Een selectie van de mooiste en meest bijzondere boeken die in 2024 zijn verworven
Door Alex Alsemgeest, conservator bibliotheek collecties
De aanwinstenpresentatie van de Rijksmuseum Research Library is een jaarlijkse traditie waar door veel medewerkers van het museum naar uitgekeken wordt. In de Cuypersbibliotheek worden de mooiste en meest bijzondere boeken uitgesteld die in het voorgaande jaar zijn verworven. Tot op heden is het alleen eigen personeel gegeven om ter plaatse een blik te kunnen werpen, maar door middel van deze blog kunnen we iedereen een overzicht bieden van wat er zo al verworven is in 2024.

Collecties
Het bezit van de bibliotheek groeit met ongeveer tienduizend boeken, catalogi en tijdschriften per jaar. Het overgrote deel van de binnengekomen boeken valt in de categorie nieuw verschenen referentieliteratuur. Dat wil zeggen, monografieën over alle denkbare kunsthistorische onderwerpen, handleidingen op het gebied van restauratie en materiaalkennis, bestandscatalogi waarin het bezit van andere musea beschreven staat, oeuvrecatalogi met het werk van individuele kunstenaars, veilingcatalogi op alle kunsthistorische terreinen, en tal van andere zaken die bijdragen aan het wetenschappelijk onderzoek en technische kennis op het gebied van kunst en geschiedenis.
Tijdens de aanwinstenpresentatie ligt de focus meer op boeken die verworven zijn voor de bijzondere collecties. Dit jaar geven we extra aandacht aan een paar grote collecties die binnengekomen zijn.

Tafel 1: Kunstenaarshandleidingen en Kunsttheorie
De kunstenaarshandleidingen vormen een van de kerncollecties van de Rijksmuseum Research Library. Ieder jaar worden er bijzondere uitgaven in dit genre toegevoegd. Hoogtepunten van afgelopen jaar zijn Lodovico Dolce’s Dialogo della pittura, intitolato l’Aretino (1557), een belangrijk kunsttheoretisch tractaat in dialoogvorm. Het verheerlijkt Venetiaans colorito boven Florentijns disegno en prijst Titiaan als de ideale kunstenaar.

Een ander hoogtepunt is het exemplaar van Afbeelding van in- en uitlandsche houten. Deze publicatie was een samenwerking tussen Jan Christiaan Sepp, de belangrijkste natuurhistorische uitgever van de late achttiende eeuw, en de naturalist Martinus Houttuyn. Het boek is een inventarisatie van verschillende houtsoorten en hun toepassingen, gebaseerd op de kabinetten van verzamelaars. Tegelijk vormt het boek door de logische presentatie van honderden houtstalen een voorafschaduwing van latere stalenboeken. Omdat het boek in afleveringen werd uitgegeven zijn exemplaren vrijwel altijd incompleet.

Tafel 2: Decoratieve kunst
Op de tweede tafel liggen een aantal boeken waarvan je had kunnen vermoeden dat ze al in de negentiende eeuw verworven zouden zijn door het Rijksmuseum, maar opvallend genoeg was dit niet het geval. Neem John Britton’s The Union of Architecture, Sculpture and Painting (1827). In dit werk benadrukt hij de harmonie tussen deze kunstvormen in de architectuur. Hij pleit voor een integrale benadering, waarbij gebouwen niet alleen functioneel zijn, maar ook esthetisch verrijkt worden door beeldhouwkunst en schilderkunst. Het werk is een pleidooi voor artistieke samenwerking en historische waardering binnen architectonisch ontwerp.
Een andere aanvulling is Christopher Dresser’s Studies in design (1876). Dresser was een pionier op het gebied van industrieel design en functionalisme. Studies in Design bestaat uit 60 gelithografeerde platen. Het bevat innovatieve decoratieve patronen geïnspireerd door de natuur en geometrie. Zijn werk legde de basis voor modern industrieel ontwerp en beïnvloedde stromingen zoals de Arts and Crafts- en modernistische beweging. Dit exemplaar komt uit de bibliotheek van de Britse architectuurhistoricus Mark Girouard (1931-2022).


Tafel 3: Sierpapier
Op de derde tafel domineert het sierpapier. In het Rijksprentenkabinet is een zeer rijke collectie van verschillende typen sierpapier aanwezig, met een zwaartepunt in de achttiende eeuw. De collectie Geert van Daal die hieronder besproken wordt, vult dit verder aan met sierpapier uit de negentiende en twintigste eeuw. De Bibliotheekcollectie kent echter ook talloze voorbeelden van sierpapier dat gebruikt werd, met name voor schutbladen en omslagen. Deze kleine collectie van dissertaties en gelegenheidspublicaties geeft een doorsnede van de verschillende type sierpapier en de manier waarop ze werden gebruikt in de achttiende eeuw.
Tafel 4: Elzevier Republieken en Miniatuurboekjes
De tafel die is gereserveerd voor uitgaven die raken aan verschillende aspecten van geschiedenis bevat dit jaar heel veel boeken. Dat is mogelijk, omdat een deel ervan miniatuurboekjes betreft. Neem bijvoorbeeld Kern der kerkelyke historie uit 1755. Deze twee miniatuurboekjes van nog geen 5 centimeter vormen samen de Kern der kerkelyke historie. Ze bestaan samen uit 558 doorlopende pagina’s en 36 ongenummerde platen. Op de rug van beide deeltjes staan respectievelijk de letters KE en RN. In een van de poppenhuizen op zaal vinden we twee vergelijkbare boekjes, te weten de Kern der Bijbels. Ze passen in een genre van miniatuurboekjes dat erg populair was in het midden van de achttiende eeuw en waar in kranten mee werd geadverteerd.

Ook op tafel staan de zogenoemde ‘Elzevier Republieken’. Tussen 1625 en 1647 brachten verschillende telgen van het uitgeversgeslacht Elzevier kleine boekjes over Europese landen, een aantal regio’s buiten Europa en historische gebieden uit. De inhoud volgde een duidelijk patroon, met beschrijvingen van geografie, geschiedenis, politiek, economie en soms de bijdragen van een land aan kunsten en wetenschappen. De reeks was bijzonder populair, met name onder buitenlandse studenten en reizigers, waardoor je de deeltjes vandaag de dag in collecties over de hele wereld tegenkomt. Deze set van 27 delen in 25 uniforme bandjes van verguld perkament, bevat naast werken van de Elzeviers ook een drietal deeltjes die zijn uitgegeven door concurrenten in het boekenvak Johannes Maire en Johannes Janssonius.
Tafel 5: Fotografie
De tafel die is gereserveerd voor fotografie bevat onder meer twee kunstenaarsboeken van Haein Song, een kunstenaar uit Zuid-Korea, werkzaam in Londen. Voor deze twee boeken gebruikt ze de cyanotypie, een fototechniek met een kenmerkende blauwe kleur. Net zoals Anna Atkins, bekend van de Photographs of British Algae, maakt Song fotogrammen: afdrukken zonder camera, waarbij objecten direct op lichtgevoelig papier worden geplaatst. De boeken tonen cyanotypieën van Koreaanse papiervouwkunst. In Light/Folds wordt zichtbaar waar het vouwsel dikker was, omdat die delen minder licht doorlaten en daardoor juist witter worden afgedrukt. Un-folded richt zich op het openvouwen van papier, waardoor de vouwlijnen zichtbaar worden. Beide werken tonen dus op een contrasterende manier hoe papiervouwkunst is opgebouwd. Song verbindt dit proces, samen met de gedichten en teksten, met het verstrijken van tijd en herinneringen.


Tafel 6: Kunstenaarsboeken
Nog veel meer kunstenaarsboeken vinden we op de volgende tafel. Veel aandacht ging hier uit naar het werk Three Constitutions van Russell Maret. Hij is een New Yorkse boekmaker die bekend is om zijn kunstenaarsboeken waarin typografie, kleur en vorm een belangrijke rol spelen. Naar eigen zeggen had hij lange tijd een aversie tegen ‘politieke kunstenaarsboeken’. In de loop der jaren veranderde hij van mening en na de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 bracht hij dit uitgesproken politieke boek uit, waar hij al enkele maanden aan werkte. Three Constitutions bevat drie versies van de Amerikaanse grondwet. De eerste versie bevat de complete tekst met amendementen; in een tweede versie zijn belangrijke woorden zwartgedrukt; in de derde versie is de oorspronkelijke tekst met behulp van Google Translate vertaald van het Engels naar het Esperanto, vervolgens van het Esperanto naar het Russisch, daarna naar het Chinees en ten slotte terug naar het Engels. Esperanto symboliseert de utopische idealen van de Amerikaanse founding fathers, terwijl het Russisch en Chinees verwijzen naar twee belangrijke bronnen voor desinformatie.

Tafel 7: Geert van Daal. Boekbanden
De tweede helft van de Cuypersbibliotheek is gereserveerd voor enkele grote collecties die het afgelopen jaar zijn binnengekomen. Verreweg de grootste collectie is afkomstig van de in augustus vorig jaar overleden Geert van Daal (1941-2024). Hij was een prominente Nederlandse handboekbinder, sierpapiermaker en handvergulder, die nationaal en internationaal bekend stond om het gebruik van luxe leersoorten, perkament en veelal door hem zelfgemaakte marmerpapieren. Hij was daarnaast een actief bibliofiel verzamelaar. De bibliotheek die hij heeft opgebouwd is veel meer dan de vakbibliotheek van een binder – de collectie beslaat vele aspecten van toegepaste kunst uit de late achttiende, de negentiende en de vroege twintigste eeuw. Zo bevat de bibliotheek literatuur over boekbinden, papier, riemkappen, watermerken, marmeren, vergulden en kleur, met daarnaast werken over materialen en technieken, machines en machinefabrieken, als ook letterproeven, stempelproeven en monsterboeken voor verf, papier, linnen en leer, en handelscatalogi van belangrijke verf- en papierfabrieken uit Nederland, Duitsland, Engeland en Frankrijk.
Tevens omvat de collectie verschillende voorbeelden van prachtige boekbanden, vooral enkele Nederlandse hoogtepunten van de art nouveau uit het begin van de twintigste eeuw, maar ook internationaal. Voorts vinden we kunstenaarsboeken uit de tweede helft van de twintigste eeuw die een reflectie geven op het historische sierpapier, zoals het werk van Henry Morris (Bird & Bull Press), Karli Frigge en anderen. De bibliotheek bevat hoogtepunten van het werk van enkele belangrijke Nederlandse ontwerpers en binders, zoals Carel Adolph Lion Cachet, Theo Nieuwenhuis en Elias van Bommel, en daarnaast uiteraard verschillende banden van Geert van Daal zelf.


Tafel 8: Geert van Daal: Eigen werk en miniatuurbibliotheekjes
Veel aandacht ging uit naar een tweetal miniatuurbibliotheekjes. Er zijn er meer in de collectie Van Daal, maar nu stonden er twee – min of meer ter decoratie – op tafel. Eén was een model, gemaakt uit houten dummies, maar de ander was een functionerende negentiende-eeuwse reisbibliotheek met poets and classics in een koffer.
Van het eigen werk van Geert van Daal werd Zalmsnippers erg gewaardeerd. Dit liber amicorum kreeg Gerrit Zalm aangeboden bij zijn tienjarig jubileum als minister van financiën, dat wil zeggen, het andere exemplaar dat van deze uitgave bestaat. Geert van Daal maakte er namelijk één voor de minister, en hield er één zelf. In de band zijn verschillende snippers van gulden- en eurobiljetten verwerkt, als referentie aan de overgang van de Gulden naar de Euro die Zalm tijdens zijn ministerschap had begeleid.
Tafel 9: Geert van Daal. Sierpapier
Op de volgende tafel lag vooral sierpapier en stalenboekjes. De Buntpapierfabrik Aschaffenburg, opgericht in 1811 door Alois Dessauer, groeide uit tot een toonaangevende producent van sierpapier. Op het hoogtepunt van de productie, aan het begin van de twintigste eeuw, was het met ongeveer 750 werknemers een van de grootste bedrijven in Europa. Door toenemende concurrentie en technologische veranderingen nam de productie af, wat uiteindelijk leidde tot de sluiting van de fabriek in 1968. De stalenboekjes in deze doos zijn voor het grootste deel genummerd, te dateren en van namen voorzien, waardoor ze buitengewoon waardevol zijn bij de identificatie van verschillende toepassingen van sierpapier in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Tafel 10: Collectie Swellengrebel
De collectie Swellengrebel betreft een volledig familiearchief dat, afgezien van enkele oudere stukken, teruggaat tot in de zeventiende eeuw en tien generaties van de familie beslaat. Van Henrich Swellengrebel (1626-1699) tot Henk Swellengrebel (1942-2019) is het archief altijd overgegaan van zoon op zoon. De inhoud van dit bijzondere familiearchief is vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw bekend geworden door historische publicaties en bronnenuitgaven. De collectie Swellengrebel bestaat onder meer uit tekeningen, aquarellen, grafiek, het familiearchief, servies, portretminiatuur, memorabilia, penningen en boeken. Eind 2023 is de collectie aangekocht ten bate van de Nederlandse staat, waarbij een deel wordt ondergebracht bij het Rijksmuseum en het archiefgedeelte bij het Nationaal Archief.
Uit de boeken is een selectie gemaakt waaruit de verbondenheid met de familiegeschiedenis goed naar voren komt. Zo is er een familiebijbel, zijn er verschillende prijsbanden die aan leden van de familie zijn uitgereikt, en boeken uit het bezit van de familie met een supralibros op het voorplat.
Tafel 11: Collectie Sorgedrager, Bedrijfsfotoboeken
Vorig jaar verwierven wij, in samenwerking met fotografieconservatoren Mattie Boom en Hans Rooseboom, een collectie van ruim 1.100 internationale bedrijfsfotoboeken. Deze boeken werden in de 20ste eeuw meestal door bedrijven zelf gemaakt als souvenir, brochure of jubileumuitgave. Ze kwamen niet op de markt, maar waren bestemd voor zakelijke relaties.
De boeken bevatten vooral industriële foto’s van ratelende machines en stomende fabrieken, vaak genomen vanuit standpunten die kenmerkend zijn voor de Nieuwe Fotografie. Deze stroming, die opkwam in de jaren 1920, staat bekend om hoge en lage perspectieven, minimalisme en de nadruk op vorm en licht. Dit werd vaak gecombineerd met modern grafisch ontwerp en fotomontages.
De collectie werd samengebracht door Bart Sorgedrager, een fotograaf die zich in dit genre specialiseerde. Ter inspiratie verzamelde hij bijzondere historische voorbeelden en wijdde daar recent de publicatie Factory Photobooks aan.

Tafel 12: Collectie stanley brouwn van Joke en Dick Veeze
In samenwerking met conservator 20e-eeuwse kunst Ludo van Halem verwierven wij vorig jaar een omvangrijke collectie boeken van en over kunstenaar stanley brouwn (1935-2017), samengebracht door verzamelaars Joke en Dick Veeze. Het Rijksmuseum bezit al een aantal ruimtelijke werken en tekeningen van brouwn en voegt daar nu een uitgebreide collectie boeken aan toe.
stanley brouwn was een internationaal befaamd kunstenaar die, in lijn met de ZERO-beweging in de jaren 1960, op een conceptuele en minimalistische manier werkte. brouwn richtte zich op het meten van afstand en ruimte: hoe lopen mensen van a naar b? Hoe ervaren wij een gangbare meter en onze eigen voetstap? Hij onderzocht bijvoorbeeld het verschil tussen een universele maat en zijn eigen menselijke maat en introduceerde zijn eigen maateenheid: sb-voet, sb-el en sb-stap.
brouwn wilde niet dat er persoonlijke informatie over hem werd gedeeld of dat zijn kunstwerken werden uitgelegd. Hij vond dat de toeschouwer een directe band met zijn werk moest aangaan. Juist dit droeg bij aan zijn mythische status als kunstenaar.

Alle bovengenoemde boeken, op enkele na die nog gecatalogiseerd zullen worden, zijn op aanvraag in te zien in de Research Library. Op onze website vind je de bezoekersinformatie. Hopelijk tot gauw!
Alle foto’s zijn gemaakt door Joëlle Daems
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.





Geef een reactie