Selectie aanwinsten december 2020

door Geert-Jan Koot

Eigentlyke afbeeldinge, van hondert der aldervermaerdste statuen, of antique beelden, staande binnen Romen / afgetekent door den seer wijtvermaerde en constrijken Francisco Perrier Burgund : nu in cooper gesneden door Cornelis Van Dalen de Oude, ende de Jonge

t’Amsterdam : Nicolaes Visscher, [ca. 1655-1664]. 101 fol. : illustraties ; 32 cm.

Met enkele aantekeningen.

Dit boek van Cornelis van Dalen (1602-1665) met honderd prenten van Romeinse klassieke beelden is de eerste Nederlandse druk,  gebaseerd op het bekende werk Icones et segmenta nobilium signorum et statuarum quae Romae extant, delineata atque in aere incisa van Franciscus Perrier (ca. 1594-1649). De eerste editie van Perrier’s prentreeks verscheen in Rome in 1638 en is verschillende keren herdrukt tot in de 18de eeuw. De graveur Cornelis van Dalen heeft alle prenten opnieuw gegraveerd en in het spiegelbeeld van de originelen afgedrukt. Wel voegde hij de titels en de verblijfplaatsen van de beelden toe. Het werk diende als voorbeeldboek voor tekenaars. Het heeft zeker bijgedragen aan de opkomende belangstelling voor de klassieke oudheid en de stroming van het geïdealiseerde classicisme. In Italië werd al tijdens het leven van Michelangelo de antieke beeldhouwkunst aanbevolen om als tekenvoorbeeld te dienen. In Nederland verscheen de eerste verzameling gravures als voorbeeld voor kunstenaars tussen 1655 en 1664: Eigentlyke afbeeldinge, van hondert der aldervermaerdste statuen, of antique beelden, staande binnen Romen dat feitelijk een kopie is van de etsen in Perrier’s Icones. Korte tijd later, eveneens gebaseerd op Perrier, verscheen Jan de Bisschop’s Signorum veterum icones, aanvankelijk in twee delen met ieder 50 prenten. Dit werk is eveneens verworven en wordt in deze rubriek besproken.

Titelpagina met Vadertje Tijd met zeis bij fragmenten van Romeinse beelden en het wapen van Rome. Het opschrift vermeldt: ‘Dienstigh en vermakelijk, voor alle edelluijden en studenten die tot Romen geweest sijn. Ook voor alle oeffenaers en liefhebbers der Teiken-const. Hier is mede bij gevoecht onder elck beeld syn naam, en waer ze staen binnen Romen’.

Zowel vader en zoon Van Dalen waren bekende prentmakers en maakten bijvoorbeeld de illustraties voor Jacob Cats, ’s Werelts begin, midden, eynde, besloten in den trouringh, met den proef-steen van den selven. Volgens de titel heeft ook de zoon, Cornelis van Dalen junior (1638 – ca. 1664) aan het boek meegewerkt. Aangezien hij tussen 1660 en 1664 is overleden, en zijn vader in 1665, is het waarschijnlijk dat de reeks voor zijn sterfjaar is ontstaan.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Het Rijksmuseum bezit ook een latere editie uit circa 1730 verschenen bij Versteegh in ’s-Gravenhage.

plaat 35: Luctatores in Hortis Mediceis (Worstelaars in de tuin van de Villa Medici)

El teatro de pinturas de David Teniers … : en el qval se representan bosquejados por su mano, y esculpidos por su cuenta, los originales italianos que recogiò el Serenissimo Archiduque en su sala de pinturas en la Corte de Brusselas …

En Brvsselas : a costas del avctor, 1660. 6 ongenummerde pagina’s, 225 ongenummerde bladen platen : 243 prenten ; 41 cm.

Handgeschreven op titelpagina: Ex libris Johannis à Schweinichen, A. 1705.

Dit boek is de eerste geïllustreerde gedrukte catalogus in folio formaat van een omvangrijke en belangrijke collectie schilderijen. Het Rijksmuseum bezit naast deze Spaanstalige uitvoering ook de viertalige editie waarvan de Nederlandse titel luidt: Schilder-Thooneel … in ’t welck vertoont worden Italiaensche principale Schilderijen … die hy … gheteeckent ende in ’t coper doen snijden heeft uyt de Schilder-Camer van den … Arts-hertogh in ’t Hoff van Brussel. Het boek is geen analytische bestandscatalogus van de collectie van aartshertog Leopold Wilhelm (1614-1662). Door de opeenvolging van reproducties ervaart de lezer een bezoek aan de schilderijengalerij. Een voorloper was de catalogus van schilderijen uit de collectie van Jacques Favereau (1590-1638) uit 1655, Tableaux du temple des muses : tirez du cabinet de feu Mr. Favereau et gravez en tailles-douces … door Michel de Marolles (1600-1681). In de 18de  eeuw ontstond naast deze luxe uitgevoerde presentatieboeken het genre van de beknopte ongeïllustreerde beschrijvende catalogus in quarto formaat.

In 1650 werd de Vlaamse schilder David Teniers de Jonge (1610-1692) benoemd tot hofschilder van aartshertog van Oostenrijk Leopold Wilhelm, de neef van Filips IV van Spanje en gouverneur van de Zuidelijke Nederlanden. Leopold Wilhelm bezat een opmerkelijke collectie van ruim 1300 schilderijen in zijn paleis in Brussel. Veel van de belangrijkste werken waren afkomstig uit de beroemde collectie van James, de eerste hertog van Hamilton (1606-1649), aangekocht na zijn executie wegens verraad. De kunstwerken van de collectie van Leopold Wilhelm zouden later deel van de verzameling van het Kunsthistorisch Museum van Wenen vormen.

Frontispiece met het portret van Leopold Willem, aartshertog van Oostenrijk en landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, in een ovale lijst met de inscriptie FOR= / TITER. / SVAVI= / TER, op een piëdestal met een opdracht aan hem in het Latijn. Naast zijn portret staat Minerva als beschermster van de kunsten. Naast het piëdestal schilderijen uit de collectie van Leopold Willem. Linksonder een verzameling munten, een boek met tekeningen en een muziekboek. (de graveur is Jan van Troyen naar een ontwerp van David Teniers)

Teniers was tevens conservator van de collectie van Leopold Wilhelm, en in die hoedanigheid werkte hij 10 jaar aan de luxe uitgegeven en uitbundig geïllustreerde catalogus Theatrum pictorium = Schilder-Thooneel = El Teatro de pinturas. Teniers schilderde kopieën op klein formaat (pasticci) van 242 schilderijen van onder meer Raphael, Giorgione, Veronese, Carracci, Titiaan, Michelangelo, Corregio en Mantegna die waren gekozen om in het boek te worden opgenomen. De etsen zijn uitgevoerd door in totaal veertien graveurs, maar de meeste prenten zijn gegraveerd door de relatief jonge Theodoor van Kessel (c.1620-na 1660), Quiryn Boel (1620-1668), Pieter van Lisebetten (1630-c.1678), Lucas Vosterman II (1624-1666) en Jan van Troyen (c. 1610-na 1670). Opmerkelijk is dat onder elke gravure de naam van de schilder en de afmetingen van het origineel staan vermeld, evenals de naam van de graveur van de reproductie.

Het handgeschreven exlibris in het verworven exemplaar vermeldt “Johannis à Schweinichen, A. 1705”. Dit exemplaar behoorde toe aan een nazaat van de ridder Johann (Hans) Siegmund von Schweinichen (1570-1602/08) uit Silezië, wellicht Johann Sigismund von Schweinichen.

Portret van Leopold Wilhelm; ets door Lucas Vosterman II naar ontwerp van David Teniers gebaseerd op Petrus Thÿs.

Zie ook: David Teniers and the Theatre of Painting / ed. by Ernst Vegelin van Claerbergen; essays by Margret Klinge, Giles Waterfield and James Methuen-Campbell.   London, 2006

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Meer informatie over dit boek in de aanwinstenblog van december 2020.

Danae, ets door Pieter van Lisebetten naar ontwerp van David Teniers gebaseerd op het schilderij van Titiaan.

Les anecdotes de Florence, ou L’histoire secrète de la maison de Medicis / par le sieur de Varillas

A La Haye : Chez Arnout Leers, 1685. [40], 323 pagina’s ; 17 cm.

Antoine Varillas (1624-1696) bekleedde de functie van historicus van Gaston (hertog) van Orléans, de jongere broer van Lodewijk XIII. In de Bibliothèque de Paris maakte hij op verzoek van de staatsman en minister Jean-Baptiste Colbert (1619-1683) uittreksels van een groot aantal manuscripten. Hij ging vervroegd met pensioen om een geschiedkundig werk over Frankrijk, Histoire de France, te schrijven. Zijn stijl was levendig, scherp en prettig leesbaar. De reputatie van Varillas verspreidde zich naar het buitenland. De Staten van Holland boden hem in 1669 een toelage aan zodat hij de geschiedenis van de Verenigde Provinciën kon schrijven. Hoewel hij in behoeftige omstandigheden verkeerde, aarzelde hij niet om te weigeren, omdat hij zijn pen niet wilde lenen aan de vijanden van Frankrijk. Het aanbod kwam op het moment dat Colbert het pensioen dat hij als voormalig werknemer van de Bibliothèque de Paris had genoten, had afgeschaft. Bovendien raakten zijn boeken uit de gratie nadat werd ontdekt dat hij veelvuldig anderen plagieerde en vanwege de vele historische onnauwkeurigheden.

Het boek is voorzien van het exlibris: F. Koch jr. uitgevoerd door W. Stok

Zijn meest bekritiseerde boek is Les Anecdotes de Florence et sur la Maison de Médicis vanwege de onwaarheden waarmee het gevuld is. Deze familiekroniek van de Médici’s in de 15de en 16de eeuw verhaalt niet alleen over de politiek tijdens de heerschappij over Florence. Het boek staat bol van het machtsmisbruik, de vriendjespolitiek, de rivaliteit, de jaloezie, de intriges en  de seksuele escapades van de familieleden. Colbert gaf in 1662 aan Varillas de opdracht om de ​​geschiedenis van de Médici te schrijven met de bedoeling om de illustere afstamming van de koning van Frankrijk aan te tonen. Maria de Médici trouwde in 1600 met Henri IV, een verbintenis waaruit de latere koning Lodewijk XIII voortkwam. Varillas had een persoonlijke visie op de geschiedenis ontwikkeld die meer werd gekenmerkt door een morele kijk dan door documentaire nauwkeurigheid en objectieve aandacht voor detail. De anekdoteschrijver observeerde de morele, politieke en psychologische aspecten die tot beslissingen leidden en hij bevredigde de nieuwsgierigheid van de lezers door de personages aan de hand van verborgen en geheime bronnen tot leven te brengen.

Deze uitkomst was het tegendeel van de verwachtingen van Colbert met als gevolg dat Varillas geen uitgever in Frankrijk kon vinden. De weduwe van de in 1674 overleden Haagse drukker Arnout Leers zag er kennelijk wel brood in om het boek in 1685 te publiceren. Zijn drukkersmerk met het motto ‘Labore et Vigilantia’ (door werk en wakkerheid) staat op het titelblad. De personificatie van Vigilantia is een vrouw zittend afgebeeld lezend in een boek terwijl ze zichzelf bijlicht met een olielamp. Eén van haar voeten rust op een rechthoekige steen. Ze wordt vergezeld door een haan, de metafoor van de wakkerheid. Labor is verbeeld door een man die tegenover de studieuze Vigilantia aan het spitten is. Deze duiding is afkomstig uit Cesare Ripa’s Iconologia.

Zie ook: Hans Brandhorst en Peter van Huisstede,  ‘Weest altoos vigilant en arbeytsaem’ : Drukkersmerken een mentaliteitshistorische bron? In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999)

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

titelblad met drukkersmerk van Arnout Leers

Vite de’ pittori antichi / scritte, e illustrate da Carlo Dati

In Napoli : per Francesco Ricciardo, 1730. Seconda edizione. Accresciute oltre alle postille, che erano nella prima edizione, di alcune note marginali manoscritte dal medesimo autore. 180 pagina’s ; 22 cm.

Carlo Roberto Dati (1619–1676) was filoloog en onderzoeker uit Florence, een leerling van  Galileo (1564-1642) en een kennis van de natuurkundige Evangelista Torricelli (1608-1647). Hij was een invloedrijk lid van de Accademia della Crusca, een instelling die in 1582 werd opgericht voor de studie van de Toscaanse taal. Bovendien publiceerde Dati een groot aantal historische, politieke en literaire werken. Hij bedacht een omvangrijk project over oude kunst: een driedelig werk bestaande uit een verhandeling over schilderkunst in de klassieke oudheid, de levens van de belangrijkste kunstenaars in de oudheid en een catalogus van alle klassieke kunstenaars van wie de namen bekend waren. Slechts het tweede deel, Vite de’ pittori antichi, opgedragen aan Lodewijk XIV (1638-1715) werd voltooid en is verschenen in 1667. Het bevat biografieën van onder meer Apelles, Zeuxis, Parrhasios en Protogenes, waarvoor Dati materiaal heeft verkregen door systematisch klassieke teksten te doorzoeken, maar voornamelijk uit Naturalis Historiae van Plinius. Dati’s vele contacten in de geleerde kringen van Europa stelden hem in staat om bijna alle beschikbare manuscripten en edities van dit werk te vergelijken, zodat hij de meest nauwkeurige versie voor zijn eigen gebruik kon kiezen.

Elke biografie heeft de vorm van een verhaal, onderverdeeld in beschrijvingen van schilderijen en gevolgd door notities waarin de verwijzingen in de marge van de tekst worden geciteerd en besproken. Af en toe, om punten te verduidelijken die hij als obscuur beschouwde, transcribeerde Dati passages uit het ongepubliceerde manuscript van zijn verhandeling over de schilderkunst in de oudheid. Naast het vergelijken van beschikbare bronnen is het bekend dat Dati de schilders Salvator Rosa (1615-1673) en Ciro Ferri (1634-1689) heeft geraadpleegd bij de voorbereiding van de Vite. Zijn ideeën over kunst waren niet erg origineel. In de Vite herhaalde hij de hoofdthema’s van de kunsttheorie van de 16e en 17e eeuw. Niettemin was hij de eerste schrijver die een kritische reconstructie van de geschiedenis van de antieke schilderkunst voorstelde. Dati huldigde de opvatting dat de kunstenaar het idee van perfecte schoonheid vormt door figuren en voorwerpen te bestuderen en ze vervolgens met verbeeldingskracht samen te voegen en om te zetten tot een ideaalbeeld.

(Bron: Grove Art Online)

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Titelblad

Paradigmata graphices variorum artificium / per Joh. Episcopium, ex formis Nicolai Visscher

Te Amsterdam : by Hendrik de Leth in de Visser, [na 1740]. 2 werken in 1 band : 57, 100 bladen platen ; 33 cm. Bevat tevens: Signorum veterum icones.

Los bijgevoegd: Blad met aantekeningen en een gewassen tekening naar voorbeeld van prent 20 van Paradigmata graphices variorum artificum.

De gegraveerde titelpagina Paradigmata graphices variorum artificium is ontworpen door Gerard de Lairesse, en wordt gevolgd door 57 gegraveerde platen. Het tweede deel met de titel Signorum veterum icones, bestaat uit een gegraveerd titelblad en 100 platen.

De prenten in Paradigmata graphices variorum artificum (Voorbeelden der tekenkonst van verscheydene meesters) zijn geëtst door Johannes Episcopius, de Latijnse naam van Jan de Bisschop (1628-1671). Vanaf de tweede en postume editie uit 1671 zijn een gegraveerde titelprent door Gerard de Lairesse toegevoegd, evenals de platen 26 tot 57. De Signorum veterum icones (Afbeeldingen van antieke beelden), eveneens door Jan de Bisschop, is oorspronkelijk gepubliceerd in twee afzonderlijke delen in 1668 en in 1669 met in elk deel 25 platen, terwijl in latere edities de beide werken gezamenlijk werden uitgegeven. De oorspronkelijke uitgaven bevatten opdrachten aan Constantijn Huygens Jr, Johannes Wtenbogaert en Johan Six. De verworven uitgave is de derde editie uitgegeven door Hendrik de Leth (1703-1766), waarin de platen van beide werken bijeen zijn gebracht maar zonder de inleidingen en de opdrachten. 

Frontispiece Paradigmata graphices variorum artificum: ets door Gerard de Lairesse, met latere toevoeging ‘Hendrick de Leth in de Visser’, met de portretbuste van Jan de Bisschop omgeven door allegorische figuren Historia, Eeuwige Roem, en de Grafische Kunsten. Opschrift: Per IOH. EPISCOPIUM. Ex Formis Nicolai Visscher. Rechts onder het monogram van Gerard de Lairesse.

Jan de Bisschop was advocaat aan het Hof van Holland. Kunst was voor De Bisschop voornamelijk ter vermaak en geen vorm van levensonderhoud. Ondanks zijn amateurstatus had Jan de Bisschop een grote invloed op de schilderkunst. De Bisschop is waarschijnlijk nooit naar Italië geweest maar liet zich vooral inspireren door andere kunstenaars. In de inleiding van de eerste druk van zijn boek Signorum veterum icones geeft hij aan dat zijn voorbeeld het beroemde werk van Fanciscus Perrier uit 1638 was, Icones et segmenta nobilium signorum et statuarum quae Romae extant, delineata atque in aere incisa dat hij wilde verbeteren. Maar hij beperkt zich niet tot de klassieke beelden in Rome. Sommige beelden bevonden zich in Florence, andere in de Arundel Collection in Londen, en in de collecties van Hendrick Scholten en Gerrit Uylenborg in Amsterdam. De volgorde van de prenten volgt de klassieke traditie waarbij eerst de individuele lichaamsdelen worden afgebeeld. Dit gedeelte werd onvoltooid gelaten bij het vroegtijdig overlijden van De Bisschop. Vervolgens zijn weergegeven de volledige figuren, gevolgd door houdingen en suggesties voor composities met meer figuren. Het boek fungeerde als tekenboek om kunstenaars voorbeelden aan te reiken voor de weergave van het menselijk lichaam aan de hand van belangrijke klassieke beelden.

plaat 27 uit Paradigmata, voorstellende twee torso’s van jonge mannen en een jonge sater. Inscriptie: Poelenborg delin. ex marm. antiq. (ontwerp Poelenburgh)

De meeste prenten in de Paradigmata zijn gebaseerd op tekeningen naar beroemde Italiaanse meesters als Annibale Carracci, Domenichino, Francesco Salviati, Cavaliere d’Arpino, en Giulio Romano. Deze prenten waren, evenals in de Icones, bedoeld om kunstenaars voorbeelden te geven van ideale poses. Uit de schilderijen van Adriaen van der Werff en Nicolaes Verkolje blijkt hoe invloedrijk deze studies waren op de ontwikkeling van de Nederlandse klassieke schilderkunst aan het einde van de zeventiende eeuw.

Titelpagina Signorum veterum icones: ets door Jan de Bisschop voorstellende de personificatie van de beeldhouwkunst en de schilderkunst. De naar rechts gedraaide figuur houdt in haar linkerhand twee stokjes die verbonden zijn met de bozzetto (kleimodel) in haar rechterhand. Het kleimodel is naar een beeld op de graftombe van Michelangelo in de S. Croce te Rome, gemaakt door Battista Lorenzi del Cavaliere tussen 1568 en 1574.

(Bron: Jan de Bisschop and his Icones and Paradigmata : classical antiquities and Italian drawings for artistic instrumentation in seveneenth century Holland / Jan G. van Gelder and Ingrid Jost; ed. Keith Andrews. Doornspijk, 1985) 

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

anonieme tekening naar plaat 20
plaat 20

The gentleman’s and connoisseur’s dictionary of painters : Containing a complete collection, and account, of the most distinguished artists, who have flourished in the art of painting … To which are added, two catalogues ; … / By the Rev. M. Pilkington …

London : Printed for T. Cadell, (successor to Mr. Millar), 1770.  xxxiv, 723, [3] pagina’s ; 29 cm.

De Ier Matthew Pilkington (1701-1784) was priester in de Kerk van Ierland en kunsthistoricus. Na een turbulent huwelijk gevolgd door de scheiding van Laetitia Van Lewen (1712-1750) verdiepte hij zich in de kunstgeschiedenis. Ondanks een bescheiden salaris bouwde hij een collectie schilderijen op met onder meer werken van Camphuysen, Heemskerk en een olieverfschets van Tintoretto. Pilkington werd bekend met zijn boek The gentleman’s and connoisseur’s dictionary of painters waarvan de eerste editie verscheen in 1770. Het werk bevat kunstenaarsbiografieën, kritische ranglijsten van kunstenaars en een analyse van de kunstmarkt in Nederland en in Engeland. Dit biografisch naslagwerk, de eerste in zijn soort in Engeland, werd al snel populair en verschillende keren opnieuw gepubliceerd. Het Rijksmuseum bezit ook de postuum verschenen uitgave uit 1798.

Hoewel het geen wetenschappelijk werk is, weerspiegelt het boek de tijdgeest en de aspiraties van het 18de en 19de eeuwse Britse kunstliefhebbers. Pilkington staat uitvoerig stil bij de Italiaanse schilders, die in die tijd modieus waren, en is beknopt over de nog niet zo populaire Nederlanders en Vlamingen. Zijn adviezen over de kunstmarkten van zowel de Britse eilanden als Nederland en België levert een verhelderend en historisch inzicht op.

In het begin van de negentiende eeuw nam de in Londen gevestigde kunstenaar en kunsthistoricus Johann Heinrich Füssli (1741-1825) de redactie over en verscheen het boek als A Dictionary of Painters in edities uit 1805 en 1810. Na 1824 verscheen het als A General Dictionary of Painters en was het algemeen bekend als “Pilkington’s Dictionary”, het biografisch standaardwerk van de 19de eeuw in Engeland.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Titelblad

Mémoire sur la teinture en noir, qui a remporté le prix de la société littéraire de Bruxelles en MDCCLXXI / J.R. de Beunie ; trad. du Flamand

Rotterdam : chez J. Bronkhorst, 1777. 44 p. ; 20 cm.

La perfection de la teinture noire sur la soie / par M. Anglès

Lyon : Perisse imprimeurs-librarires, 1779. 39 pagina’s ; 20 cm.

Mémoire qui a concouru pour le Prix proposé en 1776 par l’Académie des Sciences, Belles-Lettres & Arts de Lyon.

Essai sur l’art de la teinture / par M. Scheffer, membre & directeur de l’Académie Royale des Sciences de Stockholm ; commenté & développé par le célebre Bergman

A Paris : Chez Buisson, libraire, Hôtel de Mesgrigny, rue des Poitevins, No. 13, 1787. [4], 143, [1] pagina’s ; 20 cm.

Op de veiling van Bado e Mart op 25 juni 2020 in Padua kon het Rijksmuseum een convoluut met drie zeldzame werken uit de tweede helft van de 18de eeuw over het kleuren van textiel verwerven. Deze boeken behandelen nieuwe technieken voor het verven van textiele stoffen en markeren de overgang van het ambachtelijk werken naar een nieuw economisch en sociaal tijdperk dat begon met grootschalige toepassingen en naar de industrialisering in de 19de eeuw leidde.

Het oudste boek, Mémoire sur la teinture en noir, qui a remporté le prix de la société littéraire de Bruxelles en MDCCLXXI door Johannes Baptista de Beunie (1718-1793) is uitgegeven in 1777. Deze uiteenzetting is geschreven naar aanleiding van de wedstrijd die de Société Littéraire de Bruxelles in 1771 uitschreef over de beste en de meest economische methode voor het zwart verven van linnen stoffen en andere plantaardige vezels. De Antwerpse arts Jan Baptist de Beunie schreef het boek in het Vlaams waarop het in een Franse vertaling in Rotterdam door Bronkhorst werd gepubliceerd.

De verhandeling, La perfection de la teinture noire sur la soie door Anglès uit 1779 is vergelijkbaar met het voorgaande traktaat. Het is geschreven als reactie op de prijsvraag van de Académie de Lyon over het zwart verven van zijde. Opmerkelijk is dat naast de door Anglès voorgestelde procedure, ook die van Pierre Joseph Macquer (1718-1784) wordt behandeld.  Macquer heeft zijn methode uitgewerkt en beschreven in het hoofdstuk L’Art de la teinture en soie in het laatste deel van de reeks Descriptions des arts et métiers. Over de op het titelblad vermelde auteur Anglès is niets bekend, evenmin zijn andere boeken van zijn hand gevonden.

Het meest recente werk uit 1787, Essai sur l’art de la teinture is het meest omvangrijke. De auteur Henrik Teofilus Scheffer (1710-1759) was een Zweedse chemicus, bekend vanwege zijn studie over platina, uitgevoerd in 1752, waarvan werd bewezen dat het een voorheen onbekend edelmetaal was. Hij vond ook een methode uit om goud van zilver te onderscheiden door middel van zwavelzuur. Dit traktaat over de chemische samenstellingen en de toepassingen van kleurstoffen voor het verven van textiel is bewerkt door Torbern Bergman (1735-1784). In 1803 verscheen een aangevulde nieuwe editie waaraan onder meer was toegevoegd Mémoire sur l’indigo. Bergman had zijn belangrijke chemische studies met de titel Kemiska föreläsningar (Chemische lezingen) – gebaseerd op aantekeningen van Jonas Alströmer – bewerkt en uitgegeven in 1775. Scheffer werd in 1739 directeur van de goudmijn in Ädelfors en in 1749 lid van de Zweedse Academie van Wetenschappen.

Les vrais principes du dessein : suivis du Caractère des passions / suite de 52 planches par S. le Clerc

Paris : chez Marel, rue St. Jacques no. 22, [1790?]. 52 bladen platen : prenten ; 20 cm.

In dit klassieke tekenboekje door Sébastien le Clerc (1637-1714) zijn dezelfde gravures door G.C. Bodenehr (1673-1710) opgenomen als in Principes de dessein uit ca. 1700. Ook de prenten in de Londense uitgave uit 1794 Principles of design zijn op deze afbeeldingen gebaseerd. Bovendien hebben deze uitgaven dezelfde decoratieve ornamentiek op het titelblad.

Titelvignet met abusievelijk: Lea vrais principes.

Sébastien Le Clerc was een van de grootste en meest productieve illustratoren in het barokke Frankrijk en voerde een breed scala aan belangrijke werken uit onder de bescherming van Lodewijk XIV. In de loop van de achttiende eeuw bloeide de uitgave van tekenboeken in ongekende mate op, als reactie op een groeiende vraag naar elementair onderwijs. Deze tekenboeken dienden als voorbeelden voor studenten van tekenscholen en kunstacademies. Ze bestaan voornamelijk uit gegraveerde of geëtste platen met korte of zonder verklarende teksten, en varieerden in formaat en grootte, uiteenlopend van slechts enkele bladen tot een aanzienlijk volume. Het onderscheid met andere geïllustreerde boeken is gelegen in het feit dat de platen, in plaats van alleen de tekst te illustreren, het onderwerp vormen van het boek, ontworpen om stapsgewijs modellen te bieden om na te tekenen. Door deze voorbeelden onderscheiden tekenboeken zich van andere technische handleidingen of kunsttraktaten die alleen uit tekst bestaan, doordat ze artistieke ideeën aanschouwelijk maken, die als praktisch oefenmateriaal kunnen dienen.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Plaat 21

Theorie und Praxis in der Fabrikation des weissen Feldspath-Porzellans und dessen Dekorirung mit Starkfeuer-Farben : enthaltend die Angabe eines rationellen Verfahrens zur Zusammensetzung der Massen und Glasuren … ; mit einem Atlas von 18 Foliotafeln, enthaltend 192 Figuren … / von Karl Strele

Reeks: Neuer Schauplatz der Künste und Handwerke: 75. Bd.

Weimar : Bernhard Friedrich Voigt, 1868.

2 delen: Tekst. XVI, 239 pagina’s ; 23 cm. Atlas. 4 pagina’s, XVIII bladen : voornamelijk illustraties ; 23 cm.

Karl Strele (1804-1872) maakte carrière bij de Weense porseleinfabriek Aerarial-Porzellan-Manufactur. Over zijn jeugd en opleiding is niets bekend. Op het gebied van de ceramiek werd hij beschouwd als een autoriteit hetgeen tot uitdrukking kwam in twee toonaangevende publicaties die het Rijksmuseum beide kon verwerven. Met de sluiting van de keizerlijke porseleinfabriek kwam echter ook een einde aan zijn wetenschappelijke activiteiten. In dit tweedelige werk beschrijft hij de samenstelling van de pottenbakkersklei en de glazuren. Ook geeft hij informatie over onder meer de nieuwste Engelse draaitafels, en de manieren om ovens op te starten en in te richten volgens het Monrot-systeem.

Dit werk concentreert zich vooral op veldspaat dat de benaming is voor een groep van gesteentevormende mineralen die naar schatting 60% van de aardkorst vormen. Het woord veldspaat is afkomstig van het Duitse woord Feldspat, dat in de 18de eeuw in de mineralogie in gebruik raakte, en is opgebouwd uit Feld (veld) en Spat (gesteente dat gemakkelijk in schilfers gekliefd kan worden). Veldspaat is naast kaolien (een weerbarstige, witte kleisoort) en kwarts een belangrijk bestanddeel bij de fabricage van porselein dat gebakken wordt op een hoge temperatuur. Porselein wordt daardoor hard, doorschijnend, niet poreus en klinkt helder, anders dan bijvoorbeeld aardewerk. In dit boek behandelt Strele ook de zogenaamde Starkfeuer-Farben, kleurstoffen die bij een hoge temperatuur worden ingebrand. Deze kleurstoffen vonden kennelijk toepassingen bij decoratieve beschilderingen van porseleinen voorwerpen waarna het glazuur werd aangebracht. In het atlasdeel worden zijn beschrijvingen rijk geïllustreerd met uitvoerige toelichtingen.

Atlas, Tafel IX: fig. 83 Englische Maschinenschablone mit zwei Bewegungen; fig. 109 Giesen einer grossen Malerplatte in Sévres; fig 110 Umwenden der Platte; fig. 111 Uebertragung der Platte in der Ofen; fig 112 Uebertragung der Platte von dem Gestell auf die Unterlage in Ofen; fig. 114 nessförmiger Ueberzug einer Theekanne; fig. 115 nessförmiger Ueberzug einer Kanne; fig. 116 Apparat zur Beurtheilung der Glasurlage

Handbuch der Porzellan- und Glasmalerei, enthaltend die Technik des Kolorierens und Dekorirens von echtem und Fritten Porzellan, Steingut, Fayence, Glas, Email, u.s.w. … / [Karl Strele, Emil Tscheuschner, Alexandre Brongniart]

Reeks: Neuer Schauplatz der Künste und Handwerke: 146. Bd.

Weimar, B.F. Voigt, 1883. 4. gänzlich neu bearb. Aufl. hrsg. von Emil Tscheuschner. xvi, 220 pagina’s,  illustraties ; 22 cm.

Karl Strele (1804-1872) publiceerde samen met Emil Tscheuschner in 1883 het Handbuch der Porzellan- und Glasmalerei. Zie voor de biografie en de eerdere publicatie van Strele de voorgaande tekst. Emil Tscheuschner (1840-1911) was de eigenaar van een steenfabriek in Weimar. Tscheuschner studeerde onder meer aan de Bergakademie Freiberg en voltooide zijn studie als ingenieur in 1862. Hij verhuisde naar de universiteit van Göttingen, waar hij in 1863 een doctoraat kreeg. Tscheuschner publiceerde talrijke boeken over de bewerking van metalen en over de fabricage en bewerking van glas waaronder Handbuch der Metalldekorierung oder das Dekorieren und Verfeinern der Metallwaren, des Glases, Porzellans und der Gewebe im Feuer, sowie auf chemischem und galvanischem Wege en Handbuch der Glasfabrikation nach allen ihren Haupt- und Nebenzweigen.

Afbeelding 2

Veel van deze handboeken verschenen in de reeks Neuer Schauplatz der Künste und Handwerke bij Bernhard Friedrich Voigt in Weimar. Ook deze vierde bijgewerkte uitgave verscheen als Handbuch der Porzellan- und Glasmalerei in de reeks als deel 146. De eerste editie van 1846 was gebaseerd op het meerdelige Franse standaardwerk Traité des arts céramiques ou des poteries, considérées dans leur histoire, leur pratique et leur théorie uit 1844 door de Franse natuurwetenschapper en mineraloog Alexandre Brongniart (1770-1847). Dit boek gold als de toonaangevende handleiding voor de vervaardiging van huishoud-, laboratorium- en kunsthandwerkporselein op basis van de modellen van Sèvres en Limoges. Als directeur van de porseleinfabriek Manufacture nationale de Sèvres was Brongniart verantwoordelijk voor het opbloeien van de glasschildering en de stichting van het Museé Céramique. Het handboek waarin hij al zijn kennis en uitvindingen systematisch had beschreven, was in een door Christian Heinrich Schmidt vertaalde Duitse editie verschenen als Das Coloriren und Decoriren des ächten Porcellans in 1869. Dit boek diende als bron voor deze vierde editie uit 1883, bewerkt door Karl Strele en verder uitgebreid door Emil Tscheuschner met nieuwe technieken. Veel aandacht gaat uit naar methoden om uiteenlopende soorten ceramiek maar ook glas te beschilderen. Samen met het hiervoor beschreven boek was dit het standaardwerk voor de techniek van porselein- en glasdecoratie.

Dit exemplaar is voorzien van het ex libris en de handgeschreven naam met datum 8.10.22 op het titelblad van de schilder en graficus Karl Schlotter uit Göttingen, geboren in 1900 in Hildesheim.

Ex libris van de schilder en graficus Karl Schlotter uit Göttingen