De verzamelatlassen van het Rijksprentenkabinet: Reizen door Europa vanuit de luie stoel

Door M.R.C. Barg, informatiespecialist Studie- en Leeszaal

In de collectie van het Rijksprentenkabinet zitten vele pareltjes die het daglicht maar zelden zien. Heel soms komen zij toch uit het depot tevoorschijn en worden aan het grote publiek getoond, bijvoorbeeld tijdens het Speeddaten met Experts. Benieuwd wat er tijdens dit jaarlijkse evenement voor Vrienden van het Rijksmuseum zoal verteld wordt? In de Cuypersbibliotheek stelde informatiespecialist Michael Barg enkele 18e-eeuwse verzamelatlassen voor tot grote interesse van het publiek.

Ruim twee eeuwen zullen de atlassen een prominent plekje hebben gehad in de werkkamer van de pater familias van de Megchelse familie Luyken voordat ze tussen 1956 en 1957 in het Rijksprentenkabinet belandden. De vijf banden in de collectie van het Rijksmuseum waren onderdeel van een veel grotere serie die volgens sommige bronnen uit wel 32 delen bestond.1 De ontstaansgeschiedenis is met vele vraagtekens omgeven. Gedacht wordt dat ze in eerste aanleg bedoeld waren voor koning-stadhouder Willem III, maar sluitend bewijs hiervoor ontbreekt. Op basis van de inkleuring wordt de samenstelling van de atlassen toegeschreven aan Anna Beek, boekverkoopster te Den Haag tussen ongeveer 1697 en 1717.2 Beek had een succesvolle boekhandel nabij het Binnenhof, welke zij na haar scheiding zelfstandig bedreef. Het is de vraag of Beek inderdaad de inkleurster was, want documentatie ontbreekt en het is onwaarschijnlijk dat zij naast het leiden van haar bedrijf en het runnen van haar gezin de tijd had om zo’n groot aantal prenten zelf in te kleuren.3 De albums zouden gebonden zijn door de Amsterdamse Double Drawer Handle Bindery, actief tussen 1692 en 1742. De banden zijn bekleed met bruin gemarmerd Marokijn en versierd met bladgouden ornamenten, waaronder Atlas met de hemelglobe op zijn schouders.

Voorplat van de band

Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw, raakte het onder welgestelden in de Republiek in zwang om een atlas op bestelling te laten samenstellen, die daarom ook wel atlas factice genoemd worden. Het beroemdste exemplaar en nog geheel compleet is de 46-delige Atlas Blaeu-Van der Hem, bewaard in de Oostenrijke Nationalbibliothek te Wenen. En hier te lande, de Atlas van Loon bestaande uit 24 banden, grotendeels in het bezit van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, en de Atlas Dirk van der Hagen, nu in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

De in zo’n atlas opgenomen prenten geven een boeiend inkijkje in de belevingswereld van de opdrachtgever en verraden zijn veelal zeer brede interesse: naast kaarten, bevatten zij landschappen, stadgezichten, aangezichten van paleizen, kerken en tuinen, historieprenten, tekeningen en meer. Geheel in de geest van Gerard Mercator, naar wie de term atlas ter herleiden is, trachtte een atlas factice een bijna alles omvattend beeld van een land of regio te vangen.4 Dit is niet anders voor de atlassen in het Rijksprentenkabinet, welke zijn gewijd aan Frankrijk, het Iberisch Schiereiland en Italië. Zij tonen met welke blik de eigenaar naar elk van deze landen en regio’s keek, wat voor hem relevant was en wat hem fascineerde.

Een niet onbelangrijke rol bij de samenstelling van een verzamelatlas lijkt te kunnen worden toegeschreven aan de persoonlijke relatie met een land, door een eigen reiservaring in de vorm van een grand tour, scholing, religie, handelsrelaties en/of vriendschappelijke banden. Voor de zeventiende- en achttiende-eeuwse mens was de atlas de toegang tot verre plaatsen, die men vaak kende van eigen reizen of uit de verhalen van bekenden. Een atlas vormde het startpunt van de (her)beleving van zo’n reis, maar dan een die zich vanuit de luie stoel binnen de vier muren van het eigen huis voltrok—zoals vandaag de dag een reisprogramma op tv, een magazine of de eigen vakantiekiekjes.

Deze mengeling van een bijna encyclopedische nauwkeurigheid en een 18e-eeuwse vorm van Wanderlust komt gelijk al op de eerste bladen van elk van de atlassen naar voren. De atlas gewijd aan Frankrijk toont Koning Lodewijk XV en vervolgens de stamboom van de Bourbon dynastie. Hierop volgen kaarten van het Île-de-France en Parijs. Alsof de lezer vervolgens zelf te koets of te paard gearriveerd is en in de verte de kerktorens en koninklijke paleizen al ziet opdoemen, volgen prenten van de Franse hoofdstad vanuit vogelvluchtperspectief. Ook hier komt een diepere historische interesse naar voren, getuige een set prenten die de chronologische ontwikkeling van het panorama van Parijs toont.

Deze interesse in de gelaagdheid van tijd komt nog duidelijker naar voren in de atlas gewijd aan Italië. Hier opent de atlas met plattegronden van het antieke Rome, gevolgd door die van de moderne stad. De continuïteit van de eeuwige stad als toeristische bestemming spreekt uit de grote hoeveelheid prenten van wat ook vandaag nog één van haar voornaamste bezienswaardigheden is: de Sint-Pieter Basiliek en het Vaticaan. Van aangezichten van Bernini’s beroemde plein en details van de vele kapellen tot de katholieke plichtplegingen die zich binnen voltrokken en vorsten op audiëntie bij de Paus, het wordt allemaal getoond. Hierna trekken Rome’s bekendste trekpleisters aan de toeschouwer voorbij, zoals San Giovanni in Laterano, het Pantheon, het Capitool, Piazza Navona en het Forum Romanum. Een hoogtepunt voor elke bezoeker aan Rome was (en sinds 2008 inmiddels opnieuw) de Girandola, het vuurwerk vanaf de Engelenburcht, een traditie die teruggaat tot de late 15e eeuw en door de rijke inkleuring van het papier lijkt af te spatten.

Niet alleen architectuur of archeologie konden op de belangstelling van reizigers rekenen. Een andere geliefde bestemming waren paleizen en hun tuinen, wat ook zeker terug te zien is in de atlassen. Van het Paleis van Alhambra tot het Buen Retiro bij Madrid, van het Louvre tot het kasteel van Fontainebleau, en de kardinalenvilla’s in en rondom Rome, ze komen allemaal voorbij. Indrukwekkend is de prentenserie van de immer nog beroemde tuinen bij Versailles, waarvan in meer dan 80 afbeeldingen alle fonteinen, standbeelden, en beplanting lijken te worden getoond. Ook hier draagt de rijke inkleuring bij aan het creëren van een bijna realistische ervaring: met het omslaan van elke pagina waan je je weer op een ander punt in de bijna oneindige tuinen van de Franse koning.

Zoals aan elke reis, komt ook aan dit uitstapje een einde. Ben je nou enthousiast geworden en wil je jezelf ook eventjes een 18e-eeuwse grandtourist wanen? Neem dan een kijkje in de online catalogus, waar je alle afbeeldingen uit de atlassen vanaf je eigen bureau of eetkamertafel kunt bekijken.

  1. H. de la Fontaine Verwey, Uit de wereld van het boek dl. III. In en om de ‘Vergulde Sonnewyser’, Amsterdam: Nico Israel, 1979, 222, n. 15; Iris Blokker, Anna Beek. Coopvrouwe van Konst ende Kaerten, Zwolle: WBOOKS, 2025, p. 36. ↩︎
  2. De la Fontaine Verwey, it de wereld van het boek dl. III. In en om de ‘Vergulde Sonnewyser’, p. 222, n. 15; Truusje Goedings, ‘Afsetters en meester-afsetters. De kunst van het kleuren, 1480-1720, ↩︎
  3. Blokker, Anna Beek. Coopvrouwe van Konst ende Kaerten, p. 38. ↩︎
  4. Roelof van Gelder, Een Wereldreiziger op papier. De atlas van Laurens van der Hem (1621-1678), in: red. Jacobine E. Huisken en Friso Lammertse, idem, Amsterdam: Soeck-Ducaju & Zoon, 1992, p. 9-10. ↩︎

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder