Door Geert-Jan Koot
De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.
In 1650 werd de Vlaamse schilder David Teniers de Jonge (1610-1692) benoemd tot hofschilder van de aartshertog van Oostenrijk Leopold Wilhelm (1614-1662), neef van Filips IV van Spanje en gouverneur van de Zuidelijke Nederlanden. De verzameling van Leopold Wilhelm van ruim 1300 schilderijen behoorde tot de meest omvangrijke in zijn tijd. Van 1650 tot zijn vertrek naar Wenen in 1658 was deze verzameling in zijn paleis te Brussel ondergebracht. Ruim 400 werken waren afkomstig uit de beroemde collectie Italiaanse schilderijen van James, de eerste hertog van Hamilton (1606-1649), verworven na zijn executie wegens verraad. De kern vormden de 80 Venetiaanse werken uit de 16de eeuw waaronder Titiaan, Giorgione, Palma Vecchio, Veronese, Tintoretto en Bassano. Teniers schilderde kort na zijn aanstelling enkele interieurstukken van de inrichting van de zalen van de aartshertog.

Deze ‘gallery views’ zijn de voorbodes van het boek dat in opdracht van Leopold Wilhelm in 1660 verscheen. Hij had voor ogen om zijn belangrijkste Italiaanse schilderijen onder de aandacht te brengen van liefhebbers. Deze oorspronkelijk als viertalig werk uitgegeven Theatrum Pictorum is dan ook een pronkstuk in folio formaat. Op de titelpagina prijkt het heraldisch wapen van de aartshertog, gevolgd door het frontispiece met een portret van Leopold Wilhelm in een lauwerkrans, afgebeeld als een heroïsche verzamelaar beschermd door Minerva. Dit voorwerk vormt de introductie op de 243 gegraveerde reproducties naar afzonderlijke Italiaanse schilderijen in de verzameling. De ordening is chronologisch binnen regionale scholen. Deze reeks prenten wordt afgesloten met een voorstelling van het interieur van de Stallburg zaal in de Weense Hofburg waar de collectie terecht is gekomen na het vertrek van Leopold uit Brussel in 1658. Vrijwel alle prenten tonen de schilderijen in spiegelbeeld met op elke ets de naam van de schilder van het origineel, de afmetingen van het schilderij en de naam van de prentmaker. Teniers had van ruim 200 schilderijen zogenaamde pasticci, kopieën op klein formaat, geschilderd om als modellen voor de ontwerpers (tekenaars) te dienen. Een methode die ook Antony van Dyck (1599-1641) had toegepast bij de voorbereiding van zijn gegraveerde portretten in het boek Iconographia.

De groepering van de prenten naar school en naar schilder maakte het boek toegankelijk en droeg bij tot het succes dat zich vertaalde in vijf edities tussen 1660 en 1755. Bovendien werden naast de viertalige editie ook afzonderlijke taaledities aangeboden, niet alleen als presentatieboeken door de aartshertog maar te koop voor iedere liefhebber. Het verworven exemplaar is de Spaanstalige editie van de eerste druk. Onderaan het titelblad staat vermeld dat het boek te koop was bij de drukker Hendrick Aertssens in de Cammerstraat in Antwerpen. De verschillen tussen de edities hebben betrekking op het zetsel van de titelpagina en de tekst dat voor elke editie opnieuw moest worden opgemaakt. Inhoudelijk zijn er nauwelijks wijzigingen. Aangezien de prenten in de eerste editie niet zijn genummerd kan de volgorde in andere exemplaren afwijken. In latere edities zijn de prenten voorzien van nummers en staat de volgorde vast.

En Brvsselas : a costas del avctor, 1660. 6 ongenummerde pagina’s, 225 ongenummerde bladen platen : 243 prenten ; 41 cm.
Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Zie voor een verdere uitleg en afbeeldingen waaronder het frontispiece met een portret van Leopold Wilhelm de selectie uit de aanwinsten december 2020.
Geef een reactie