Terugblik op de Koha-gebruikersdag 2026 in het Rijksmuseum

Door Joëlle Daems, informatiespecialist Studie- en Leeszaal

Wat hebben patches, scan on request en een battle of the bots met elkaar gemeen? 35 bibliotheekcollega’s wisten het meteen: Koha natuurlijk. Koha is een open source bibliotheeksoftware die wereldwijd door bibliotheken wordt gebruikt. Op woensdag 10 juni 2026 vond in het Rijksmuseum de derde gezamenlijke Koha-gebruikersdag van Nederland en Vlaanderen plaats. Bibliotheekmedewerkers kwamen samen voor presentaties, rondetafelgesprekken en een speciale rondleiding langs de depots en de Rijksmuseum Research Library.

Koha-gebruikersdag 2026

Saskia Scheltjens, hoofd van Rijksmuseum Research Services, trapte af met een introductie over de afdeling Research Services en het gebruik van Koha in het Rijksmuseum. Informatie en data, vertelde Saskia, komen bij de afdeling Research Services samen om zo mensen met kunst en geschiedenis te verbinden. Sinds 2010 gebruikt het Rijksmuseum Koha en sinds 2007 is Marcel de Rooy werkzaam als applicatiebeheerder en ontwikkelaar. Op 1 januari 2010 werd gestart met versie 3.0; inmiddels draait het systeem op versie 25.11. Regelmatig voert Marcel updates en vernieuwingen door. Het Rijksmuseum draagt daarmee actief bij aan patches (voorstellen voor kleine wijzigingen in software met een klein stukje code).

Na Saskia nam Valeria Martielli, hoofd Public Information Services van Rijksmuseum Research Services, het stokje over om meer te vertellen over de Scan on Request-service. Deze service is sinds 2019 onderdeel van de Rijksmuseum Research Library en is gratis beschikbaar voor iedereen met een bibliotheekaccount. Bezoekers kunnen vijf scans per dag aanvragen, met maximaal vijftig pagina’s per aanvraag. Bijna alle boeken zijn beschikbaar voor Scan on Request, met uitzondering van bijvoorbeeld Bijzondere Collecties Bibliotheek en werken groter dan A3-formaat.

Valeria legde uit dat de scans via Article Requests binnenkomen aan de medewerkerskant van Koha. De scanner is gekoppeld aan SharePoint, waarmee scans op basis van het aanvraagnummer automatisch naar Dropbox worden geüpload en vervolgens via een e-mail vanuit Koha naar de aanvrager worden verstuurd.

Marcel de Rooy, applicatiebeheerder en ontwikkelaar van Koha bij Rijksmuseum Research Services, vertelde daarna meer over het aanpassen van Koha in samenwerking met de community. Er zitten namelijk voor- en nadelen aan het aanpassen van de software: hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat alle wijzigingen blijven werken bij een nieuwe versie? Bovendien kun je tegen unieke bugs aanlopen. Tegelijkertijd kunnen aanpassingen het systeem natuurlijk verbeteren.

Marcel liet verschillende manieren zien waarop je Koha kunt aanpassen, van eenvoudig tot complexer, zoals plugins (kleine modules die functionaliteit toevoegen zonder het systeem aan te passen) of CSS (aanvullende code voor de opmaak van de website), maar ook wijzigingen in de codebase (aanpassingen in de volledige broncode van het systeem).

Marcel raadt aan om, wanneer je de codebase wijzigt, een development te sponsoren (het ondersteunen van een softwareontwikkeling). Als deze ontwikkeling door de Koha-community wordt geaccepteerd, hoef je je bij toekomstige updates geen zorgen meer te maken over de nieuwe code. Ingestuurde code wordt eerst door een onafhankelijk persoon binnen de community getest, daarna volgt de QA-fase (Quality Assurance, ofwel testfase) en ten slotte beoordeelt de Release Manager de wijziging. Vervolgens wordt de code standaard onderdeel van Koha. Marcel gaf als advies om Koha waar mogelijk aan te passen met plugins en vergelijkbare oplossingen. Pas je toch de code aan, deel die wijzigingen dan vooral met de community.

Digna van Nielen, functioneel beheerder bij de afdeling Rijksmuseum Research Services, vertelde vervolgens meer over de door het Rijksmuseum ontwikkelde integratielaag, die in december 2024 werd gelanceerd. Ze legde uit dat het Rijksmuseum ongeveer 500.000 boeken beheert in Koha en één miljoen objecten in het collectiebeheersysteem Axiell Collections. Daarnaast worden er nog andere systemen gebruikt voor bijvoorbeeld het archief en de afbeeldingen. In de integratielaag worden al deze systemen, ieder met een eigen taal en API (een toegangspoort waarmee software met andere software kan communiceren), samengebracht om zo een netwerk van kennis te creëren. De collectiewebsite Collectie Online is op de integratielaag aangesloten en alle API’s zijn gratis beschikbaar voor iedereen via data.rijksmuseum.nl.

Digna vertelde dat voor deze koppeling gebruik wordt gemaakt van Linked Open Data: URI’s (unieke adressen voor verwijzingen) worden als identifiers (unieke kenmerken) toegevoegd aan objecten. Op die manier wordt zoveel mogelijk informatie met elkaar verbonden. Zoek je bijvoorbeeld op een schilderij van George Hendrik Breitner, dan krijg je direct ook boeken over Breitner te zien: op Collectie Online komt alles samen.

Na het eerste Rijksmuseum-blok was het de beurt aan twee andere sprekers. Nicholas Cornia van het project Resounding Libraries bij het Orpheus Instituut in Gent wilde graag een David-perspectief bieden tegenover het meer Goliath-achtige perspectief vanuit het Rijksmuseum: hoe ga je aan de slag met beperkte middelen? Zijn project deed echter niet onder voor dat van grotere instellingen en mag gerust reusachtig indrukwekkend genoemd worden.

Hij vertelde hoe hij het Koha-ecosysteem heeft verrijkt met Python (een veelgebruikte programmeertaal). Nicholas schreef een reeks scripts om specifieke problemen in Koha op te lossen. Zo heeft hij bijvoorbeeld maar liefst 15.000 authorities (gestandaardiseerde gegevens die worden gebruikt om metadata eenduidig te houden) verrijkt met metadata uit Wikidata. Daarnaast ontwikkelde hij integraties met Google Books en Transkribus. Deze projecten besparen veel tijd en Nicholas stelt zijn code graag beschikbaar aan anderen. Zijn code en packages zijn beschikbaar via PyResLib. Daarnaast heeft hij een documentatiewebsite, GitHub-repository en PyPI-package beschikbaar gesteld.

Ten slotte vertelde Jan Mark Koopmans van hogeschool Saxion over hoe hij NotebookLM van Google gebruikt als een soort Koha-brein. Deze AI-notebook gebruikt uitsluitend de informatie die je er zelf instopt. Jan Mark voegde er uitsluitend informatie over Koha aan toe en merkte op dat je zo sneller antwoorden krijgt op vragen. NotebookLM kan bovendien infographics maken en daarmee bijvoorbeeld sneller handleidingen produceren. Releasenotes van Koha hoef je voortaan niet meer volledig door te nemen; je kunt de NotebookLM vragen om de belangrijkste updates samen te vatten.

Nu AI sterk verbeterd is, vertelde Jan Mark, kan het ook worden ingezet voor het opschonen van collecties. Bovendien kan de vormgeving van de OPAC bijvoorbeeld worden afgestemd op de huisstijl van een organisatie, zonder dat daar uitgebreide programmeerkennis voor nodig is. Zijn Koha-notebook is via de website van de Koha-gebruikers voor iedereen beschikbaar. Je hebt er wel een Google-account voor nodig.

Voor de lunch belde Paul Poulain van BibLibre nog even in, samen met het supportteam, om een aantal vragen te beantwoorden. Veel van de Koha-gebruikers worden namelijk gehost door BibLibre.

Vervolgens was het tijd om het Rijksmuseum van een andere kant te ontdekken. De informatiespecialisten van de Rijksmuseum Research Library gaven een speciale rondleiding langs de bibliotheekdepots, de Leeszaal en de Studiezaal, waarbij onder andere aandacht werd besteed aan de Koha-workflow van het Rijksmuseum. Sinds de nieuwe depots in Amsterdam-Noord is deze workflow verder uitgebreid. In de Studiezaal kregen we ook een prachtig middeleeuws manuscript, een tekening van Rembrandt en hedendaagse kunstenaarsboeken te zien.

Na deze blik achter de schermen en het kunsthistorische intermezzo werd de groep in de middag onderverdeeld over drie sessies. De eerste groep sprak met Marcel de Rooy van het Rijksmuseum over bot fighting, een fenomeen dat steeds vaker voorkomt. Hoe ga je om met bots die je Koha-omgeving bestoken? Marcel gaf meerdere oplossingen om ervoor te zorgen dat bots minder makkelijk de OPAC kunnen bereiken. De tweede groep sprak met Nicholas Cornia van het Orpheus Instituut over Linked Open Data. De laatste groep ging met Bob Coret (Netwerk Digitaal Erfgoed) in gesprek over het verrijken van authorities: het belang van terminologie en het verrijken van data met behulp van externe bronnen.

Aan het eind van een dag vol inspirerende presentaties, patches en Python-scripts keerden de Koha-gebruikers huiswaarts met volop nieuwe ideeën. De gebruikersdag liet opnieuw zien hoe belangrijk een actieve community is voor een open source bibliotheeksoftware als Koha. Op naar de volgende gebruikersdag en in de tussentijd kunnen ontwikkelingen worden gevolgd via de Koha-gebruikerswebsite en nieuwsbrief.

De presentaties van deze dag zijn beschikbaar op kohagebruikers.nl.


Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder