Een gloednieuw timpaan voor de oude bibliotheekingang  

Door Annepiet Nouwen, Informatiespecialist Studie- en Leeszaal

Bezoekers van de Research Library vinden hun weg naar de Bibliotheek tegenwoordig via de Waterloozaal, maar dat is niet altijd zo geweest. In de tuin, aan de kant van de Jan Luykenstraat, hangt sinds kort weer een sierlijk timpaan dat met zijn blinkend gouden letters de voormalige ingang markeert. Het originele timpaan was namelijk na 140 jaar nodig aan vervanging toe. Ik sprak met Igor Santhagens, die als projectleider museale inrichting, deel van de afdeling Vastgoed en Duurzaamheid, verantwoordelijk is voor de vernieuwing van de gevelstenen aan het Rijksmuseumgebouw. Mede met behulp van archiefstukken is het originele timpaan gereconstrueerd.  

Van groeve tot gevel  

Igor Santhagens is al meer dan dertig jaar verantwoordelijk voor het interieur en exterieur van het museumgebouw. Recentelijk zijn alle acht timpanen aan het Rijksmuseumgebouw vernieuwd. Ik vroeg Igor naar de aanleiding van het project en zo vertelt hij:  

We zien het als onze opdracht om het museum zo mooi mogelijk te houden. Het is twaalf jaar geleden opgeleverd na een langdurige renovatie, en onze taak is eigenlijk om het museum in nieuwstaat te houden. Zoals het toen opgeleverd is, moet het blijven. We maken allerlei inspectierondjes en één van de dingen was dat deze specifieke beeldengroep, de timpanen, verval toonden en daarom hebben we een plan gemaakt met Frits Scholten, conservator beeldhouwkunst bij het Rijksmuseum.  

Op het moment dat natuursteen veroudert, onder invloed van klimaat, dat is wel de belangrijkste reden, dan moet je er iets aan gaan doen. En het enige wat je echt kunt doen is de beelden demonteren en vernieuwen en zorgen dat die weer teruggeplaatst worden.  

Het timpaan is dus niet gerestaureerd, zoals dat bij veel kunstwerken gebeurt, maar vernieuwd. Op basis van het originele exemplaar wordt een exacte kopie gebeeldhouwd. Nadat de voorbereidingen in Amsterdam getroffen zijn, vervolgt het proces bij de oorsprong van het gesteente. Hoe is dat proces verlopen?  

We zijn teruggegaan naar de originele natuursteen, Savonnière, uit de Franse Jura. En we zijn naar de groeve gegaan, wat toevallig dezelfde groeve is als waar de originele steen ook vandaan komt. Dus moet je nagaan, in 1885 werd al in dezelfde plaats dit natuursteen gehaald. Het leuke is dat Savonnière eigenlijk een soort zandsteen is, met schelpjes. Dat betekent dat Jura ooit onder water heeft gestaan, dat is gewoon zee geweest. Het is wel een kwestie van geluk, want niet alle groeves bestaan nog.  

De blokken zijn 3.20 meter lang. Dat zie je bijna niet als je over straat loopt, maar het zijn echt grote blokken steen. En dus moet je een steen zoeken van die maat, die moet uit de groeve gehakt worden en die moet dan ook nog eens zonder gebreken zijn. Dat is vaak moeilijk met natuursteen. Deze stenen werden bij de groeve voorbewerkt.  

Van een steen, die uit de gevel gehaald wordt, gaan we eerst een modelé maken. Maar je moet de steen dan zo boetseren, aanvullen met klei, dat je weer dicht bij het origineel komt. Dat keuren we dan. Dit werk wordt allemaal in Frankrijk gedaan. Dus Frits en ik gaan dan naar Normandië, waar Willem Noyons, een beeldhouwer die in Utrecht werkt, zijn atelier heeft voor dit soort grote dingen. Dat gaan we goedkeuren zoals het heet, en aanwijzingen geven voor dingen die nog moeten veranderen. Het wordt gewijzigd totdat het helemaal goed is.  

Als het dan goed is, dan wordt er een 3D-scan gemaakt met scanapparatuur. Een ruimtelijk model, in de computer. En dat ruimtelijk model gaat dan uiteindelijk naar die groeve, want daar staan hele grote beeldhouwmachines, dat zijn CNC-apparaten, driedimensionale freesmachines, en die gaan dat beeld helemaal namaken. Je kunt dan rustig naar huis gaan, en als je de volgende ochtend terugkomt dan is het af, dat gaat automatisch.  

Je hebt dan de machineslag, maar het is nog niet verfijnd. Je hebt dan nog een paar weken nodig om dat met de hand bij te werken. En dat is dan ook echt het vakmanschap. Een machine blijft een machine en een persoon kan er nog een persoonlijke vertaalslag van maken. Als je vervolgens het model hebt, dan gaat dat naar een firma in Nederland waar het verguld wordt met bladgoud. En als dat gebeurd is dan wordt het teruggeplaatst in de gevel.  

Dit proces duurt drie jaar bij elkaar, vanaf het moment dat we die steen uit de muur haalden. En de grootste moeilijkheid zat hem in het zoeken naar een goede vervangende steen. Het kan namelijk zijn dat je op een soort grindnest van schelpjes stuit waar je niks mee kan. En als dat bijvoorbeeld net op de plaats van een gezicht zit, of op een prominente plek van een beeldhouwwerk, dan kun je de steen niet meer gebruiken en moet je opnieuw beginnen. Dat is het risico van natuursteen. 

Met moderne technieken wordt de steen eerst bewerkt door een computergestuurde machine. Daarna worden de details met de hand uitgewerkt door de beeldhouwer. Hoe werkt dat precies?    

Als je een heel groot blok steen hebt, dan heb je dat model precies zo in de computer zitten, dat die CNC machine zelf precies bedenkt welk gereedschap nodig is. In het begin gebruikt het dan een grote cirkelzaag, om allemaal lijnen te zagen en daarna gaat ‘ie met een soort hamertje tikken en dat zit allemaal in dat computerprogramma. Dit gaat van grof naar fijn. Uiteindelijk, de laatste hand eraan leggen, dat gebeurt wel met beiteltjes, raspen, houten hamers, et cetera. Technieken die al honderden jaren oud zijn. 

Archieven als bron voor informatie 

Om het oorspronkelijke timpaan weer zo goed mogelijk te reconstrueren zijn archiefmaterialen geraadpleegd. Het architectuurarchief van het Rijksmuseum wordt in het Nieuwe Instituut, Museum voor architectuur, design en digitale cultuur bewaard. Daarover vertelt Igor:    

Alles van het Rijksmuseum is heel goed gearchiveerd. Ik denk dat men van meet af aan besefte dat het een heel bijzonder gebouw ging worden. En het werd natuurlijk hét Rijksmuseum, dus dat hebben ze goed en grondig gedaan.  

We zijn naar het Nieuwe Instituut in Rotterdam gegaan, want daar hebben ze het archief van Cuypers en dus ook van het Rijksmuseum. En van heel veel beelden weten we precies wat de natuursteensoort is, omdat we de inkoopbonnen van 1885 hebben. Zo weten we wat toentertijd dat materiaal gekost heeft. Ook weten we van de meeste beelden wie de beeldhouwer is geweest.  

En alles wat nu wordt gedaan, wordt dat ook weer zo uitgebreid gedocumenteerd?   

Ja, daar maken we ook weer restauratierapporten van, met foto’s, dat wordt omschreven. En dat wordt weer netjes in het archief gedaan, zodat mensen over 140 jaar weer die informatie hebben. Die digitale informatie, die 3Dscan, die komt daar ook bij. Dat zit allemaal bij elkaar. Eigenlijk kunnen we deze beelden nu dus eindeloos reproduceren, doordat we die 3Dscans hebben. Het originele beeld gaat naar ons depot in Amersfoort, Collectie Centrum Nederland. Dat is het originele materiaal, dat gooien we niet weg. 

Wil je meer weten over de gevels en tuinen van het Rijksmuseum? In de Research Library vind je verschillende boeken met meer informatie. Onze tips: 

  • Ham, Gijs van der,  200 jaar Rijksmuseum: geschiedenis van een nationaal symbool, Zwolle/Amsterdam (2000).  
  • Dubiez, F.J., ‘Een wandeling op een stukje Amsterdamse grond, waarbij de hoofdstad geen hoofdrol vervult,’ Ons Amsterdam 9 (1957) p. 130-135.  

,

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder