Nieuw fonds, onderzoek, en botanische aanwinsten voor de bibliotheekcollectie
Aanwinstenblog 2026/04
door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties
Het Rijksmuseum heeft sinds het voorjaar van 2026 een nieuw fonds: het Fonds voor Botanische Kunst: Ontwikkeling vraagt tijd. De doelstelling van het fonds is om aan de hand van de rijke collecties botanische kunst op papier van het Rijksmuseum het verhaal te vertellen van de diepgewortelde botanische traditie in Nederland. Dat doet het fonds door het ondersteunen van aankopen, onderzoek en presentatie. Hoewel de ondertitel van het fonds een zeer duidelijke boodschap over de ambities over een langere periode onderstreept, zijn er in de eerste maanden direct een aantal concrete resultaten die voor iedereen zichtbaar zijn. Zo is er met steun van het fonds onderzoek naar een botanisch meesterwerk opgestart en zijn er enkele bescheiden aankopen gedaan.



Fonds voor Botanische Kunst
Het vertellen van verhalen over onze botanische geschiedenis past binnen het bredere strategische kader van het Rijksmuseum, waarin duurzaamheid en natuur een belangrijke rol spelen. Op het gebied van collectie vertaalt zich dat onder meer in tentoonstellingen zoals Onderkruipsels enkele jaren geleden, en verwachte tentoonstellingen over het landschap en de natuur in komende jaren. Om die verhalen te kunnen vertellen is niet alleen een rijke collectie nodig, maar ook de mogelijkheid om onderzoek naar de collectie te doen, werken te digitaliseren, en evenementen te organiseren voor liefhebbers en specialisten. Daarvoor is de steun van een fonds essentieel.
Het Fonds voor Botanische Kunst: Ontwikkeling vraagt tijd is opgericht door één particuliere begunstiger, maar zeer uitdrukkelijk met de intentie om anderen aan te sporen om mee te doen met het initiatief en samen iets groots te bouwen. Op langere termijn is de ambitie om aankopen te kunnen financieren die een impact hebben, vergelijkbaar met de acquisitie van Maria Sibylla Merians Metamorphosis insectorum Surinamensium door het Rijksmuseum. Het is een voorbeeld van een boek dat verschillende perspectieven in zich bergt – kunsthistorisch, natuurhistorisch, inheemse kennis, koloniale geschiedenis, kunsttechnisch, boekhistorisch – en daardoor als een vliegwiel werkt voor het onderzoek naar de bestaande collectie.

Pigmentonderzoek
Een van de eerste projecten die vanuit het fonds ondersteund wordt, is een onderzoek naar de inkleuring van Merians Metamorphosis insectorum Surinamensium. Nadat het Rijksmuseum in de zomer van 2024 een eerste druk van het boek heeft kunnen verwerven, heeft het onophoudelijk in de belangstelling gestaan van pers en publiek. Het boek is een half jaar op zaal te zien geweest, en het is niet onwaarschijnlijk dat het daar in de nabije toekomst ook weer terug zal keren.
Voor het zover is, willen we graag onderzoek doen naar de inkleuring van het boek. Heel praktisch biedt dat informatie over de effecten van licht op de pigmenten die Merian gebruikte, en daarmee een handvat over de manier waarop wij het boek op zaal kunnen tonen. Tegelijk levert technisch onderzoek naar pigmenten data op bij langer lopende wetenschappelijke discussies over de pigmenten die Merian gebruikte, en in een veel breder kader, zowel technische als sociaalhistorische vragen over het inkleuren van boeken en prenten in de gehele vroegmoderne periode. Op de resultaten is het nog even wachten. Deze worden niet eerder dan begin 2027 verwacht.

Schenking: Appels en Peren
De inkt van de overeenkomst tot oprichting van het Fonds voor Botanische Kunst was nog nauwelijks droog, toen het Rijksmuseum een schenking van Michiel Gerritsen mocht verwelkomen die direct aansloot bij de doelstelling van het fonds. De heer Gerritsen schonk namelijk een beroemd achttiende-eeuws boek over appels en peren van Johann Hermann Knoop (1700-1769): Pomologia. In dezelfde band zijn bovendien ook de gerelateerde werken Fructologia (over de fruitteelt) en Dendrologia (over het boomkweken) mee gebonden.

Het werk van Knoop geldt als een van de eerste serieuze pogingen om de fruitteelt zowel wetenschappelijk als praktisch te beschrijven. Het werk geeft in woord en beeld een overzicht van de grote variëteiten in appels, peren en klein fruit. Daarmee is het tegenwoordig een prachtige bron voor oude appel- en perenrassen, waarvan je de meeste al lang niet meer in de supermarkt tegenkomt. Het belang van dit specifieke exemplaar is dat het een lange overlevering heeft binnen generaties vakspecialisten. Zo is het onder meer in handen geweest van Albrecht Marinus (Ab) Sprenger (1881-1958), Arie Groot (1922-2014) en Michiel Gerritsen. Zowel Arie Groot als Michiel Gerritsen waren enige tijd directeur van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO). Ab Sprenger was niet alleen hoogleraar tuinbouw in Wageningen, maar ook schilder. Hij schilderde de nieuwe appelrassen die hij ontwikkelde, en daar zal het boek van Knoop een inspiratie voor gevormd hebben.
Plinius
Waar de botanische geschiedenis in boekvorm nu precies begint, daar kun je over twisten, maar het encyclopedische werk uit de oudheid Naturalis historia van Plinius de Oudere is onmiskenbaar een van de meest invloedrijke bronnen over de natuur in de middeleeuwen en renaissance. Van de zevenendertig boeken waaruit het werk bestaat, is een aanzienlijk deel gewijd aan planten, landbouw, bomen, geneesmiddelen en grondstoffen. In de collectie van de Rijksmuseum Research Library vonden we wel een aantal zeventiende-eeuwse Nederlandse vertalingen van het werk van Plinius, maar de vroege Latijnse uitgaven ontbreken. Begrijpelijk, want de vroege Pliniussen waren vaak niet geïllustreerd en zijn in een kunsthistorisch museum misschien wat minder goed op hun plaats. Recent hebben wij echter een exemplaar kunnen verwerven van een uitgave uit 1518 die op een aantal plekken fraai verlucht was. Op die manier hebben we de collectie kunnen verrijken met een botanisch meesterwerk dat ook kunsthistorisch van waarde is.

Artseny-gewassen
Direct in lijn met de doelstellingen van het fonds hebben we een exemplaar van Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen aan de collectie toe kunnen voegen. Deze uitgave in zes delen verscheen aan het einde van de achttiende eeuw en bevat niet minder dan zeshonderd handgekleurde gravures van planten. Het boek werd uitgegeven bij Jan Christiaan Sepp (1739-1811), tekenaar, graveur, natuurhistorisch onderzoeker, verzamelaar, en niet in de laatste plaats uitgever van de fraaiste natuurhistorische werken. In de collectie van de Rijksmuseum Research Library zijn verschillende hoogtepunten uit het oeuvre van Sepp vertegenwoordigd, zoals de Nederlandse vogelen (1770-1829) en de Nederlandsche insecten (1762-1811), maar de artseny-gewassen ontbrak nog.


De artseny-gewassen is een omvangrijk werk dat de kennis over geneeskrachtige planten toegankelijk maakte voor artsen, apothekers en wetenschappers. Het grijpt terug op de kruidboeken van de zestiende eeuw, in een modern taxonomisch jasje gestoken, en sluit aan bij de bekende flora’s van de late achttiende en vroege negentiende eeuw. Het werk bevat honderden handgekleurde gravures van medicinale gewassen en bij iedere illustratie hoort een verhaal.
Op termijn zullen de gravures digitaal beschikbaar zijn in de Collectie Online, waardoor iedere afbeelding van een plant afzonderlijk bestudeerd en hergebruikt kan worden. Hetzelfde geldt voor de appels en peren van Knoop, en klassieke teksten zoals die van Plinius. Tegelijkertijd ligt de betekenis ook in de samenhang met de rest van de collectie van het Rijksmuseum. Niet dat ene plaatje van een appel, maar de kunsthistorische verbeelding van een appel over minstens vijf eeuwen in boeken, op prenten, maar ook in de beeldende kunst.
Wilt u een bijdrage leveren aan het Fonds voor Botanische Kunst neem dan contact op via schenkingen@rijksmuseum.nl of bel 020 6747 497.
Genoemde aanwinsten
Plinius, Naturae historiarum libri XXVII. Hagenau : Thomas Anshelm for Lucas Alantsee, 1518. Rijksmuseum Research Library, in bewerking (BI-2026-0964).
Johann Hermann Knoop, Pomologia, dat is beschryvingen en afbeeldingen van de beste soorten van appels en peeren, welke in Neder- en Hoog-Duitsland, Frankryk, Engelland en elders geagt zyn, en tot dien einde gecultiveert worden. Te Leeuwarden, by A. Ferwerda en G. Tresling, [1758]. In één band met: J.H. Knoop, Fructologia, of Beschryving der vrugtbomen en vrugten.. Te Leeuwarden, by A. Ferwerda en G. Tresling, [1763]. en: J.H. Knoop, Dendrologia, of Beschryving der plantagie-gewassen. Te Leeuwarden, by A. Ferwerda en G. Tresling, [1763]. Rijksmuseum Research Library, in bewerking.
Dirk Leonard Oskamp, Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Bij J.C. Sepp en Zoon, 1796-1800. Rijksmuseum Research Library, in bewerking.
Geef een reactie