Aanwinstenblog 2026/08
door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties
In de geschiedenis van het boek zijn er weinig uitgevers zo succesvol geweest als Pierre du Marteau uit Keulen. Over een periode van meer dan een eeuw staan er vele honderden uitgaven op zijn naam. Er is slechts één probleem: de beste man heeft nooit bestaan. In het voorjaar van 2026 zijn er in de collectie van de bibliotheek van het Rijksmuseum verschillende uitgaven van Marteau opgenomen, primair omdat ze aansluiten bij het verhaal van Nederland als boekhandel van de wereld in de zeventiende eeuw. Hoog tijd om deze ghost publisher eens wat nader te beschouwen.
Marteau en Keulen
Pierre du Marteau was een fictieve uitgeversnaam die vanaf ongeveer 1660 door tal van Europese drukkers en uitgevers werd gebruikt. De naam werd waarschijnlijk geïntroduceerd door leden van de uitgeversfamilie Elzevier. Het vroegst gedateerde werk met de naam van Marteau op de titelpagina, betreft een verhandeling over het leven en de regering van Henri III van Frankrijk (1551-1589) uit 1660, feitelijk uitgegeven door Johannes Elzevier. De keuze voor de fictieve naam Pierre du Marteau (‘Peter Hamer’) geeft wellicht al een aanwijzing over de intenties van de uitgever, maar ook Keulen als plaats van uitgave was voor tijdgenoten heel herkenbaar. Keulen lag buiten de directe invloed van de Franse censuur, maar dicht genoeg bij Frankrijk om een geloofwaardige herkomst te suggereren. Hetzelfde gold in zekere zin voor Nederland: te ver weg om verantwoordelijk te zijn voor de inhoud, maar dichtbij genoeg om geïnformeerd te zijn over subversieve zaken.
Een boek over Henri III hoefde in de zeventiende eeuw niet noodzakelijk problematisch te zijn, maar onder de strenge censuur van Louis XIV werd het dat na 1660 in Frankrijk wel. Henri regeerde in de zestiende eeuw tijdens de godsdienstoorlogen, werd door tegenstanders afgeschilderd als een zwakke en decadente koning, en uiteindelijk vermoord door een monnik die hem zag als een vijand van het katholieke geloof. Zelfs als je deze geschiedenis neutraal presenteert, kan een verhaal over een gevallen koning worden gelezen als een waarschuwing over de gevaren van slecht bestuur, religieus fanatisme of machtsmisbruik. Voor een beginnende zonnekoning is dat geen boodschap die je in de lokale boekhandel wilt hebben. Voor een Nederlandse uitgever commercieel wél interessant om de Franse markt mee te bedienen.


Recveil de diverses pieces, servans a l’histoire de Henry III, 1662. Collectie Rijksmuseum Research Library
Drukkersmerk en Marketing
Tijdgenoten begrepen de symboliek van de naam en Keulen als plaats van uitgave maar al te goed. De vormgeving van de uitgaven was bovendien dusdanig Nederlands, dat het moeilijk voor te stellen is dat dit in die tijd niet opgemerkt zou zijn. Sterker nog, de uitgevers verstopten ook andere aanwijzingen in de publicaties, zoals een wereldbol op de titelpagina die dienst deed als fictief drukkersmerk. Al snel werd de wereldbol een symbool voor subversieve literatuur. Met één oogopslag kon een potentiële koper zien met wat voor een type drukwerk men te maken had: fictief en buiten de landsgrenzen verschenen, dat moet wel iets zijn waarvan de autoriteiten niet willen dat je het leest.
Het succes van de eerste Marteau-uitgave over Henri III blijkt wel uit het feit dat deze tussen 1660 en 1666 een tiental keer verscheen. Interessant is tevens dat deze uitgaven niet alleen bij de Elzeviers van de pers kwamen, maar bijvoorbeeld ook bij Adriaan Vlaq in Den Haag. Het commerciële succes moedigde dus ook anderen aan om het impressum, en waar mogelijk het drukkersmerk te gebruiken. In de jaren zestig van de zeventiende eeuw verschenen er een zestigtal uitgaven onder het impressum Pierre du Marteau, in de jaren zeventig ging het om soortgelijke aantallen. Het daaropvolgende decennium zag zeker een verdrievoudiging van het aantal Marteau-uitgaven, en ze kwamen inmiddels ook al lang niet meer allemaal uit de Noordelijke Nederlanden, maar ook uit omliggende landen. De onderwerpen van de uitgaven zijn de eerste decennia sterk gericht op Franse hugenoten, en behandelen de al dan niet gefictionaliseerde levens van Franse koningen en hooggeplaatste adel.
Vroege Marteaus in de Rijksmuseum Research Library
In de Rijksmuseum Research Library is recent onder meer één van de vroege edities van Recveil de diverses pieces, servans a l’histoire de Henry III in de collectie opgenomen, te weten een exemplaar van de editie uit 1662. Deze is volgens de Short-Title Catalogue Netherlands in geen enkele andere publieke Nederlandse collectie aanwezig. Van enkele jaren later is Recueil de quelques pieces curieuses, servant à l’esclaircissement de l’histoire de la vie de la reyne Christine. Het verhaal van de Zweedse koningin Christina, die afstand deed van de Zweedse troon, naar Rome trok en zich tot het katholicisme bekeerde, was een van de grootste schokken voor de protestantse wereld in de zeventiende eeuw. Op het titelblad siert de wereldbol die de kopers op subversieve inhoud moest wijzen. Ook veelzeggend voor dit genre is de claim op de waarheid. De auteur van het boek over Christina besluit zijn inleiding met de woorden ‘j’ecris dans un païs ou il est permis de dire la verité’, oftewel, ik schrijf dit in een land waar het is toegestaan om de waarheid te spreken.



Recueil de quelques pièces curieuses, 1668. Collectie Rijksmuseum Research Library
Roman scandaleuze
Later in de zeventiende eeuw, en zeker ook in de achttiende eeuw veranderde het soort uitgaven in het fictieve fonds van Marteau zienderogen. Een mooi voorbeeld daarvan is Amours des dames illustres de France. Deze verzameling verhalen over affaires, intriges, overspel, rivaliteiten en seksuele escapades van de aristocratie aan het hof van Lodewijk XIV werd bijeengebracht door Roger de Bussy-Rabutin. Niemand werd bij naam genoemd, maar voor tijdgenoten was het heel erg duidelijk wie er achter de fictieve namen in het boek schuilgingen. Het is dus tegelijk een hofkroniek, politieke satire en achterklap, soms samengebracht onder de titel roman scandaleuze.



Amours des dames illustres de France, sous le regne de Louis XIV, vol 1, 1734. Collectie Rijksmuseum Research Library
Onder een licht afwijkende titel verscheen in 1680 al een editie van Amours des dames onder het impressum A Cologne, chez Jean Le Blanc, maar was in werkelijkheid in Nederland gedrukt. Niet veel later verscheen een Nederlandse vertaling met als titel ’tGeheim van’t Fransche hof onder het al net zo fictieve impressum Tot Bolsward, by Jan de Liefde. De Franstalige uitgave van Pierre Marteau die nu in de collectie van het Rijksmuseum is opgenomen, stamt uit 1734, is volgens de Bibliothèque Nationale de France in Nederland gedrukt, en is volkomen salonfähig. Het is geen smoezelige uitgave in een goedkope drukletter, maar een fraai vormgegeven boekje met een keurige frontispice. Beide delen zijn ingebonden in rood marokijn en hebben goud op snee. In het impressum staat nog altijd Pierre Marteau, maar dat was inmiddels vooral een aanbeveling voor de serieuze verzamelaar geworden.


Amours des dames illustres de France, sous le regne de Louis XIV, vol 2, 1734. Collectie Rijksmuseum Research Library
Filosofie
Naast religie en politiek, en de uitspattingen van de aristocratie, verschenen er ook filosofische traktaten onder de naam van Marteau. In het Rijksmuseum vinden we onder meer de bijzonder zeldzame uitgave Sisteme nouveau de l’origine du mal van Noël de Bequignolle uit 1721. Wereldwijd zijn er slechts drie andere exemplaren bekend. De auteur plaatste zich midden in een langlopend debat over de oorsprong van het kwaad en was duidelijk niet zeker van de manier waarop zijn bijdrage ontvangen zou worden. Volgens een manuscript aantekening in een van de andere exemplaren zou hij slechts een paar exemplaren uitgedeeld hebben aan vrienden. Niettemin verscheen kort na verschijnen een recensie van het werk in het tijdschrift Acta Eruditorum, door de Duitse filosoof Christian Wolff.


‘Sisteme nouveau de l’origine du mal,’ 1721. Collectie Rijksmuseum Research Library
Valse impressa
Pierre Marteau is exemplarisch voor een veel groter aantal valse impressa uit de zeventiende en achttiende eeuw. Wie er wat dieper induikt, vindt moeiteloos honderden voorbeelden. Keulen komt relatief vaak voor, ook met andere namen dan Marteau. Daarnaast zijn er veel formuleringen als ‘gedrukt naar de kopij te Londen, Parijs, Wenen, of andere plaatsen’. De impressa worden ook steeds langer en creatiever, wat te denken van ‘Gedrukt op het casteel te Batavia’, ‘Te Konstantinopel, in de drukkery van’t Serail, in’t jaar der Hegira’ of ‘Gedrukt te China, in de Gekroonde Oranjestraat, daar de vaderlander op de deur staat’.
Tegelijk duiden dergelijke impressa een heel lokaal gebruik, terwijl Marteau een internationaal merk werd. De kleine boekjes vol religieuze, politieke, erotische of anderszins subversieve literatuur kom je in verzamelingen in heel Europa tegen. De wortels lagen in Nederland, wellicht een beetje vanuit de wens om je vrij uit te kunnen spreken, maar waarschijnlijk nog net een beetje meer vanuit een goed ontwikkeld commercieel gevoel om Europa te bieden wat ze wilden lezen.
Genoemde aanwinsten
Amours des dames illustres de France, sous le regne de Louis XIV. A Cologne : chez Pierre Marteau, [1734?]. Rijksmuseum Research Library 319 H 48-49.
Recueil de quelques pièces curieuses : servant à l’esclaircissement de l’histoire de la vie de la reyne Christine : ensemble plusieurs voyages qu’elle à faites. A Cologne : chez Pierre du Marteau, M. DC. LXVIII. [1668]. Rijksmuseum Research Library BC KF 1 E 3.
Recveil de diverses pieces, servans a l’histoire de Henry III. : roy de France et de Pologne : dont les tiltres se trouvent en la page suivante. A Cologne : chez Pierre du Marteau, 1662. Rijksmuseum Research Library BC KF 1 E 7.
Noël de Bequignolle, Sisteme nouveau de l’origine du mal. A Cologne : chez Pierre Marteau, 1721. Rijksmuseum Research Library 204 C 34.
Schrijf je in om op de hoogte te blijven van de laatste aanwinsten en ander nieuws uit de Rijksmuseum Research Library:
Geef een reactie