Selectie aanwinsten april 2019

door Geert-Jan Koot

L’anatomia dei pittori del Signore Carlo Cesio, das ist: Deutliche Anweisung und gründliche Vorstellung von der Anatomie der Mahler, wie in den Gliedern des menschlichen Leibs die vornehmste Gebeine und Musculn, nach ihren Nahmen, Stellen, Anfängen und Enden auch fordersten Verrichtungen, bey ihren unterschiedlichen Bewegungen und Handlungen zu erkennen, anzusehen und vorzustellen seyn; anfänglich von dem Kunst-berühmten Meister Carlo Cesio in netten und deutlichen Tabellen, auch kurtzen, doch gründlichen in Italiänischer Sprache beygefügten Erklärungen an das Licht gegeben: nun aber zu mehrern Aufnahm der Mahler- und Zeichen-Kunst / in das Deutsche getreulich übersetzet mitgetheilet von Johann Daniel Preißlern, der Nürnbergischen Kunstmahler-Academie Directore bey welchem sie auch zu sinden
Nürnberg : [Johann Daniel Preißler], Anno MDCCLXIX. [1769]. Sechste Aufl. [4] pagina’s, 16 bladen met  illustraties (kopergravures) ; 39 cm

“Vorrede” Nürnberg den 14. Martii A[nno]. 1743. Johann Daniel Preißler.

Carlo Cesio of Carlo Cesi (1622–1682) was een Italiaanse schilder en graveur. Zijn anatomieboek voor kunstenaars verscheen in Rome in 1697 onder de titel “Cognitione de muscoli del corpo humano per il disegno opera di Carlo Cesio”, maar is bekend geworden in de Duitse vertaling van Johann Daniel Preißler (1686-1737) waarvan de eerste editie dateert uit 1706. Tot in de 19de eeuw werd het werk gebruikt op kunstacademies en tekenscholen. De kopergravures van de menselijke anatomie zijn gemaakt door Hieronymus Böllmann naar ontwerpen van Carlo Cesio. Preißler voegde 64 toelichtingen toe aan de diverse spierbundels en beenderen van het geraamte van de mens. Het Rijksmuseum bezit een portretprent van Johann Daniel Preißler door Hieronymus Böllman.

aanwinsten april Pressler-0013

Gründliche Anleitung, welcher man sich im Nachzeichnen schöner Landschafften oder Prospecten bedienen kan, den Liebhabern der Zeichen-Kunst mitgetheilt und eigenhändig in Kupfer gebracht / von Johann Daniel Preißler, Der allhiesigen Mahler-Academie Director, auch bey ihme zu finden, in Nürnberg
Nürnberg : Preißler, 1774. Siebende Auflage.  [2], 16 bladen met illustraties (kopergravures) ;  40 cm

Voor gebruik in het teken- en kunstonderwijs verscheen vanaf 1734 dit lesmateriaal met teksten en voorbeelden voor het tekenen van landschappen en vergezichten. Na zes gravures met bladeren en bomen volgen landschappen met bomen, rotsen en ruïnes. De voorbeelden worden in stadia weergegeven, van de eerste schetsopzet tot het uitgewerkte eindresultaat. Johann Daniel Preißler (1686-1737) noemde zijn didactische aanpak, de theoretisch/practische Methode”.

Evenals de andere aangekochte tekenleerboeken door Preißler is ook dit cahier met bladen van groot formaat niet ingebonden maar in een contemporaine blauw papieren omslag genaaid en zijn de katernen niet afgesneden. Deze zevende editie is vermoedelijk de laatst verschenen uitgave.

aanwinsten april Pressler-0015

Deze volgende vier afleveringen van het werk “Die durch Theorie erfundene Practic” behoren tot de meest invloedrijke Duitstalige tekenleerboeken in de 18de eeuw. Bovendien werden de afleveringen met in totaal 72 kopergravures in verschillende talen tot in de 19e eeuw uitgegeven. Vanwege de verschillende edities zijn de boeken in afzonderlijke records beschreven in de catalogus van de bibliotheek van het Rijksmuseum.

De eerste drie werken zijn oorspronkelijk vervaardigd voor de stedelijke tekenschool van Johann Daniel Preißler (1686-1737), opgericht in Nürnberg in 1716, en verschenen vanaf 1721. Samen vormen de boeken een lesmethode met als doel om de leerling het natekenen te leren. Het vrije tekenen komt niet aan bod. De methode is niet alleen bedoeld voor de kunststudent, maar voor iedereen die zich wil bekwamen in het kopiëren om het tekenen meester te worden.

In de reeks staat de menselijke gestalte centraal, gekleed en ongekleed, in uiteenlopende poses. Op de eerste vijf prenten van het eerste deel wordt het gelaat opgebouwd uit de verschillende onderdelen als mond, neus, ogen oren en vervolgens de gelaatsuitdrukkingen afgebeeld. Voorts komen de afzonderlijke ledematen als armen en benen weergegeven vanuit verschillende hoeken samen met de romp van de menselijke figuur. Tenslotte wordt de figuur aangekleed en in gewaden gehuld in detail uitgewerkt. In het derde deel komt het spel van schaduw en lichtval aan bod. Interessant zijn de voorbeelden van de menselijke gestalten die in uitbeelding en houding aansluiten bij het klassieke ideaal. Ook behandelt Preißler voor die tijd nieuwe gebieden als het tekenen van ornamenten.

Die durch Theorie erfundene Practic, oder Gründlich-verfaßte Reguln deren man sich als einer Anleitung zu berühmter Künstlere Zeichen-Werken bestens bedienen kan. Erster Theil / heraus gegeben von Johann Daniel Preißler
Nürnberg : [Preißler], 1777. 5 ongenummerde pagina’s, 18 bladen platen : illustraties ; 40 cm. (Eerste uitgave 1721)

aanwinsten april Pressler-0004

Die durch Theorie erfundene Practic, oder Gründlich-verfasste Reguln, derer man sich als einer Anleitung zu berühmter Künstlere Zeichen-Wercken bestens bedienen kan. Anderter Theil / heraus gegeben von Johann Daniel Preißler
Nürnberg : [Preißler], 1775. 6 ongenummerde pagina’s, 18 bladen platen : illustraties ; 40 cm. (Eerste uitgave 1722)

aanwinsten april Pressler-0006

Die durch Theorie erfundene Practic, oder Gründlich-verfaßte Reguln, deren man sich als einer Anleitung zu berühmter Künstlere Zeichen-Werken bestens bedienen kan. Dritter Theil / heraus gegeben von Johann Daniel Preißler
[Nürnberg] : Gedruckt, bey Johann Joseph Fleischmann …, 1773. 5 ongenummerde pagina’s, 18 bladen platen : illustraties ; 37 cm. (Eerste uitgave 1725)

Fortsetzung der durch Theorie erfundenen Practic. Oder Gründlich-verfasste Reguln derer man sich als einer Anleitung zu berühmter Künstlere Zeichen-Wercken bestens bedienen kan. Vierter Theil / Heraus gegeben von Johann Justin Preißler, der allhiesigen Kunstmahler-Academie Directore …
[Nürnberg] : Johann Joseph Fleischmann, 1768. [6] pagina’s, 18 ongenummerde pagina’s platen : illustraties ; 37 cm. (Eerste uitgave 1757)

aanwinsten april Pressler-0012
Voor een gedetailleerde behandeling van deze tekenleerboeken, en meer informatie over Johann Daniel Preißler en zijn zonen, zie de aanwinstenblog van april 2019

Ornemens tirés des quatre écoles / Martin Riester; Charles Ernest Clerget; Virgile d’Haurel
Paris : A. Morel et Cie, 1836-1846. 3 delen met gravures (Contient de nombreuses reproductions de décorations, d’arabasques et d’ornements anciens).

Deel 1 (1ère Série, plaat 1-100); Deel 2 (1ère Série, plaat 101-200); Deel 3 (2ème Série, plaat 1-100 en 3ème Série, plaat 1-11 – ontbreekt: 3ème Série, plaat 12-80)

Deze drie tekstloze delen met 311 (van 380) Franse ornament prenten uit 1836-1846 tonen een verzameling met prachtig uitgevoerde voorbeelden van uiteenlopende ornamentale patronen vanaf de 17de eeuw.
De eerste reeks van 200 ornament prenten is uitgevoerd door Martin Riester (1819-1883), een getalenteerde tekenaar en graveur uit Parijs. Riester ontwierp ornament voor vele soorten decoratieve voorwerpen, waaronder sieraden, behang, glaswerk, boekbanden en vuurwapens.
De tweede serie van 100 prenten is van de hand van Charles Ernest Clerget (1812-1870) Hij was een bekende tekenaar, graveur van typografische ornamenten en lithograaf. Vanaf 1865 was hij ook werkzaam als de bibliothecaris van de Union centrale des arts appliqués à l’industrie in Parijs.
Aan de derde serie waarvan 11 van de 80 prenten in deze band zijn opgenomen hebben gewerkt de ontwerpers Antonin Caulo, Virgile d’Hautel (1816-18.?), Charles de Wailly (1729-1798) en Charles Wagner (1796-1867).
De zeer zeldzame vierde serie met 29 prenten “Recueil d’ornemens & de meubles dans le style du 16e siècle” par L. Feuchère & J.H. Régnier, ontbreekt.

aanwinst april 2019
Martin Riester sculpsit 1843

Motifs de peinture décorative pour appartements modernes / Hippolyte Gruz
Paris, Liège and Berlin, Ch. Claesen, [1867].
61 platen (46 chromolithographed, including additional decorative title), [5] pagina’s, [79] bladen : 61 kleurillustraties ; 51 cm

Dit rijk geïllustreerd en oorspronkelijk losbladig voorbeeldboek voor decoratieschilders was bedoeld voor de welgestelden in de snelgroeiende Europese hoofdsteden. Het werd uitgegeven in drie steden Parijs, Luik en Berlijn. Het werk bestaat uit 60 ontwerpen in kleur waarvan 46 chromolithografieën voor interieurinrichtingen door de schilder-decorateur Hippolyte Gruz. Hij was verantwoordelijk voor de modieuze interieurs van de stadsvilla’s in Parijs van de nouveau riche, in samenwerking met vooraanstaande architecten. Gruz voerde onder meer opdrachten uit voor prins Napoléon in Hôtel Païva en Hôtel Fould, voor Viollet-le-Duc in Pierrefonds, in de Tuileriën voor Visconti en voor Lefuel in Fontainebleau.

2019-april-aanwinsten-0-0008.jpg
Plaat 38: Panneaux-Arabesques (genre Louis XV Rocaille)

De afbeeldingen in het boek geven voorbeelden van deuren, panelen, plafonds en lambriseringen voornamelijk in de Lodewijkstijlen Louis XIV en Louis XV. Opvallend is de toepassing van polychromie in de ontwerpen. De tendens om krachtige kleuren toe te passen was geleidelijk in de mode gekomen vanaf het midden van de 19de eeuw naar aanleiding van de studies van de architect Jakob-Ignatius Hittorff (1792-1867) naar het kleurgebruik in antieke Griekse gebouwen op Sicilië. Dit boek van Gruz behoort tot de zeldzame voorbeeldboeken waarin deze opvattingen zijn vertaald naar toepassingen in de decoraties van het interieur. De kleurrijke accenten van het schilderwerk in het interieur versterken de architecturale elementen van het gebouw.

Peter Thornton plaatst het voorbeeldboek van Hippolyte Gruz in een historische context in ‘Authentic decor: the domestic interior 1620-1920‘ op pagina 216.

2019 april aanwinsten-0-0010
Plaat 16: Lambris-Funoir (genre Renaissance-Moderne)

Die Beizenfarbstoffe der Farbenfabriken vorm. Friedr. Bayer & Co. Leverkusen bei Cöln a. Rh. im Baumwolldruck
Leverkusen bei Cöln am Rhein : Farbenfabriken vorm. Friedr. Bayer & Co., [1910?]. V, 286 pagina’s : illustraties ; 27 cm.

Beitskleurstoffen behoren tot de groep synthetische kleurstoffen die samen met metaalzouten (meestal chroomaluin, tinzouten, ijzer, aluminium en koperzouten, eventueel samen met calciumzouten) gekleurde complexe verbindingen vormen. In dit boek uit circa 1910 worden deze kleurstoffen voor het bedrukken van katoen aan de hand van 377 textielstalen aangeboden. Per kleurgroep worden recepten voor toepassingen in de textieldrukkerij gegeven. De in 1863 opgerichte chemische fabriek “Friedr. Bayer et comp.” produceerde aanvankelijk verfstoffen voor de industrie. In 1913 vonden ruim 10.000 arbeiders werk in de diverse vestigingen in binnen- en buitenland. Momenteel produceren de 100.000 werknemers van Bayer AG vooral farmaceutische producten.

Beizen2
Alizarine blauw met een recept voor het bedrukken van katoenen stoffen

Nouveau traité théorique et pratique de l’ébénisterie d’apres Roubo / sous la direction de J.-T. Verchère fils, dessinateur spécial d’ameublement ; avec la collaboration d’ébénistes, chefs d’atelier, dessinateurs et sculpteurs des principales maisons d’ameublement
Dourdan : H. Vial, Succr. de Ch. Juliot, [1923?]. 2e édition, avec 24 planches nouvelles. 124 bladen platen in portefeuille : illustraties ; 44 cm.

Dit is de tweede editie van het werk “Traité théorique et pratique de l’ébénisterie d’après Roubo contenant des modèles de tous genres et de tous styles, avec plan, coupe, détails et un texte historique et explicatif“ uit 1884. Deze uitgave behaalde vermeldingen en prijzen onder meer op de wereldtentoonstellingen in 1889 (médaille d’argent) en in 1900 (médaille de bronze). De nieuwe editie uit vermoedelijk 1923 is vermeerderd met 24 platen en samengesteld door de firma J.T. Verchère fils, ontwerpers van interieurinrichtingen, met medewerking van houtbewerkers, tekenaars en beeldhouwers (“ébénistes, chefs d`atelier, dessinateurs et sculpteurs”) zoals het titelblad vermeldt.

De ontwerpen van meubels en interieurs zijn voor 1923 ronduit gedateerd en doen ouderwets aan. Dat is niet vreemd aangezien de gepresenteerde meubelontwerpen teruggaan op de beroemde timmerman en meubelmaker uit de 18de eeuw André Jacob Roubo (1739–1791). Hij schreef een zeer invloedrijke verhandeling over houtbewerking in vier delen “L’Art du Menuisier” , gepubliceerd tussen 1769 en 1775 door de Académie des Sciences, met hoofdstukken en illustraties over fijntimmerwerk, meubelmakerij, kostbare houtbewerking (ébénisterie), en koetswerken.

De vraag is of dit werk evenals “L’Art du menuisier” ook bedoeld was als instructieboek voor de fijntimmerman die het vak in al zijn aspecten op het hoogste niveau wilde uitoefenen. De praktijk van het timmerambacht was sinds Roubo veranderd. Stijlmeubelen werden in de vroege 20ste eeuw volgens andere methoden vervaardigd. Bij het werken in de oude stijlen is het belang van deze ontwerpen meer gelegen in de vormgevingsaspecten. De naam ‘Roubo’ lijkt uiteindelijk een soortnaam voor meubelmakershandboeken te zijn geworden. (zie ook: Herman den Otter, “Naar inzicht en vakmanschap. A.-J. Roubo’s L’Art du menuisier over interieurbouw en meubelmakerij in de achttiende eeuw”, 2016, p. 21)

2019-april-aanwinsten-0-0001.jpg

I libri di meccanica / Leonardo da Vinci ; nella ricostruzione ordinata di Arturo Uccelli, preceduti da un’introduzione critica e da un esame delle fonti
Milano : U. Hoepli, [1940]. 3 inlegvellen, iii-clv pagina’s, 2 bladen, 673 pagina’s, 1 blad : illustraties, platen, diagrammen ; 29 cm.

Leonardo da Vinci (1452-1519) is het schoolvoorbeeld van het renaissance-ideaal van de homo universalis. Zijn studies in wetenschap en techniek worden beschouwd als minstens even indrukwekkend en innovatief als zijn werk als beeldhouwer en schilder. Met alle mogelijke aspecten van de toegepaste mechanica heeft hij zich beziggehouden. Hoewel Leonardo zijn observaties en uitvindingen nauwgezet in aantekenboeken vastlegde was hij niet geïnteresseerd in de publicatie daarvan. Uit de notities op het gebied van de technische mechanica in de overgeleverde handschriften stelde de techniek historicus en ingenieur Arturo Uccelli (1889-1946) deze monumentale en systematische compilatie samen. Uccelli presenteerde het werk als een chronologische reconstructie van Leonardo’s tractaten en voorzag het van uitgebreide registers. Ten behoeve van de tentoonstelling “Mostra di Leonardo da Vinci e delle invenzioni italiane” (Tentoonstelling over Leonardo en zijn Italiaanse uitvindingen) in het Palazzo dell’Arte te Milaan in 1939 werden 200 modellen uitgevoerd op basis van Leonardo’s technische tekeningen. Arturo Uccelli stond aan het hoofd van het team verantwoordelijk voor het reconstrueren en bouwen van deze uitvindingen.

2019-april-aanwinsten-0-0002.jpg
Op pagina 545 wordt aangetoond hoe het grootste wiel gemakkelijker met een gelijk gewicht (trekkracht) kan worden voortbewogen