door Frida Robben
medewerker Collectie Automatisering Research Services
Tijdens de zoektocht naar de vooroudergeschiedenis van een familie kwam ik een jong echtpaar tegen, getrouwd in januari 1783 in Erp (Brabant) en vrij snel daarna verhuisd naar Haarlem (Noord-Holland). Hoe zag de wereld er in hun tijd uit en hoe is men vanuit Erp naar Haarlem gereisd? In het Rijksmuseum zijn verschillende prenten uit die tijd te vinden, waarmee een beeld kan worden gevormd.
De ontstaansgeschiedenis van Erp
Erp is ontstaan rondom een doorwaadbare plaats in rivier de Aa. Het middelpunt van Erp is de Sint-Servatiuskerk, met daaromheen bebouwing. Erp komt in de 13e eeuw bij het hertogdom Brabant als onderdeel van de Meierij van ’s-Hertogenbosch en vormt de grens met de dorpen Boekel en Uden, die behoren tot het Land van Ravestein. Boekel wordt in 1648 voor de inwoners van Erp een toevluchtsoord als Erp met de Meierij aan de Staatsen wordt toegewezen en daarmee bij de Verenigde Nederlanden komt. De katholieke eredienst wordt verboden, waarop de inwoners van Erp in Boekel hun grenskerk bouwen, want Boekel behoort tot het Vrije Land van Ravestein.[1] Bron: Heemkundekring Erp. Door een tekening van Nicolaes Maes, leerling van Rembrandt, is er een indruk van Ravestein in die tijd; het ‘Gezicht op Ravestein’ werd tussen 1653 en 1659 gemaakt.

De reden voor verhuizing
De voorouders waarnaar ik onderzoek doe, het jonge echtpaar, zijn beiden geboren en getogen in Erp en nabije omgeving. Van de schepenen van Erp is een borgbrief aan de Gemeente Haarlem bewaard gebleven; hierin staat dat de familie van onbesproken gedrag is en men geen problemen hoeft te verwachten in Haarlem. Borgbrieven zijn schriftelijke getuigenissen die tot begin 19e eeuw worden afgegeven door de bestuurders van een dorp of stad, waarin ze verklaren dat zij een bepaald persoon, afkomstig uit die plaats, zullen onderhouden als hij of zij armlastig wordt. Alleen al in Erp zijn er in 1782 en 1783 respectievelijk 30 en 25 borgbrieven afgegeven, terwijl dit er in andere jaren hooguit 15 waren ([2] Bron: Brabants Historisch Centrum). De borgbrief zelf geeft echter geen aanwijzing voor de reden van het vertrek uit Erp. Haarlem bestond in die tijd uit een stadskern met een grote kerk en stadsmuren met verschillende toegangspoorten. Landschapsschilder en tekenaar Cornelis van Noorde maakte enkele jaren eerder een ets van Haarlem, gezien vanaf het duin de Blinkert, waardoor we een indruk hebben hoe Haarlem op afstand eruit moet hebben gezien voor alle reizigers. De Blinkert is ook in 2022 nog terug te vinden, het is nu onderdeel van Haarlem vlakbij de Zijlweg.

Gezigt van de Blinkert op de Stad Haarlem (titel op object), objectnummer RP-P-1975-170-26
Nederland in 1783
Het vertrek van het betrekkelijk hoge aantal dorpsgenoten uit Erp kan te maken hebben met de onrustige periode die het land doormaakte. Net als in andere delen van Europa groeit eind 18e eeuw in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de weerstand tegen de adel en er is grote werkeloosheid. De Republiek verliest de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) en in deze crisis komt een nieuwe politieke groep op: de patriotten (letterlijk: landgenoten). Het zijn burgers, die tot dan toe nauwelijks een stem hebben gehad in het lands- en stadsbestuur. De patriotten vormden gewapende ‘Vrijkorpsen’ of ‘Burgerkorpsen’, die bij een aanval het konden helpen verdedigen. [3] Bron: De Canon van Nederland.
De eerste postdiensten
Na de Tachtigjarige Oorlog, in de tweede helft van de 17e eeuw, ontstaan er postdiensten vanuit particuliere initiatieven. Brieven worden vaak door kooplieden vervoerd, die toch al van plaats naar plaats reizen. Voor iedere brief en elk pakje dat werd bezorgd kregen de kooplieden enkele centen van de ontvanger. In 1711 is er een kaart gemaakt van alle postroutes in en rondom het Duitse Rijk, de “Postarum seu veredariorum stationes per Germaniam et Provincias adiacentes”. Alphen aan den Rijn werd gaandeweg de centrale plaats van waaruit vijf ritten per dag reden: 1a) Den Haag en Delft via Leiden, 1b) Alkmaar via Haarlem, Velsen en Castricum, 2) Amsterdam via Kudelstaart en Amstelveen, 3) Utrecht via Bodegraven en Woerden, 4) Gorinchem via Dordrecht en Gouda, en 5) Rotterdam via Boskoop en Waddinxveen. (Zie boek 1: Geschiedenis van het Nederlandse Postwezen 1795-1810)

De Postsociëteit
’s-Hertogenbosch en Eindhoven waren in het zuiden de centrale plaatsen waar brieven werden uitgewisseld, zo ontstond de Bossche Wagenposterij. Vanuit Gorinchem was er dagelijks een rit op ’s-Hertogenbosch via Cuyk en vanuit Den Bosch was er een dagelijkse rit naar Eindhoven via Vught en Boxtel, de Bataafsche Brabantsche Correspondentie genoemd. Andere postritten, met name die tussen de verder gelegen provincies en het buitenland, gingen enkele keren per week. Door het ontstaan van allerlei postroutes binnen de Republiek groeide ook de vraag naar een centrale organisatie voor de aankoop van posthoorns en kledij, dit werd de Postsociëteit. De posthoorns zorgden ervoor dat de aankomst van de postkoets werd aangekondigd in een dorp of stad.
Statenpost
Halverwege de 18e eeuw komen er steeds meer postroutes bij de Postsociëteit. De prinsen van Oranje willen invloed krijgen op de postdiensten en brengen de Postsociëteit onder het gezag van de Staten van Holland en West-Friesland. Met de groei van alle postbewegingen groeit ook een probleem: de bezorgers kunnen niet altijd de geadresseerden bereiken en daardoor niet het geld innen voor de verzending. In 1837 werd daarom het bewijs van betaling bedacht. Na enige ontwikkeling in de uitvoering werd in 1852 de eerste zelfplakkende postzegel in gebruik genomen. (Zie boek 2: Het ontwerpen van postzegels 1852-1952) Ook groeide de vraag naar het personenvervoer. De Franse schilder Victor Adam heeft in 1828 een treffende prent gemaakt van een paardenkar volgeladen met mensen.

De reis van Erp naar Haarlem
Het jonge echtpaar uit Erp, is vóór 31 mei 1783, de datum van de borgbrief, naar Haarlem getrokken. Het vervoer met een paardenkar is in die tijd waarschijnlijk de best mogelijke optie geweest. Aangezien de postroutes veel bereden en onderhouden werden zal de reis van Erp via het dorp Veghel, door vestingstad Den Bosch en pijpen- en aardewerkstad Gouda, langs tuinbouwgebied het Westland en door handelsstad Alphen aan den Rijn en de lakenstad Leiden, via de velden met tulpenbollen en blekerijvelden naar Haarlem zijn verlopen.

objectnummer RP-P-1912-1200
Mocht je deze werken op papier in het echt willen bestuderen, dan kun je een afspraak maken bij de Studiezaal van het Rijksmuseum via studiezaal@rijksmuseum.nl.
Genoemde boeken
1: E.A.B.J.ten Brink, Geschiedenis van het Nederlandse Postwezen 1795-1810, het ontstaan van een rijksdienst onder de Bataafsche Republiek en het Koninkrijk Holland, ‘s Gravenhage, 1950. standplaats: 523 E 39
2: W.F. Gouwe, Het ontwerpen van postzegels 1852-1952 : geschreven ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Nederlandse postzegel, ’s Gravenhage, 1952. standplaats: 97 A 11 (7)
Prenten
- Nicolaes Maes, Gezicht op Ravestein, 1653-1659, objectnummer RP-T-1919-49
- Cornelis van Noorde, Uitzicht vanaf het duin De Blinkert op de stad Haarlem,
Gezigt van de Blinkert op de Stad Haarlem (titel op object), objectnummer RP-P-1975-170-26 - Jan Luyken, Postbode te paard, De Post, 1711, objectnummer RP-P-1896-A-19368-2573
- Victor Adam, Paardenkar volgeladen met passagiers, 1828, objectnummer RP-P-1905-3368
- Arie Ketting de Koningh, Gezicht op Sint-Bavo Kerk en de Grote Markt te Haarlem, 1847 – 1883,
objectnummer RP-P-1912-1200
[1] Bron: Heemkundekring Erp, https://www.erthepe.nl/drupal7/node/16
[2] Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum: BHIC
[3] Bron: De Canon van Nederland: De patriotten – Canon van Nederland
Geef een reactie