In de rubriek Ex Libris vertelt een medewerker van het Rijksmuseum over zijn of haar favoriete werk uit de bibliotheekcollectie. Deze keer is het woord aan Marijn Schapelhouman, oud-senior conservator tekeningen.
Nog voor de vraag ‘Wat is je favoriete boek?’ goed en wel gesteld is, snelt Marijn door de Studiezaal. Blindelings trekt hij een kloeke band uit een kast. ‘Dit is hét boek voor mensen die iets willen leren over tekeningen’, vertelt Marijn. In zijn handen houdt hij Die Handzeichnung: ihre Technik und Entwicklung (1919) van Joseph Meder. Hoewel het werk bijna honderd jaar oud is, heeft Die Handzeichnung nauwelijks aan belang ingeboet: ‘Dit is nog steeds het allerbeste naslagwerk over eigenlijk elk aspect van oude tekeningen, zowel materialen als toepassingen’. Het verbaast dan ook niet dat er nooit meer een poging is ondernomen om Meders studie te evenaren. Over de Engelse vertaling uit 1978 heeft Marijn het liever niet.
Die Handzeichnung is niet alleen Marijns favoriete boek, maar bevat eveneens zijn favoriete pagina. Hij slaat het werk open op een geïllustreerde bladzijde met acht vakjes. Elk vakje bevat een materiaal waarmee kunstenaars konden werken: van Bister (schoorsteenroet) tot Sepia (inktvisinkt). Vooral ‘Fetskolen’ (houtskool in lijnolie) is bij Marijn geliefd: ‘je ziet precies wat de olie met het papier doet’, legt hij uit terwijl hij de pagina omdraait en een olievlekje laat zien. Eigenlijk spreekt de hele bladzijde tot de verbeelding: ‘Alles is met de hand ingevuld’, vertelt Marijn: ‘Het roept bij mij het visioen op van meneer Meder die gehuld in zijn kamerjas en met slaapmuts op, samen met zijn vrouw en twee dochters de vakjes invult. Ik weet eigenlijk niet eens of Meder getrouwd was en kinderen had’.
Joseph Meder, Die Handzeichnung: ihre Technik und Entwicklung (Wenen: Kunstverlag Anton Schroll & co 1919) is te vinden in de Studiezaal.
Geef een reactie