (Les Américains) en toont alledaagse onderwerpen, zoals diners, benzinestations, auto’s, jukeboxen, maar ook bureaucratie, vrije tijd, jeugdcultuur, high society, drukke straten in de stad, desolate open vlaktes, politiek, ras en religie. Aandacht voor deze onderwerpen was niet gangbaar in die tijd.

In 1984 kreeg Robert Frank van Harold Hayes, redacteur van het tijdschrift California, de opdracht om de Democratic National Convention in San Francisco te fotograferen. Sommige van deze foto’s, samen met Franks werk uit de jaren vijftig, werden in 1985 aangekocht door het Akron Art Museum. In deze catalogus zijn de zestien foto’s opgenomen die door het museum zijn gekocht. Frank is van mening dat al zijn werk een politieke lading heeft. Zijn foto’s registreren niet alleen, zij leveren commentaar. Zijn opmerking bij de afgebeelde foto van Robert Kennedy tijdens de Democratic National Convention van 1956 in Chicago: “There was nothing going on at the time. Is was in a corridor or at the start of a corridor. I absolutely knew nothing about Kennedy. But this visual image, his youth, the class of the Kennedy’s, must have made an impression on me. Why do you turn the camera? It must have been the visual charisma. Why else?”. 

Deze tentoonstellingscatalogus Robert Frank and American politics is in Nederlandse bibliotheken niet te vinden.

Robert Kennedy, looking over the shoulder of a politician-delegate who is talking to him at the Democratic National Convention 1956 (Akron Art Museum)

A new history of photography : the world outside and the pictures in our heads / by Ken Schles

Köln : White Press, 2008. New ed., rev. and emended. xi, 173 pagina’s : voornamelijk illustraties ; 28 cm.

Limited to 350 handmade signed and numbered copies. Bibliotheekexemplaar: 167 van 350.

Ken Schles (1960) is een Amerikaanse fotograaf uit Fort Greene, Brooklyn, New York. Hij wordt beschouwd als een belangrijke maker van fotoboeken. Behalve dit boek bezit het Rijksmuseum vier andere boeken van Schles. In zijn derde boek uit 2008, The New History of Photography, wordt het samenspel en de interactie van boeken in andere boeken geïllustreerd, handelend over de geschiedenis van fotografie en het maken van foto’s. Schles: “I present here my crooked understanding of the history of photography, as it organically, surfaced in the work I made over the course of many years. Sequenced with lapses and dwelling excessively on certain ways of seeing, many of you will not agree with the history I present, but it is a history of photography as best as I can make of it.”

Het boek is een persoonlijke geschiedenis van de fotografie. Het geeft inzicht in de gedachten van de fotograaf Ken Schles wiens referentiekader wordt bepaald door vooral Amerikaanse fotografen. Zijn foto’s zijn reflecties en projecties van fotografische beelden die hem treffen. Deze persoonlijke canon van de fotografie is ontstaan en gegroeid door de dagelijkse confrontatie met beelden uit de hem omringende wereld. Beelden die zijn gedeeld en geïnterpreteerd beïnvloeden de wijze waarop de wereld wordt ervaren. Ze krijgen zo een eigen leven en bepalen de manier van kijken. Het gevolg is dat men biologisch en sociaal geneigd is om de wereld te zien en te begrijpen door de ogen en gedachten van anderen.

“And so I present here a history of photography as it has spoken to me and as I understand it”. 

(Bron: http://www.kenschles.com/Books/NewHistoryBook/NH01.html)

cover The new history of photography: the world outside and the pictures in our heads / by Ken Schles

Drie fotoboeken door Hans Bol (1957)

God’s Allies / Hans Bol ; tekst, Kester Freriks ; vertaling, [van het Nederlands naar het Engels] Hans Bol, Sue Hart

Ooij : Recto Verso Publications, 2018. 69 pagina’s : 64 zwart-wit foto’s ; 18 cm.

De gelimiteerde editie van 35 exemplaren bestaat uit een gesigneerd en genummerd boek met een barietafdruk in een doos, de gewone oplage bestaat uit 500 exemplaren.

Genummerd en gesigneerd exemplaar: 26 (van 35).

God’s Allies revisited / Hans Bol ; text and translation, tekst en vertaling Hans Bol, Flip Bool

[Ooij] : Recto Verso Publications, september 2019. 68 ongenummerde pagina’s : illustraties ; 21 cm.

De gelimiteerde editie van 35 exemplaren bestaat uit een doos met daarin een gesigneerd en genummerd boek en twee gesigneerde/genummerde Toyobo Chine-collé prints op Washi paper.

Genummerd en gesigneerd exemplaar: 22 (van 35).

White crow / Hans Bol ; [Victor Vroomkoning ; Bert Schierbeek]

[Ooij] : Recto Verso Publications, juni 2020. 77 ongenummerde pagina’s : foto’s ; 18 cm.

De gelimiteerde editie van 35 exemplaren bestaat uit een handgemaakte doos met daarin een gesigneerd en genummerd boek en twee gesigneerde/genummerde Toyobo Chine-collé prints.

Genummerd en gesigneerde exemplaar: 5 (van 35).

Hans Bol is een Nederlandse fotograaf van wie het Rijksmuseum deze drie recent verschenen fotoboeken verwierf. De drie boeken vormen een soort trilogie vanwege de onderlinge overeenkomsten, zowel in vorm als in onderwerp. Het formaat is met 18 tot 21 centimeter relatief klein, en de boeken zijn genummerd in kleine oplagen van 35 exemplaren verschenen in eigen beheer. Aan elk exemplaar in de gelimiteerde oplage zijn één of twee originele afdrukken toegevoegd. De foto’s zijn gemaakt over een langere periode en hebben als onderwerp raven en kraaien. Deze zwarte vogels zijn speels, intelligent en soms ook dreigend. In de mythologie had oppergod Odin twee raven, genaamd Hugin en Munin, die stonden voor ‘geheugen’ en ‘gedachte’. Zij werden dagelijks naar de aarde gestuurd om in de gaten te houden wat de mensheid aan het uitspoken was, en brachten daar ’s avonds verslag over uit. Voor zijn boeken God’s Allies uit 2018, en God’s Allies Revisited uit 2019, bracht Bol de mysterieuze en goddelijke elementen tot uitdrukking die vaak worden toegeschreven aan kraaien en raven door verschillende doka-technieken toe te passen. Door het toeval als een expressief hulpmiddel te gebruiken, zijn de resulterende afdrukken vaak onvoorspelbaar en onvoorwaardelijk.

God’s Allies Revisited (Copyright Hans Bol / ArtiBooks)

De passie van Hans Bol ligt bij analoge fotografie. In 2017 besloot hij zijn analoge archief te doorzoeken om afbeeldingen met kraaien te vinden. Na het maken van veel afdrukken in de donkere kamer had hij het gevoel genoeg materiaal te hebben voor een boek. De ontwerper Willem van Zoetendaal gebruikte slechts een fractie van de foto’s voor het eerste boek Gods Allies.  Kester Freriks, bekend van zijn boeken over de natuur, heeft poëtische teksten toegevoegd waarin hij laat zien hoe goed hij naar deze dieren heeft gekeken.

God’s Allies (Copyright Hans Bol / ArtiBooks)

Omdat slechts een klein deel van de foto’s waren geselecteerd voor het eerste boek, besloot Bol tot een vervolg met de titel God’s Allies revisited. De tekst is geschreven door Bol om zijn bedoeling bij het maken van de afdrukken voor het boek toe te lichten: “Ik voelde dat het bevrijdend zou zijn om af te drukken zonder me te concentreren op het eindresultaat, om elk idee dat spontaan opkwam uit te proberen, flexibel te zijn met de grootte, regels te overtreden en dergelijke, toning-opties zoals thee en koffie te gebruiken voor sommige van de afbeeldingen”. In een interview verklaart hij het gebruik van bladgoud in het boek: “Deze zwarte vogels hebben een zekere ‘goddelijke’ kwaliteit. Door de eeuwen heen zijn ze gezien als waardevolle en bijzondere boodschappers van de goden, symbolen van geluk maar ook van de dood. Om deze kwaliteiten te accentueren is er bladgoud toegevoegd. Het kostte wat experimenten voordat ik een perfecte manier vond om bladgoud toe te voegen aan de analoge afdruk”.

God’s Allies Revisited Copyright Hans Bol / ArtiBooks)

In het meest recente boek, White Crow uit 2020, zijn naast de kraaien ook foto’s van zijn stervende vader opgenomen. In 2012 maakte Bol 1400 opnames van zijn vader gedurende de laatste zes weken van zijn leven in een hospice. Hans Bol: “In ‘White Crow’, I intuitively sequenced the images trying not only to pay tribute to my dying father but also lifting the story to a more universal level. For example, showing how life in itself is a flight that has only one certainty, which is our final destination – death”. De gedichten van Bert Schierbeek en Victor Vroomkoning voegen een contemplatief element toe. De tekst is door Rob Stolk in zilveren letters op blauw papier afgedrukt. Ook de beide andere boeken werden gedrukt in duotone offset door Rob Stolk.

(Bron: From here to eternity: an interview with Hans Bol – ARTI BLOG 14 augustus 2020)

keerzijde omslag White Crow ( Copyright Hans Bol / ArtiBooks)

The rustle of touch / photography Ellen Korth ; texts Rob Bloemendal, Christoph Dautermann, Peter Truschner, Esma Moukthar, Margreet van ’t Wel, Gudrun Thiessen-Schneider, Hiska Bakker.

[Plaats van uitgave niet vastgesteld] : [Ellen Korth], [2020]. 1 deel (ongepagineerd) : illustraties ; 23 cm.

Omslag bedrukt met lak. Kartonnen foedraal bedekt met verfrommeld dun papier.

Bibliotheekexemplaar Engels: genummerd 52 (van 100).

Zie voor een uitvoerige beschrijving van dit boek over het ondergoed van de adel in Kasteel Twickel de selectie van aanwinsten mei 2021 (blog van de afdeling Research Services)

copyright foto’s Ellen Korth