Aanwinstenblog 2022/06
door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties
Het ligt misschien niet voor de hand om juist in de week voor Valentijn aandacht te besteden aan wapengekletter, maar als je een fraai ornamentboek voor het versieren van vuurwapens op je bureau krijgt, kun je weinig anders dan daar met liefde over schrijven. Het boek Plusieurs models des plus nouuelles manieres qui sont en usage en l’art de arquebuzerie uit 1660 is een Frans modelboek bedoeld voor het vormgeven en versieren van de ‘arquebous’, oftewel de haakbus. Ons recent verworven exemplaar van dit boek bevat bovendien een mooie toegift in de vorm van een aantal los ingevoegde prenten uit een latere in Amsterdam uitgegeven serie.

Thuraine en ‘le Hollandois’
Het boek is 19 bij 28 centimeter en bevat naast de titelpagina veertien platen die gegraveerd zijn door een zekere Jacquinet. Op één na zijn alle pagina’s op weinig elegante wijze met de hand genummerd, het papier is bovendien verstevigd door meerdere vellen op elkaar te plakken. Neem daarbij de gehavende perkamenten band in ogenschouw met het opgeplakte titelschildje ‘Muster zum Pistolen etc. Verzierungen’ en het lijkt er sterk op dat dit exemplaar als monsterboek in een Duitse werkplaats heeft gediend. Vanuit een kunsthistorische blik is het boek behoorlijk gehavend, cultuurhistorisch kunnen we zeggen ‘intensief gebruikt’ – en dat maakt het wellicht juist interessant.

De titelpagina van Plusieurs models des plus nouuelles manieres qui sont en usage en l’art de arquebuzerie vermeldt dat de ornamenten ontworpen zijn door Thuraine en le Hollandois. Zij waren wapenmakers in dienst van Louis XIV in Parijs, waarbij achter de naam ‘le Hollandois’ Adrien Reynier schuilgaat. Er zijn maar weinig wapens bekend die het signatuur van beide heren dragen, maar het modelboek dat in 1660 in Parijs is verschenen is wijdverspreid en mogelijk veelgebruikt. Om die reden is het een belangrijke bron voor de fabricage van wapens in Parijs en de dominante vorm van ornamentiek in het derde kwart van de zeventiende eeuw.
De eerste drie bladen bevatten voorstellingen uit de werkplaats van een wapenmaker en daarbij een korte poëtische tekst. Op het tweede blad krijgt de leerling uitgelegd dat hij eerst alle materialen dient te kennen alvorens hij aan het werk kan gaan. Rondom de voorstelling worden ornamenten afgebeeld waarin de namen van verschillende Parijse wapenmakers staan. De overige bladen tonen voorbeelden van versiering voor de verschillende onderdelen van de vuurwapens.




Roermakersgereedschap
In ons exemplaar zijn acht losse bladen toegevoegd: een titelblad met zeven ornamentprenten. Dit werk is uitgegeven door de in Amsterdam werkzame Duitse graveur Pieter Schenk (1660-1711). De titel Verscheide stucken en cieraden van roermakers gereedschap nieuwelijks uitgevonden en uit de voornaamste meesters van Europa getrocken doet vermoeden dat het om een verzameling van ontwerpen door verschillende wapenmakers gaat, maar in feite zijn het allemaal prenten van de Fransman Claude Simonin (1635-1721). Van deze Amsterdamse uitgave is reeds een compleet exemplaar aanwezig in de depots van het Rijksprentenkabinet.

Het is verleidelijk om te denken dat de losse prenten in ons exemplaar al in de werkplaats zijn ingevoegd, maar dat kan even goed op een later moment zijn gebeurd. Bijvoorbeeld door een verzamelaar, of zelfs door het veilinghuis die het als één lot onder de hamer wilde brengen. Heel vreemd is dat niet, inhoudelijk is er per slot van rekening grote verwantschap tussen beide publicaties. Omwille van de conservering hebben wij de losse prenten weer van het boek te scheiden. Ze zijn onder een eigen nummer in een beschermend mapje ondergebracht, direct naast het boek waarin we ze gevonden hebben.
Genoemde aanwinsten
Pierre Schenck, Verscheide stucken en cieraden van roermakers gereedschap nieuwelijks uitgevonden en uit de voornaamste meesters van Europa getrocken = plvsievrs pieces et ornements darquebuzerie, le plus nouuellement inuenties et tirees des premiers maistres d l’Europe (A Amsterdam: Pierre Schenck, 1692).
Geef een reactie