Selectie aanwinsten november 2019

door Geert-Jan Koot

La Perspective speculative, et pratique. Ou sont demonstrez les fondemens de cet art, & de tout ce qui en a esté enseigné jusqu’à present : ensemble la maniere universelle de la pratiquer, non seulement sans plan geometral, & sans tiers poinct, dedans ni dehors le champ du tableau : mais encores par le moyen de la ligne, communément appelleé horisontale / de l’invention de Jacques Aleaume, ingenieur du Roy ; mise au jour par Estienne Migon, professeur és mathematiques
Paris: Chez Melchior Tavernier … et chez François Langlois, 1643. 4 ongenummerde pagina’s, 155 pagina’s, 5 ongenummerde pagina’s : 39 gegraveerde illustraties ; 25 cm.

Dit boek is een belangrijk werk over perspectief, geschreven door de wiskundige en instrumentbouwer in dienst van het Franse hof, Jacques Aleaume (1562-1627). Aleaume benadrukt de rol van perspectief als technische wetenschap, in plaats van een creatieve kunst. Hij illustreert dit met duidelijke illustraties om het perspectiefveld, de zichtlijnen en de perspectiefpunten te bepalen.

Aleaume2

Het manuscript was ten tijde van de dood van Aleaume onbewerkt en het werd gekocht door de drukkers en boekverkopers Pierre Rocolet en Charles Hulpeau die in 1628 een koninklijke toestemming kregen om het werk van Aleaume te publiceren onder de titel Introduction à la perspective, ensemble l’usage du compass optique et perspective. Enkele exemplaren van het manuscript, of op zijn minst een deel ervan, verschenen in druk voordat het project werd beëindigd vanwege de dood van Hulpeau. Pas in 1641 besloot de wiskundige Étienne Migon, ‘imprimeur du roi parisiens’ en professor in de perspectiefleer aan de Académie Royale de Peinture, om de aangevangen editie van Aleaume’s werk af te ronden. Hij begon echter het werk radicaal te herzien. Eerst verving hij de reeds gemaakte houtsneden door kopergravures, en tenslotte herschreef hij de tekst. In 1643 verscheen zijn editie onder de titel La Perspective speculative, et pratique. Migon gaf niet aan welke zaken hij in Aleaume’s werk had veranderd. Aangezien de verblijfplaats van het handschrift onbekend is en er geen exemplaren van de oplage uit 1628 bekend zijn, is het moeilijk te bepalen waar Migons veranderingen uit bestonden. Omdat het niet mogelijk is om te beslissen wie verantwoordelijk was voor welke ideeën in de editie van Migon, zou het werk gezamenlijk moeten worden toegeschreven aan Aleaume en Migon.

De inhoud van La Perspective speculative, et pratique is wiskundig zeer interessant en uniek voor de tijd. Een nieuw idee was om een raster van vierkanten te gebruiken als een coördinatenstelsel in het beeldvlak. Aleaume en Migon gebruiken niet de term “coördinaten”, maar ze verwijzen wel naar een punt in het grondvlak door bijvoorbeeld “20,20” te noteren. Aleaume en Migon hadden hogere ambities dan constructies van punten in het grondvlak direct in het beeldvlak. In feite wilden ze directe constructies maken van elke horizontale lijn. Om dit te doen introduceren ze een derde schaal, namelijk een hoekschaal aan de horizon.

Het werk van Aleaume en Migon kreeg enige bekendheid en er werd vaak naar verwezen, maar het had weinig invloed. In de zeventiende eeuw nam niemand de techniek over of probeerde de ideeën over directe constructies te generaliseren. Het boek werd ook niet herdrukt. De volgende belangrijke protagonist van de perspectiefgeometrie was Brook Taylor (1685-1731).

(zie ook: ‘The work of Aleaume and Migon’, in: The geometry of an art / Kirsti Andersen, p. 418-427)

Aleaume2

Optique de portraiture et peinture, en deux parties, la premiere est la perspective pratique acomplie, pour representer les somptueuses architectures des plus superbes bâtimens en perspective par deux manieres. … La deuxieme partie contient la perspective speculative, sçavoir les demonstrations & declarations des secrets fondamentaux des regles ou moyens contenus en la premiere partie. … / Par Gregoire Huret
A Paris : Chez l’Autheur, prés la boucherie de la Porte-Paris, ruë de la Savonnerie, à l’Escu de France, 1670. 14 ongenummerde pagina’s, 159 pagina’s, 10 bladen platen : prenten ; 38 cm.

Na het ontslag van Abraham Bosse als leraar perspectief aan de Academie royale de peinture et sculpture te Parijs nam tekenaar en graveur Grégoire Huret (1610-1670) diens lessen over. In zijn boek Optique de portraiture et peinture bekritiseert hij de opvattingen van Bosse in diens boek Traité des pratiques géométrales et perspectives uit 1665. Huret gaat verder dan het lijnperspectief en zoekt naar de relatie met de ruimtelijke weergave die in de 19de eeuw wordt ontwikkeld als de projectieve meetkunde. Hij beperkt zich niet tot de perspectiefleer en bespreekt ook onderwerpen als de schilderkunst. Uit het voorwoord blijkt dat het boek is bedoeld om de regels voor het tekenen in perspectief te onderwijzen, maar Huret behandelt ook diverse andere onderwerpen.

optique-frontispiece.jpg
Frontispiece

In zijn studie The science of art : optical themes in Western art from Brunelleschi to Seurat  benoemt Martin Kemp nog een ander aspect van dit boek: ‘In portraying the bodies of man and animals Huret grants the liberty to the painter to draw them without any perspectival distortion on the picture plane, just as the eyes see them in life. This is a plea for a flexible response to natural vision and Judgement by eye … Not surprisingly he criticized Cousin, Barbaro, Marolois and Desargues for taking mathematical perspective beyond its visual limits’.

(zie ook: “The geometry of an art”  / Kirsti Andersen, p. 465-466)

Optique plaat 6
Studie voor anamorfose in “Optique de portraiture et peinture”

Linear perspective: or, a new method of representing justly all manner of objects as they appear to the eye in all situations. A work necessary for painters, architects, &c. to judge of, and regulate designs / by Brook Taylor
London: R. Knaplock, 1715. (ii), 42 (2) pagina’s, 18 platen ; cm

In dezelfde band de tweede editie: New principles of linear perspective: or, the art of designing on a plane the representations of all sorts of objects, in a more general and simple method than has been done before / by Brook Taylor
London: R. Knaplock, 1719. [xiv), 70 pagina’s, 13 platen ; cm

Brook Taylor (1685-1731) werd geboren in het Engelse Edmonton (Middlesex). Hij studeerde af in de rechten aan het St. John’s College te Cambridge in 1709, werd in 1712 verkozen tot Fellow van de Royal Society en in 1714 benoemd tot secretaris. Van 1712 tot 1724 leverde hij regelmatig bijdragen over wiskunde en natuurfilosofie aan de Philosophical Transactions. Bovendien vond hij tijd om muziek te beoefenen en om te schilderen. Volgens zijn eerste biograaf, zijn kleinzoon William Young, was Taylor een volleerd landschapschilder. Het is waarschijnlijk dat Taylor’s interesse in klassieke meetkunde, in combinatie met zijn activiteiten als schilder, hem ertoe brachten om het perspectief te bestuderen.

Brook Taylor’s beide werken, Linear perspective en New principles on linear perspective, hier verenigd in één band, behoren tot de belangrijkste bronnen in de geschiedenis van de perspectieftheorie. De teksten richten zich op twee aspecten van deze geschiedenis. De eerste is de ontwikkeling, vanaf het begin van de 17e eeuw, van een wiskundige perspectieftheorie gericht op het oplossen van fundamentele perspectiefproblemen. Tegelijkertijd worden meer algemene problemen in de projectieve meetkunde behandeld. Taylor was een van de sleutelfiguren in deze ontwikkeling. Het tweede aspect betreft het probleem van het overbrengen van de door wiskundigen opgedane kennis naar de beoefenaars waaronder schilders en architecten. Hoewel de boeken van Taylor eerder theoretisch wiskundig dan inspirerend en uitnodigend waren, was hij de eerste wiskundige die erin slaagde om bij beoefenaars interesse op te wekken voor het onderwijzen van de theoretische basis van perspectief. Hij werd zo belangrijk in de ontwikkeling dat hij in Engeland de vader van het moderne perspectief werd genoemd. Onder zijn volgelingen in Engeland kunnen worden gerekend de schilder John Kirby, Joseph Highmore en de wetenschapper Joseph Priestley.

Taylor ontleende zijn meest markante denkbeelden aan werken van andere wiskundigen, nam deze als uitgangspunt om een theorie te ontwikkelen die veel algemener, uitgebreider en systematischer was dan ooit tevoren. Ondanks deze ontleningen blijft Taylor’s bijdrage aan de perspectieftheorie zeer origineel. Hij ontwikkelde zijn perspectieftheorie op een formele manier in een reeks stellingen en bewijzen. De meest originele ideeën waren zijn definitie van verdwijnpunten en verdwijnlijnen voor alle lijnen en vlakken, en het toepassing daarvan. Even opmerkelijk is zijn theorie voor het omgekeerde perspectiefprobleem. Dat diende later als basis voor Johann Heinrich Lambert en voor de ontwikkeling van de fotogrammetrie. Taylor maakte ook gebruik van het idee om oneindig verre snijpunten te associëren met parallelle lijnen, en hij probeerde methoden te bedenken om meetkundige constructies direct in perspectief weer te geven.

Taylor’s eerste boek over lineair perspectief was echter zo beknopt dat de Zwitserse wiskundige Daniel Bernoulli het karakteriseerde als onduidelijk voor iedereen en onbegrijpelijk voor kunstenaars waarvoor het boek in het bijzonder was geschreven. Zelfs de tweede uitgave met bijna twee keer zoveel pagina’s als de voorgaande versie, leverde weinig meer inzichtelijkheid op. Desondanks was de invloed zeer aanzienlijk. Het boek kende in totaal vier edities en drie vertalingen. Bovendien hebben twaalf auteurs in tweeëntwintig uitgaven de theorieën van Taylor uitgewerkt. Na de vertalingen in het Italiaans en het Frans, kort na 1750, werd het werk van Taylor ook populair op het continent.

Linear perspective bestaat uit vijf delen, waarvan het eerste deel de fundamentele definities en stellingen bevat. Het tweede deel behandelt een aantal problemen met betrekking tot het bepalen van perspectiefbeelden. Het derde en vierde deel gaan in op schaduwen en reflecties in het beeldvlak en ten slotte is het vijfde deel gewijd aan omgekeerde perspectiefproblemen. In New principles of linear perspective heeft Taylor nog twee onderwerpen als bijlagen toegevoegd. In de eerste bijlage behandelt Taylor de schaduwprocedure: het vinden van de weergave van een lijn op een onregelmatig oppervlak als een schaduw. De tweede appendix draagt de titel A New Theory for mixing colours taken from Sir Isaac Newton’s Opticks. Hier past Taylor het model van Newton aan om het mengen van lichtstralen – later bekend als de kleurencirkel van Newton – uit te leggen aan de hand van het mengen van kleurpigmenten. Taylors appendix toont zijn wens om de kunst van het schilderen te behandelen op basis van wetenschappelijke principes. Voor het tekenen van lijnen presenteert hij een zeer geavanceerde theorie, deels van zijn eigen ontwerp, en voor het mengen van kleuren past hij de nieuwste theorie van licht en kleuren toe.

(Voor een gedetailleerde studie van beide edities: Brook Taylor’s work on linear perspective : a study of Taylor’s role in the history of perspective geometry/ Kirsti Andersen).

Brook Taylor-titelblad
Titelblad van Brook Taylor’s “Linear perspective” uit 1715

Stereography, or, a compleat body of perspective, in all its branches; teaching to describe, by mathematical rules, the appearances of lines, plain figures, and solid bodies, rectilinear, curvilinear, and mixed, in all manner of positions: together with their projections or shadows, and their reflections by polished planes. The whole performed by uniform, easy, and general methods, for the most part entirely new. In seven books / by John Hamilton
London : printed for the author, by W. Bowyer, … and sold by S. Austen, … in St. Paul’s Church-Yard., 1738. 16 ongenummerde pagina’s, 37, 400 pagina’s, 130 bladen platen : illustraties ; 39 cm.

De 130 platen zijn achterin gebonden.

Deze omvangrijke perspectiefstudie is gebaseerd op Brook Taylors Linear perspective uit 1715. John Hamilton werkte met name de theorie van Brook Taylor over het lineaire perspectief uitvoerig uit. Terwijl andere contemporaine schrijvers over het perspectief, zoals Brook Taylor zelf, Willem Jacob ’s Gravesande en later Johann Heinrich Lambert zich vooral op de praktische toepassingen in de kunsten richtten, ging Hamilton veel wiskundiger te werk in zijn duiding van het perspectief. Hij behoort daarmee tot de voorlopers van de projectieve meetkunde met zijn stereografische projecties van conische vormen. Hamilton toont grote bewondering voor Brook Taylor en hoewel hij dicht bij Taylors denkbeelden blijft, gaat hij in de duiding van de perspectivische beginselen stapsgewijs en gedetailleerder te werk, ondersteund door een groot aantal voorbeelden van meetkundige figuren. Ook in het weergeven van schaduwen en reflecties en het gebruik van verdwijnpunten legt Hamilton de lat hoger. In het laatste hoofdstuk gaat hij in op de elf thema’s die voor de praktische toepassingen van het perspectief van belang zijn, waaronder ‘Of the consequence of viewing a picture from any point than the true point of sight’, ‘Aerial perspective’, ‘Scenography’ en ’Anamorphoses’.

Het belang van het werk is vooral gelegen in de eerste uitwerking van de projectieve meetkunde dat zijn oorsprong vindt in het lijnperspectief. Kirsti Andersen karakteriseert het werk als volgt: ‘Hamilton combined his presentation of perspective with a study of projections of conic sections and harmonic division. By including these objects he produced a work that more than any other pre-1800 book on perspective belongs to the prehistory of projective geometry.’ (Andersen p. 542). Stereography heeft Thomas Malton (1726-1801)  beïnvloed, en ook bij Johann Heinrich Lambert (1728-1777)  zijn bepaalde denkbeelden van Hamilton terug te vinden.

Over John Hamilton is weinig bekend. Hij was een fellow van de Royal Society in Londen en maakte carrière in de rechten. De graveur van de illustraties, James Mynde (1702-1771) had vrij recent naam gemaakt met zijn gravures van de hemelkaarten voor de Atlas Coelestis van Flamsteed uit 1729. De platen in Stereography zijn echter grotendeels schematisch en vereisen nauwelijks de vaardigheid van Mynde. Elke plaat is afgedrukt aan de rechterkant van een volledig vel papier en bedoeld om te worden gebonden als uitvouwbladen in de tekst. In dit exemplaar zijn alle 130 platen achter de tekst ingebonden. Volgens de prospectus zijn 750 exemplaren gedrukt waarvoor zich slechts 79 intekenaren hadden opgegeven. Van deze oplage zijn nog slechts 25 exemplaren bekend. Dit exemplaar werd bij een antiquariaat in New York aangetroffen. In 1749, twee jaar na de dood van Hamilton, werd het boek met de gewijzigde titel A complete body of perspective, in all its branches… in Londen opnieuw uitgegeven.

