Samenwerkende drukkersknechten in de Rijksmuseumcollectie

Door Ivo Zandhuis

Gastonderzoek Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
/ freelance medewerker Collectie Automatisering (Research Services)



Ook voordat er vakbonden bestonden, werkten arbeiders al samen om hun leefomstandigheden te verbeteren. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de werklieden bij drukkerijen: de lettergieters, letterzetters, drukkersknechten en boekbinders die van een tekst een uitgave maakten. Als groep noemden zij zichzelf ’typografen’ en zij richtten tussen 1830 en 1870 in veel steden in Nederland een ’typografische vereniging’ op. In zo’n vereniging bouwden zij gezamenlijk aan een ziekenkas waaruit leden die ziek waren een inkomen konden krijgen. En ze organiseerden met het geld uit de kas een jaarlijks feest op de eerste maandag na Driekoningen (Koppermaandag) om hun beroepseer te vieren. Deze verenigingen zijn interessant, juist omdat ze de voorlopers zijn van de huidige vakbonden. Hoe kwamen zij op het idee om te gaan samenwerken? Hoe was de verstandhouding met hun bazen? En hoe kwam het dat sommige verenigingen radicaliseerden, uiteindelijk geleid werden door stakingsleiders en uitgroeiden tot de eerste vakbonden van Nederland?

Het erfgoed dat over deze verenigingen is bewaard gebleven, is talrijk, juist omdat ze veel materiaal zelf konden drukken. Wel is al het materiaal over heel veel archiefdiensten, bibliotheken en musea verspreid geraakt. Het Rijksmuseum beheert Koppermaandagprenten die werden gedrukt naar aanleiding van Koppermaandag, een draagpenning waaraan typografen herkenbaar waren als leden (zie figuur 1)

figuur 1

en twee unieke liederenbundels die gebruikt zijn tijdens de Koppermaandagfeesten van 1859: Feestliederen bij gelegenheid der negende jaarlijksche feestviering, van de typographische vereeniging Voorzorg en Genoegen, in de zaal Apollo, aan de Hoogesluis, te Amsterdam en Feestliederen, bij de twaalfde jaarlijksche feestviering van de Amsterdamsche typographische vereeniging: Voorzorg en Genoegen, in de zaal Frascati : Koppermaandag, 7 januarij 1861. In totaal zijn in verschillende instellingen meer dan 60 unieke liederenbundels bewaard gebleven met meer dan 750 liedjesteksten. De teksten van de liedjes geven ons een beeld van wat schrijvers belangrijk vonden. De meeste liedjes gaan over dansen, drank en vrouwen, of beroepstrots. Maar soms geven ze een inkijkje in hoe de typografen omgingen met hun baas of wat ze vonden van hun werkomstandigheden. Sommige verenigingen zie je in de teksten van de liedjes langzaam radicaliseren tot vakbond.

Gebruik van digitale hulpmiddelen bij het onderzoek

Het ligt niet voor de hand dat het Rijksmuseum dit soort liederenbundels in haar collectie heeft opgenomen. Maar omdat de beschrijvingen van het materiaal aanwezig zijn in Worldcat.org zijn ze toch gemakkelijk terug te vinden. De beschrijvingen kunnen vervolgens vanaf de pagina in Worldcat of in de catalogus van het Rijksmuseum eenvoudig worden overgenomen in Zotero . In een aparte verzameling heb ik een compleet overzicht opgebouwd van al het relevante materiaal over typografische verenigingen – verspreid over tientallen instellingen. Vervolgens heb ik de studiezalen van deze instellingen bezocht en foto’s gemaakt van de boekjes. Deze honderden foto’s zijn niet terug te vinden op je computer als je ze niet gestructureerd opslaat. Hiervoor gebruik ik Tropy. Vanaf de foto’s heb ik met tekstherkenning en wat handwerk de teksten van de liedjes machine-leesbaar gemaakt en opgeslagen in github. In github kun je makkelijk versies van de data opslaan, gecombineerd met bepaalde computerprogramma’s om ze te analyseren.

Een van die computerprogramma’s telt hoe vaak woorden voorkomen die uitdrukking geven aan nationalisme, denk aan: “nederland”, “vaderland”, “oranje”, “koning”.

Figuur 2

In figuur 2 zie je dat met name rondom de oprichting van het standbeeld van Laurens Koster (de nationale held die volgens sommigen de boekdrukkunst zou hebben uitgevonden) in 1856 en de viering van 50 jaar koninkrijk in 1863 het nationalisme opspeelt. Maar daarna loopt het snel terug. Het nationalisme vormde een belangrijke bindende factor in het begin, maar de liefde is na 1863 over. Precies de tijd dat de eerste verenigingen zich beginnen af te zetten tegen hun bazen. Het resulteert in de eerste stakingen voor hoger loon in 1867 en 1869.

De bibliotheekcollectie van het Rijksmuseum draagt met deze liedjes bij aan een beter beeld van de ontwikkeling van de emancipatie van de gewone man in Nederland in de negentiende eeuw. Je zou het niet meteen verwachten van een kunsthistorische bibliotheek!

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder