Een greep uit de verhalen van Speeddaten met experts: incunabelen en hun gebruikersgeschiedenis

Door Meagan Baars, Informatiespecialist Studie-en Leeszaal

Op 14 november 2024 waren de vrienden van het Rijksmuseum uitgenodigd voor misschien wel het leukste evenement van het jaar: Speeddaten met experts. De genodigden waren op deze avond van harte welkom in de zalen van het Rijksmuseum, waaronder ook de Leeszaal. Dagelijks wordt hier onderzoek gedaan naar allerlei onderwerpen die verbonden zijn met onze collecties. Tegenwoordig is een handboek raadplegen voor onderzoek de gewoonste zaak van de wereld, maar hoe las men vroeger? In deze blog licht ik een aantal objecten kort toe die ik op 14 november heb vertoond. Hierin neem ik jullie in vogelvlucht mee naar het begin van de boekdrukkunst met vier oude drukken van voor 1501, die men ook wel incunabelen noemt.

Stultifera nauis 

Mijn presentatie begon met een Latijnse uitgave van Das Narrenschiff, dat werd gedrukt in 1498 in Basel. Het verhaal werd oorspronkelijk uitgegeven in 1494 door Sebastian Brant. Het bevat 112 korte satires en illustraties. Brant maakt gebruik van de allegorie van het narrenschip van Plato om de zwakheden en ondeugden van zijn tijd belachelijk te maken; een populaire methode toen het werk uitgegeven werd.  

In Das Narrenschiff, schrijft Brant over een schip met dwazen dat richting het fictieve land Narragonia probeert te varen: het paradijs der dwazen. De allegorie beschrijft een boot zonder kapitein, bestuurd door een groep dwazen. De schuit bereikt uiteindelijk nooit een haven, want de dwazen kunnen er natuurlijk niks van. Gaandeweg worden de verschillende manieren waarop dwaasheid tot uiting komt vertolkt door Brant in de satires.  

Dat deze stereotypen zijn veranderd door de jaren heen is goed zichtbaar door middel van het verhaal. Er komen namelijk voorbeelden van dwaasheid in voor die ons vandaag de dag maar vreemd in de oren klinken, bijvoorbeeld het morele falen dat achter onafgemaakte gebouwen schuilt. Andere dwaasheden zijn echter van alle tijden, zoals een satirische beschrijving van uitstelgedrag. Door deze attributen onder de dwazen te verdelen, konden schrijvers als Brant kritiek uiten op de samenleving. En het was populair! Dit exemplaar betreft een latere druk, maar er volgden nog meer: voor 1521 zijn er in totaal 6 edities uitgegeven.  

Een soort middeleeuwse bestseller dus, want voordat de Europese drukpers werd uitgevonden, vergde het veel werk om boeken te maken en te verspreiden. Toen daar in de 15e eeuw verandering in kwam, werden boeken ineens een stuk toegankelijker.   

Vandaag de dag is het boek nog steeds interessant, mede om de illustraties. De houtsneden die erin verwerkt zitten zouden weleens door de kunstenaar Albrecht Dürer gemaakt kunnen zijn. Hun inhoud is zeker museumwaardig: het zou best kunnen dat deze houtsneden de eerste voorbeelden zijn van opzettelijke humoristische illustraties in de boekdrukkunst van het Westen.   

Hypnerotomachia Poliphili 

Een andere (mogelijke) primeur zien we in de Hypnerotomachia Poliphili, ofwel: De strijd van Poliphilo om liefde, in een droom. Deze mooie editie is deel van de collectie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Ook dit exemplaar bevat houtsneden, die, zeker gezien de context, wel een beetje als pornografisch gelezen kunnen worden. Het verhaal gaat over het personage Poliphilo, die de opdracht krijgt om op zoek te gaan naar zijn ware liefde, Polia. Tijdens zijn reis dwaalt Poliphilo door verschillende landschappen, waarbij hij in aanraking komt met allerlei architecturale elementen, die afgebeeld worden in de illustraties. Omdat het boek geschreven en geïllustreerd werd tijdens de vroege Italiaanse renaissance, betreft het een kenmerkende uitgave op het gebied van architectuurgeschiedenis. 

Lazen mensen het dan ook als een architectuurtraktaat? Een precies antwoord is er niet, maar dat de afbeeldingen goed bekeken werden, in dit exemplaar althans, dat weten we wel. Naast de invloed op architectuurgeschiedenis en de seksueel getinte afbeeldingen, blijkt het boek ook een vroege vorm van censuur te bevatten. Hier lijkt het bijvoorbeeld of een lezer sommige naakte lichamen toch probeert te verhullen. Met een beetje fantasie kun je er een broekje inzien als poging om de figuur wat meer te bedekken.

De tekst is een samengestelde mengelmoes van Latijn, Grieks en Toscaans met zelf gevormde woorden. Ook wordt het op sommige bladen uitgebreid met Hebreeuwse en Arabische citaten. Het was niet een verhaal dat men makkelijk wegleest en daarom genoot het waarschijnlijk geen ruim publiek.  

Misschien dat die moeilijke combinatie een aandachtige lezer ertoe zette om bepaalde woorden en zinnen toch even extra toe te lichten in de marge. De annotator gebruikt daar een leuke techniek voor, neem maar een kijkje in de afbeelding hieronder: de drie puntjes bij de annotatie corresponderen aan diezelfde puntjes die in de tekst zelf geplaatst zijn. Zo weet een volgende lezer precies waar deze moet kijken, zonder dat het verhaal wordt onderbroken. 

Biblia Pauperum 

Het volgende exemplaar is de zogenaamde Biblia Pauperum: een prentenbijbel, zonder tekst. Ik heb een beetje vals gespeeld door deze te selecteren onder het mom van ‘incunabel.’ Een gedrukt boek valt namelijk onder die term wanneer het is gedrukt met losse loden letters. Dat was hierbij niet het geval: dit exemplaar is samengesteld uit houtsnededrukken op papier, een techniek die gedurende de vijftiende eeuw steeds meer in trek raakte. Men nam een houten blok en sneed weg wat niet in de afbeelding diende te verschijnen, en drukte dit vervolgens met inkt op de pagina. Soms werd in deze houten blokken ook tekst gesneden, maar omdat deze niet uit los zetsel bestonden, vallen ze onder de noemer ‘blokboek’ in plaats van incunabel. Deze versie is nog ietsje verder verwijderd van de 15e eeuw omdat het een facsimile betreft: een (waarschijnlijk 19e-eeuwse) replica van de oude druk. De houtsnedeblokken die hiervoor gebruikt werden, kunnen trouwens wel afstammen uit de late middeleeuwen. 

Dit soort bijbels werden ook wel ‘armenbijbels’ genoemd. Die naam dekt de lading niet helemaal, want het was zeer ongebruikelijk voor armere gezinnen om zo’n boek te bezitten. Sommige armenbijbels zijn zelfs erg kostbaar, met name de versies in manuscriptvorm. Omdat deze bijbels geen tekst bevatten, is het makkelijk om je voor te stellen dat iedereen ze kon lezen en begrijpen, en daar werden ze door de geestelijkheid dan ook voor gebruikt: om iedereen te kunnen onderwijzen, ongeacht of ze konden lezen. 

In de bijbel zijn afbeeldingen zichtbaar die het Oude Testament en het Nieuwe Testament met elkaar proberen te verbinden. Personen en gebeurtenissen uit het Oude Testament worden gezien als vooruitwijzingen naar het leven van Jezus. Een klassiek voorbeeld van deze zogenaamde typologische uitleg is dat van Jonas, die voor drie dagen in de vis verbleef als verwijzing naar de drie dagen dat Jezus in het graf gelegen heeft.  

Historiarum libri VII 

Een van de grote vragen bij gebruikersgeschiedenis is natuurlijk: wié waren die lezers dan precies? Dat is altijd lastig te bepalen, zoals in het geval van de aantekeningen in de Hypnerotomachia. Er staat immers geen naam bij.  

Soms is dat wel zo, en sommige verzamelaars voegen soms een ex libris in hun boek, in de vorm van een plaatje of stempel met hun naam daarop. Zo’n ex libris is ook te zien in de uitgave hier, een convoluut met daarin onder andere het Historiarum van Paulus Orosius, de laatste in een serie over de gehele wereldgeschiedenis. Tenminste, tot en met het leven van de schrijver, omstreeks 417-418 na Christus. Tegenwoordig misschien ietsje minder bruikbaar, maar daarom niet minder bijzonder, want Ororius was met deze serie de eerste christelijke geschiedschrijver. Ook de indeling van deze geschiedenis oogt nog steeds bekend volgens moderne begrippen: Paulus deelde de geschiedenis op in vier perioden, iets wat de historiografie voor eeuwen daarna nog bepaalde. Het lijkt mij een boek dat voor de lezers uit die tijd uiterst toegankelijk was en daarom ook veel gelezen werd. En aangezien deze editie in 1483 nog werd uitgegeven, kan ik me voorstellen dat dit in de late middeleeuwen ook nog wel het geval was. Het werd in ieder geval nog gelezen in de 17e eeuw, te zien aan een ex libris op het voorplat. Wie was die lezer dan? Niemand minder dan… Vincent van Gogh. 

Een sluitend doch belangrijk weetje om mee af te sluiten: het betreft in dit geval de kunsthandelaar Vincent van Gogh, niet de beroemde schilder zelf. 

Wil je zelf de genoemde objecten bewonderen en bestuderen? Je kunt deze en nog veel meer aanvragen om zelf te bekijken in de Studie- en Leeszaal. Zie deze pagina voor meer informatie.

Bibliografische verwijzingen 

Britannica, Paulus Orosius: Christian historian. 20 november 2024, https://www.britannica.com/topic/history-of-early-Christianity

Marilou Nilissen, Brieven gevonden van steenrijke Vincent van Gogh. 20 november 2024, https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/brieven-ontdekt-van-steenrijke-vincent-van-gogh

Rijksmuseum Research Library, Stultifera nauis : narragonice pfectonis nunq satis laudata nauis. 20 november 2024, https://library.rijksmuseum.nl/cgi-bin/koha/opac-detail.pl?biblionumber=134048. 

Rebecca McKellar, Ship of Fools. Glasgow 2002. 

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder