Selectie aanwinsten september 2020

door Geert-Jan Koot

Della Fisionomia Dell’ Huomo Del Signor Giovanbattista Della Porta Napolitano Libri Sei : Tradotti dal Latino, e dallo stesso Authore accresciuti di Figure di passi necessarii a diverse parti dell’ Opera

In Venetia, Presso Christoforo Tomasini. MDCXLIIII (1644). [6] bladen, 570 [i.e. 572] pagina’s, [2] bladen : 2 illustraties (portretten, houtsnedes), talrijke illustraties in de tekst (houtsnedes) ; 24 cm.


Editie: In questa quinta, & ultima Impressione migliorati in più di due mila luoghi, che si leggeuano scorrettissimi
, et aggiuntavi il Discorso di Livio Agrippa sopra la natura, e complessione humana et il Discorso de’ nei di Lodovico Settali. Aggiuntavi la Fisionomia naturale di monsignor Giovanni Ingegnieri, Polemone e la Celeste dello stesso Porta.

Giovan Battista della Porta (1535-1615), ook bekend als Giambattista della Porta, was een Italiaanse geleerde en natuurfilosoof, die in Napels woonde. Hij schreef zijn bekendste werk Magiae Naturalis in 1558 over uiteenlopende onderwerpen als landbouw, alchemie, astrologie, wiskunde, meteorologie, optica en occulte en natuurlijke filosofie. Het verworven werk Della fisionomia dell’huomo (Over de fysionomie van de mens) werd oorspronkelijk in het Latijn geschreven en gepubliceerd in 1586 onder de titel De humana physionomia. De populariteit van dit werk blijkt uit de 20 edities tot 1701 waaronder vertalingen in het Italiaans (1598), Duits (1651), Frans (1655) en Engels (1817). Deze vijfde Italiaanse uitgave is compleet met een groot aantal intrigerende en humoristische houtsneden. Daarin vat Della Porta eerdere werken samen over fysionomie, de wetenschap van het beoordelen van iemands karakter of persoonlijkheid op basis van de uiterlijke verschijning, vooral dat van het gezicht. Deze praktijk werd algemeen aanvaard door de filosofen van het oude Griekenland als Aristoteles, maar was geleidelijk in diskrediet geraakt.

Portret van Aristoteles in Libro Terzo (pag. 185)

De zes hoofdstukken (‘libri’) zijn gewijd aan fysiognomische theorieën gebaseerd op de opvatting dat fysieke kenmerken verband houden met de morele en psychologische eigenschappen van een persoon. Della Porta onderzoekt in eerste instantie de verborgen relaties tussen mensen en dieren. Bij zijn onderzoek bezocht Della Porta plaatsen als “de openbare gevangenis, waar een groot aantal dieven, moordenaars, landverraders en andere soortgelijke mensen altijd opgesloten zitten”, zoals hij in de inleiding schrijft. Hij vergeleek de gezichten die hij observeerde met dieren, vond verbanden en gaf interpretaties.

Kunstenaars maakten gebruik van dit gedachtengoed van Giovan Battista della Porta om geportretteerden te typeren en karakters uit te beelden. Invloedrijke verspreiders van deze methoden onder kunstenaars waren Charles le Brun aan de Franse Académie royale de peinture in de 17de eeuw en de Zwitserse predikant Johann Caspar Lavater in de 18de eeuw. Hun verhandelingen en prentreeksen werden als instructiemateriaal en als voorbeeldboeken gebruikt door kunstenaars en op tekenopleidingen. De Nederlandse uitgaven als Afbeelding der hertstogten, of middelen om dezelve volkomen te leeren afteekenen uit 1703 van Charles le Brun kende diverse herdrukken. Ook was het meerdelige boek Over de physiognomie uit 1781-1783 van Lavater wijd verspreid.

Portret van Plato (pag. 95)

De illustraties in Della fisionomia dell’huomo zijn anonieme houtsneden die teruggaan op de oorspronkelijke editie van 1586. Deze 58 jaar later verschenen uitgave is uitgebreid met onder meer twee hoofdstukken. Het boek bevat diverse illustraties op kleiner formaat die in spiegelbeeld zijn weergegeven, waarvan sommige twee keer opgenomen in de tekst. Toegevoegd zijn onder meer de sterrenbeelden.

Sterrenbeeld Tweelingen

Veel gegraveerde portretten van filosofen en keizers uit de oudheid laten de overeenkomsten tussen de gelaatstypen van mensen en dieren zien waarbij sommige vergelijkingen een ronduit humoristische uitwerking sorteren. Ook zijn portretten opgenomen van humanisten. De voorbeelden van deze portretten zijn bustes en munten uit de collectie van zijn broer Giovan Vincenzo della Porta. Met zijn beschrijvingen van belangrijke mensen (uomini illustri) sluit hij aan bij de traditie van de geïllustreerde biografische boeken die omstreeks 1550 ontstaat, zoals de tweede editie van Vasari’s Le vite de’piu eccellenti pittori, scultori e architettori uit 1568. De afbeeldingen staan ook in de traditie van de bestiarium humanum, waarbij vanaf de 12de eeuw het zogenaamd duidelijke onderscheid tussen mens en dier werd gezien als een steeds vager wordende relatie van dynamische uitwisseling in plaats van een rigoureuze afbakening.

Libro Terzo (pag. 221)

Over dit boek als zelfpromotie van de auteur: Katherine MacDonald, Humanistic Self-Representation in Giovan Battista Della Porta’s “Della Fisonomia Dell’Uomo” : antecedents and Innovation. In: The Sixteenth Century Journal (vol. 36, no. 2,  Summer 2005, pag. 397-414)

De blog van september 2020 gaat verder in op Della fisionomia dell’huomo, de auteur en de leer van de fysionomie.

De tiran van Padua vergeleken met het hondenras Can Mastino

Alle de gedichten van Jan Vos

t’Amsteldam : by Gerrit en Hendrik Bosch, 1726. [Nieuwe druk]. 2 delen : illustraties ; 25 cm.

Jan Vos (ca. 1610 – 1667) was een Amsterdamse letterkundige. Hij woonde zijn hele leven in de Kalverstraat in de zeventiende eeuw al een levendige winkelstraat. De vader van Jan Vos had er een bedrijf waar glas-in-lood ramen ontworpen en gemaakt werden. Vos nam het bedrijf over, en leverde de ruiten voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam. Maar zijn ambities reikten verder dan glazenier. Zijn passie bestond uit het schrijven van toneelstukken en gedichten. In 1662 werd zijn poëzie samen met drie toneelstukken gebundeld door Jacob Lescaille. Het tweede deel verscheen in 1671. De verworven uitgave Alle de gedichten van Jan Vos is de tweede editie uit 1726. Hierin opgenomen zijn onder meer 180 beeldgedichten op historieschilderijen die zich vaak in het bezit bevonden van de Amsterdamse regenten. Veel van zijn gelegenheidsgedichten zijn gericht aan Amsterdamse kunstenaars of aan regenten. Vooral de contacten met stadsregenten hebben veel voor het dichterschap van Jan Vos betekend. Als katholieke ruitenmaker zonder gymnasiale opleiding had hij het moeilijk in de concurrentie met protestantse, hoger geschoolde en vaak rijkere dichters. Amsterdam was een tolerante protestantse stad, maar katholieken konden geen hoge functies vervullen. Bovendien was in de literaire wereld geleerdheid van groot belang. Dichters hadden een publieke functie en moesten hun kennis laten zien van de cultuur van de klassieke oudheid en ook van de moderne renaissancepoëzie uit Frankrijk, Italië en de Nederlanden. Bovendien speelde Jan Vos een belangrijke rol als regisseur van toneelstukken en als regent van de schouwburg. Hij organiseerde in opdracht van de burgemeesters optochten en liet tientallen praalwagens met taferelen zoals tableaux vivants, die soms kritiek, spot en afkeuring opleverden. Vos was een uitgesproken persoonlijkheid en leverde een belangrijke bijdrage aan het culturele leven in Amsterdam. (Bron: Literatuurgeschiedenis.nl)

Portret van de dichter Jan Vos met een rol papier in zijn hand. Onder het portret een lofdicht op Vos door Joost van den Vondel. Graveur Andries van Buysen (Sr.) naar ontwerp van Karel du Jardin.

De poëzie van Jan Vos staat bekend om de focus op de kunsten. Geleerden hebben beweerd dat dit voortkwam uit de persoonlijke belangstelling van Vos die immers glazenmaker was en bevriend met veel schilders verenigd in het Sint Lucasgilde. Nina Geerdink betoogt in haar artikel dat de poëtische bekommernis om de kunsten van Vos eerder een gevolg is van zijn relaties met het mecenaat van de Amsterdamse stadsregenten. Dit blijkt uit een analyse van zijn epigrammen over portretten en andere schilderijen; een analyse van het lange epische gedicht Strydt tusschen de Doodt en Natuur, van Zeege der Schilderkunst en van de gedichten waarin Vos individuele schilders aanspreekt.

Nina Geerdink, Jan Vos (1610-1667), de schilderkunst en de Amsterdamse regenten. In: Oud Holland (vol. 127, 2014, no. 2/3; pag. 93-108

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Frontispice deel 1 door de graveur en ontwerper Abraham Zeeman. De dichter Jan Vos is weergegeven als borstbeeld, een lauwerkrans wordt hem rond de schouders gelegd door een vrouwenfiguur met passer op het hoofd, terwijl de vliegende Faam hem kroont met een slang die in zijn eigen staart bijt. In de voorgrond putti met boeken, een tekening met vogels, een kwaadaardige putto met gesel en muts bij een eend die in de staart bijt van skelet van een dier, vrouw met door laurier omkranste trompet en een ganzenveer (muze), in de achtergrond twee vrouwen met mand vol bloemen voor een sarcofaag waarop treurende putto en schedel, zuil, obelisk met linten versierd, boom, vaandels.

Das aufs neue wohl zubereitete Tinten-Fass: oder Anweisung, wie man gute schwarze, buntfärbige, auch andere curiöse Tinten auf mancherlei Weise zubereiten, auch wie man mit Gold, Silber und anderen Metallen aus der Feder auf Pappier, Pergament und andere Dinge schreiben solle ; nebst noch andern zur Schreiberei gehörigen nöthigen und nützlichen Stücken

Helmstädt : zu finden im Buchladen, 1733. 3. verm. u. verb. Aufl. 64 pagina‘s ; 17 cm.

Dit zeldzame werk wordt toegeschreven aan de pedagoog en onderwijzer Tobias Eisler (1683-1753) uit Neurenberg. Eisler was de zoon van een goudsmid en studeerde rechten in Altdorf en Halle. Na een aanstelling als secretaris van de hertogin van Sachsen-Eisenach zu Altstadt in Thüringen, keerde hij in 1712 terug naar Neurenberg om zich aan het onderwijs te wijden. Hij kwam onder de invloed van de theorieën van de ziener en visionair Johann(es) Tennhardt (Tennhart) (1661-1720) wiens belangrijkste biograaf en profeet hij werd. Eisler schreef naast een aantal pedagogische verhandelingen over christelijke waarden in het onderwijs ook twee werken over het bereiden van uiteenlopende soorten en kleuren inkt en over de dragers van het schrift. Zoals de titel aangeeft van dit eerste deel gaat het om het bereiden van zwarte en gekleurde inkt, maar tevens over het schrijven met zilver, goud en andere uiteenlopende stoffen op voornamelijk papier en perkament als dragers. Het schrijven met pennenveer met water, wijn en bier komt aan bod, evenals het schijven op onder meer glas en steen. Ook zijn opgenomen diverse recepten voor het kleuren van perkament en papier. In 2016 verwierf het Rijksmuseum op een veiling in Duitsland het nog zeldzamere vervolgdeel met de titel Das aufs neue wohl zu bereitete Dinten-Faß, : erste Fortseßung…   dat eveneens in Helmstädt in 1733 werd uitgegeven.

Schenking Henryk van Hugten

Titelblad

Les regles du dessein, et du lavis : pour les plans particuliers des ouvrages & des bâtimens, & pour leurs coupes, profils, elévations & façades, tant de l’architecture militaire que civile / par M. Buchotte

Paris : C.A. Jombert, 1755. Nouv. éd., revue, corrigée & augmentée. XV, 214 pagina’s : vouwbladen, plattegronden ; 20 cm.

Dit is de laatste en de meest uitgebreide editie van een klassieke verhandeling uit 1721 door Nicolas Buchotte over de techniek van het tekenen toegepast op architectuur en topografie. Veel instructies hebben betrekking op het architectonisch tekenen, plattegronden en kaarten, het uitbeelden van militaire manoeuvres en bewegingen van regimenten, de lay-out van gebouwen waaronder vestingwerken, met uitleg van kleuren en alle benodigdheden voor het tekenen, kleuren en wassen. De illustraties tonen de gereedschappen van de ontwerper met een encyclopedische nauwkeurigheid, evenals voorbeelden van tekeningen om nader te bestuderen en na te volgen. In sectie XIII van het derde deel worden de hulpmiddelen systematisch toegelicht in een opsommende lijst van kleuren en papiersoorten specifiek voor gewassen tekeningen, maar ook veren, vleugels van vogels zoals de kraai; potloden van fijn lood en penselen met hun prijs, evenals de namen en de adressen van leveranciers.

Plaat 1

Over de auteur, de bouwkundige en ingenieur Nicolas Buchotte is weinig bekend. Het titelblad van de voorafgaande editie vermeldt ‘ingénieur ordinaire du Roi, Chevalier de l’Ordre militaire de St. Louis’. Deze editie is gedrukt en uitgegeven in 1755 door Charles-Antoine Jombert (1712-1784) in Parijs. In 2016 verwierf het Rijksmuseum de inhoudelijk vrijwel identieke editie met de titel Les regles du dessin et du lavis… uit 1754 uitgeven door Louis Cellot (1731-1815). Merkwaardig is dat op het titelblad vermeldt staat ‘Chez L. Cellot … successeur de Ch.-Ant. Jombert’, terwijl hij weliswaar in 1760 toetrad tot de onderneming maar pas in 1775 de handel van zijn schoonvader Charles-Antoine Jombert overnam. Volgens een recent artikel over de familie Jombert door Greta Kaucher (Les Jombert. Une famille de libraires parisiens dans l’Europe des Lumières (1680-1824), Genève, Droz, 2015) droeg Charles-Antoine vanwege een oogziekte zijn onderneming en het uitgeversfonds over aan Louis Cellot en zijn zoon Louis-Alexandre.

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Titelblad

Catechism of the first elements of perspective / by Robert Mudie

London : Printed for Whittaker, Treacher, & Co., 1831. 72 pagina’s : illustraties ; 14 cm. Reeks: Pinnock’s catechisms.

Robert Mudie (1777-1842) begon zijn loopbaan als leraar tekenen aan de Inverness Royal Academy en aan de Dundee Academy, beide in Schotland. Later vestigde Mudie zich in Londen waar hij als publicist en ornitholoog een indrukwekkend aantal publicaties schreef. Voor William Pinnock (1782-1843) schreef hij deze  Catechism of the first elements of perspective om deel uit te maken van de reeks Pinnock’s Catechisms. Het boekje van Robert Mudie handelt over de basisbeginselen van de perspectiefleer, opgebouwd in een vraag- en antwoord vorm verdeeld over negen thematische hoofdtukken. (Q. Does perspective apply to the colours of objects as well as to their shapes and sizes? A. It does; but the application of colours is a matter of observation and taste, while the forms and places of objects can be determined with geometrical accuracy. – pag. 4)

Titelblad

William Pinnock was aanvankelijk  schoolmeester en werd vervolgens boekhandelaar. In 1817 vestigde hij zich in Londen en publiceerde in samenwerking met Samuel Maunder (1785-1849) goedkope educatieve werken. De meest bekende productie van het bedrijf was de reeks Pinnock’s Catechisms samengesteld door Pinnock en Maunder. Deze catechismussen bestaan uit korte populaire handleidingen op klein formaat, in de vorm van vraag en antwoord, over uiteenlopende vakgebieden. In totaal verschenen tussen 1837 en 1849 maar liefst 83 catechismussen.

Chapter IX ‘Shadows and reflections’ (pag. 70-71)

Die Kupferstecherei, oder, Die Kunst in Kupfer zu stechen und zu äzen / von J. Longhi ; aus dem Italiänischen übersetzt von C. Barth

Hildburghausen u. Meiningen : im Verlag der Kesselring’schen Hofbuchhandlung, 1837. 2 delen (368; 187 pagina’s : illustraties) ; 2 uitklapplaten : 18 cm.

  1. Theoretischer Teil (pag. 1-368)
  2. Praktischer Teil (pag. 1-187)

    De Italiaanse graveur Giuseppe Longhi (1766-1831) gaf les aan de kunstacademie te Brera. Hij maakte naam vanwege zijn prenten naar bekende schilderijen, zoals de man met de baard van Rembrandt, en Napoleon die de Alpen oversteekt bij de St. Bernardpas naar Jacques-Louis David. In het eerste deel van dit boek behandelt hij diverse beroemde kopergraveurs zoals Albrecht Dürer, Andrea Mantegna, Clemens Bervic en William Sharp. Bovendien wijdt hij hoofdstukken aan het verzamelen en het beschrijven van prenten.
Napoleon steekt de Alpen over bij de St. Bernardpas, Giuseppe Longhi, naar Antonio Ghiberti, naar Jacques-Louis David, 1809 (RP-P-1952-66)

De Duitse graveur Carl Barth (1787-1853) heeft het eerste theoretische deel vertaald uit het Italiaans. Het tweede, op de praktijk gerichte deel is geheel van zijn hand. Hierin behandelt hij in acht hoofdstukken de gereedschappen en technieken van de kopergravure.  Ook andere technieken voor het maken van prenten komen aan bod zoals sepia, aquatint, mezzotint, stippelgravure en staalgravure. Barth besteedt eveneens aandacht aan vernissen, chemicaliën en methoden om etsplaten te prepareren.

Tafel 1: burijnen voor kopergravures

Half-hour lectures on the history and practice of the fine and ornamental arts / by William B. Scott ; with fifty illustrations by the author, engraved by W.J. Linton

London : Longman, Green, Longman, and Roberts, 1861. xii, 363 pagina‘s : 50 illustraties ; 18 cm.

William Bell Scott (1811-1890) was een Britse schilder die werd geïnspireerd door de Prerafaëlieten, een groep Engelse kunstenaars in het victoriaanse tijdperk die zich afzetten tegen de academische kunst zoals voorgeschreven door de Royal Academy of Arts. Naast schilder van landschappen en portretten profileerde hij zich als schrijver van kritieken, dichter en als leraar. Hij was een van de eerste Britse kunstenaars die de processen van de industriële revolutie uitgebreid in beeld bracht.

Scott was werkzaam voor de Science and Art Department en zette nieuwe kunstacademies op, met name in het Noorden van Engeland. De Science and Art Department was een Britse overheidsinstantie die onderwijs in kunst, wetenschap, technologie en design in Groot-Brittannië en Ierland promootte van 1853 tot 1899. Op het titelblad van dit boek wordt Scott aangeduid als ‘Head Master, Government School of Art, Newcastle-on-Tyne, author of Memoir of David Scott, R.S.A. etc. etc.’  Van 1843 tot 1864 was hij directeur van de Government School of Art in Newcastle upon Tyne, waar hij industriële onderwerpen aan zijn repertoire van landschappen en historieschilderkunst toevoegde. In dit boek zijn 19 lessen over beeldende en toegepaste kunst samengebracht die volgens de titel elk een half uur duren.

Titelblad en voorblad met afbeelding van Christus (supposed earliest remaining head of Christ. A mosaic found in the Catacomb of St. Calixtus)

De maker van de vijftig door William Bell Scott ontworpen illustraties was William James Linton (1812-1897),  een in Engeland geboren Amerikaanse houtgraveur, landschapsschilder, politiek hervormer en auteur van memoires, romans, poëzie en non-fictie. In Amerika schreef Linton enkele instructieboeken voor houtgraveurs: Practical Hints on Wood-Engraving (1879), Wood-engraving : a manual of instruction (1884), en The masters of wood-engraving (1889).

Interessant is de boekband die speciaal als prijsband is vervaardigd voor de Science and Art Department of the Committee of Council on Education. Dit exemplaar is aangeboden door de Stourbridge School of Art in Birmingham aan George Keen bij het behalen van het diploma in 1865 (‘instead of a local medal, for success in Stage 3b of the Course of Instruction in Art’).

Band en oorkonde op binnenplat

De Lange & Jonker Friezenveen

[Vriezenveen] : [De Lange & Jonker], [na 1888]. 23 ongenummerde bladen : hoofdzakelijk stalen stof en foto’s ; 42 x 43 cm.

28 ingeplakte stalen damast, waarvan 16 met gefotografeerd voorbeeld. Op achterkant voorplat: ingeplakte handgeschreven prijslijst.

Deze catalogus met 28 voorbeelden van damast is samengesteld voor klanten van de damastweverij De Lange & Jonker in Vriezenveen. In dit album zijn 12 stalen damast en 16 fotografische reproducties van damast geplakt. Bovendien is een met de hand geschreven prijslijst toegevoegd.  Op de website van het Historisch Museum te Vriezenveen wordt de geschiedenis van de firma uiteen gezet. De oorsprong van dit bedrijf gaat terug tot 1 oktober 1888 toen Johannes Frederik Jonker, afkomstig uit een oud Vriezenveens koopmansgeslacht, samen met Gerrit de Lange de firma De Lange & Jonker oprichtte. Gerrit de Lange had in 1885 een kleine damastweverij met vijf personeelsleden overgenomen van Marinus Hulshoff. Vanaf de aanvang in 1888 produceerde De Lange & Jonker fijn damast tafelgoed en andere linnen stoffen. Mogelijk is deze catalogus de eerste uitgave met een keuze uit het damasten tafelgoed aangeboden door de weverij. In 1905 werd een nieuwe fabriek voor de confectie in gebruik genomen waar ook linnen lijfjes met kant, overhemden, pyjama’s en doktersjassen werden gemaakt. Na de tweede wereldoorlog werd het confectie atelier voortgezet en gehandeld in linnengoed. Er werd veel geleverd aan instellingen, horeca en ziekenhuizen. Het bedrijf kromp door de malaise in de textielmarkt in de jaren ’70 waarna de textielproductie geheel is verdwenen. De oude firmanaam De Lange & Jonker bestaat nog steeds. De handel in linnengoed en andere stoffen word nu beheerd door Gerd Nijkamp, een zoon van de laatste firmant Gerhard Nijkamp.

Prijslijst

Inwoners van de gemeente Vriezenveen onderhielden jarenlang een hechte band met de Russische hoofdstad St. Petersburg. De eerste Vriezenveners die naar Rusland reisden tussen 1720 en 1730 waren handwerkslieden en wevers van beroep. Zij werden ‘Rusluie’ genoemd. De belangrijkste handelswaar was textiel maar men dreef ook handel in wijn, tabak, thee, cacao en bloemen. Zij vestigden zich, richtten winkels op en keerden op latere leeftijd vermogend terug naar Vriezenveen. Wellicht is deze catalogus samengesteld voor klanten in St. Petersburg.

Dessin 963

Rembrandt tentoonstelling

[S.l.] : [s.n.], [1898?]. 1 portfolio (14 opgeplakte collodion foto’s) : zwart wit ; 20 x 14 cm, op karton 30 x 24 cm.

Los bijgevoegd: 2 foto’s van het transport van de Nachtwacht naar het Stedelijk Museum en 1 foto genomen op de tentoonstelling ‘Rembrandt After Three Hundred Years (Art Institute of Chicago, Minneapolis Institute of Arts, Detroit Institute of Arts, 1969-1970).

Deze zeldzame portefeuille bevat 14 op kartonnen platen geplakte collodion foto’s. Deze foto’s laten de voorbereiding en de inrichting zien van de Rembrandt tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1898. De kunstwerken waren bijeengebracht ter gelegenheid van de inhuldiging van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. De ambitieuze tentoonstelling moet worden gezien als een eerbetoon aan de nieuwe koningin en aan Rembrandt, de beroemdste schilder van Nederland. Het was de grootste tentoonstelling gewijd aan Rembrandt met 124 schilderijen, en 50 werken op papier. Curator Hofstede de Groot had een monografische tentoonstelling voor ogen met het hele oeuvre van Rembrandt, maar in plaats daarvan werden 400 werken uit zijn oeuvre in fotografische reproducties getoond.

Vervoer van de Nachtwacht over het Museumplein

Spectaculair is de foto waarop het vervoer van de Nachtwacht over het Museumplein is te zien. Toegevoegd aan deze portefeuille zijn twee foto’s die het takelen van de kist door een raam van het Stedelijk Museum illustreren. In het Stedelijk hing de Nachtwacht in een zaal met zijlicht. Dat kwam  beter uit dan het noordelijk bovenlicht in het Rijksmuseum, waar al veel over geklaagd was. In het Stedelijk had de Nachtwacht ‘weder in ouden glans en luister’ gestraald: ‘Welk een leven had het schilderij herwonnen, daar in dat doodgewone zaaltje met zijlicht van het Stedelijk Museum!’ (citaat van C. G. ’t Hooft in het Gedenkboek Rembrandt tentoonstelling) Toen het schilderij terug moest naar zijn oude plek schreven de kunsthistorici C.G. ’t Hooft, Cornelis Hofstede de Groot en de schilders Geo Poggenbeek en George Breitner met spijt ‘Vaarwel’ op het spieraam. De discussie was daarmee niet beëindigd: er zou zelfs een parlementaire onderzoekscommissie komen, die het ‘Licht op de Nachtwacht’ op hoog niveau zou onderzoeken.

Bron: Jeroen Boomgaard, ‘Hangt mij op een sterk licht’. Rembrandts licht en de plaatsing van de Nachtwacht in het Rijksmuseum. In: Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek (vol. 35, 1984; pag. 327-349).  

Schenking Erven I.Q. van Regteren Altena

Twee toegevoegde foto’s laten het takelen van de kist met de Nachtwacht door een raam van het Stedelijk Museum zien.

Cartier : exceptional objects / Olivier Bachet, Alain Cartier; translated by Juliet Weir-de La Rochefoucauld

[Paris] : Palais Royal, [2019]. English language edition. 2 volumes (487 pagina’s; 480 pagina’s) : kleur illustraties ; 35 cm.

Volume 1. The birth of a myth, the affirmation of a style – fashionably Russian – ladies and gentlemen – Cartier and the clockmaker – The fantasised Orient – A modern style, geometric rigor — The return of the “Golden Age”.

Volume 2. The creative process – The colours, materials, shapes, ornamentation, boxes.

Dit omvangrijke boek in twee delen brengt voor het eerst meer dan duizend objecten samen, gemaakt door de firma Cartier tussen 1875 en 1965. Het merendeel van deze voorwerpen is nog steeds eigendom van particuliere verzamelaars en niet eerder gepubliceerd. Cartier is een van oorsprong Frans juweliershuis gespecialiseerd in het maken van zeer luxueuze sieraden, waaronder ringen, armbanden, oorbellen, kettingen en horloges. Het bedrijf werd als een eenvoudig atelier opgericht in 1847 door Louis-François Cartier (1819-1904) in Parijs. Het merk Cartier werd pas na 1904 beroemd door de productie van het eerste echt werkende polshorloge ontworpen door Louis Joseph Cartier (1875-1942), een Franse goudsmid en de kleinzoon van de oprichter. Bovendien was Cartier het eerste sieradenmerk ter wereld; voorheen waren er alleen zelfstandig opererende sieraadontwerpers en edelsmeden. Na de Eerste Wereldoorlog vestigde Cartier zich in Zwitserland om uit te groeien tot grootste sieradenfabriek ter wereld. Minder bekend zijn de voorwerpen door Cartier vervaardigd en onderwerp van deze uitgave zoals pendules, klokken, vestzak- en jagershorloges met openspringende deksels, sigarettendozen voor salontafels, sigarettenhouders, parfumflesjes, kaarthouders, poederdozen, lippenstifthouders, parasols, toneelkijkers, inktpotten, hardstenen dieren, bloemen en potplanten, briefopeners en papiermessen, handtasjes, gespen etc. De invloeden en stijlen zijn enorm gevarieerd, van Russisch, Chinees, Japans, Indisch tot Art Deco. De beroemde sieraden en polshorloges komen dus niet aan bod. De juwelen werden in 2018 gepubliceerd in de monumentale uitgave The Cartier Collection, jewelry en de horloges in 2016 in La Collection Cartier, horlogerie, beide bezorgd door François Chaille.

Het tweede deel van Cartier exceptional objects is gewijd aan de geheimen van de fabricage van de objecten, de meer dan tachtig merken van meester-goudsmeden en tientallen originele ontwerptekeningen uit zowel de Cartier-collectie in Genève als de collectie van de auteurs. Ook wordt aandacht geschonken aan de toegepaste kleuren en de gebruikte materialen als jade, onyx, email, bergkristal, etc.

Beide delen zijn bijzonder fraai uitgevoerd en rijk geïllustreerd. Het is een echt liefdeswerk van de auteurs Olivier Bachet en Alain Cartier, die beide gespecialiseerde handelaren zijn in dergelijke kunstvoorwerpen. De uitgever is de kunsthandel Palais Royal in Parijs waarvan Bachet de eigenaar is.

Dit werk is verschenen in een beperkte oplage van 500 exemplaren. De Franstalige editie is beperkt tot 100 exemplaren. De editie bestaat uit twee in linnen gebonden hardbacks in een decoratieve met stof beklede slipcase.