(zie ook: “The geometry of an art” / Kirsti Andersen, p. 541-547)

Stereography2

Die freye Perspektive, oder Anweisung, jeden perspektivischen Aufriss von freyen Stücken und ohne Grundriss zu verfertigen / J.H. Lambert
Zürich : Bey Heidegger und Compagnie, 1759. [10], 196 pagina’s, VI bladen platen : illustraties ; 19 cm.

Johann Heinrich Lambert (1728-1777) was een Duits-Zwitserse wetenschapper. Hij was behalve wiskundige ook astronoom, natuurkundige en filosoof. Lambert wordt gezien als de grondlegger van de moderne cartografie vanwege zijn theorie over kaartprojecties.
Met zijn tweede boek Freye perspective uit 1759 werd Lambert pas na zijn dood bekend. In de inleiding vermeldt hij dat het werk is bedoeld voor de kunstenaar die een perspectieftekening wil maken zonder eerst een plattegrond te moeten ontwerpen. Het boek is een meesterwerk in de beschrijvende meetkunde, met een schat aan geometrische ontdekkingen. In dit werk bewees Lambert zichzelf als een meetkundige met grote intuïtieve krachten.

De beschrijvende meetkunde, in Vlaanderen ook wel wetenschappelijk tekenen genoemd, is een tak van de meetkunde die zich bezighoudt met de representatie van driedimensionale objecten in twee dimensies. De beschrijvende meetkunde is in de 18e eeuw verder ontwikkeld door de Franse wiskundige en staatsman Gaspard Monge (1746-1818). In 19e en 20e eeuw werd de beschrijvende meetkunde de grondslag voor het bouwkundig en industrieël technisch tekenen. Lambert legde de grondslag voor deze belangrijke op de praktijk van het tekenen gerichte theorie met zijn bijzondere projectietechniek zonder plattegronden of opstanden.
Ondanks zijn op de praktijk gerichte behandeling van het perspectief voelde hij zich niet geroepen om zich als leraar op te stellen. Hij neemt slechts twee illustraties op om de combinatie van verschillende meetkundige constructies uit te leggen. De meeste illustraties behandelen relatief kleine deelproblemen zoals het trompe l’oeil. In zijn weergave van een tuin met een horizontaal en een aflopend gedeelte demonstreerde hij zijn vakmanschap van de perspectivische meetkunde (zie afbeelding).

Freye taf.5
plaat 5 met onder meer afbeelding 23 (midden boven) waarop de tuin met een horizontaal en een aflopend gedeelte in perspectief getekend.

Helaas bleven Lamberts opzienbarende ontdekkingen in zijn tijd vrijwel onopgemerkt. Een reden dat het werk niet doordrong tot de kunstenaars en architecten is gelegen in de noodzakelijke wiskundige basiskennis om het perspectief met succes toe te passen. Pas rond 1800 kreeg Lambert’s perspectiefleer een belangrijke plaats in het onderwijs aan de kunstacademies van Berlijn en Dresden. De schilder Johann Erdmann Hummel schrijft dan over ‘onze Lambert’: `Die Begründung … alles was perspektivische Zeichnung genannt werden kann, umfassende Lehre, verdanken wir dem Scharfsinn unseres Lamberts; und vergeblich würde man versuchen etwas volkommeneres auszudenken‘ (Hummel 1824).

(zie ook: “The geometry of an art” / Kirsti Andersen, p. 647-705)

Deze vijf perspectiefboeken worden ook besproken in de blog van november 2019

Freye Taf.4
plaat 4 met afbeelding 14: perspectiefstudie

Useful hints on drawing and painting : intended to facilitate the improvement of young persons / John Cart Burgess
London, the author, 1818. vii, 54 pagina’s ; 21 cm.

John Cart Burgess (1798-1863) was een Engelse aquarellist van bloemen en landschappen en auteur van twee boeken over kunsttechniek en een perspectiefleerboek. Hij maakte deel uit van de bekende Burgess-dynastie van schilders. Zijn grootvader, vader en broers waren ook schilders. Hij stelde regelmatig werken tentoon in de Royal Academy in Londen. De eisen van een groeiend gezin dwongen hem zich uitsluitend op het onderwijs te richten. In de positie van tekenmeester gaf hij onder meer les aan verschillende leden van de koninklijke familie.

Dit bescheiden instructieboekje geeft praktische aanwijzingen voor het tekenen en schilderen voor aankomende kunstenaars. Het is voorzien van een handgeschreven opdracht van de auteur. Het is door Burgess in eigen beheer uitgegeven en bedoeld als lesboek voor zijn leerlingen. Dit exemplaar bevat een handgeschreven opdracht van de auteur.
Het Rijksmuseum bezit ook het eerste instructieboek over het schilderen en tekenen van bloemen van John Cart Burgess, A practical essay on the art of flower painting, comprehending instructions in the drawing, chiaro-scuro, choice, composition, coloring, and execution or finishing of flowers.

burgess.jpg

Praktischer Unterricht in de Aquarell- und Gouache-Malerei : nebst Anweisungen zum perspectivischen Zeichnen, Tuschen, Farbenmischen, Coloriren & c. : für Anfänger und Dilettanten / von Ferd. Schubert
Quedlinburg und Leipzig: Verlag vorn Gottfr. Basse, 1832. 46 pagina’s, 1 blad platen : illustraties ; 19 cm.

Stempel ‘Ferdinandeum’ op het titelblad

Ferdinand Schubert (1794-1859) is de oudere broer van de componist Franz Schubert. Ferdinand was leraar en schreef enkele boeken voor het onderwijs op zijn school, waaronder het verworven boekje. Er zijn slechts een paar exemplaren bekend van de handleidingen geschreven door Ferdinand Schubert.
Hoewel uit de titel blijkt dat het boekje is bedoeld voor beginners en leken, geeft het werk gedetailleerde instructies over alle aspecten van het schilderen met aquarelverf zoals het kiezen van de beste verf, de juiste penselen en het kiezen van kleuren, het effectief mengen van verf, specifieke technieken voor lucht, water, grond, bomen, enzovoort. De inleidende hoofdstukken geven de beginselen weer van de wetten van het perspectief en het schetsmatig tekenen als grondslag voor het schilderen in aquarel. De illustratie bestaat uit een vouwblad met een gravure met benodigdheden voor de schilder. Schubert negeert doelbewust alle aspecten van het schilderen met olieverf, waarvan hij aangeeft dat die techniek in een ander boek aan bod komt. Dat blijken de volgende twee boeken die eveneens in 1832 bij dezelfde uitgever verschenen: Anweisung zur Miniaturmalerei : zum Selbstunterricht, en Vollständiger Unterricht in der Oelmalerei, nebst praktischer Anweisung zum Portraitiren.

Volgens de stempel op het titelblad behoorde het boek tot het Museum Ferdinandeum, het huidige Tiroler Landesmuseum in Innsbruck, Oostenrijk. Kennelijk zijn in het verleden boeken uit de bibliotheek van dit museum afgestoten. Diverse boeken van de verzamelaar Frits Lugt, nu in het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag, dragen hetzelfde stempel.

Schubert-titel

Description historique et raisonnée d’une collection de tableaux des écoles italienne, flamande, hollandaise, française et espagnole, appartenant à mesdames Dumont de Frainays : contenant quelques réflexions sur la peinture / par Alexandre Lenoir
Paris : Impr. de Crapelet, 1832. xvj, 88 pagina’s ; 20 cm.

Supplément : Suite de la belle et riche collection des tableaux appartenant a mesdames Dumont de Frainays : seconde description historique / par Alex. Lenoir. Plaats van uitgave en uitgever onbekend, 1832. xvi, 40 pagina’s

Marie Alexandre Lenoir (1761-1839) was een Franse archeoloog. Als autodidact zette hij zich in voor het redden van historische monumenten, sculpturen en graven van Frankrijk uit de verwoestingen van de Franse revolutie, met name die van de kerken van Saint-Denis en Sainte-Geneviève. Hij schreef diverse boeken over de Franse monumenten zoals de zeven delen van Musée des monuments français ou Description historique et chronologique des statues en marbre et en bronze. Lenoir was de oprichter van het Musée des monuments français (1795-1816) dat begon als een depot voor genationaliseerd onroerend goed tijdens de eerste jaren van de Franse revolutie. Het depot vulde snel met grafmonumenten, sculpturen en architecturale fragmenten uit de voormalige kerken en paleizen van het ancien régime in Parijs en omgeving. De groeiende collectie historische artefacten en kunstvoorwerpen inspireerde Alexandre Lenoir om het pakhuis te vormen tot een openbaar toegankelijke verzameling.

Van zijn hand verscheen in 1831 de catalogus van de collectie schilderijen van mesdames Dumont de Frainays te Saint-Maur-des-Fossés. Op de frontispiece staat vermeld dat de collectie kon worden bezocht in het huis van de ‘Mesdames de Frainays’ te Saint-Maur, nabij Vincennes, het oude kasteel van Madame de Sévigné. De ongehuwde dochters van de graaf Dumont de Frainays verbleven elders in Faubourg Saint-Honoré te Parijs. ‘Mesdames’ is een titel oorspronkelijk gebruikt in de achttiende eeuw voor de ongehuwde dochters van Lodewijk XV, van wie de meesten aan het hof bleven.

Aan deze tweede druk uit 1832 is een supplement van 40 pagina’s toegevoegd. In het tijdschrift “Revue de Paris” van 1833 wordt melding gemaakt van de veiling van deze magnifieke collectie van 20 tot 23 augustus in 1833: ‘Deze collectie bestaat uit achtentachtig schilderijen, behorende tot de Italiaanse, Vlaamse, Nederlandse en Franse scholen. Wat een namen waaronder Carlo Dolci, Gentilescus, Carrache, Lucas de Jordane, Cornelis Engelbreschtsen, Rubens, van Dyck, Péters Néef, van Velde, de Waal, Charles Breydel, Moucheron, van Huysun, Jean de Héem, Ruisdaal, Murillos, Riberd, Poussin, Lesueur, Bourdon, Lemoine, de Troy, La Fosse, Claude Lorrain, Vernet.’ Vervolgens wordt een pleidooi gehouden om deze rijke collectie van Dumont de Frainays te behouden in een nationale collectie. Dat is echter niet gebeurd. In de veilingcatalogus wordt vermeld dat de veiling wordt gehouden in aanwezigheid van Alexandre Lenoir. Overigens worden op 26 november nogmaals 29 schilderijen uit deze collectie geveild.

Frainays

Das Ganze des Steindrucks, oder vollständige theoretisch-praktische Anweisung zur Ausübung der Lithographie in ihrem ganzen Umfange und auf ihrem jetzigen Standpunkte … : nebst einem Anhange von der Zinkographie / Heinrich Eduard Pescheck
Reeks: Neuer Schauplatz der Künste und Handwerke ; 43. Weimar : Voigt, 1843. 2., völlig umgearb. Aufl. / mit Zugrundelegung der 1. Auflage des Pescheck’schen Werkes nach den jetzigen Bedürfnissen ganz neu bearb. von Leo Bergmann.
XVIII, 300 pagina‘s, 6 vouwbladen : Illustraties ; 18 cm.

Dit populaire handboek over steendruk of lithografie maakt deel uit van de reeks Neuer Schauplatz der Künste und Handwerke. Deze reeks boeken behoort met tenminste 287 delen tot de rijkste bronnen voor oude ambachtelijke technieken. Vrijwel elk deel uit deze reeks werd heruitgegeven en aangevuld met nieuwe technieken terwijl verouderde technieken werden weggelaten. De afzonderlijke edities werden grondig herzien door verschillende auteurs en verschenen deels onder andere boektitels. Zo werd dit deel 43 over de techniek van de lithografie oorspronkelijk uitgegeven in 1829 onder de titel Das Ganze des Steindrucks, von seiner artistisch- chemisch- und mechanischen Seite. In 1843 volgde de bewerking door Leo Bergmann met een aanzienlijk uitgebreide inhoud waaronder een supplement over de aan de lithografie verwante druktechniek, de zincografie. Lithografie of steendruk is een grafische techniek die tot de vlakdruk behoort. Bij de zincografie wordt in plaats van een kalksteen gedrukt met een plaat zink waarop de tekening is aangebracht. Leo Bergmann heeft meer delen uit deze reeks bewerkt waaronder Lehrbuch der gesammten Färberei auf Wolle, Seide, Leinen, Hanf und Baumwolle. In 1856 verscheen een derde, wederom bewerkte en met 44 bladzijden en 1 vouwblad uitgebreide editie, gevolgd door een vierde druk in 1865 en zelfs een vijfde versie in 1875, beide bewerkt door Heinrich Weishaupt.

Steindruck1

Het handboek van Heinrich Eduard Pescheck en de tweede editie van Das Ganze des Steindrucks in de bewerking van Leo Bergmann zijn van groot belang geweest voor de verspreiding van de lithografie in de Duitstalige en de Scandinavische landen. De uitgever Bernhard Friedrich Voigt (1787-1859) was een boekhandelaar in Ilmenau in Thüringen, Duitsland, die zich vanaf 1819 steeds meer specialiseerde in het uitgeven van technische literatuur. In 1834 verhuisde hij naar Weimar, waar hij naast de uitgeverij ook een eigen drukkerij voor boeken, een lithografische drukkerij en een boekbinderij exploiteerde. Zijn drie zonen Karl, Heinrich en August hebben het bedrijf voortgezet. Tot 1896 zijn de delen in de reeks Schauplatz der Künste und Handwerke uitgegeven.

Steindruck2

A dictionary of photography / by Thomas Sutton ; the chemical articles of A, B, C, by John Worden ; illustrated with diagrams
London : Sampson Low, Son, and Co., MDCCCLVIII [1858]. vii, 423 pagina’s : illustraties, diagrammen ; 19 cm.

Thomas Sutton (1819-1875) was een Engelse fotograaf die in 1861 octrooi kreeg op het principe van de spiegelreflexcamera. In hetzelfde jaar maakte hij de eerste kleurenfoto volgens het nog steeds toegepaste rood-groen-blauw-principe. Hij vond ook een methode uit om duurzame papieren afdrukken te maken, en hij construeerde een symmetrische tripletlens. Het Rijksmuseum bezit ook zijn handboek uit 1857 over calotypie, A treatise on the positive collodion process.

In 1858 verscheen deze eerste uitgave van zijn veelomvattende handboek over fotografische technieken en fototoestellen. Het geïllustreerde boek biedt een compleet beeld van de procedures en hulpmiddelen uit de begintijd van de fotografie. Ook de advertentiepagina’s leveren interessante informatie over verkrijgbare artikelen. De heruitgave verschijnt in 1867 en de Duitse vertaling een jaar later. Deze eerste editie komt volgens Worldcat.org in geen enkele andere bibliotheek voor.

photography2.jpg

Kurzgefasstes Lehrbuch über Weberei : zum Gebrauche für Webeschulen und zum Selbstunterricht : enthaltend die Lehre vom Weben und Berechnung der Stoffe / von Carl Werner in Glauchau ; mit lithographirten Mustertafeln
Burgstädt : Glauchau : Verlag von M. Polster ; In Commission bei Theobald Moritz, [1865?]. 184 pagina’s, 64 pagina’s met platen : illustraties, textielstaaltjes ; 22 cm.

Net als in Engeland was de textielindustrie in de 19de eeuw de motor van de industrialisatie in het Duitse Saksen. Met de energie uit waterkracht, een goed ontwikkelde infrastructuur en de aanwezigheid van grondstoffen, werd aan de voorwaarden voldaan voor de vestiging en de bloei van de textielindustrie. Vooruitziende ondernemers investeerden op alle gebieden, van onderzoek tot handel, maar bleken vooral succesvol in de productie van textielmachines met als centrum Chemnitz. Producten zoals Plauen-kant, borduurwerk van Eibenstock of damast van Großschönau domineerden al snel de wereldmarkt. Zelfs tegenwoordig worden veel van deze producten in Saksen vervaardigd, zij het op kleinere schaal.

weverij2

Dit leerboek is volgens de titel bedoeld voor aspirant wevers voor gebruik op school of voor zelfstudie. Vermoedelijk werd het ook als naslagwerk in de textielweverij gebruikt. Het werk bevat 64 bladen met gelithografeerde afbeeldingen en 4 bladen met 16 opgeplakte stofstaaltjes. Over de auteur Carl Werner is niets bekend. De litho’s zijn gemaakt door J. Reinhardt naar ontwerpen van Werner. Volgens het voorwoord is het boek, dat is uitgegeven door een lokale uitgeverij, bedoeld voor de regionale textielindustrie in Saksen. Het heeft waarschijnlijk geen brede verspreiding gekend en het wordt niet vermeld in de bibliografie van de textielgeschiedenis door Siegellaub, Bibliographica textilia historiae.

weverij1.jpg

Jurkjes van Frida van Vloten, geb. 16 nov. 1898, 3 uur ’s morgens / Wilhelmina Gezina van Vloten-te Kolsté
[Nederlands-Indië] : [W.G. van Vloten-te Kolsté], 1899-1905. 1 band : stalen stof, vlechtwerkjes : 22 cm.

De laatste datum bij de stalen stof luidt: 7 augustus 1904. Achter twee vlechtwerkjes zijn losse strookjes ingestoken met data, resp. 1 april 1905 en aug. 1905.
Dit handschrift bevat korte teksten als een soort van dagboek met de datum en een uitleg van wat er die dag gebeurde, en 79 stalen stof van kleren gedragen door Frida van Vloten. Achterin zijn nog 7 papieren vlechtwerkjes toegevoegd. Dit album geeft een uniek inzicht in de stoffen waarvan kinderkleding werd vervaardigd. De draagster Frida was immers geboren in 1898 en het dagboek beslaat de periode van 1899 tot 1904. Zij was één tot vijf jaar oud. Na de bladen met stofstaaltjes zijn enkele papieren vlechtwerkjes geplakt, vermoedelijk gemaakt door Frida op 6 jarige leeftijd. De familie Van Vloten woonde toen in Nederlands-Indië.

Volgens het genealogisch archief is Frida van Vloten (1898-1983) geboren in Malang op Java en overleden te Aerdenhout. Haar ouders waren Jan Frederik Willem van Vloten en Wilhelmina Gezina te Kolsté, gehuwd in 1898 in Probolingo op Java. Frida is in 1922 gehuwd met de maritiem historicus Ernst Crone waarvan zij in 1952 is gescheiden. In 1925 en 1926 maakten zij een wereldreis met de S.S. Belgenland van de Red Star Line waarvan twee albums met vele foto’s, programmaboekjes, menukaarten, telegrammen en visitekaartjes zijn samengesteld. Hun zoon Harald (1928-2018) was gehuwd met Katrien Johanna (Kitty) Haver Droeze (1934-2017). Na hun overlijden is dit album met staaltjes en aantekeningen uit de nalatenschap geschonken aan het Rijksmuseum via het Prins Bernhard Cultuur Fonds.

jurkjes1.jpg
3 april 1904. Paaschen! Met veel kameraadjes gingen we paascheitjes zoeken. Met een ingeplakt staaltje textiel van het gedragen jurkje door de 5-jarige Frida van Vloten.

Saisonfarben = Fashionable colours : 1911 : no. 812 / Farbwerke Hoechst
Hoechst a.M. : Farbwerke vorm. Meister Lucius & Brüning, [1911]. Leporello (11 pagina’s) : illustraties : 26 cm.

Bevat ingeplakte stalen geverfde stof. Paralleltekst in het Duits en Engels.

Deze uitvouwbare productcatalogus bevat tien bladen met veertig kleurstalen in vijfhoekige vormen. Elke vijfhoek laat zes gradaties zien van de betreffende kleur, aan beide zijden vergezeld door een gedrukte tekst in twee talen met de samenstelling van de verf. Bovendien zijn op het eerste blad nog veertien geverfde textielstaaltjes aangebracht. Deze leporello is een fraaie presentatievorm van de selectie van verfsoorten aangeboden in 1911 door de firma Farbwerke Hoechst AG, voorheen Lucius und Brüning en later Hoechst AG. Tegenwoordig behoort Hoechst AG tot de drie grote chemische bedrijven in Duitsland, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1863.

Het nummer 812 op de omslag kan een volgnummer zijn maar zou ook kunnen duiden op een nummercode van de verkopende agent waarvoor deze productcatalogus was bestemd. Deze catalogi zijn uitermate zeldzaam. Een exemplaar uit 1908 met nummer 770 en een exemplaar uit 1924 met nummer 1014 zijn aanwezig in de Othmer Library of Chemical History van het Science History Institute in Philadelphia. Ons exemplaar uit 1911 met nummer 812 zit daar tussen in. Uit deze nummering kan worden geconcludeerd dat de nummering oploopt in de tijd. Dat zou betekenen dat van de ruim 1000 verschillende catalogi slechts enkele zijn bewaard gebleven.

De bindvorm is de leporello of het harmonicaboek dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen.

farbwerk1.jpg

N.V. A.N. de Lint’s Industrie- en Handelmaatschappij, Delft
Delft : N.V.A.N De Lint’s industrie en handelsmaatschappij, [1919]
Mapje met tekstkatern (1 pagina + 1 pagina prijscourant), 19 genummerde bladen met afbeeldingen ; 22 cm.

Op de omslag: Toepassingen van grès door Dr. H.P. Berlage

De firma A.N. de Lint, Industrie – en Handelmaatschappij N.V. is opgericht in 1835 als een zand- en grindhandel en ontwikkelde zich tot een fabrikant en leverancier van bouwaardewerk en tegels. In 1898 gaat De Lint een relatie aan met de Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles. Deze samenwerking leidt tot grote opdrachten, zoals voor de winkels van De Gruyter, het interieur van het Vredespaleis, apotheek Nanning, nu Hofapotheek aan de Korte Poten, en de sigarenwinkel Compania Cadena alle in Den Haag.

lint3.jpg
Omslag

In deze map presenteert A.N. De Lint zich als generaal agent van De Porceleyne Fles. Opgenomen is één tekstpagina gevolgd door de prijzen van wandtegels en schoorsteenmantels zoals deze voorkomen op de platen 2 tot en met 9. De tekst wordt gevolgd door 19 gekleurde afbeeldingen van ontwerpen van wandbekleding, zowel in het interieur als de buitengevel, uitgevoerd door de Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles. De afbeeldingen hebben betrekking op de keramiekbekleding van de gevel van het kantoor van de firma W.H. Muller te Londen ontworpen door H.P. Berlage, de grote hal van het Postkantoor, de Rotterdamse Bankvereniging beide aan de Coolsingel te Rotterdam, het Assurantiehuis eveneens in Rotterdam, een winkelpui van de sigarenwinkel Compania Cadena in de Prinsestraat, een badkamer en de hal van Villa Park Zorgvliet, beide te Den Haag. Voorts zijn opgenomen enkele kleurenafbeeldingen met schematische weergaven van kapstokken, wasbakken, schoorsteenbekledingen, deuromlijstingen en wandbekledingen uitgevoerd met gekristalliseerde tegels.

lint1.jpg
wandbekleding hal van Villa Park Zorgvliet, Den Haag, met gecristalliseerde tegels

120 helle Modetöne : mit Mischangaben / Paul Baumann
Aue, Verlag Paul Baumann, [1935]. 240 bladen in kartonnen band ; 9 x 15 cm.

Dit zeldzaam boek zonder tekst bevat 240 kleurkaarten met verfstalen voor kunstschilders. De kaarten zijn voorzien van de originele kleurenpigmenten op krijtbasis. Elk van de 120 bladen is verdeeld in twee kleurkaarten. Op de keerzijde van elke kaart staat de naam van de kleur en een opgave van één of meer mengkleuren. Het werk is niet in andere bibliotheken aanwezig.

De schilder Paul Baumann (1869-1961) was kleurtheoreticus en tijdgenoot van de beroemde kleuronderzoeker Wilhelm Ostwald. Baumann ontwikkelde een historisch kleursysteem, strikt volgens het model van Ostwald, met kleuren en recepten voor het gebruik van natuurlijke pigmenten. Bovendien was hij een succesvol fabrikant van kleurenkaarten. Baumanns kleursysteem ontving de hoogste erkenning en onderscheidingen op de Internationale Bauhaus-tentoonstelling in Leipzig in 1913. Eerder dit jaar verwierf het Rijksmuseum het kleursysteem van de Duitse schilder en architect Otto Prase (1874-1956) dat is gebaseerd op Baumanns kleursysteem Baumanns neue Farbentonkarte System Prase : (DRGM 460 993) : 1359 systematisch abgestufte Farbentöne nebst Angabe ihrer Mischverhältnisse und Mitteilungen über Art und Verwendbarkeit der gebräuchlichsten Farbstoffe uit 1912. Kennelijk is dit latere werk uit 1935 een praktische uitwerking in een andere vorm.

Baumann
Voorzijde band