door Geert-Jan Koot
Art du chapelier / par l’abbé Nollet [Jean Antoine Nollet]
Serietitel: Descriptions des arts et métiers par l’Académie des sciences, nouv. ed ; tome 7.
[Neuchatel] : [Imprimerie de la Société Typographique], 1777. Pag. 228-346, 4 bladen platen (gegraveerd door Billé, 1776) : 4 illustraties ; 27 cm.
Dit boek was onderdeel van het 19-delige werk “Descriptions des arts et métiers” dat tussen 1761-1782 werd uitgegeven in opdracht van de Franse Académie royale des Sciences. Het werk geeft gedetailleerde beschrijvingen van een breed arsenaal aan ambachten en vervaardigingsmethodes uit deze periode in Frankrijk. Het is een belangrijke bron voor technieken in de achttiende eeuw. De artikelen zijn geïllustreerd met gedetailleerde kopergravures. De oorspronkelijke zes gravures bij dit artikel zijn gemaakt door Catherine Haussard (1746-1791), een Parijse prentmaakster gespecialiseerd in wetenschappelijke illustraties. Voor deze nieuwe editie zijn vier prenten van de oorspronkelijke uitgave in spiegelbeeld nagebootst door Billé in 1776.
Dit artikel over het maken van hoeden is oorspronkelijk in 1765 geschreven met als titel “L’art de faire des chapeaux” door Jean Antoine Nollet (1700-1770), bekend van zijn publicaties over experimentele fysica en elektriciteit. Nollet behandelt geen hoeden gemaakt van stro of karton, maar vrijwel uitsluitend hoeden met een brede rand gemaakt van vilt (‘que nous appelons chapeau’). De grondstof is haar, dat wil zeggen wol van schapen maar ook andere soorten haar, sommige goedkoop zoals konijn of haas, anderen duurder zoals die van kameel of de Canadese bever. Deze materialen worden behandeld door arbeiders die het haar scheiden van de huid en zelf geen hoedenmakers zijn. De vervaardiging van de hoed kent drie hoofdbewerkingen; bij de eerste bewerking worden de onderdelen (capades) gesneden die vervolgens worden geassembleerd (bastir); tenslotte worden ze gevormd (la foulet) tot een bepaalde afmeting, stevigheid en vorm is bereikt. Het verven is een laatste en zeer delicate operatie. Wie de hoeden kleurt, moet meester worden en heeft niet het recht om iets anders te doen dan hoeden te verven. De hoeden worden vervolgens aangeboden in een hoedenwinkel. Op plaat 4 is een winkel met een klant afgebeeld die een hoed past, gekozen uit de modellen die aan de muur hangen. Op deze illustratie zijn tevens verschillende soorten hoofddeksels afgebeeld. (Bron: L’Abbé Nollet et l’art de faire des chapeaux )

Kurze Abhandlung über die Aetzkunst / von J. Rod. Schellenberg, Mahler
Winterthur : In der Steinerischen Buchhandlung, 1795. 51, [1] pagina’s, 1 vouwblad met gravures : illustraties ; 18 cm.
Deze beknopte maar zeldzame handleiding over de techniek van het graveren door Johann Rudolf Schellenberg (1740 – 1806) maakt deel uit van een convoluut met twee andere werken. Op het titelblad is een gegraveerd vignet afgedrukt waarop gereedschappen van de graveur zijn weergegeven. Achterin is een vouwblad met een afbeelding van een drukpers opgenomen.
Schellenberg was een Zwitserse kunstenaar, schrijver en entomoloog, vooral bekend om zijn illustraties van insecten. Hij maakte wetenschappelijke illustraties voor verschillende botanische en entomologische werken, onder meer voor zijn eigen publicaties “Genres des mouches diptères représentés” en “XLII planches et projettées dessinées et expliquées par deux amateurs de l’entomologie” (1803). Schellenberg verzorgde ook de illustraties voor boeken van onder meer Johan Gessner en Johann Kaspar Füssli. Verder illustreerde hij de entomologische werken van Johann Heinrich Sulzer’s “Die Kennzeichen der Insekten, nach Anleitung des Königl. Schwed. Ritters und Leibarzts Karl Linnaeus” (1761) en J. Römer’s “Genera insectorum Linnaei et Fabricii iconibus illustrata” (1789). Bovendien illustreerde hij romans, verhalen, en reisjournaals. Ook was hij betrokken bij de vervaardiging van de fysionomie prenten van Johann Kaspar Lavater. Met Daniel Chodowiecki (1726 – 1801) onderhield hij een levenslange vriendschap.
Aankoop met steun van het Wim Vehmeijer / Rijksmuseum Fonds

Theoretisch-practische Anweisung zum Selbstunterricht in der Oehl- und Pastell-Mahlerey : nebst angehängter Erklärung einiger Kunstwörter welche in der Mahlerey vorkommen : mit einem Kupfer
Breslau : In der Meyerschen Buchhandlung, 1801. 111, [1] pagina’s, [1] uitvouwplaat : illustratie ; 18 cm.
Het tweede werk in het convoluut is een zeldzaam, anoniem in 1801 gepubliceerd boek met een handleiding over de kunst van het schilderen. Het eerste deel is gewijd aan kleur en verf, in het bijzonder het schilderen met olieverf, en vervolgt met de uitrusting van de schilder. Kleuren en kleurgebruik worden gedetailleerd toegelicht. Het tweede deel gaat over het schilderen met pastelverf, waarbij de benodigde kleuren, de wijze van bereiding van de verf en de grondering aan bod komen. De tekst besluit met een verklarende woordenlijst en een uitklapplaat waarop benodigdheden van de schilder zijn afgebeeld.
Aankoop met steun van het Wim Vehmeijer / Rijksmuseum Fonds

Bereitung der Kupfertafeln zum Radieren
[Duitsland, tussen 1805 en 1809]. 23 ongenummerde pagina’s, 3 blanco pagina’s, 2 ongenummerde pagina’s : illustraties ; 18 cm.
Het derde en laatste deel van het convoluut is een Duits handschrift van 23 pagina’s. Het bevat voor een deel originele bijdragen aangevuld met bestaande teksten en aanwijzingen van andere kunstenaars zoals Gottlob Landius, graveur in Leipzig. De teksten gaan over verschillende soorten verf, het schoonmaken van olieverfschilderijen, de techniek van het miniatuur schilderen en gouache, technieken om vernis te maken van papaverolie en een uiteenzetting over het schilderen met pastelkleuren. De passage over verschillende soorten lak is ondertekend door Kochendorf J.G.B.
Aankoop met steun van het Wim Vehmeijer / Rijksmuseum Fonds

Modèles d’orfèvrerie, choisis à l’Exposition des produits de l’industrie française, au Louvre, en 1819 : réduits et gravés au trait d’après les pièces originales, ou les dessins qui ont servi à leur exécution …
Paris : Bance aîné, Marchand d’Estampes, 1822. iv, 16 pagina’s, 72 bladen met platen : illustraties ; 32 x 47 cm.
De ontwerptekeningen zijn gesigneerd: C. Normand, Mme. Soyer, Julie Ribault, De Bury and Réveil (Louis Charles Soyer; Charles Normand; Louis Marie Normand; Louis J Bance; Etienne Achille Réveil; Julie Ribault).
De Exposition des produits de l’industrie française was een openbaar evenement, georganiseerd in Parijs van 1798 tot 1849 met als doel om een breed panorama te bieden van de producten uit verschillende takken van de Franse industrie (‘d’offrir un panorama des productions des diverses branches de l’industrie dans un but d’émulation’). De vijfde editie duurde 35 dagen en vond plaats van 25 augustus tot 23 september 1819 in het Louvre. Er waren 1.662 exposanten waaraan maar liefst 669 prijzen werden uitgereikt. Deze presentaties vormden de opmaat voor de eerste wereldtentoonstelling in 1851.

De etsen in dit album hebben betrekking op een selectie van de voorwerpen van zilversmeedkunst gepresenteerd op de Exposition des produits de l’industrie française van 1819. Het album verscheen drie jaar later met op 72 bladen de belangrijkste kunstwerken van de Franse edelsmeedkunst. De collectie bevat veel ontwerpen door de zilversmid Jean-Baptiste Claude Odiot (1763−1850) waaronder tekeningen van de sieradenkisten voor keizerin Marie-Louise, de tweede vrouw van Napoleon I. Aan het einde van de Eerste Empire periode begon Odiot tafelstukken te maken in een overgangsstijl die een verfraaiing was van de Empirestijl, met aangepaste decoratieve motieven en elementen uit de vorige achttiende eeuw. Empire is een kunststijl uit de periode van het Eerste Franse Keizerrijk (1804-1815). Ook is een gravure opgenomen van het model van een theefontein gemaakt door zilversmid Jean-Charles Cahier (1772-1849), waarvoor hij een gouden medaille ontving op deze tentoonstelling van producten van de Franse industrie. Het Rijksmuseum bezit ook het juryrapport: “Rapport du Jury Central sur les produits de l’industrie Française” uit 1819.

De prentmakers die waren aangetrokken voor deze uitgave waren Charles Normand (1765-1840), Etienne Achille Réveil (1800-1851), Julie Ribault (1789-1851) en Louise Charlotte Soyer. Normand was ook de vormgever van het boek dat werd uitgegeven door Jacques-Louis Bance (1761-1847).
Sammlung neuer Entdekungen und Verbesserungen in der Färberei, örtlichen Drukerei, und Farben-Bereitung : auch als Nachtrag zu J.C. Leuchs Farben- und Färbekunde / [Johann C. Leuchs]
Nürnberg : C. Leuchs, 1834. 2. Auflage, vermehrt mit den Entdekungen von 1831 bis 1834.: VIII, 168 pagina‘s : Illustraties (houtsnedes) ; 21 cm.
Deze zelfstandige uitgave is geschreven door Johann Carl Leuchs (1797-1877), en is tevens de aanvulling op de eerste uitgave van zijn veelomvattende werk over het vervaardigen van kleurpigmenten “Vollständige Farben- und Färbekunde, oder Bescheibung und Anleitung zur Bereitung und zum Gebrauche aller Färbenden und farbigen Körper“ verschenen in 1825. Van dit werk bezit het Rijksmuseum de vierde editie uit 1857.
Dit is de tweede uitgave waarin aanvullingen en nieuwe ontwikkelingen in kleurbereiding en textieldruktechniek tussen 1831 en 1834 zijn opgenomen.
Johann Carl Leuchs was werkzaam als koopman, maar kreeg bekendheid als schrijver en uitgever van technische boeken in Nürnberg. Hij publiceerde ruim 100 artikelen en boeken voornamelijk op het gebied van techniek, economie en handel in zijn eigen uitgeverij C. Leuchs. De meeste boeken bevatten voornamelijk instructies voor fabrikanten en handelaren op scheikundig en technisch gebied. In 1871 richtte Leuchs een dagblad op, de “Generalanzeiger für Deutschland”. Zijn inzet voor vrije handel en voor verbeteringen in de post- en transportsector evenals zijn voorstellen voor tal van technische innovaties droegen bij tot zijn bekendheid buiten de grenzen van Duitsland. Een deel van zijn geschriften is vertaald. Het werk van Leuchs behoort de canon van de vroege Duitse literatuur over het verven van textiel.

Die Druck- und Färbekunst in ihrem Ganzen Umfange, von dem Standpunkte der Wissenschaft und der praktischen Anwendung bearbeit, oder, Die Kunst Schafwoll-, Seiden-, Baumwoll- und Leinen- Stoffe zu drucken und zu färben : ein unentbehrliches Handbuch für Druck-Fabrikanten, Coloristen, Färber, Cameralisten und technische Chemiker / von Wilhelm Heinrich von Kurrer
Wein : Gerold, 1848-1850. 3 banden ; 23 cm.
Wilhelm Heinrich von Kurrer (1782-1862) voltooide zijn bedrijfsopleiding in de katoenen stoffen fabriek Bodmer in Großenhain (Saksen). Reeds op jonge leeftijd werkte hij als chemicus en publiceerde hij vanaf 1802 in verschillende tijdschriften. Deze artikelen behandelen voornamelijk methoden voor het bedrukken en het verven van textiel. Van 1815 tot 1830 leidde Wilhelm von Kurrer de grootste Duitse katoendrukkerij Schöppler & Hartmann in Augsburg. Tegelijkertijd zette hij zijn onderzoek voort, was betrokken bij de oprichting van G. Dingler’s Polytechnische tijdschriften (1816) en gaf hij tussen 1818-1820 het “Magazin für die Druck- Färbe- und Bleichkunst und den damit verwandten Hülfswissenschaften” uit. In 1818 was hij samen met Dingler verantwoordelijk voor een Duitse vertaling van het Engelse standaardwerk van Edward Bancroft onder de titel “Neues Englisches Färbebuch”, in 1824 gevolgd door een bewerking van Jean-Baptiste Vitalis handboek “Lehrbuch der gesammten Färberei auf Wolle, Seide, Leinen, Hanf und Baumwolle“. Van dit werk bezit het Rijksmuseum de derde editie uit 1838. Tussen 1830 en 1832 was Von Kurrer werkzaam in katoenfabrieken in Hongarije en Praag.
Vanaf 1844 was hij uitsluitend nog wetenschappelijk actief en publiceerde tot op hoge leeftijd een reeks belangrijke geschriften op het gebied van textieldruk, verven en bleken. In de periode tussen 1848 en 1850 stelde hij dit veelomvattende referentiewerk in drie delen samen dat hij aanprees als het onontbeerlijke handboek voor textieldrukkers, verfmakers, kleurders, handelaren en chemici.
A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty … / by Diedrich Knickerbocker ; with illustrations by Felix O.C. Darley, engraved by eminent artists
New York, G.P. Putnam, 1850. xvi, [13]-454 pagina’s : frontispiece, illustraties, platen (1 vouwblad) ; 23 cm.
Diedrich Knickerbocker is een Amerikaans literair personage dat is ontstaan uit deze eerste roman van Washington Irving (1783-1859). Om het boek te promoten nam Washington Irving contact op met verschillende kranten in New York City met de mededeling dat de bekende Nederlandse historicus Diedrich Knickerbocker uit zijn hotel was verdwenen. Irving deelde in advertenties mee dat als Mr. Knickerbocker vermist bleef, hij een manuscript zou publiceren dat de man had achtergelaten. Veel mensen geloofden destijds het verhaal en toen Irving onthulde dat het allemaal was verzonnen, had hij zoveel lokale bekendheid verworven dat zijn boek een succes werd. De eerste druk verscheen in 1809 waarna de literaire carrière van Irving een aanvang nam. Na drie herziene edities verscheen in 1850 deze luxe uitgave in een band voorzien van goudstempeling en illustraties ontworpen door Felix Octavius Carr Darley (1822-1888) waaronder een vouwblad met een litho van ‘Peter Stuyvesant’s Army entering New Amsterdam’, uitgevoerd door diverse anonieme graveurs.

Het boek wordt tegenwoordig wel als een satire beschouwd vanwege de vrije interpretatie van de historische feiten omwille van het dramatisch effect. Het is een kroniek van New York gedurende de eerste vijftig jaar onder Nederlands bewind in de zeventiende eeuw. Opgenomen zijn beschrijvingen van de vroege monumenten en oude Nederlands-Amerikaanse legendes, evenals de ontdekking van Amerika, de reis van Henry Hudson, de oprichting van New Amsterdam, het ‘gouden bewind’ van gouverneur Wouter van Twiller en de vijandigheid van de Britten, die gevestigd waren in het nabijgelegen Connecticut. Het beeld dat het boek geeft van de oorlogvoerende gouverneur William de Testy (Willem Kieft) is een federalistische satire van Thomas Jefferson. De geschiedenis wordt afgesloten met de heerschappij van Peter de Headstrong (Peter Stuyvesant) en de val van Nieuw Amsterdam aan de Britten in 1664.
Diedrich Knickerbocker wordt afgebeeld in de zogenaamde knickerbocker, een pofbroek die tot net onder de knie reikt.
Afbeelding frontispiece en titelblad
The paper hanger, painter, grainer, and decorator’s assistant : containing full information as to the best methods practised in paper hanging, panelling, room decoration, distempering, graining, marbling, sign writing, gilding, glass embossing, stencilling, varnishing, staining: also, tables for paper hangers ; with the principles of harmony, contrast and philosophy of colour ; and recipes and information on the various branches of household decorative art / by a decorator ; illustrated with nearly 100 engravings
London (Paternoster Row) : Cirencester (St. John Street) : Kent & Co. ; C.H. Savory, [1879]. [New ed.]. 205, [11] pagina’s, [2] vouwbladen : illustraties ; 18 cm.
In dit fraai uitgegeven handboekje geschreven door Charles H. Savory worden alle vaardigheden voor de Victoriaanse decorateur uitgelegd zoals het vergulden, het nabootsen van marmer en hout, maar ook decoratieve schilderkunst en het behangen van wanden. Het bevat ongeveer 100 gravures en twee uitvouwbladen met voorbeelden.

The practical carver and gilder’s guide, and picture frame makers companion : containing information on the various departments of the trade in gilding and re-gilding picture and looking glass frames, console tables, what-nots, &c. ; interior and exterior gilding ; silvering plate glass ; the restoration of oil paintings, cleaning old engravings, &c. ; with chapters on mitreing-up mouldings, mount cutting, mounting engravings, maps, photographs, etc. ; French polishing, varnishing, and staining ; and a number of useful receipts / by Charles H. Savory
[London] : Kent & Co. and Cirencester, [189-?]. 5th ed. 205 pagina’s : illustraties ; 19 cm.
Van dezelfde uitgever en auteur is dit handboekje voor het vervaardigen van schilderijlijsten. Het beroep van lijstenmaker omvatte ook andere vaardigheden. Opgenomen zijn hoofdstukken over de technieken van het vergulden waaronder het hervergulden van oud materiaal, het verzilveren van glas voor spiegels, de restauratie van olieverfschilderijen, het schoonmaken van gravures, het aanbrengen van vernis, politoeren, het vormen en het aanbrengen van lijsten (mitreing up mouldings) en diverse recepturen om een en ander uit te kunnen voeren.
Er wordt ingegaan op de techniek van French polishing, ofwel politoeren. Deze techniek behelst het aanbrengen van schellak zodat een dunne, glanzende film op het hout ontstaat. Hiervoor wordt een prop in een katoenen doek gebruikt, waarmee de vloeistof op het hout gewreven wordt. De alcohol verdampt snel, waardoor in korte tijd verscheidene lagen na elkaar aangebracht kunnen worden.

Glass painting : a course of instruction in the various methods of painting glass and the principles of design / Fred Miller
Serietitel: Wyman’s technical series. London : Wyman & Sons, [1889?]. 119 pagina’s, 18 bladen met platen : 72 illustraties ; 19 cm.
Dit instructieboekje biedt gedetailleerde beschrijvingen voor het maken van glasschilderingen en met name de glasraamkunst. Het boek bevat technische aanwijzingen maar vooral veel voorbeelden van ramen en ontwerpschema’s door Fred Miller zelf getekend, waaronder illustraties op 12 uitvouwplaten. Alle soorten van glasramen worden behandeld, met een laatste hoofdstuk gewijd aan ramen voor kerkgebouwen. Miller was een belangrijke exponent van de glasraamkunst aan het eind van de 19de eeuw. Op het titelblad is de naam van een eerdere eigenaar geschreven en gedateerd ‘Manchester 1889’.

Badische Anilin- & Soda-Fabrik Ludwigshafen a/Rhein : Alininfarben in ihrer Verwendung auf Leder
Ludwigshafen a/Rhein : Badische Anilin- & Soda-Fabrik, [1910?]. 2 ongenummerde bladen, 17 bladen : 1 illustratie, 204 stalen geverfd leder ; 23 cm.
Deze Badische Anilin- & Soda-Fabrik is beter bekend onder de afkorting BASF. Het is het grootste multinationale chemieconcern ter wereld. Het is een Duits bedrijf met zijn hoofdvestiging in Ludwigshafen am Rhein. De firma is in 1865 opgericht door Friedrich Engelhorn en ontwikkelde en produceerde aanvankelijk vooral kleurstoffen voor de textielindustrie. In 1870 begon de fabriek met de productie van de synthetische kleurstof alizarine. In 1897 bracht BASF het synthetische pigment voor indigo op de markt.
In deze zeldzame catalogus worden 204 synthetische kleurstoffen voor het verven van leer gepresenteerd aan de hand van leren kleurstalen. Momenteel is BASF nog altijd marktleider met aniline kleurstoffen. BASF houdt zich bezig met productie en verkoop van meer dan 9000 chemische grondstoffen en halffabricaten. Het belang van de verfmonsters in deze vroege boeken met kleurstalen voor het onderzoek naar de oorspronkelijke kleuren van olieverfschilderijen en tekeningen is in de aanwinstenlijst van februari 2018 beschreven.
Het Rijksmuseum verwierf kort geleden een andere productcatalogus van de Badische Anilin- & Soda-Fabrik met kleurstoffen voor wol, katoen, zijde en andere textiele stoffen, “Die Anilinfarben der Badischen Anilin- & Soda-Fabrik, Ludwigshafen a/Rhein : ihre Anwendung auf Wolle, Baumwolle, Seide und sonstigen Testilfasern“.

Motive der hausindustriellen Stickerei in der Bukowina = Motifs de la broderie paysanne en Bukovine = Designs of the home-industry embroideries in Bukovina / gesammelt, gezeichnet und bearbeitet von ingenieur Erich Kolbenheyer ; hrsg. vom K.K. Ministerium für Öffentliche Arbeiten und vom Bukowiner Landesschusse
Wien : K. k. Hof- und Staats-druckerei, [1913]. 3 voorbladen, 9-121 pagina’s : illustraties, 76 kleuren afbeeldingen (chromolitho’s), map ; 51 cm.
Deze omvangrijke en zeldzame portefeuille bevat 19 fotografische reproducties en 76 chromo-lithografische platen in felle kleuren. Samen geven ze een rijk assortiment folkloristische ontwerpen weer van de borduurwerken van de zeer gediversifieerde bevolking van het Oostenrijkse kroonland Boekovina. De toenmalige directeur van de Staatsschool in Tsjernivtsi en samensteller van dit werk Erich Kolbenheyer trok jarenlang door Boekovina dat tegenwoordig is gelegen in Oekraïne en Roemenië. Hij verzamelde, tekende, systematiseerde en becommentarieerde honderden borduurontwerpen die hij aantrof bij de Roemeense en Oekraïense boerenbevolking. Het voorwoord, alle onderschriften en een uitgebreide index van platen zijn in het Duits, Frans en Engels, de index ook met Roemeense en Oekraïense afleidingen.
De internationale editie van dit monumentale werk is onlangs verworven. Een lokale variant werd gepubliceerd met teksten in het Duits, Roemeens en Oekraïens. In 1974 werd een herdruk gepubliceerd. Deze internationale uitgave vormt een belangrijke verrijking van de ruim 270 geschonken patroonboeken afkomstig van de Antique Pattern Library. De bibliothecaris van deze, van oorsprong Amerikaanse collectie, was lange tijd tevergeefs op zoek naar een compleet exemplaar.

Le Corbusier, oeuvre plastique : peintures et dessins, architecture / Le Corbusier
Reeks: L’architecture vivante /publiée sous la direction de Jean Badovici
Paris : A. Morancé, [1938]. [24] pages, 4 ongenummerde bladen met afbeeldingen : illustraties, plattegrond ; 28 cm + 1 omslag met 40 bladen met afbeeldingen : illustraties (gedeeltelijk kleur) ; 28 x 23 cm.
Le Corbusier (1887-1965), geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris, was een Zwitsers-Frans architect en stedenbouwkundige. Zijn betekenis en invloed voor het Nieuwe Bouwen en de Internationale Stijl waren zo groot dat hij de ‘architect van de 20e eeuw’ wordt genoemd (Wikipedia). Minder bekend zijn de schilderijen en tekeningen van Le Corbusier.
Deze portefeuille is de eerste monografie over Le Corbusier als architect, schilder en ontwerper. Het werk is verschenen in de reeks “L’architecture vivante” uitgegeven door de Frans-Roemeense architect Jean Badovici (1893-1956) in 1938. Het bestaat uit twee delen. Het eerste deel is getiteld ‘Études’ met een inleiding door Badovici en een essay van 16 pagina’s door Le Corbusier over de schilderkunst, ‘Peinture’, met tekeningen geïllustreerd. Interessant zijn ook de zeven fotogravures waarvan drie in kleur met de gevel, de plattegrond en het interieur van het ‘Pavillon des Temps Nouveaux’ op de wereldtentoonstelling “l’Exposition Internationale des Arts et Techniques“ te Parijs in 1937. In dit tijdelijke bouwsel komen Le Corbusiers opvattingen over polychrome kleuren goed tot uiting. Opvallend zijn het gele licht doorlatende dak en de rode achterwand. De zijwanden waren in groen en blauw uitgevoerd. Grote afbeeldingen op veelkleurige panelen sierden de hal.

Het tweede deel ‘Planches’ bestaat uit 40 reproducties van tekeningen, schilderijen, muurschilderingen en ontwerpen van tapijten uit de periode 1910-1937. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse technieken waaronder kleurenlithografie, lichtdrukken als collotypie en heliotypie, en pochoir druk. Mede vanwege de vier originele kleurenlitho’s door Le Corbusier is dit een gezocht werk.

Libellus De Quinque Corporibus Regularibus (Codice Vaticano Urbinate Latino 632) / Piero della Francesca; Marisa Dalai Emiliani; Cecil Grayson
Firenze : Giunti Gruppo Editoriale, 1996. 3 delen (1. Testi e note; 2. Disegni; [3. Stampa anastática]) illustraties, facsimilé ; 37 cm. Genummerde editie (219 van 998).
Edizione nazionale degli scritti dI Piero Della Francesca, I.
Tomo 1. Edizione critica del testo corredato della versione volgare di Luca Pacioli; Tomo II. Disegni. A cura di F.P. Teodoro; Tomo III. Facsimile del codice Vaticano Urbinate Latino 632, Biblioteca Apostolica Vaticana, Città del Vaticano.
Deze luxe uitgevoerde editie is gewijd aan de tweede fundamentele tekst van Piero della Francesca (1415?-1492) uit Borgo Sansepolcro in Toscane: “Libellus de quinque corporibus regolaribus”. Dit is de eerste geometrische verhandeling in de Renaissance waarin de problemen van constructie en berekening met betrekking tot veelvlakken en getekend in stereometrische vorm worden uiteengezet. Het handschrift wordt bewaard in de bibliotheek van het Vaticaan als Codex Vaticanus Urbinate Lat. 632. Het is geschreven door een onbekende hand maar vergezeld van tekeningen, correcties en toevoegingen door Piero della Francesca. De “Libellus” werd in 1509 gepubliceerd door Fra Luca Pacioli als zijn eigen werk als deel van het boek “Divina Proportione“. In dit boek ontleende Pacioli de stereometrische figuren aan Leonardo da Vinci. Dit plagiaat werd door Giorgio Vasari ontdekt en aan de kaak gesteld.
Het handschrift is opgebouwd uit oefeningen uitgaande van tweedimensionale polygonen naar zeer complexe onregelmatige vormen. Piero beschouwde het beheersen van deze complexe voorwerpen als een voorwaarde voor een accurate weergave van ingewikkelde vormen in de natuur. In het laatste deel van het boek ligt de nadruk op het berekenen van de afmetingen van onderdelen van gebouwen als gewelven, kolommen, koepels, absiden etc. Deze denkbeelden werden niet alleen door de architect, de schilder en de decorbouwer toegepast maar ook door de maker van intarsia. In de “Libellus” ligt de grondslag besloten voor het perspectivisch weergeven, uitgewerkt in de “Prospectiva pingendi”. Piero schrijft aan zijn de zoon van zijn patroon Federico de Montefeltro, Guidobaldo, de hertog van Urbino, dat beide werken bij elkaar horen en zij aan zij moeten worden geplaatst in de bibliotheek van Montefeltro.

Trattato d’abaco / Piero della Francesca ; commissione scientifica: Marisa Dalai Emiliani, Ottavio Besomi, Carlo Maccagni ; gruppo di ricerca: Enrico Gamba, Vico Montebelli, Giovanna Derenzini, Enzo Mattesini, Vladimiro Valerio, Alessandra Sorci.
Roma : Istituto poligrafico e zecca dello stato : Libreria dello stato, 2012. 3 delen : illustraties, facsimilé ; 22-32 cm.
Edizione nazionale degli scritti di Piero della Francesca ; II.
Tomo I. Edizione critica del testo. A cura di E. Gamba, V. Montelli; Tomo II. Disegni. A cura di V. Valerio; Tomo III. Stampa anastatica del codice Ashburnham 359*, Biblioteca Medicea Laurenziana, Firenze.
Dit tractaat “Trattato d’abaco” over de toegepaste wiskunde wordt beschouwd als het oudste handschrift van Piero della Francesca (1415?-1492). In het werk worden ongeveer 500 wiskundige problemen opgevoerd waarvan 147 betrekking hebben op de geometrie waarbij Piero veelal uitgaat van driehoekige vormen. Veel van zijn oplossingen zijn terug te vinden bij de Griekse wiskundige Euclidius die omstreeks 300 voor Christus leefde. Zijn geschrift “Στοιχεῖα“ (Elementen) behoort tot de invloedrijkste werken in de geschiedenis van de wiskunde. Piero verbindt deze Griekse wetenschap met de praktijk van de kunstenaar. Het samengaan van deze twee culturen, de humanistische en de artistieke, vinden we ook terug bij Leonardo da Vinci, maar begon bij Piero della Francesca. De Abacus onthult de esthetische waarde van de verhoudingen. Deze versmelting van het esthetische en het wiskundige concept wordt door latere auteurs de gulden snede genoemd. Piero past dit principe toe in zijn schilderijen en zal het concept uitwerken in zijn theorie van de visuele geometrie.
In de laatste 22 pagina’s haakt hij in op de vijf geometrische vormen die door Plato als de bouwstenen werden beschouwd van de schepping: vuur (tetraëder), aarde (kubus), lucht (octaëder), hemel (dodecaëder) en water (icosaëder). Deze vormen werden honderd jaar later in 1568 door Wentzel Jamnitzer uitgewerkt in “Perspectiva Corporum regularium” in 120 variaties.

De prospectiva pingendi / Piero della Francesca ; commissione scientifica, Marisa Dalai Emiliani (presidente), Ottavio Besomi, Carlo Maccagni ; Franca Ela Consolino, referente scientifica per l’edizione del testo latino ; Riccardo Migliari, referente scientifico per l’edizione dei disegni ; edizione critica del testo volgare : Chiara Gizzi ; edizione critica dei disegni : Riccardo Migliari, Leonardo Baglioni, Federico Fallavollita, Marco Fasolo, Matteo Flavio Mancini, Jessica Romor, Marta Salvatore ; contributi ecdotici : Alessandra Sorci.
Roma : Istituto poligrafico e Zecca dello Stato, [2016]. 3 delen : illustraties, facsimilé ; 32 cm.
Edizione nazionale degli scritti di Piero della Francesca ; Volume III A.
Tomo I. Edizione critica del testo volgare. A cura di C. Gizzi; Tomo II. Edizione critica dei disegni. A cura di R. Migliari; Tomo III. Stampa anastatica del codice Parmense 1576, Biblioteca Palatina, Parma.

De prospectiva pingendi / Piero della Francesca; Franca Ela Consolino; Riccardo Migliari
Roma : Istituto poligrafico e zecca dello stato, 2017. 3 delen : illustraties, facsimilé ; 32 cm.
Edizione nazionale degli scritti di Piero della Francesca ; III B.
Tomo I. Edizione critica del testo latino. A cura di F. Carderi; Tomo II. Edizione critica dei disegni. A cura di R. Migliari; Tomo III. Stampa anastatica del codice 616, Bibliothèque Municipale, Bordeaux – Segue la riproduzione anastatica dei ff. 51r-60v del ms. Add.10366 della British Library di Londra.
“De prospectiva pingendi” betekent ‘Over het perspectief in de schilderkunst’. Het geschrift is opgedragen aan de hertog van Urbino Federico de Montefeltro, de patroon van Piero della Francesca. In onderwerp en indeling volgt hij Leon Battista Alberti’s verhandeling “De Pictura” en de werken van de Griekse wiskundige Euclides. Dit traktaat wordt beschouwd als de oudste verhandeling geheel gewijd aan de leer van het perspectief. Het is geschreven omstreeks 1474 door Piero della Francesco met latere aanvullingen.

Verdeeld in drie boeken, is “De prospectiva pingendi” de eerste volledig geïllustreerde systematische verhandeling over perspectief, waarbij bovendien voor de eerste keer een wiskundige onderbouwing voor de beschreven procedures wordt gegeven. In de eerste twee boeken illustreert Piero de perspectieftechnieken die moeten worden gebruikt voor het weergeven van vlakke en massieve geometrische figuren; in het derde, met betrekking tot meer complexe getallen, introduceert Piero een methode die ‘gemakkelijker aan te tonen en te begrijpen’ is, hoewel ‘het effect hetzelfde zal zijn’. In zijn werk zijn de grafische aantekeningen even belangrijk als de geschreven tekst.
Er zijn verschillende versies overgeleverd: het manuscript in de Biblothèque Municipale Bordeaux is in het Latijn geschreven, terwijl het handschrift in de Biblioteca Palatina in Parma in het Toscaans is gesteld. Ook is een fragment aangetroffen in de British Library in Londen. Deze handschriften zijn in twee verschillende uitgaven als facsimile gepubliceerd, vergezeld van uitgebreide wetenschappelijke analyses. In totaal zijn er zeven geschreven versies van “De prospectiva pingendi” bekend.

In de aanwinstenblog van september 2019 worden deze vier facsimile’s kort toegelicht.