door Geert-Jan Koot
Der Zu vielen nutzlichen Wissenschafften dienstlich anweisende, und, auf vieler Verlangen und Begehren, Fortgesetzte Curiöse Künstler, aufgeführet In einem neu-verfertigen, und, nach folgenden Sätzen, eingerichteten Haus-Arzney- und Kunst-Buch … / durch einen Liebhaber der freyen Künste und Wissenschafften …
Nürnberg : Verlegts Johann Leonhard Buggel : Druckts Melchior Gottfried Sein, 1705. 954, [44] pagina’s, 12 bladen platen (sommige vouwbladen) : illustraties ; 21 cm.
Dit anoniem verschenen Duits secreetboek uit 1705 bevat een keur aan recepten voor uiteenlopende huishoudelijke toepassingen, thematische verdeeld over tien hoofdstukken. De onderwerpen variëren van het inrichten van landerijen, de veeteelt, de tuinbouw, het bereiden van medicijnen, de vogel- en de visvangst, het houden van bijen en zelfs het maken van artillerie en vuurwerk. Hoofdstuk zes handelt uitsluitend over de bereiding van verf voor het schilderen (“Von Zubereitung vielerley schöner Mahler-Farben”). Hoofdstuk tien is een aanvulling op het deel over de schilderkunst in het voorafgaande deel uit 1703. Dat boek is echter hoogst zeldzaam en nog niet in de bibliotheek aanwezig.
De uitgever Johann Leonhard Buggel (1650-1721) was boekhandelaar in Nürnberg. In deze stad was eveneens gevestigd de drukker van dit boek: Melchior Gottfried Hein [Hain] (-1719). Hij was getrouwd met de dochter van Leonhard Christoph Lochner (1633-1688) en zette na diens dood de beroemde, door stamvader Joachim Lochner (werkzaam 1570–82) opgerichte drukkerij voort.
Zie voor een korte inleiding op secreetboeken en een afbeelding van de frontispiece van dit boek de aanwinstenblog van maart 2019

Anecdotes of painters who have resided or been born in England : with critical remarks on their productions / by Edward Edwards ; intended as a continuation to the Anecdotes of painting by the late Horace [Walpole] / Edward Edwards
London : Leigh and Sotheby [etc.], 1808. viii, xxxix, 327 pagina’s : frontispiece (portret) ; 30 cm.
Horace Walpole (1717-1797) was schrijver, kunsthistoricus en politicus. Vanaf 1762 publiceerde hij “Anecdotes of painting in England : with some account of the principal artists …“, gebaseerd op de aantekeningen van de Engelse graveur George Vertue (1684-1756). Deze ‘anecdotes’ worden beschouwd als belangrijke bronnen voor de geschiedschrijving van de kunsten in Engeland van de 18de eeuw, hoewel ze sterk zijn beïnvloed door Walpole’s eigen opvattingen.
De Londense tekenaar en graveur Edward Edwards (1738-1806) was in dienst van Horace Walpole, tussen 1781 en 1784, om illustraties te leveren voor de definitieve editie van “A description of the villa of Horace Walpole at Strawberry-Hill …”. Walpole verbrak de relatie met Edwards in 1784. Edwards boek “Anecdotes of painters” is bedoeld als een aanvulling op de “Anecdotes of painting in England” door Walpole en werd postuum gepubliceerd in 1808, twee jaar na zijn dood. Hoewel het niet erg systematisch is samengesteld, bevat het waardevolle aanvullingen en biografische informatie over in zijn tijd levende kunstenaars die anders onbekend zouden zijn gebleven.

Die Malerei auf ihre einfachsten und sichersten Grundsätze zurückgeführt : eine Anweisung, mit ganzen Farben alle Halbtöne und Schatten ohne Mischung zu malen / von Liberat Hundertpfund
Augsburg : J. Walch, 1847. 133 pagina’s, 27 ongenummerde bladen platen (sommige vouwbladen) : illustraties ; 18 cm.
Dit is de zeldzame eerste druk van het schildershandboek geschreven door de Oostenrijkse schilder Liberat Hundertpfund (1806-1878). Het boek diende voor het onderwijs aan de kunstacademie in München en werd in 1849 vertaald in het Engels onder de titel “The art of painting restored to its simplest and surest principles”.
De nadruk ligt op de eigenschappen van kleuren en het gebruik van verfsoorten. Toegevoegd zijn onder meer een overzicht van alle mengvormen van de drie primaire kleuren blauw, rood en geel, alsmede de verdeling van de verf naar kleur op het schilderspalet en de opbouw van een geplooid kleed in verschillende tinten in 10 uitvouwplaten.
Liberat Hundertpfund studeerde in Wenen waar hij zich ontwikkelde tot een bekende portretschilder. Later vestigde hij zich in München waar hij zijn studie voortzette. Vanaf 1837 was hij werkzaam als schilder in Augsburg om zich toe te leggen op religieuze thematiek.

Vorlagen für Holzmalerei : [Heft 1-5] / entworfen von Emil Zschimmer
Leipzig : Glaser & Garte, [1876]. 5 afleveringen (VIII; VIII; VI; VI; VI platen). 34 platen met chromo-lithografische illustraties.
Dit modelboek voor schilders van decoratieve patronen op hout bestaat uit de zeldzame en complete set van alle vijf verschenen afleveringen (Hefte). De kleurenafbeeldingen tonen schilderingen in een uitbundige historiserende stijl, voornamelijk op huisraad en kleinere meubels, boekomslagen, sigarettenaanstekers, juwelendoosjes, zakspiegels, suikerkommen, tafelbladen, portefeuilles, etc. De illustraties zijn gebaseerd op de ontwerpen en tekeningen van de schilder Emil Zschimmer. Hoewel de reeks is bedoeld voor kunstenaars en ambachtslieden bevat de inleidende tekst reclame voor de producten van de firma Robert Friedel & Co. te Stuttgart.
Emil Zschimmer (1842-1917) was een schilder en verbonden aan de Fürstliche freie Zeichenschule Weimar en later werkzaam als tekenleraar aan de Großherzoglich-Sächsische Kunstschule Weimar. Hij kreeg bekendheid als de schilder van honderden impressies van de Dübener Heide. Verantwoordelijk voor de fraaie kleuren chromolitho’s is de lithograaf Louis Glaser uit Leipzig. Louis Glaser (1842-1911) was uitgever van boeken en oprichter van een drukkerij in Leipzig. Samen met Charles Frey te Frankfurt am Main ontwikkelde hij een vernieuwend drukprocedé met vijf steendrukgangen, het Glaser/Frey Lithographische Prozess, dat wordt gekenmerkt door heldere kleuren en een illusionistische dieptewerking.

Chefs-d’oeuvre d’orfèvrerie, ayant figuré à l’exposition de Budapest / décrits par Charles Pulsky, Eugène Radisics et Emile Molinier, et reproduits par l’eau-forte, la chromolithographie et l’héliogravure
Budapest : Grill K., 1886. 2 delen : illustraties, 151 platen (27 in kleur) ; 41 cm.
Dit oorspronkelijk in losse afleveringen verschenen werk is gebonden in twee monumentale lederen boekbanden. Als luxe uitgave documenteren de boeken de tentoonstelling over edelsmeedkunst gehouden in het museum voor decoratieve kunst in Budapest (Országos Magyar Iparművészeti Múzeum) in 1884. In de 19de eeuw groeiden de museale collecties door gerichte aankopen uit particulier bezit. De tentoonstelling moet een ongekend rijk overzicht hebben geboden van de edelsmeedkunst in de verzameling van het Iparművészeti Múzeum, aangevuld met topstukken uit de Balkan in particuliere collecties en kunstwerken afkomstig uit Servisch-orthodoxe kloosters in Fruška Gora.
Deze uitgave onderscheidt zich door het grote formaat met 151 voorstellingen gereproduceerd in drie druktechnieken: lichtdruk (heliogravure), ets (eau-forte) en 27 kleurenlitho’s (chromo-lithografie). Volgens opgave bestond de oplage uit slechts 50 exemplaren.
Aan dit boek hebben drie kunsthistorici bijgedragen. Károly Pulszky (1853-1899) was geboren in Londen maar werkzaam als kunsthistoricus in Hongarije. Hij was redacteur van het tijdschrift Archeologiai értesítő van 1881 tot 1884. Ook Jenö Radisics (1856-1917) was een bekende Hongaarse schrijver over toegepaste kunst. De Fransman Emile Molinier (1857-1906) behoorde eveneens tot de specialisten op het gebied van de kunstnijverheid en was verbonden als conservator aan het Musée du Louvre te Parijs.

Répertoire de couleurs pour aider à la détermination des couleurs des fleurs, des feuillages et des fruits / publié par la Societé française des Chrysanthémistes et René Oberthür avec la collaboration principale de Henri Dauthenay, et celle de Julien Mouillefert, C. Harman Payne, Max Leichtlin, N. Severi et Miguel Cortès
Rennes : Societé française des Chrysanthémistes et René Oberthür [Imprimerie Oberthur & L], 1905. 2 delen : illustraties ; 26 cm + toelichting: Classement des planches de répertoire de couleurs par force de tons / par H. Dauthenay.
2 delen met 365 losse kleurkaarten in uitgeversmappen met bijhorend tekstrepertoire in een afzonderlijk boekwerk van 45 pagina’s. De kaarten geven 4 variaties van de betreffende kleur weer. Enkele kaarten (o.a. diverse goudkleuren, zilver) hebben slechts 1 kleurvoorbeeld.
Natuurwetenschappers hadden vaak meer belangstelling dan schilders voor het systematisch vastleggen van kleurwaardes. Het classificeren van kleuren op basis van kleurstalen begon bij Patrick Syme (1774-1844) die zich met zijn “Nomenclature of Colours” uit 1814 baseerde op een veertig jaar ouder classificatiesysteem van Abraham Gottlob Werner. In 1905 verscheen dit systeem met bijna 1500 kleurstalen samengesteld door Henri Dauthenay en René Oberthür, het “Répertoire de couleurs pour aider à la détermination des couleurs des fleurs, des feuillages et des fruits”. De uitgave werd gedrukt in de Imprimerie Oberthür, de succesvolle drukkerij van de entomoloog René Oberthür (1852-1944) en zijn broer Charles in Rennes.

Dit werk geldt als één van de meest complete kleurengidsen voor het in kaart brengen van de natuurlijke flora voor botanici en botanische kunstenaars. Het werk was begonnen in 1899 tijdens het Horticultural Congres, georganiseerd door de Societé française des Chrysanthémistes in Lyon, vanuit de behoefte om het repertoire van botanische kleuren te reguleren en om de terminologie van kleuren in botanische beschrijvingen te standaardiseren.
De uitgave bestaat uit 365 kleurkaarten verdeeld over twee delen (vol. I: 1-182, vol. II: 183-365), aangevuld met een tekstboek. Elke kaart geeft meestal vier tinten van dezelfde kleur, met opgave van de oorsprong van de kleur en de naam van de kleur in de vijf talen, Frans, Duits, Engels, Spaans en Italiaans. In totaal zijn 1403 kleurstalen van 41 x 31 millimeter opgeplakt en 19 stalen van metaaltinten als goud en zilver zonder referenties naar planten. Ook is een lijst met planten toegevoegd waarin een bepaalde kleur te vinden is. In het inleidend tekstboekje wordt de methode van het werk uitgelegd. Een afzonderlijke kleurenindex werd samengesteld door Henri Dauthenay.
Dit werk heeft lang gediend als een officiële referentie voor het benoemen van tinten in botanie en tuinbouw, en vormde de basis van de kleurkaarten van de Royal Horticultural Society in Londen, de “R.H.S. colour chart” (edities 1966 en 1986).

Die Raumkunst der große Wiener Schule / von Ernst Oldenbruch
Uitgever: Kritzendorf : Ernst Oldenbruch, [1925?]. 1 cassette : hoofdzakelijk illustraties ; 41 cm.
Cassette met 10 uitgestanste chromo-lithografische diorama’s met interieurs van verschillende kamers, 12 kleurenlitho’s met Art Deco-motieven (“Ornament-Schliff”), 2 kleuren-lithografische leporello’s met instructies voor de productie van Art Deco behangpatronen, en 1 plaat met een behangpatroon.
Aan het begin van de 20ste eeuw stierven de oude ambachtelijke decoratieve schildertechnieken langzaam uit. De smaken veranderden, en de industrie produceerde kant-en-klare verf waardoor de techniek van de werken met ambachtelijke grondstoffen als olieverf, emulsies en waxlijmen, geleidelijk verdween. De Art-Déco periode gaf een laatste impuls tot de opbloei van de decoratieschilderkunst. In Europa werden na de eerste wereldoorlog speciale scholen voor schilderkunst opgericht. Deze scholen waren meestal actief in de wintermaanden, als de orderportefeuilles van de schilders leeg raakte. Hier werden de ambachtslieden onderwezen in de decoratieve schilderkunst. In Wenen zijn bekend de schildersschool Hagelstein, technische school voor imitatie van hout en marmer. Een andere school in de Weense wijk Kritzendorf was de schilderschool van Ernst Oldenbruch.

In de jaren tussen 1925-1930 bracht Oldenbruch drie publicaties uit over de decoratieve schildertechnieken van die tijd, in de vorm van drie grote schuifcassettes met leskaarten. Eerder verwierf het Rijksmuseum een ander deel uit deze reeks, “Die grosse Wiener Schule” met voorbeelden en instructies voor hout- en marmerimitaties. Deze doos “Raumkunst der große Wiener Schule“ bevat 10 diorama’s met Art-Déco interieurs (Vorzimmer, Wohnzimmer, Speisezimmer, Schlafzimmer, Herrenzimmer, Mädchenzimmer, Salon, etc) waarvan de wanden zijn uitgesneden zodat hierachter de behangpatronen konden worden gehouden. De 12 kleurenlitho’s met Art-Déco motieven geven voorbeelden voor meubeldecoraties waarbij de patronen worden uitgeslepen in de lak (Ornamentschliff).

Ook maken twee leporello’s met technische uitleg over dit proces deel uit van de uitgave. Een complete en opmerkelijke set van deze gedetailleerde methode voor wand- en meubeldecoratie in de Art-Déco-stijl.

Gispen’s fabriek voor metaalbewerking n.v.
Reeks: Catalogus; no. 29. Rotterdam : W.H. Gispen, [1932?]. 110 pagina’s : illustraties ; 21 cm. Omslagtitel: Giso lampen, ontwerp Gispen. Los bijgevoegd vouwblad ( 4 pagina’s): Prijsverlaging van eenige giso lampen : eerste aanvullingsblad op catalogus no. 29 (mei 1933).
Deze productcatalogus van de Giso lampen vervaardigd door Gispen’s Fabriek voor Metaalbewerking N.V. in Rotterdam, verkeert in een uitstekende staat en is alleen te vinden in de Gispen bedrijfscollectie.

Dit is de meest uitgebreide catalogus van de Giso lampen, met bijgevoegd een gedateerd aanvullingsblad met een prijslijst. Op dit ‘eerste aanvullingsblad’ van mei 1933 zijn alle leverbare Giso lampen vermeld. De lichtornamenten zijn ontworpen door Willem Hendrik Gispen (1890-1981). Het Rijksmuseum heeft in 2011 een mooi exemplaar van de Giso hanglamp no. 23 verworven die op pagina 19 en op de omslag staat afgebeeld. Ook is deze lamp her en der te zien op de foto’s van de toonzalen. De foto’s in deze verkoopcatalogus zijn gemaakt door de Rotterdamse fotograaf Jan Kamman (1898-1983) en W.H. Gispen. Achterin zijn foto’s van het productieproces opgenomen.
Het ontwerp van de catalogus is een goed voorbeeld van de Nieuwe Typografie, het Nederlands modernisme in de grafische vormgeving. Gispen gebruikte schreefloze letters in asymmetrische composities in wit en zwart, aflopende foto’s en een oranjerode steunkleur.

Bruynzeel fabrieken, Zaandam : [catalogus]
Series: Catalogus ; no. 5. [Zaandam?] : [C. Bruynzeel & Zonen], [1949?]. 104 pages : illustrations ; 19 cm. Book design by Piet Zwart. Printed in black, red, and blue.
Piet Zwart (1885-1977) was een Nederlandse fotograaf, typograaf en industrieel vormgever. Van 1919 tot 1962 voerde hij opdrachten uit voor Bruynzeel, een producent van keukens. Aanvankelijk ontwierp hij alleen kalenders, maar hij werd beroemd met zijn ontwerp van de modulaire keuken voor Bruynzeel uit 1938, een eerste ontwerp voor massaproductie. Omstreeks 1929 haalt de Deurenfabriek en Schaverij Bruynzeel hem binnen als reclameman. Zwart geldt als pionier van de moderne typografie. Hij is bekend vanwege zijn werk voor de Nederlandse Kabelfabriek Delft en de Nederlandse PTT. Hij hield zich niet aan de traditionele regels van de typografie, maar paste in zijn commerciële werk de principes van het constructivisme en De Stijl toe. Zijn werk kenmerkt zich door het gebruik van primaire kleuren, geometrische vormen, herhaalde woordpatronen en het vroege gebruik van fotomontage.

Ook in deze productcatalogus no. 5 voor de Bruynzeel Fabrieken uit 1949 past Zwart typografische vernieuwingen toe gecombineerd met aflopende foto’s en geometrische vormen in primaire kleuren. Hij borduurde voort op de principes die hij in de jaren twintig had ontwikkeld. Het omslagontwerp met het arend-vignet is van Vilmos Huszar (1884-1960), de schilder en ontwerper waarmee Zwart voor Bruynzeel keukens had ontworpen. Van de Bruynzeel catalogi, die verschenen tot en met no. 10 in 1972, werden de eerste zes door Zwart ontworpen gebruikmakend van het legendarische vignet van Huszar. De nummers 7 tot en met 10 zijn vormgegeven door de reclame-afdeling van Bruynzeel. Het Rijksmuseum bezit exemplaren genummerd 1b, 5, 7 en 9.

Het echte Oud-Hollandse ornaprentenboek / tot lering ende vermaak voor margebedrukkers en andere knutselaars met afgedankt zetmateriaal in zijn ledige uren gezet door Ton van Zuilen ; [toelichting Henk van Otterloo]
Houten : Green Escape Press, [1981]. [12] pagina’s, illustraties : 22 cm. Genummerd en door Ton van Zuilen en Henk van Otterloo gesigneerd exemplaar (57 van 100).
De taalhistoricus Ewoud Sanders beschreef dit curieuze boekje in de gids “Boekengeluk : vijftig hoogtepunten uit het Museum Meermanno” (pagina 214-219) uit 2008. Hier volgt een korte samenvatting.
“Op een keer trok ik een kast met een groot, weinig gebruikt corps open en wat zie ik daar? Een man met een bolhoed op”. Aan het woord is Henk van Otterloo, indertijd notaris en margedrukker. Hij richt zich tot ‘zijn knechtje’ Ton van Zuilen, een pseudoniem van de Utrechtse kunstenaar J.H. Moesman. ‘Nou maar Ton daar zijn die ornamentjes toch niet voor. Die zijn toch om mooie randjes te maken!’
Bij oude lettercorpsen zitten doorgaans allerlei ornamenten – sierranden, wijzende handjes, klavertjes enzovoorts – waar je, met de nodige fantasie, allerlei figuurtjes mee kunt maken, zoals ‘een man met een bolhoed op’. Dat was wat ‘Ton’ had gedaan, en waar hij op verzoek van Van Otterloo mee doorging.
Samen maakten en drukten ze, in zes jaar tijd, uiteindelijk negen prenten, waarvoor het zetsel is opgebouwd uit tientallen ornamenten, bijvoorbeeld een portret van Laurens Jansz. Coster, een zeemeermin en een schilderijententoonstelling. De prenten werden samengevoegd in een boekje toepasselijk getiteld “Het echte Oud-Hollandse ornaprentenboek tot lering ende vermaak voor margebedrukkers en andere knutselaars met afgedankt zetmateriaal gezet”. Het werd op negentiende-eeuws papier gedrukt en verscheen in 1982 in een oplage van honderd exemplaren bij Van Otterloos Green Escape Press.

