door Geert-Jan Koot
La fidelle ouverture de l’art de serrurier ; ou lon void les principaulx preceptes, desseings, et figures touchant les experiences, et operations manuelles du dict art. Ensemble un petit traicté de diverses trempes / le tout faict, et composé par Mathurin Iousse de La Fleche
A La Fleche : chez Georges Griveau imprimeur ordinaire du roy, 1627. 8 ongenummerde pagina’s, 152 pagina’s : illustraties; 31 cm.
65 genummerde afbeeldingen (33 houtgravures, 32 kopergravures). Verder geïllustreerd met vignetten, geïllustreerde initialen en banddecoraties.
Het maken van sloten en sleutels was een geheim ambacht dat werd geleerd in de smidse. Dit boek is de vroegste gedrukte verhandeling gewijd aan de kunst van de slotenmaker. Mathurin Jousse (1607-1692) was een Franse meester slotenmaker en architectuurtheoreticus geboren in La Flèche (Pays de la Loire). Met de gedetailleerde beschrijvingen van de methoden van vervaardiging sluit het boek aan bij de collectie sloten en sleutels in het Rijksmuseum, tentoongesteld in de zalen van de Bijzondere Collecties. Bovendien vormt het een belangrijke aanvulling op de omvangrijke verzameling handleidingen voor kunstenaars en kunsttechnologische bronnen in de bibliotheek van het Rijksmuseum. De afbeeldingen tonen rijk gedecoreerde sleutels en de mechanismen van sloten, maar ook andere ijzerwaren als hekwerken, de eerste rolstoel en zelfs protheses voor handen en benen. Technische handleidingen als dit boek werden vaak opgebruikt of raakten uit de mode door nieuwe uitvindingen en zijn tegenwoordig buitengewoon zeldzaam.
Aankoop mogelijk gemaakt door het Vehmeijer Fonds/Rijksmuseum Fonds
Zie voor een verdere beschrijving de aanwinstenblog mei 2019

La perspective cvrievse ov, Magie artificiele des effets merveillevx. : De: l’optique, par la vision directe, la catoptrique, par la reflexion des miroirs plats, cylindriques & coniques, la dioptrique, par la refraction des crystaux. Dans laquelle, outre un abbregé & methode generale de la perspective commune, reduite en pratique sur les cinq corps reguliers, est encore enseignee la façon de faire & construire toute sortes de figures difformes, qui estant veüs de leur poinct paroissent dans une juste proportion: le tout par des pratiques si familieres, que les moins versez en la geometrie s’en pourront servir avec le seul compas & la regle … Oeuvre tres-utile aux peintres, architectes, graveurs, sculpteurs, & à tous autres qui se servent du dessein de leurs ouvrages / Par le père f. Iean François Nicéron Parisien de l’ordre des Minimes
A Paris, chez Pierre Billaine, rue S. Jacques, à la Bonne Foy, devant S. Yves. M. DC. XXXVIII [1638]. 12 bladen, 120, [3] pagina’s : 25 genummerde bladen met LXXIV gegraveerde figuren (1 dubbele pagina met digrammen) ; 34 cm.
De priester en theoreticus Jean-François Niceron (1613-1646) had belangstelling voor de natuurlijke magie die in de eerste helft van de 17de eeuw nog steeds actueel was. Hij beschouwde de optica als de kunst van de illusie in plaats van de wetenschap van het licht. De natuurlijke magie gaat uit van het voorkomen van speciale krachten in de wereld om ons heen. Niceron’s belangstelling voor magie en optica komt tot uitdrukking in de titel van dit oudste boek over anamorfosen. Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. In de inleiding geeft hij te kennen het liefst een boek geheel aan anamorfosen te wijden maar te kiezen voor een inbedding in de geometrie en de perspectiefleer.
Het werk is opgebouwd uit vier delen. In deel 1 komen de elementaire geometrische definities en een inleiding tot perspectiefconstructies aan bod. In deel 2 behandelt Niceron het vervormd perspectief, waaronder de gebogen of onregelmatige oppervlakken in gewelfde plafonds, nissen etc. Bovendien onderzoekt hij de oppervlaktevervorming (anamorfose) om een op een dergelijk oppervlak geschilderd beeld in perspectief te plaatsen. Deel 3 behandelt complexere gevallen van anamorfose, zoals reflecties op vlakke, cilindrische en conische oppervlakken. Deel 4 gaat in op het gebruik van dioptrieën voor het plaatsen van figuren op vlakke oppervlakken.
De delen over anamorfose waren bijzonder belangrijk, zowel in de eigen praktijk van Niceron als schilder maar vooral voor latere kunstenaars en theoretici. Het boek verscheen in 1638 in het Frans en werd herdrukt en aangevuld met de harmonieleer van Marin Mersenne (1588-1648) in de edities uit 1652, 1663 en 1679. De herziene Latijnse editie verscheen in 1646, het jaar van zijn overlijden.

Die hundert und eine Kunst, oder: Vermischte Sammlung allerhand nützlich- auch lustiger und scherzhafter Curiositäten / herausgegeben von C.V.F.E.A.
[Plaats van uitgave en uitgever onbekend], 1791 [=1761?] – 1771. 6 delen in één band : (4), 472 pagina’s, illustraties (3 platen en houtsneden in de tekst); 18 cm.
De volledige naam van de auteur luidt Albrecht Ernst Friedrich Freiherr von Crailsheim zu Jochberg im Fürstenthum Ansbach (1728-1795). Hij was kamenier van het Kanton Altmühl Ritterrath, in het huidige Frankenland in Duitsland, en vanaf 1778 rekenmeester en benoemd tot ridder in de orde van de rode adelaar van Brandenburg. De baron schreef twee boeken met recepten: een kookboek en dit boek met meer dan 1000 instructies en aanwijzingen op het gebied van huishouden en landbouw, geneeskunde, scheikunde, natuurkunde, wiskunde, ambacht en handel. Deze recepten omvatten onder meer vlekverwijdering, geheime tekens, kaart- en goocheltrucs, de vervaardiging van verf en inkten, chocolade, wijn, gehamerd goud, transparante afbeeldingen, etc. Het boek staat geheel in de traditie van de zogenaamde secreetboeken. Het is een ware schatkamer met talloze recepten en handleidingen voor de meest uiteenlopende toepassingen.
Deze publicatie bevat zes delen. In de latere uitgaven vanaf 1766 zijn meer, tot tien delen opgenomen. Op het titelblad staat als jaar van uitgave 1791. Hoewel verschillende edities vanaf 1760 worden vermeld in Worldcat.org is deze uitgave uit 1791 onbekend. Mogelijk is er sprake van een drukfout waarbij in plaats van 1761 het jaartal 1791 is gedrukt. Elk deel heeft een eigen jaartal. Op het tweede en vijfde deel is 1769 afgedrukt, het derde en vierde deel 1768 en het zesde deel 1771, terwijl de nummering van de bladzijden doorloopt. In het vijfde en zesde deel zijn talrijke houtsneden opgenomen in de tekst en drie prenten op afzonderlijke bladen. Andere edities verschenen in Neurenberg en in Leipzig. Deze uitgave heeft echter geen vermelding van de naam van drukker of uitgever en de plaats van uitgave.

A practical treatise on landscape painting in oil : illustrated by various diagrams, and with two original studies in oil, painted on the principles given in the treatise / by G. Arnald
London : Published by the author and sold by Roberson and Miller, 1839. 12 pagina’s : illustraties (oil on paper) ; 31 cm.
George Arnald (1763-1841), was een vriend van collega-schilder John Varley waarmee hij in 1798 en 1799 door Wales trok. Er is weinig informatie over de vroege jaren van Arnald, maar aangenomen wordt dat hij zijn beroepsleven als huisknecht begon voordat hij zich toelegde op de studie van de kunst. Arnald was een student van de landschapsschilder en graveur William Pether (circa 1738-1821). Hij exposeerde voor het eerst aan de Royal Academy in 1788 waar hij 176 werken tentoonstelde. In 1810 werd hij gekozen als geassocieerd lid van de Koninklijke Academie, maar werd nooit toegelaten tot het volledige lidmaatschap. Arnald was een topografische kunstenaar die werkte op de manier van de vroege Turner. Maar zijn enige boek gaat niet over het schilderen in aquarel maar in olieverf, “A practical treatise on landscape painting in oil“ (Een praktische verhandeling over landschapsschilderkunst in olieverf). Het bijzondere aan dit werk is dat het twee originele olieverfschilderingen op papier bevat: getiteld Ben Venue en Vale of Llangollen, vergezeld van acht pagina’s met beschrijvende tekst, met gekleurde diagrammen, een ingekleurd pallet en elf handgeschilderde ingeplakte kleurstalen. Het verworven exemplaar is in de originele staat en verkeert in een goede conditie.

Het boek is opgedragen aan de Royal Academy met de woorden “putting aside all the circumstances relating to it with respect to myself, I cannot but express my sincere desire that it may be, and continue to be, the first of all institutions of the kind…”. Maar het is niet aanwezig in de bibliotheek van de Royal Academy. De publicatie is dan ook buitengewoon zeldzaam. Er zijn slechts twee andere exemplaren bekend waaronder in het Victoria & Albert Museum in Londen.

In 1756 richtte Johann Christoph Voigtländer (1732-1797) een bedrijf op voor wetenschappelijke instrumenten in Wenen. Kleinzoon Peter Wilhelm nam de zaak over in 1837 en richtte zich op fotografie en fotografische instrumenten. In de jaren 1840 was Voigtländer & Sohn beroemd vanwege hun fotografische camera’s en vooral de portretlens ontworpen door Joseph Petzal, niet alleen in de wetenschappelijke wereld, maar ook aan het hof. Dit artikel door J. Reindl, verschenen in het Polytechnisches Journal in 1842 (vol. 86, no. 2), geeft de eerste gedetailleerde en geïllustreerde beschrijving van een houten camera door ‘Voigtländer & Sohn’.
Over het fotografisch procedé van de daguerreotypie laat Reindl zich niet enthousiast uit. De camera wordt aangeduid als ‘Voigtländers neue große Camera obscura’ (Voigtländers grote nieuwe camera obscura) die twee maal zo groot was als de eerder beschikbare camera’s en opnames zou kunnen maken van 14,9 x 11,5 cm.
Tot de late jaren 1850 was het gebruikelijk om een fotocamera een camera obscura te noemen. Het archief van de Oostenrijkse nationale bibliotheek bezit een vergelijkbare camera uit 1848 afkomstig uit de collectie van aartshertog Ferdinand Maximiliaan van Oostenrijk, de latere keizer van Mexico (1832-1867). Het doosvormige corpus van walnotenhout heeft flinke afmetingen: 25,3 x 36,4 x 30,7 cm, met een totale lengte van 49 cm, lens diameter 65 mm, en een scherpstelscherm tot 22 x 27 cm. Met deze camera is de basis gelegd voor de huidige analoge camera’s.

A dissertation on the ancient Chinese vases of the Shang dynasty : from 1743 to 1496, B. C., illustrated with forty-two Chinese wood engravings / by P.P. Thoms
London : The Author, sold by J. Gilbert, 1851. 63 pagina’s : 42 illustraties ; 25 cm.
Peter Perring Thoms (1791-1855) was een Britse boekdrukker en sinoloog woonachtig in Kanton en Macao in China van 1814 tot 1825. Hij werd bekend vanwege de uitgave van Robert Morrison’s “A Dictionary of the Chinese Language” in drie delen tussen 1815 en 1822 in opdracht van de East India Company. Tijdens zijn verblijf in China ontstond zijn belangstelling voor Chinese vazen. Terug in Engeland stelde hij dit boek samen over de antieke vazen uit de Shang dynastie, ook wel Yin dynastie genoemd (ca. 1600–1046 BC). Het zeldzame boek wordt beschouwd als het klassieke werk over het bronzen vaatwerk uit deze vroege periode uit de Chinese geschiedenis. De illustraties en beschrijvingen in het boek zijn gebaseerd op een oud Chinees 16-delig werk getiteld “Bógǔ Tú” (博古 圖).
De 42 houtsnedes van de vazen in het boek zijn speciaal gemaakt door de uit Kanton afkomstige graveur A-lae en werden tentoongesteld op de Great Exhibition van 1851 gehouden in Hyde Park, Londen.

Notes & planches sur les proportions du corps humain / Paul Eudel
[Frankrijk], [1870?]. 65 pagina’s, 7 ongenummerde pagina’s, 35 bladen : illustraties ; 32 cm.
Manuscript met pentekeningen en ingeplakte gravures.
Paul-Charles-Theodore Eudel (1837-1911), een van de grote Franse kenners, bibliofielen en kunstcritici uit de negentiende eeuw, verzamelde antieke juwelen, 18de eeuwse prenten, zeldzame boeken, boekbanden en andere kunstvoorwerpen. Hij schreef regelmatig over het verzamelen in kranten als Le Figaro en Le Temps. Zijn recensies van de veilingverkopen in het L’Hôtel Drouot in Parijs werden verzameld en gepubliceerd in negen delen tussen 1882 en 1891. Eudel is de auteur van een beroemde en vaak herdrukt exposé over artistieke en literaire vervalsingen met de titel “Le truquage”. Hij was een beschermheer van de kunsten en een vriend van vele kunstenaars en schrijvers, waaronder Victor Hugo, die Eudel de eer gaf om ‘de Fransen ervan te hebben overtuigd dat antiek waarde had’.
Dit manuscript – vermoedelijk voor een nooit gepubliceerd boek – bevat 34 bladen met tekeningen van het menselijk lichaam in diverse houdingen, evenals van afzonderlijke lichaamsdelen. Sommige tekeningen zijn ontleend aan “Nouvelle méthode pour apprendre à dessiner sans maître” uit 1740 van Charles Antoine Jombert (1712-1784) en gekopieerd naar Charles-Nicolas Cochin (1735-1790) die werkzaam was voor de drukker Jombert. Ook zijn diverse tekeningen opgenomen naar de prenten van Sebastien Le Clerc (1637-1714) in “Principes de dessein”.

Als bonus kreeg het Rijksmuseum bij dit boek een bundel van sonnetten getiteld “Poésies de Saint-Juirs” door de romanschrijver en kunstcriticus René Delorme (1848-1890). Saint-Juirs is een pseudoniem van René Delorme. Het is een ongenummerd manuscript met gedichten waarvan sommige over kunstenaars als Andrea del Sarto, geschreven op verschillende soorten papier.
Beide boeken dragen het heraldische familiewapen van Paul Eudel in goud gestempeld op de boekband. Het motto luidt: ‘In procellis impavidae’ (onversaagd in stormen).

Étude sur la gravure sur bois et la lithographie / Bracquemond
Paris : Imprimé pour Henri Béraldi, 1897. vii, 94, [2] pagina’s ; 25 cm.
Tirage à cent trente-huit exemplaires numérotes. La présente étude a paru dans le Journal des arts sous le titre: Trois livres.
Félix Bracquemond (1833-1914) was een bekende schilder, graveur en ceramist. Hij speelde een leidende rol in de heropleving van de kunst van het etsen in Frankrijk en werd artistiek directeur van de porseleinfabriek Haviland de Limoges te Parijs. Bracquemond was een prominent figuur in de artistieke en literaire kringen in zijn tijd.
Het boek bestaat uit drie delen en is een bundeling van de negen herziene artikelen die een jaar eerder waren verschenen in het tijdschrift “Le Journal des arts” onder de titel Trois Livres, aangevuld met een afsluitend tiende hoofdstuk. In deze opstellen verdedigt Bracquemond de prentkunst tegen de opkomende fotografie. Het volgende citaat laat dan ook weinig aan duidelijkheid te wensen over: ‘… il n’y a pas à se dissimuler, la camelote photographique … nous envahit de plus en plus, et à bref délai va complètement supplimer les divers systèmes de gravure’ (… er is geen ontkomen aan, de fotografische rommel … dringt zich steeds meer op en zal in korte tijd de verschillende methoden van graveren volledig verdringen). Ook behandelt hij de technieken van houtgravure en steendruk.
Het boekje is in een genummerde oplage van 130 exemplaren gedrukt. Dit exemplaar met nummer 111 bevat een handgeschreven opdracht van de uitgever Henri Béraldi aan de schilder Pierre Bracquemond, de zoon van Félix.

Prijslijst van artikelen van de Württembergische Metallwarenfabrik
[Wien] : Württembergische Metallwarenfabrik, [1905?]. 68 pagina’s : illustraties ; 24 cm.
Kopregel: Chinasilber- und Alpakka-Waren.
Deze productcatalogus bevat een uitgebreid overzicht van de artikelen aangeboden in de winkel van de Württembergische Metallwarenfabrik (WMF) in Wenen omstreeks 1905 die nog steeds op hetzelfde adres is gevestigd. De catalogus omvat onder meer bestek, borden, kommen, vazen, lampen, diverse meubels en ornamenten, accessoires, beeldjes, toilet- en kantoorbenodigdheden, alles gemaakt van alpaca (ook nikkelzilver, een solide, duurzame metaallegering met zilverachtig uiterlijk) en van zogenaamd Chinees zilver (gegalvaniseerd nikkelzilver). De artikelen zijn volgens de inleiding naar schetsen van buitengewone kunstenaars, meestal in de stijl van het historicisme, maar ook zijn ontwerpelementen van art nouveau en art déco duidelijk herkenbaar.
Bijzonder fraai is het art déco omslagontwerp in twee kleuren gelithografeerd met accenten in goud, ontworpen door een onbekende kunstenaar. De ruim 300 afbeeldingen in de tekst van 227 producten zijn gedrukt in houtgravure en autotypie naar tekeningen en foto’s. De metaalwarenfabriek WMF, voorheen A. Köhler & Co, vestigde in de jaren 1860 diverse filialen waaronder in Berlijn en Wenen. De stempel op de omslag geeft aan dat deze catalogus door de Weense vestiging was verspreid.
Toegevoegd is een eveneens rijk geïllustreerde bijsluiter met prijzen van ‘Chinasilber- und Alpakka-Waren’ in groot formaat. Een ander exemplaar van dit boekje is niet aangetroffen.

Farbige Räume und Bauten : ein Führer für neue farbige Raumkunst / Herausgegeben von Wilhelm Jöker
Stuttgart : Fa. G. Siegle & Co GmbH, [1920?] 19 pagina‘s, 30 platen : illustraties ; 26 x 36 cm.
Deze portefeuille bestaat uit afbeeldingen van interieurs van woonhuizen, tentoonstellingszalen en feesthallen in opengewerkt perspectief. De map bevat 30 kleurrijke platen in pochoir kunstdruk, sommige gehoogd met goud en zilver met 40 ontwerptekeningen van interieurs waarop de levendige kleuren van de wanden en plafonds op elkaar zijn afgestemd. De art déco interieurstijl is onmiskenbaar beïnvloed door de modernistische esthetiek van het Bauhaus. Het werk was bedoeld voor het gebruik door schilders, architecten en docenten en studenten op kunstnijverheidsscholen.
Professor Wilhelm Jöker schreef nog enkele boeken over decoratieschilderkunst en interieurschilderingen ten behoeve van het onderwijs.
De uitgever is de firma G. Siegle & Co., een grote verfstoffenfabriek in Stuttgart, in 1845 opgericht door Heinrich Siegle. De firma specialiseerde zich in de productie van minerale en emailverf en was zeer succesvol. Om meer bekendheid aan de verfproducten te geven en de verkoop te stimuleren werd deze uitgave verzorgd.
