Schenking van vier boeken uit de verdwenen Duitse legerbibliotheek

De Tweede Wereldoorlog en het belang van herkomstonderzoek

Aanwinstenblog 2026/05

door Alex Alsemgeest

Conservator bibliotheek collecties

Twee jaar geleden kreeg het Rijksmuseum van een familie uit de Verenigde Staten een schenking aangeboden van vier bijzondere boeken over militaire techniek. Over het belang van de boeken bestond geen enkele twijfel, het zijn prachtige geïllustreerde werken uit de zestiende en zeventiende eeuw die zeer welkom zouden zijn in onze collectie. Een stevige rode stempel op de titelpagina’s deed echter de alarmbellen rinkelen: Deutsche Heeresbücherei, oftewel, de bibliotheek van het Duitse leger. Bij ieder bijzonder boek dat de bibliotheek van het Rijksmuseum binnenkomt doen wij uitvoerig herkomstonderzoek, maar in dit geval moesten we wel héél precies vaststellen waar deze boeken vandaan kwamen, en wat de status ervan was, voordat we de schenking zouden kunnen accepteren.

Boeken over militaire techniek

Eerst een paar woorden over de inhoud van de boeken. De oudste van de vier is de eerste druk van De la pirotechnia. Libri X, uitgegeven in Venetië in 1540. Het wordt beschouwd als een van de eerste uitgebreide verhandelingen over metaalbewerking en pyrotechniek, en is feitelijk een handleiding voor het bewerken van metalen en de toepassing ervan in de industrie en oorlogvoering. Het tweede boek in de schenking, Il vero essamine militare uit 1616, is eveneens uitgegeven in Venetië en behandelt de theorie en praktijk van militaire strategie en organisatie.

De andere twee boeken hebben een Nederlandse connectie. Den Nassauschen Lauerkrans (1610) is een rijk geïllustreerde en uitgesproken propagandistische publicatie, samengesteld door Jan Janszoon Orlers en Henrick van Haestens. Het verscheen aan het begin van het twaalfjarig bestand en beschrijft de militaire successen van Maurits in de Tachtigjarige Oorlog, met daarbij veel aandacht voor militaire strategie en vestingwerken. De vestingbouw is ook het centrale onderwerp van het laatste boek uit de schenking, La fortification du sieur Antoine de Ville. Het is een invloedrijk militair handboek over vestingbouw uit de vroege zeventiende eeuw, dat nog jarenlang herdrukt werd. In dit geval gaat het om een Amsterdamse editie uit 1672.

Die Deutsche Heeresbücherei

Alle vier de boeken hebben een ovale stempel met daarin de tekst ‘Deutsche Heeresbücherei Berlin’ op de titelpagina. Deze bibliotheek werd in 1919 opgericht onder leiding van de Pruisische officier en bibliothecaris Siegfried Klefeker, als onderdeel van de reorganisatie van het Duitse leger na de Eerste Wereldoorlog. Het doel was om uit verschillende reeds bestaande militaire collecties een centrale militaire wetenschappelijke bibliotheek te creëren. Niet alleen voor het leger zelf, maar ook voor een breder publiek met interesse in militaire geschiedenis en wetenschap.

Welke collecties er precies aan de basis van de Heeresbücherei stonden is enigszins bekend. Zo zijn in ieder geval grote delen van de Bayerische Armeebibliothek in München en de Königlich Preußische Kriegsakademie in Berlijn opgegaan in dit nieuwe instituut. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zou de bibliotheek uit meer dan 400.000 banden en 250.000 kaarten hebben bestaan. De collectie werd in de laatste maanden van de oorlog eerst naar Potsdam, en vervolgens naar Schloss Rothenburg in Lausitz geëvacueerd om het te beschermen tegen het oorlogsgeweld. Duidelijk is dat de bibliotheek al voor het einde van de oorlog in verschillende delen uit elkaar is gevallen. Een deel van de collectie is in handen gekomen van het Rode leger, maar tot op de dag van vandaag is onduidelijk welk deel van de collectie verloren is gegaan, wat er wordt bewaard in Duitse bibliotheken, en welk deel is afgevoerd naar bibliotheken in de toenmalige Sovjet-Unie.

Doorgestreepte stempels van onder meer de de Königlich Preußische Kriegsakademie zu Berlin

The Document Men

De vier boeken die nu geschonken zijn aan het Rijksmuseum werden ons aangeboden door de erfgenamen van Lt. Col. (Ret.) William H. Smith, Jr. Het Amerikaanse leger zou de boeken in de nadagen van de oorlog in beslag hebben genomen, waarna ze via een aantal centrale verzamelpunten in Duitsland uiteindelijk in de Verenigde Staten terecht zijn gekomen. Daar werden ze na verloop van tijd vrijgegeven, simpelweg omdat ze niet van militair belang waren. De heer Smith heeft er zijn hele leven goed voor gezorgd, zijn nazaten vinden het belangrijk dat deze boeken weer een plek krijgen in Europa.

Bovenal moest door ons vastgesteld worden of dit verhaal klopt. Door de film The monuments men (2014) met George Clooney heeft het legeronderdeel dat verantwoordelijk was voor de bescherming van monumenten, kunst en cultuur internationale bekendheid verkregen. In werkelijkheid stond dit legeronderdeel bekend als de Monuments, Fine Arts, and Archives Section Unit (MFAA). Het betrof een eenheid van zo’n vierhonderd militairen die werd opgericht in 1943. Ze hadden soms, maar zeker niet noodzakelijk, een achtergrond in het museumwezen, en opereerden in de laatste oorlogsjaren vlak achter de frontlinie. The Document Men waren een gerelateerde groep die specifiek belast was met het veiligstellen van potentieel belangrijke documenten die werden achtergelaten door terugtrekkende nazitroepen. William H. Smith, Jr. was één van die mensen.

William H. Smith, Jr.

Op basis van herinneringen en bewaard gebleven brieven heeft één van de kinderen van William H. Smith Jr. een schets gegeven van de weg die hij heeft afgelegd in de oorlogsjaren. Na een studie journalistiek werd hij in 1940 opgeroepen voor militaire dienst. ‘Smitty’ kwam terecht bij de inlichtingendienst. Zijn werk bestond grotendeels uit misleiding: hij had als taak om de Duitsers verkeerde informatie te geven over geallieerde plannen, onder andere om hen te laten geloven dat de invasie niet in Normandië maar bij Pas-de-Calais zou plaatsvinden. Mogelijk was hij ook betrokken bij geheime operaties zoals Operation Mincemeat, al blijven details daarover onduidelijk.

In eerste instantie was hij gestationeerd in Londen, maar kort na D-Day (6 juni 1944) werd Smith naar Frankrijk gestuurd waar hij dicht achter het front opereerde. Zijn taak was het verzamelen van door de Duitsers achtergelaten documenten, die werden geanalyseerd om inzicht te krijgen in vijandelijke troepenbewegingen en strategieën. In het daaropvolgende jaar bracht Smith tijd door in Parijs, waar een militair documentatie- en informatiecentrum was ingericht. Foto’s en brieven maken echter duidelijk dat hij tussen september 1944 en het einde van de oorlog ook verschillende keren in Duitsland actief was. Zo reisde hij op 7 mei van Parijs via Chalons-sur-Marne, Verdun, Saarbrucken en Ludwigshaven naar Heidelberg. Twee dagen later was hij in München, met een stop in Dachau, en op 11 mei in Regensburg, tegen de Tsjechische grens. Latere brieven uit mei en juni 1945 laten zowel zien dat hij weer terug keerde in Parijs, als dat hij in Frankfurt was waar een centraal depot werd gecreëerd voor de verzamelde documenten.

Lt. Col. (Ret.)William Henry Smith (uiterst links), vermoedelijk voor het Document Collection Center in Parijs, 1945

Familiegeschiedenis en herkomst

Het verhaal van de familie van de heer Smith is gebaseerd op mondelinge overlevering en brieven, en dan vallen er een aantal zaken op wanneer je dit tegen de achtergrond van de grotere geschiedenis bekijkt. Allereerst is via zijn registratie in het leger te achterhalen dat hij daadwerkelijk deel uitmaakte van de legereenheid die in het voorjaar van 1945 in Duitsland actief was. Voorts is bekend dat delen van de Heeresbücherei daadwerkelijk op een verzamelpunt in Offenbach terecht zijn gekomen, en op die manier in het geallieerde systeem zijn beland. Daar zouden ze het pad van William Smith gekruist kunnen hebben, ware het niet dat hij volgens de familiegeschiedenis al in september 1945 op weg terug naar huis was, terwijl het depot pas in maart 1946 formeel werd opgericht als gespecialiseerd verzamelpunt voor geroofd joods erfgoed.

In de boeken staan geen concrete aanwijzingen die naar dit deel van de geschiedenis verwijzen, en de nuchtere constatering is wellicht dat de chronologie hier niet precies te achterhalen valt. We weten, met andere woorden, niet met zekerheid of Smith de boeken in het voorjaar van 1945 uit de rokende puinhopen van de Heeresbücherei heeft gehaald, of dat ze op enig ander punt in de tijdlijn in zijn bezit zijn gekomen.

Herkomstgegevens

De tweede poot van het herkomstonderzoek ging over de vraag hoe deze boeken in de Deutsche Heeresbücherei terecht zijn gekomen. Als er aanwijzingen zouden zijn dat we te maken hebben met gestolen Joods erfgoed, of boeken die anderszins op onrechtmatige wijze in handen van het Duitse leger terecht zijn gekomen, dan was duidelijk dat we deze boeken niet zouden kunnen accepteren. De sleutel zat in een andere stempel die in de boeken was terug te vinden, die van de Königlich Preußische Kriegsakademie of Königlichen Allgemeinen Kriegsschule in Berlijn. De standplaats die in de boeken staat, blijkt vervolgens overeen te komen met oude catalogi.

In La fortification du sieur Antoine de Ville staat op het binnenplat bijvoorbeeld het nummer D.5688. Als we datzelfde nummer opzoeken in de Katalog der Bibliothek und Kartensammlung der Königlichen allgemeinen Kriegsschule uit 1851, dan vinden we onder dat nummer precies dit boek. De aanduiding erachter IV.H.46 vinden we met enkele toevoegingen eveneens terug in het exemplaar. Voor de andere boeken geldt dat hetzelfde plaatsingssysteem in de boeken is geschreven, maar dat ze niet allemaal in de catalogus van 1851 zijn terug te vinden. De verklaring hiervoor is eenvoudig: in de kleine zeventig jaar tot aan de vorming van de Heeresbücherei, zijn er nog veel boeken aan de collectie toegevoegd die logischerwijs niet in deze gedrukte catalogus staan.

Verbrand, verplaatst, gered

Nadat vastgesteld was dat het niet om onrechtmatig verkregen boeken ging, maar om werken die een lange geschiedenis in het Pruisische militaire onderwijs hadden gehad, was er nog een andere vraag die beantwoord moest worden: ligt er een claim op boeken van de Heeresbücherei? Het antwoord van onze Duitse collega’s was helder: nee. De collectie was al voor het einde van de Tweede Wereldoorlog uit elkaar gevallen, en al is er vanuit het onderzoeksveld interesse in de vraag wat het lot van deze bibliotheek is geweest, is er geen natuurlijke opvolger van de Heeresbücherei die de oorspronkelijke collectie weer bij elkaar probeert te brengen.

Contemporaine bronnen zijn niet erg hoopvol over het lot van de Heeresbücherei. In de archieven van de Bergungsstelle für wissenschaftliche Bibliotheken staat ‘teilweise verbrannt und von den Russen abtransportiert’. Amerikaanse bronnen meldden in 1944 reeds ‘almost entirely destroyed’, maar dat betrof waarschijnlijk primair het gebouw, terwijl de collectie naar andere plaatsen was overgebracht. Over het lot van de boeken die uiteindelijk in Rusland zijn beland, is weinig bekend. Er zijn Duitse onderzoekers die in de jaren negentig daadwerkelijk boeken van de Heeresbücherei onder ogen hebben gehad in Russische bibliotheken, maar er bestaan geen betrouwbare overzichten van welke boeken waar terecht zijn gekomen. Toch is niet alles verloren. Een deel van de Heeresbücherei blijkt na de oorlog opgenomen te zijn in de Ratsbibliothek en de ‘Berliner Volksbibliotheken. Deze beide collecties zijn tegenwoordig opgegaan in de Zentral- und Landesbibliothek Berlin. Stempels in deze boeken laten zien dat het mogelijk vooral boeken betreft die al vóór het einde van de oorlog uit de Heeresbücherei zijn verdwenen en in andere collecties zijn opgenomen.

Kwetsbaarheid, erfgoed en herkomstonderzoek

De vaststelling dat een bibliotheek ter grootte van de Rijksmuseum Research Library in een oogwenk van de aardbodem kon verdwijnen, is verbijsterend. Bij mij persoonlijk is de neiging groot om een vergelijking te maken met culturele vernietiging in oorlogsgebieden vandaag de dag. Mijn collega Lea Grüter wees mij er zeer terecht op dat we daarmee voorbij zouden gaan aan het dubbele karakter van de Heeresbücherei. Deze bibliotheek was vanaf haar oprichting in 1919 een militaire instelling, werd opgebouwd uit militaire collecties, en maakte vanaf 1933 deel uit van het NS-militaire apparaat. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Heeresbücherei in de oorlogsjaren ook fungeerde als distributieknooppunt voor geroofd bibliotheekgoed uit bezet gebied. In deze blog laat Cornelia Briel zien dat de Heeresbücherei in 1940 alleen al 867 in Polen geroofde titels heeft overgedragen aan de UB van de Friedrich-Wilhelms-Universität. Deze boeken waren afkomstig uit de bibliotheek van het 14e Infanterieregiment in Wloclawek en uit militaire kadettenscholen.

Het is van wezenlijk belang dat wij aan konden tonen dat de vier exemplaren uit de nalatenschap van de heer Smith, afkomstig zijn uit de Pruisische Kriegsakademie en dus géén geroofd erfgoed zijn. Dit is de uitkomst van gericht onderzoek naar vier exemplaren, maar geldt niet voor de collectie van de Heeresbücherei als geheel. Wat dit geval wél laat zien, is hoezeer oorlog niet alleen objecten vernietigt, maar ook de sporen waarmee hun geschiedenis kan worden gereconstrueerd. Dat gegeven is vandaag de dag onverminderd actueel. Stempels raken zoek, registraturen gaan verloren, collecties worden verstrooid. Voor erfgoed in oorlogsgebieden als Oekraïne, Iran of andere regio’s betekent dat nú dat de herkomst van talloze objecten mogelijk voor altijd onzichtbaar wordt, met alle gevolgen voor latere restitutie en historisch inzicht. Erfgoed is buitengewoon kwetsbaar voor oorlog, politieke instabiliteit en ideologische zuivering. Waar de opbouw van erfgoedcollecties een proces van decennia of zelfs eeuwen is, neemt de vernietiging vaak niet meer dan enkele uren in beslag. De vier boeken die de erven van William H. Smith, Jr. aan het Rijksmuseum hebben geschonken, zijn daar een getuige van.

De vier boeken uit de Heeresbücherei in eenvoudige perkamenten banden uit de 16e en 17e eeuw

Genoemde aanwinsten

Vannoccio Biringuccio, De la pirotechnia, Libri X. In Venetia: per Venturino Roffinello, ad instantia di Curtio Nauo. & Fratelli, 1540. Rijksmuseum Research Library 201 C 19. BI-2025-1185.

Alessandro Cavalca, Il vero essamine militare. In Venetia: appresso Roberto Meglietti, 1616. Rijksmuseum Research Library 201 C 18. BI-2025-1188.

Jan Janszoon Orlers, ende Henrick van Haestens, Beschrijvinghe ende af-beeldinge van alle de victorien … die Godt almachtich de … Staten der Vereenichde Neder-landen verleent heeft, deur het wijs ende clouck beleyt des hooch-ghebooren fursts Mavrits van Nassav. Tot Leyden : by Jan Janszoon Orlers, ende Henrick van Haestens, 1610. Half-title: Nassavschen lauren-crans. Rijksmuseum Research Library 200 D 19. BI-2025-1183.

Antoine de Ville, La fortification …, ou l’ingenievr parfait. A Amsterdam: iouxte la copie imprimée à Paris, 1672. Rijksmuseum Research Library 201 B 30. BI-2025-1184.

Herkomst

Königl. allgemeine Kriegsschule, later Königl. Preußische Kriegsakademie, Berlin, by 1851;{Katalog Bibliothek und Kartensammlung der Königlichen allgemeinen Kriegsschule 1851, for La Fortification no. D.5688; identical shelfmark system in the other three volumes.} Deutsche Heeresbücherei, Berlin, after 1919 and before 1945;{Ovale stamps “Deutsche Heeresbücherei Berlin” on title-pages. The Heeresbücherei absorbed the collections of the closed Kriegsakademie in 1919 and operated until the destruction of its Berlin building by bombing in spring 1945; see presentation by S. Kamenz and B. A. Schulte: Fachinformationszentrum der Bundeswehr (FIZBw), ‘Deutsche Heeresbücherei’, 16 April 2025.} ? acquired by Lt Col (Ret.) William H. Smith, Jr., in or before 1945, during his service with U.S. military intelligence in Germany;{Communication from the family of Lt Col W.H. Smith, Jr.; RMA Archive.} by descent to his heirs; by whom donated to the museum, 2026.

Dank

Met dank aan Lea Grüter voor de hulp bij het ontrafelen van de herkomstgeschiedenis, de kritische lezing van deze tekst en waardevolle opmerkingen en suggesties. Dank ook aan Sebastian Finsterwalder (Zentral- und Landesbibliothek Berlin), Sigrid Kamenz (Fachinformationszentrum der Bundeswehr), Birgit A. Schulte (Leitende Bibliotheksdirektorin und Leiterin des Fachinformationszentrums der Bundeswehr), en dank aan de erfgenamen van Lt. Col. (Ret.) William H. Smith, Jr. voor het ruimhartig delen van familiegeschiedenis en biografische gegevens.


Op de hoogte blijven van The Art of Information? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder