Door Brian Bottinga
Medewerker Depot Rijksmuseum Research Library
‘The British Illustrator Aubrey Beardsley began his professional career as an artist in 1892. In 1898, at the age of twenty-five, he was dead.’ Dit is de eerste zin uit mijn favoriete boek uit de collectie van de Rijksmuseum Research Library, getiteld Beardsley, Japonisme, and the perversion of the Victorian Ideal (standplaats 642 E 3). Een korte carrière dus; maar Beardsley benutte al zijn tijd om opgemerkt te worden tussen de verschillende negentiende-eeuwse landschapschilders en portretkunstenaars. Zijn focus lag daarom op het werken met papier en inkt en hij liet zich daarbij inspireren door de nieuwe import Japanse kunst, houtprenten en illustraties. Daarnaast was hij niet enkel een kunstenaar; hij was een artiest.
Een andere inspiratiebron voor Beardsley was de excentrieke schrijver Oscar Wilde. Het esthecisme dat Wilde aanhing en de vloeiende lijnen kenmerkend voor Japanse prenten komen mooi samen in het werk van Beardsley. Kunstenaars en theoretici van het estheticisme, voornamelijk afkomstig uit Engeland, waren van mening dat kunst ervoor diende om enkel de schoonheid te bevorderen. Kunst mocht niet een nuttig of opvoedkundig doel dienen of aanzet doen tot een betere wereld. De kunst mocht niet het leven afbeelden – het leven moest de kunst navolgen.

Deze geestelijke stroming kreeg de nodige kritiek van het ‘brave’ Britse publiek, aangezien het Victoriaanse Ideaal – waarbij men proper en beschaafd diende te handelden – destijds nog steeds de boventoon voerde. Het was Beardsleys favoriete bezigheid om tegen dit ideaal aan te schoppen. Hiervoor zal hij hoogstwaarschijnlijk hebben afgekeken van Wilde en zijn beruchte ‘Purperen hofhouding’, de excentrieke, artistieke en decadente entourage van Wilde.
Naast Wilde was de Franse kunstenaar Henri Toulouse-Lautrec ook een inspiratiebron voor Beardsley. Waar Toulouse-Lautrec prenten vervaardigde als parodie op het uitgaansleven van de Franse middenklasse, zette Beardsley zijn illustraties in om de Britse middenklasse en hun – in zijn ogen – hypocrisie op de hak te nemen.
Andere grote thema’s binnen het oeuvre van Beardsley zijn de erotiek en het groteske. De link met enerzijds Japanse erotische prenten, ‘shunga’genoemd, en anderzijds Lautrecs collectie erotische prenten is duidelijk zichtbaar.

De meest bekende werken van Beardsley zijn de illustraties die hij heeft gemaakt voor het toneelstuk Salomé van Oscar Wilde. Het stuk werd gepubliceerd in 1893, en in 1894 verscheen de Engelse vertaling met een omslagontwerp en tien illustraties van Beardsley.
Een van mijn favoriete illustraties daaruit betreft een ontwerp voor een dramatische zwarte jurk: The Black Cape. Voor dit ontwerp is gebruik gemaakt van een Japanse druktechniek genaamd ‘shironuki’. Door de toepassing van deze techniek wordt de figuur in wit uitgelijnd, waardoor Salomé de focus van de voorstelling is. ‘Shironuki’ is ook toegepast in het ontwerp van de jurk zelf, waardoor de vele lagen van de jurk goed zichtbaar zijn en het volume in dit kledingstuk benadrukt wordt – ook al kijk je naar een tweedimensionale voorstelling.

De pose van Salomé in The Black Cape is een afgeleide van courtisanes met weelderige kimono’s op Japanse prenten. Een verschil tussen beide is dat de figuur Salomé hier uitdagend is afgebeeld: met een duidelijke split aan de voorkant van haar jurk die tot haar navel reikt. Het is goed mogelijk dat Beardsley op de hoogte was van de werken van Yashima Gakutei, gezien de overeenkomsten in compositie. Yashima portretteerde veel van zijn vrouwelijke figuren op een gelijksoortige manier, waarbij het hoofd en de blik de richting van de vloeiende kledij volgt.

Beardsley had een voorliefde voor het groteske, hetgeen aangewakkerd werd door de groteske werken van Henri Toulouse-Lautrec – waarop monsters, apen en vleermuizen te zien zijn. Daarnaast was Beardsley ook een fan van Japanse prenten waarop bekende volksmonsters of ‘yokai’ werden afgebeeld. Dit is terug te zien in zijn eigen ‘grotesques’ figuren die eveneens met grote hoofden, vervormde gelaatstrekken of demonische uitdrukkingen zijn uitgebeeld.
Hij gaf zijn groteske figuren vaak een erotische lading en combineerde dit vervolgens met vervaging van gender. Een goed voorbeeld hiervan is een illustratie voor het verhaal van The Masque of the Red Death, voor de verhalenbundel Tales of Mystery and the Imagination, van Edgar Allan Poe uit 1894.
Op de voorstelling is te zien hoe de centrale figuur om middernacht verschijnt om het gemaskerde bal te verstoren. De figuur wordt als een soort ‘pierrot’neergezet, terwijl de overige figuren feestgangers voorstellen zoals spelers in een commedia dell’arte. De ontblote borsten en hoorns van de centrale figuur, en het feit dat de figuur nooit aangesproken wordt met ‘hij’ of ‘zij’, maar simpelweg als ‘het figuur’, zijn tekenend voor Beardsleys kijk op kunst en het leven. Het trok zich niets aan van regels en van de geldende sociale normen en conventies – wat in lijn viel met de levensstijl van zijn excentrieke vriendengroep onder leiding van Oscar Wilde.

Helaas heeft de wereld niet lang mogen genieten van Beardsleys speciale en controversiele talenten. Zijn levenslange strijd met tuberculose bleek uiteindelijk een te sterke vijand om te overwinnen, ook al bracht hij veel tijd door in buitenlandse oorden met een zogenaamde helende werking. Op 16 maart 1898, op 25 jarige leeftijd, kwam Aubrey Beardsley te overlijden.
Een jaar voor zijn overlijden liet hij zich bekeren tot het Katholieke geloof en als gevolg daarvan verzocht hij in een brief aan zijn publicist Leonard Smithers en goede vriend Herbert Charles Pott om al zijn obscene werk te vernietigen. Beide mannen negeerden zijn verzoek en Smithers bleef zowel reproducties als vervalsingen van Beardsleys werk verkopen.
Ben je geïntrigeerd geraakt door de bijzondere kunstenaar Aubrey Beardsley? In de Rijksmuseum Research Library zijn meerdere boeken te vinden over Beardsley en zijn werk. Neem hier alvast een kijkje.
Geef een reactie