Schenking van een exceptionele collectie wetenschapsgeschiedenis
Aanwinstenblog 2022/24
door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties
De erven van Willem Cornelis Mees (1947-2008) hebben het Rijksmuseum een bijzondere collectie boeken op het gebied van wetenschapsgeschiedenis geschonken. Het gaat om 28 veelal iconische werken uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw van grote namen uit de wetenschap, zoals Christiaan Huygens, Sir Isaac Newton, Benjamin Franklin, Pierre-Simon Laplace en Leonhard Euler. Een aantal van de boeken en twee handschriften uit de schenking zijn prachtig geïllustreerd en met de hand gekleurd. De andere titels vormen de kern van het achttiende-eeuwse wetenschappelijke debat over optica en mechanica. De boeken en handschriften komen uit het bezit van verschillende leden van de familie Mees, een Rotterdamse familie die in de negentiende eeuw naam maakte in wetenschap, handel en maatschappij. De bekendste telgen waren Willem Cornelis Mees (1813-1884), die ruim twintig jaar dienst deed als president van de Nederlandse bank, en Rudolf Adriaan Mees (1844-1886), wis- en natuurkundige en hoogleraar in Groningen.

Christiaan Huygens en ‘Dutch light’
Het meest beroemde werk uit de collectie is een eerste druk op groot papier van Christiaan Huygens Traité de la Lumière (1690). Huygens is de uitvinder van het slingeruurwerk, de ontdekker van de ringen om Saturnus, en de grondlegger van de golftheorie van het licht. Een recente biografie (2021) over Huygens verscheen onder de veelzeggende titel Dutch Light, en plaatst hem juist vanwege zijn baanbrekende onderzoek naar licht in de traditie van Rembrandt en Vermeer. In de schenking zit ook een exemplaar van Huygens’ Opera varia (1724), met onder meer de beroemde gravures met de ringen van Saturnus.

Newton’s Optica
Naast het werk van Huygens, maakt ook een latere editie (1740) van Isaac Newton’s Opticks deel uit van de schenking. Newton was het niet met Huygens eens en verklaarde de werking van het licht op andere wijze. Hij haalde het dogma onderuit dat licht van nature wit of kleurloos zou zijn. Newton toonde aan dat het precies omgekeerd was: licht is samengesteld uit verschillende spectrale tinten (rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet) en alle kleuren, inclusief wit, worden gevormd door verschillende mengsels van deze tinten.
Franklin, Laplace en Euler
De schenking bevat voorts werken van Benjamin Franklin, en de wiskundigen Pierre-Simon Laplace en Leonhard Euler. Franklin en Euler hoorden tot het selecte gezelschap achttiende-eeuwse wetenschappers die de voorkeur gaven aan Huygens golftheorie van het licht boven de deeltjestheorie van Newton. Franklin’s Experiments and observations on electricity (1769) is een van de volgende hoogtepunten uit de schenking. Het is de meest begeerlijke druk van een verzameling brieven van Franklin die algemeen wordt beschouwd als de belangrijkste achttiende-eeuwse Amerikaanse bijdrage aan de wetenschap. De werken van Laplace en Euler zijn onmiskenbare hoogtepunten uit de wiskunde.




Natuurzelfdruk
Het meest in het oog springende werk uit deze schenking is een prachtig uitgevoerde natuurzelfdruk. Deze experimentele druktechniek, die vooral midden negentiende eeuw kortstondig populair was, is een methode om bladeren, grassen en planten op een natuurgetrouwe manier op papier weer te kunnen geven. Het past in een tijd waarin nieuwe druktechnieken elkaar opvolgden en internationaal gezocht werd naar nieuwe methoden om de natuur te kunnen reflecteren en valt op die manier te plaatsen in dezelfde context als een van de topstukken in de Rijksmuseum collectie, namelijk Anna Atkins’ Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions. De natuurzelfdruk in de collectie van de familie Mees heeft als titel Afbeelding door natuur zelf-druk en beschrijving van medicinale planten en is vervaardigd door de Culemborgse arts W.J. Alpherts. Het is prachtig om te zien en hoort tot de meest geslaagde Nederlandse voorbeelden van natuurzelfdruk die we uit deze periode kennen.
Entomologie
De twee werken die we vooralsnog het moeilijkst kunnen plaatsen tegen de achtergrond van de familiegeschiedenis, sluiten bij toeval uitstekend aan op de huidige tentoonstelling Onderkruipsels. Het gaat om De natuurlyke historie der insecten (1764-1768; 4 delen in 8 banden) van de Duitse miniatuurschilder en naturalist August Johann Rösel von Rosenhof (1705-1759) en het zesdelige Entomologie, ou histoire naturelle des Insectes (1808) van de Franse entomoloog Guillaume-Antoine Olivier (1756-1814). Beide werken zijn prachtig met de hand gekleurd en hoogtepunten uit de natuurhistorische literatuur.






Familie Mees
Bovenstaande werken lijken willekeurige hoogtepunten uit de geschiedenis van 17e, 18e en vroeg-19e-eeuwse optica, wiskunde en natuurwetenschap. Waarom ze samen een collectie vormen, wordt duidelijk als we ze verbinden met de geschiedenis van de familie Mees. De centrale figuur bij het samenbrengen van de collectie lijkt Willem Cornelis Mees (1882-1876) te zijn geweest. Via hem kunnen we aan beide kanten van de familie boeken uit deze collectie thuisbrengen.
In de familie wisselen mannen met de naam Willem Cornelis en Rudolf Adriaan elkaar per generatie af. De grootvader van bovengenoemde Willem Cornelis was Willem Cornelis Mees (1813-1884). Hij was van 1863 tot aan zijn overlijden president van de Nederlandse bank, wat wellicht de aanwezigheid van boeken als De goude en zilvere gangbaare penningen der graaven en graavinnen van Holland (1700) van Kornelis van Alkemade en Pierre Bizot’s Medalische historie der republyk van Holland (1690) zou kunnen verklaren. Naast zijn functie bij de Nederlandse bank was hij ook lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen.
Zijn zoon Rudolf Adriaan Mees (1844-1886) was een wis- en natuurkundige die in 1867 promoveerde met het proefschrift De trillingsrichting in het rechtlijnig gepolariseerde licht. Een jaar later werd hij in Groningen benoemd tot hoogleraar. Bij zijn inaugurele rede noemde hij ‘het onderwijs in de natuurwetenschappen een noodzakelijk bestanddeel van elke beschaafde opvoeding’. De boeken van Huygens, Newton, Franklin en enkele anderen in de collectie zijn dan ook zeer waarschijnlijk tot hem te herleiden, al kunnen ze ook al langer in de familie hebben bestaan. Zijn naam staat bij enkele boeken voorin geschreven.
Botanici en Entomologen
Ze zullen uiteindelijk via zijn zoon Willem Cornelis Mees 1882-1976 in de familie doorgegeven zijn. Bij hem begint namelijk de herkomst van de prachtige natuurzelfdruk en met enig voorbehoud misschien ook wel de entomologische werken. De grootvader van zijn echtgenote was Theodorus Abeleven (1822-1904). Deze Nijmeegse zoon van een apotheker heeft zich een leven lang bezig gehouden met de lokale flora en was onder meer dertig jaar lang secretaris van de Nederlandse Botanische Vereniging. Hij was getrouwd met Johanna Alphertina Wilhelmina Alpherts, dochter van de maker van de natuurzelfdruk van Willem Johan Alpherts. Of aan deze kant van de familie ook een verband met de entomologie is te leggen, is vooralsnog niet bewezen, maar het is niet onwaarschijnlijk.
Biografie in Boeken
Nog niet ieder boek uit de schenking is genoemd, maar aan alles lijkt een verhaal te zitten. Neem bijvoorbeeld de onvermijdelijke werken van Jacob Cats uit 1655. Heel veel Nederlanders hadden boeken van Cats in huis, slechts weinigen deze mooie folio-uitgave. Een verdere voorvader van de familie, Willem Cornelis Ackersdijk (1760-1843), opa van de bankier Willem Cornelis Mees, schreef een juridische dissertatie over het nut van dichters voor de rechtswetenschap en vice versa. Misschien ligt daar een verband. Veelzeggend is dat deze dissertatie uit 1779 óók aanwezig is in deze schenking.
Het aloude adagium ‘toon mij uw boeken en ik zal zeggen wie u bent’ gaat in dit geval op voor de familie Mees. Hoewel de schenking slechts 28 titels betreft, zijn het stuk-voor-stuk iconische werken die een gezicht geven aan eerdere generaties van de familie. Door deze boeken in de collectie op te nemen groeit niet alleen onze fraaie collectie wetenschapsgeschiedenis en visuele communicatie uit de 17e en 18e eeuw, maar door de mooie provenance tevens de echo daarvan in de 19e eeuw in Nederland.
Geef een reactie