Participatie in tijden van COVID

door Maarten Heerlien

Iedereen had zich de komende periode waarschijnlijk anders voorgesteld. De derde lockdown, die deze week is ingegaan, trekt een grote, rode streep door veel activiteiten in de Kerstvakantie, inclusief museumbezoek.

De erfgoedsector, waarvan de laatste jaren wordt gevraagd meer en meer eigen inkomsten te genereren, wordt er wederom hard door getroffen. Verschillende lopende tentoonstellingen, zoals in het Rijksmuseum Vergeet me niet, zullen zoals het er nu naar uit ziet niet meer te bezichtigen zijn. Ook wordt het steeds onwaarschijnlijker dat de stroom buitenlandse bezoekers, die sinds maart 2020 is uitgedund, in 2022 weer zal toenemen tot pre-COVID proporties. Het is een plaatje dat tot weinig optimisme stemt, zo in de donkere dagen voor Kerst.

En toch biedt de COVID-pandemie ook kansen aan erfgoedinstellingen. De beperkingen van fysiek bezoek heeft een verschuiving van focus bewerkstelligd naar het meer digitaal, online ervaren van en interacteren met collecties. De uitdaging is verschoven van “hoe kunnen digitale middelen doelgroepen verleiden tot een fysiek bezoek aan een museum, bibliotheek of archief?”, naar “hoe kunnen we digitale ervaringen ontwikkelen die het fysieke bezoek evenaren of misschien zelfs wel overtreffen?” Als gevolg daarvan hebben erfgoedinstellingen zichzelf uitgedaagd om innovatieve digitale formats en applicaties te ontwikkelen en introduceren. Daaronder bevinden zich veel initiatieven om meer online participatie te bewerkstelligen, bijvoorbeeld door doelgroepen uit te nodigen om gedigitaliseerde collecties te verrijken.

Tag the Species

Hoewel het Rijksmuseum tot nog toe enigszins terughoudend is geweest met deze vorm van publieksparticipatie, hebben ook wij vanuit Research Services in 2021, in samenwerking met Naturalis Biodiversity Center een experiment gedaan met online collectieverrijking. In het project Tag the Species wordt aan participanten gevraagd om bij de zeventiende-eeuwse zoölogische en botanische tekeningen van Anselmus de Boodt, sinds 2017 in bruikleen bij het Rijksmuseum, de juiste wetenschappelijke soortnamen te vermelden. Dat lijkt eenvoudiger dan het is, zelfs voor biologen, want De Boodt maakte zijn werken lang voordat er algemene conventies bestonden voor de vervaardiging van wetenschappelijke afbeeldingen en hier en daar zitten er bovendien fantasiesoorten tussen. Maar het is interessant om te weten welke soorten er op kunstwerken zoals die van De Boodt en andere vervaardigers precies zijn afgebeeld, niet alleen vanuit kunsthistorisch, maar ook vanuit natuurhistorisch oogpunt. De plaats en tijd waarin een soort is afgebeeld zegt iets over de kennis over die soort op dat moment en die plaats en het verbeeldt in sommige gevallen zelfs een historische waarneming. Zo kon een gestrande walvis die opdook tijdens een restauratie in 2014 van het werk Gezicht op Scheveningen (1641) van Hendrick van Anthonissen uit de collectie van het Fitzwilliam Museum in Cambridge, het dier was vermoedelijk in de 18e eeuw overgeschilderd, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gelinkt aan een bekende stranding van een potvis in 1635.

Detail van het schilderij Gezicht op Scheveningen van Hendrick van Anthonissen. Links de staat van het werk voor de restauratie, rechts na restauratie, waarbij een potvis (Physeter macrocephalus Linnaeus, 1758) tevoorschijn kwam. Afbeelding: Fitzwilliam Museum; https://www.cam.ac.uk/research/news/whale-tale-a-dutch-seascape-and-its-lost-leviathan

Zoals dit experiment hebben erfgoedinstellingen over de hele wereld de afgelopen twee jaar veel verschillende online, op participatie gerichte projecten gelanceerd om mensen ondanks alle lockdowns en bezoekbeperkingen toch in meer of mindere mate te verbinden aan de instelling en de collectie. En op zich is dat een mooie ontwikkeling: door via online crowdsourcing liefhebbers en gebruikers van je collectie de gelegenheid te bieden om actief een bijdrage te leveren aan de registratie, verrijking en ontsluiting van die collectie, kunnen zij indien zij daarvoor kiezen hun kennis, vaardigheden en vrije tijd doneren aan de erfgoedinstelling, waarmee ze een nuttige bijdrage leveren en de instelling helpen. Een win-win situatie zou je zeggen.

Participatiemodellen

Maar dat laatste behoeft enkele kanttekeningen. Want in hoeverre is er sprake van échte participatie wanneer een deelnemer enkel die taken kan en mag doen die vooraf door de instelling gedefinieerd zijn, ten behoeve van een doelstelling die eveneens eenzijdig door de bedenker van het project is bepaald en erop gericht is de instelling verder te helpen? Wat heeft een deelnemer daar eigenlijk aan? Dit was een van de vragen die Dr. Alexandra Eveleigh, Collections Information Manager van Wellcome Collection in Londen, opwierp tijdens haar lezing Participatory Archives: Within and beyond the archival institution, de eerste van vier webinars in de reeks To imagine otherwise: future archives, georganiseerd door de Vlaamse ergoedinstellingen CEMPER, Letterenhuis, M HKA/CKV en VAi in samenwerking met FARO en meemoo en gemodereerd door Saskia Scheltjens en ondergetekende. Eveleigh, gepromoveerd op online participatie in archieven en co-redacteur van de in 2019 verschenen bundel Participatory Archives, theory and practice, identificeert drie online participatiemodellen, waarvan het Participatory Hub model het meeste voorkomt. Een project als Tag the Species, maar bijvoorbeeld ook de projecten die op VeleHanden worden aangeboden, kunnen als participatory hubs worden gezien: projecten waarin de erfgoedinstelling centraal staat en deelnemers vooral geven, maar er in feite weinig voor terug krijgen. Het gaat hierbij toch vooral om productie draaien, waarbij dergelijke projecten vaak ook nog eens zodanig worden ingericht dat deelnemers worden geprikkeld om aan de gang te blijven. De instelling blijft de centrale autoriteit en biedt weinig ruimte voor inzichten van buiten.

De reeks To imagine otherwise: future archives omvat vier online lezingen over de toekomst van het archief. Deelname is gratis, zie https://www.cemper.be/nieuws/to-imagine-otherwise-laat-u-inspireren

Interessanter, aldus Eveleigh, is het More Process, Less Product-model, waarin het niet primair om de resultaten gaat maar om het verbeteren van de relatie met de deelnemers. Dit veronderstelt dat de instelling een stukje autoriteit opgeeft en deelnemers volop de ruimte geeft om eigen inzichten en kennis in te brengen. Dit vraagt een bescheiden opstelling van kennisspecialisten in de instelling zelf, maar heeft meer kans van slagen als het gaat om het langdurig binden van deelnemers aan de organisatie dan het Participatory Hub-model.

Local Contexts

Nog een stap verder gaan Participatory Partnerships, waarin de erfgoedinstelling in feite een node in een breder netwerk vormt en aan gemeenschappen de macht wordt gegeven om doelen en methodes mede te bepalen. Voor zo’n model van ‘wederkerige curatie’ verwees Eveleigh naar het initiatief Local Contexts waar de Wellcome Collection mee samenwerkt. Local Contexts is een initiatief dat inheemse gemeenschappen ondersteunt om hun cultureel erfgoed, maar bijvoorbeeld ook intellectueel eigendom en genetische data online te beschermen. Daarvoor introduceerde Local Contexts onder andere de Traditional Knowledge Labels, digitale labels waarmee lokale protocollen van inheemse gemeenschappen met betrekking tot toegang en hergebruik kunnen worden toegekend aan erfgoedobjecten die aan deze gemeenschappen gerelateerd zijn maar zich online buiten hun directe invloed bevinden. Met andere woorden: hergebruik van digitale content onder de voorwaarden van de gemeenschap waaraan het erfgoed oorspronkelijk toebehoort, in plaats van of in aanvulling op die van de erfgoedinstelling. Een raamwerk waar ook Nederlandse musea en andere erfgoedinstellingen met objecten die aan inheemse bevolkingsgroepen kunnen worden gerelateerd naar zouden mogen kijken.

Terug naar de online participatieprojecten van de afgelopen jaren, waarvan de meeste toch het beste als  Participatory Hubs kunnen worden geclassificeerd. Is dat erg? Nee, voor veel deelnemers geeft het genoeg voldoening om in betrekkelijke anonimiteit een steentje bij te dragen aan de verbetering van een collectie die zij of hij een warm hart toedraagt. Er zal dus vermoedelijk altijd wel ruimte blijven voor dit soort projecten. Maar willen we als erfgoedorganisaties doorgroeien naar meer inclusieve en meerstemmige instellingen en een diverser publiek aan ons binden, dan passen de benaderingen van More Process, Less Product en Participatory Partnerships beter. Deze vereisen een bescheidener, kwetsbaarder opstelling van de eigen organisatie en dat is niet makkelijk. Het is een groeiproces waarin we moeten leren dat onze eigen kennis en inzichten over een bepaald onderwerp slechts één van de vele kanten vormt van het verhaal dat onze collecties vertellen. Dat begint bij bewustwording en heeft tijd nodig. Maar voorlopig zitten we nog wel even dit ellendige COVID-schuitje. Tijd genoeg dus om te experimenteren!

De lezing van Dr. Alexandra Eveleigh kun je hier terugkijken. De volgende aflevering in de reeks To imagine otherwise: future archives vindt plaats op vrijdag 11 februari 2022. Deze is getiteld The urgency of Feminist Standpoint Appraisal en wordt verzorgd door Michelle Caswell, Associate Professor of Archival Studies, Department of Information Studies aan de University of California Los Angeles (UCLA). Deelname is gratis.

,

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder