Kunsthistorica Maschinka Stolk vertelt over haar onderzoek naar twee vroeg negentiende-eeuwse schetsboeken tijdens haar afstudeerstage bij het Rijksmuseum van mei tot en met juli 2024.
In de collectie van het Rijksprentenkabinet bevinden zich twee vroeg negentiende-eeuwse schetsboeken van de zusters Elisabeth (1799-1871) en Catharina Kemper (1801-1871). Wie waren deze twee vrouwen? Hoe zag het tekenonderwijs er voor hen uit en wat kunnen de schetsboeken hierover vertellen? Tijdens mijn stageperiode heb ik getracht deze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden door mij te verdiepen in de wereld van deze twee amateurtekenaressen.
De twee schetsboeken
Hoe zien de schetsboeken eruit? De boeken zelf zien er door hun gelijke formaat en bruine kaft aan de buitenkant vrijwel identiek uit. Het onderscheid kan worden gemaakt aan de hand van de namen die in de ruggen van de boeken zijn gestempeld: “Elisabet Kemper” (afb. 1) en “C. Kemper” (afb. 2).


Toen ik de schetsboeken doorbladerde, ontdekte ik al snel dat niet alleen de buitenkant van de boeken identiek lijkt te zijn, maar dat ook veel tekeningen van de zussen exact dezelfde voorstellingen tonen. De onderwerpskeuzes variëren van Griekse vazen tot vrouwen in klassieke dracht en zijn, op een paar Bijbelse tekeningen na, vrijwel allemaal klassieke voorstellingen. Pas toen ik twee tekeningen van Catharina en Elisabeth naast elkaar zag, kon ik goed zien dat deze niet door dezelfde hand zijn gemaakt, ondanks dat ze hetzelfde onderwerp afbeelden. Dit is bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar bij de tekeningen van de twee vrouwen die elkaars hand vasthouden, die beide zusters hebben getekend (afb. 3 en afb. 4). Elisabeth heeft de plooien van de jurken bijvoorbeeld in vloeiendere penlijnen aangebracht dan Catharina.


Ook zijn de schetsboeken uit elkaar te houden door het verschil in het aantal tekeningen dat de zussen hebben vervaardigd. Elisabeth heeft meer gebruik gemaakt van het schetsboek dan Catharina en vulde het grotendeels met tekeningen, terwijl Catharina veel bladen leeg heeft gelaten (bladen 42 tot en met 78).
De familie Kemper
Wie meer weet over de roerige periode rond de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden, zal de naam Kemper vermoedelijk herkennen. De familie Kemper heeft namelijk een belangrijke rol gespeeld tijdens de Omwenteling van 1813. In dat jaar kwam het Nederlandse bestuur onder leiding te staan van Willem I, wat een einde maakte aan het Franse keizerlijke bestuur. De vader van Elisabeth en Catharina, Joan Melchior Kemper (1776-1824), speelde hier de voornaamste rol in, maar ook zijn vrouw Christina de Vries (1772-1856) stelde zich heldhaftig op, door tijdens de dreiging van de Fransen de burgerij moed in te spreken.
Het tekenonderwijs voor de zusters Kemper
Elisabeth en Catharina, de dochters van dit voorname echtpaar, zijn geboren in Harderwijk en vestigden zich rond 1808 met hun ouders, twee broers en een zus in de Breestraat in Leiden. Hier kwamen de twee zusjes in contact met hun tekenleraar, beroepskunstenaar David Pièrre Giottino Humbert de Superville (1770-1849). In 1812 werd hij tekenleraar bij de Leidsche Tekenacademie Ars Aemula Naturae en kwam hij vermoedelijk vanwege deze aanstelling in Leiden te wonen. Een jaar later portretteerde hij de vader van de zusters Kemper, waaruit blijkt dat de kunstenaar toen contact had of kreeg met de familie Kemper. In het schetsboek van Catharina is op de tweede bladzijde de datum 1813 genoteerd, wat suggereert dat in dat jaar de tekenlessen bij Humbert de Superville zijn begonnen. Elisabeth heeft memoires achtergelaten, waaruit blijkt dat zij deze lessen heeft gevolgd toen de zussen in hun buitenhuis Peking in Baarn verbleven. “Wat waren wij daar gelukkig!”, schrijft Elisabeth, “De heer Humbert de Superville teekende er met ons”. Tijdens deze lessen maakten de zusters Kemper tekeningen naar voorbeelden van Humbert de Superville (afb. 5, 6 en 7). Dit sluit aan bij hoe het tekenonderwijs er destijds uitzag. De eerste stap voor de leerlingen om te leren tekenen bestond namelijk uit het natekenen naar voorbeelden.



De zussen hebben in de tekenlessen niet alleen naar klassieke voorbeelden getekend, maar ook naar Bijbelse voorstellingen. Zo heeft Elisabeth een detail uit een schilderij van de kunstenaar Rafaël nagetekend (afb. 8 en 9). Mogelijk zijn de andere Bijbelse voorstellingen ook nagetekend naar voorbeelden van andere Renaissancekunstenaars.


RP-T-1997-18-52
Hoewel de bladzijden van de schetsboeken voornamelijk opgevuld zijn met tekeningen, hebben zowel Catharina als Elisabeth op een van de bladzijden een tekst uitgeschreven. Dit zijn omschrijvingen van een paar van de tekeningen, waar onder andere beschreven staat in welke kleuren deze uitgewerkt moeten worden. Dit suggereert dat ze hebben nagetekend naar gekleurde voorbeelden, zoals al verder uitgewerkte tekeningen of schilderijen. Ook is het mogelijk dat ze zelf aan de hand van de beschrijvingen, een verder uitgewerkte en gekleurde versie van deze tekeningen hebben gemaakt.
De latere tekeningen van Elisabeth
Elisabeth heeft niet alleen memoires bijgehouden, maar er is ook een dagboek uit 1868 bewaard gebleven. Hieruit blijkt dat zij ook op latere leeftijd is blijven tekenen. Op een van de eerste pagina’s schrijft ze dat ze initieel dit boek had willen gebruiken als tekenboek. Ook heeft ze hierin twee tekeningen gemaakt (afb. 10 en 11).


Dat Elisabeth hoogstwaarschijnlijk haar hele leven een liefde voor tekenen heeft gehad, blijkt tevens uit de dateringen van de tekeningen in haar schetsboek. De laatste tekening die hierin is vervaardigd, dateert uit 1847, en de laatste losse tekeningen die is toegevoegd, is uit 1852. Van Catharina is niet bekend of ze haar hele leven heeft getekend, mede doordat haar tekeningen niet gedateerd zijn en er ook geen memoires door haar zijn geschreven waaruit dit is op te maken. Wel doen de vele lege pagina’s in haar schetsboek vermoeden dat zij minder affiniteit had met de tekenkunst dan haar zus Elisabeth. Daarnaast schilderde Elisabeth ook en zijn er meerdere schilderijen van haar bewaard gebleven.
Meer lezen over Elisabeth en Catharina Kemper
Johanna W.A. Naber, Van onze oud-tantes en tantes, Haarlem: Tjeenk Willink, 1917.
Meer lezen over amateurkunstenaressen
Geef een reactie