Mijn stage bij het Rijksmuseum

Door Indra van Leersum, student Boekwetenschap en stagiaire bij Research Services
“Het Rijksmuseum barst uit haar voegen”, wordt mij verteld wanneer ik in mei ’23 begin als stagiaire bij de afdeling Research Services van het Rijksmuseum. De boekencollectie is flink gegroeid de afgelopen jaren en er dreigt een ruimtetekort. Een oplossing voor dit probleem is al gevonden: een nieuwe depotruimte op een andere locatie. Een groot deel van de referentiecollecties zal daar naartoe verhuisd worden. Deze collecties omvatten veelal handboeken, moderne gedrukte boeken en tijdschriften. De Bijzondere Collecties zullen in de huidige depots blijven. Zo zal er voor beide collecties de aankomende jaren genoeg ruimte ontstaan om te groeien. Echter, met de scheiding van de boekencollecties wordt een vraagstuk dat al langer bij het Rijksmuseum speelt urgenter, namelijk: wat typeert de Bijzondere Collecties van het Rijksmuseum eigenlijk? En als dat in kaart gebracht is: staan alle boeken die we vandaag de dag tot de Bijzondere Collecties rekenen bij elkaar of zwerven er nog bijzondere boeken tussen de referentiecollecties? Op die laatste vraag kan men in mei al een antwoord geven; zelfs een aantal algemeen bekende topstukken zijn nog niet gescheiden van boeken in de referentiecollecties. Dit alleen al is een duidelijke reden om het vraagstuk over de Bijzondere Collecties in het kader van de verhuizing serieus te nemen en uit te gaan zoeken. Als student boekwetenschap mag ik tijdens mijn stage aan de slag met het project: de herijking van de Bijzondere Collecties van de Rijksmuseum Research Library. In dit blog, zal ik meer vertellen over de Bijzondere Collecties en de achtergrond van het vraagstuk, het project waarmee ik bezig ben geweest en hoe ik te werk ging. Tot slot zal ik het hebben over de resultaten.
Het Rijksmuseum kent sinds een aantal decennia een selectie aan boeken dat benoemd is tot Bijzondere Collecties. Tot deze Bijzondere Collecties behoren boeken die vanwege bepaalde uiterlijke kenmerken, ouderdom, kwetsbaarheid en zeldzaamheid speciale zorg en aandacht vragen op het gebied van conservering, metadata en digitale ontsluiting. Ze worden apart gehouden van de rest van de boekencollectie en met (extra) zorg bewaard. Ze staan in extra beveiligde depots, hebben een geklimatiseerde omgeving en kunnen enkel geraadpleegd worden in de studiezaal. Al jaren groeit deze collectie, maar tot voor kort zijn er geen duidelijke criteria geweest voor de selectie van boeken voor deze collectie. Als gevolg hiervan zijn de Bijzondere Collecties nooit op een systematische manier opgebouwd. Daarnaast is de collectie met het tijdsbeeld van de vorige eeuw opgezet en is er geruime tijd niet meer gekeken naar de criteria waarop gebaseerd wordt of een boek tot de collectie mag behoren of niet. Er liggen hierdoor interessante boeken in het Bijzondere Collecties depot, maar overduidelijk is dat er ook in de omliggende depots met referentiecollecties en in de negentiende-eeuwse Cuypersbibliotheek nog boeken liggen die mogelijk vandaag de dag ook tot de Bijzondere Collecties zouden moeten behoren. Helaas was er de afgelopen jaren nog geen mogelijkheid om op grote schaal iets aan dit probleem te kunnen doen. Tot de verhuizing recentelijk op de planning werd gezet. Dit geeft urgentie aan het probleem en het project de herijking van de Bijzondere Collecties van de Rijksmuseum Research Library kan opgezet worden.

Met dit project worden allereerst de oude selectiecriteria van de Bijzondere Collecties onder de loep genomen en heroverwogen. Daarna wordt een nieuwe basis aan criteria opgesteld. Als stagiaire krijg ik de opdracht om de volledige boekencollectie van het Rijksmuseum langs te gaan en aan de hand van de meegegeven criteria te kijken welke boeken geselecteerd kunnen worden voor de Bijzondere Collecties. Tegen het einde van mijn stageperiode in augustus ’23 zou dan de Bijzondere Collecties voor zo ver mogelijk up-to-date zijn en vanaf dan systematisch aangevuld kunnen worden. Ook zouden de boeken dan in praktisch opzicht nog voor de verhuizing bij elkaar gevoegd kunnen worden, zodat ze niet over locaties verspreid zouden worden. Tot slot zouden ze dezelfde bescherming en behandeling krijgen als de al eerder geselecteerde boeken.

Om deze opdracht uit te voeren, mag ik door veel depots en langs vele boekenplanken lopen, de boeken uit de schappen halen en ze bekijken. Op deze manier krijg ik het beste zicht op de collecties waarmee ik werk en kan ik een kritische blik werpen op de boeken als individueel object. Als een boek aan (een van) de voorgeschreven criteria voldoet, dan selecteer ik het. Dat wil zeggen dat ik de titel en de signatuur ervan in een lijst zet, het boek een zuurvrij gekleurd strookje papier geef en het weer terug op zijn plaats zet. De lijst is nodig voor de administratie en de verhuizing later. Het strookje papier dient om de boeken later makkelijker terug te vinden en als signaal voor medewerkers: let op, dit boek is nu onderdeel van de Bijzondere Collecties en wordt nu ook zo behandeld.

De afgelopen drie maanden heb ik met veel plezier gewerkt aan dit project. In de ochtenden bevond ik mij in de Cuypersbibliotheek en in de middagen liep ik rond in de depots op zoek naar nog meer kanshebbers voor de bijzondere boekenlijst. Het werk heeft een mooi resultaat opgeleverd, want er zijn een flink aantal titels geselecteerd die toegevoegd kunnen worden aan de Bijzondere Collecties! Als we (het Rijksmuseum en ik) kijken naar het aantal boeken dat verwacht werd geselecteerd te worden, dan komt dit goed overeen met het aantal dat we geselecteerd hebben. We kunnen daarom blij zijn met het aantal boeken dat we nu op de selectielijst hebben staan. Het selectieproces heeft zeker uitdagingen gekend, maar door hulp in te schakelen van conservatoren en in gesprek te gaan met andere bibliotheekdeskundigen, heb ik het selectieproces goed kunnen voortzetten. Daarnaast werd bij het merendeel van de boeken snel duidelijk waarom een boek bij de Bijzondere Collecties thuis zou horen. Soms viel er tijdens het selectieproces zelfs een boek zó op, dat we de criteria eigenlijk niet nodig hadden. We zijn deze boeken ‘opmerkelijke vondsten’ gaan noemen. Dit is een vondst waarover we verbaasd waren dat het überhaupt nog in de referentiecollecties lag. Want hoe kan het nou zijn dat een boek als … niet eerder door iemand naar de Bijzondere Collecties is gebracht? Mooie voorbeelden hiervan zijn: Academie de l’espée, […] van Gérard Thibault uit 1628, Nederlandsche vogelen van Christiaan Sepp uit 1770-1829 en The works of Geoffrey Chaucer door William Morris uit 1896. Het laatst genoemde boek is een beroemde uitgave uit de negentiende eeuw van de werken van de Engelse dichter Geoffrey Chaucer, die in de veertiende eeuw leefde. Deze uitgave is opmerkelijk vanwege zowel de inhoud als het vakmanschap van het boek zelf. Daarnaast is het geproduceerd in een beperkte oplage, wat het tot een gewild verzamelobject maakte. In dit geval was het boek in een negentiende-eeuwse doos bewaard die het tegenovergestelde was van de fraaiheid van het boek zelf. Men was er zich dus mogelijk niet meer van bewust dat het daar lag. Een prachtig resultaat van dit project zou ik willen zeggen. Juist door een project als dit, waarbij alle boeken bekeken, uit dozen gehaald en opengeslagen worden, ontstaat er meer bewustzijn over wat er zoal in de collectie ligt. En zo zijn er met dit boek vele andere onder het stof vandaan gehaald die een plekje krijgen tussen de mooiste selectie boeken van het Rijksmuseum en de zorg en aandacht krijgen die ze nodig hebben.

Geef een reactie