De Cuypersbibliotheek wordt druk bezocht door nationale en internationale onderzoekers die zich buigen over de collectie. Wie zijn deze onderzoekers en waar gaat hun onderzoek over? Vandaag hebben wij een aantal vragen voor Marjolein Dieltiens, onderzoeksstagiaire bij de afdeling Beeldende Kunst en RMA-student ‘Arts of the Netherlands’ aan de Universiteit van Amsterdam

Marjolein, waar ben je mee bezig in de Studiezaal?
Toen ik hier in september 2017 van start ging, was ik voornamelijk bezig met het onderzoeken van één schilderij van Jan Lievens (1607-1674), Allegorie op de Vrede (1652). Rond dit grote, prachtige schilderij hangen veel vraagtekens. Het is bijvoorbeeld niet met zekerheid vast te stellen voor wie of voor welke locatie het gemaakt is, en er is een leemte van wel 200 jaar in de herkomst van dit werk. Dit is wel erg uitzonderlijk voor een imposant kunstwerk van ruwweg twee bij twee meter, niet zomaar een doek dat je vergeet op zolder te hebben staan, of wel?
Het werk vertoont twee centrale figuren, Vrede en Minerva. Vrede, met een gracieuze en kalme uitstraling op haar gelaat, zit triomfantelijk op de geketende Mars. Minerva kroont haar met een laurierkrans terwijl Abondantia (Overvloed) vanuit de rechterhoek met een aantal hoorns des overvloed komt aandraven, het geheel afgemaakt door enkele spelende, trommelende en rondvliegende putti.

Alle figuren in het tafereel dragen klassieke kledij, wat gebruikelijk is voor een allegorisch beeld, behalve Vrede. Zij draagt een zeventiende-eeuwse jurk, met kenmerken die met zekerheid te dateren zijn in de jaren 1650. Haar kapsel en haar juwelen zijn ook overeenstemmend met die periode. Waarom werd zij als enige als dusdanig afgebeeld? Er is reeds gespeculeerd dat dit een portrait historié zou zijn van niemand minder dan Louise Henriette van Nassau (1627-1667). Lievens heeft voor Schloss Oranienburg, waar ze woonde met haar man keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg, twee werken gemaakt, een Mars en Venus (1653), en Diana rustend na de jacht (1654). Als dit werk voor haar is gemaakt, waarom is het dan in 1674, na de dood van Jan Lievens, opgetekend in zijn inventaris in Amsterdam? Vond ze het niet mooi? Was het schilderij opgebouwd uit te veel verschillende delen doek? Paste het niet boven haar schoorsteen? Dit document vormt ook meteen de laatste bron waaruit we kunnen afleiden waar het werk was, tot het opduikt bij het Ministerie van Financiën in de Spinhuissteeg in Amsterdam in 1877 en wordt overgebracht naar het Rijksmuseum.

Het doel van dit onderzoek is enerzijds om bovengenoemde vraagtekens te vervagen en anderzijds om mijn bevindingen in een masterscriptie af te leveren. Tijdens de analyse van dit werk viel ook de Venetiaanse invloed op, waar ik nu mijn onderzoek op focus. Jan Lievens is voornamelijk bekend door zijn associatie met Rembrandt (1606-1669). Beiden studeerden in Leiden, bij dezelfde leermeester, en hoogstwaarschijnlijk deelden ze een studio in hun jonge jaren. Na 1631 koos Lievens een andere weg en verhuisde naar Londen, waar hij in de studio van Anthony van Dyck (1599-1641) werkte en portretten schilderde van de high society aan het Engelse hof. In 1635 trok Lievens naar Antwerpen. In deze periode, en onder invloed van Van Dycks werk, werd Lievens’ werk meer “Venetiaans” van kleur. Wanneer hij terugkeert naar Amsterdam wordt hij zelfs de “Titiaen van Leyden” genoemd. In de verschillende steden die Lievens aandeed, stond hij via het hof en via andere kunstenaars in contact met verzamelaars die vaak een mooie collectie Italiaanse, en dus ook Venetiaanse, kunst bezaten. Het doel van mijn scriptie is daarom te achterhalen welke werken Lievens gezien zou kunnen hebben en hoe dit invloed had op zijn oeuvre.
Naast dit onderzoek ben ik lid van het projectteam voor een tentoonstelling rond Spaanse en Nederlandse kunst die in het najaar van 2019 in het Rijksmuseum te zien is, waardoor ik meteen ook leer over wat er allemaal bij het organiseren van een grote tentoonstelling komt kijken.
Waarom deze stage?
Deze stage doe ik in het kader van de Research Master Arts of the Netherlands aan de Universiteit van Amsterdam, dezelfde master als mijn studie- en stagegenoot Iris Louwersheimer (lees hier haar Gebruiker Gespot-blogpost). Aangezien ik uit Vlaanderen afkomstig ben, en het Rijksmuseum het ‘Louvre’ van de Nederlanden is, was het een absolute droom om hier stage te mogen en kunnen lopen. Voor zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst is er geen betere plek op aarde dan het Rijksmuseum, qua collectie, expertise en locatie. Tijdens mijn eerste ontmoeting met Gregor Weber, Hoofd afdeling Beeldende Kunst en mijn stagebegeleider, heeft hij me dit onderzoek aangereikt. De kans om met een dergelijk topstuk en een dergelijk topbegeleider te werken heb ik dan ook met beide handen gegrepen!
Wat voegt de collectie toe?
Na twee jaar studeren in Amsterdam, kan ik volmondig zeggen dat de Rijksmuseumbibliotheek mijn tweede thuis is geworden waar je me altijd kunt vinden. Alle literatuur die ik ook maar kan wensen voor mijn scriptie onderzoek is hier te vinden. Zo doe ik momenteel onderzoek naar de perceptie van Venetiaanse kunst in zeventiende-eeuwse literatuur, en het Rijksmuseum heeft één van de twee manuscripten van Jan de Bisschop (1628-1671) die ik hier uitvoerig kan bestuderen. Niet enkel de Nederlandse kunst, maar bijvoorbeeld ook de Spaanse kunst is vertegenwoordigd, waardoor je via grote overzichtswerken je weg kunt vinden naar meer gespecialiseerde literatuur. Een goede tip voor als je onderzoek doet naar marktprijzen, is om gebruik te maken van de toegang die het Rijksmuseum verleent tot databases zoals Artprice en Artnet, waar je van elk kunstwerk de marktwaarde kunt zien. Door de enorme omvang van de collectie zou ik kunnen lezen, lezen en nog meer lezen, maar Gregor wees me terecht op de naderende deadlines: “Juffrouw Dieltiens, het is tijd om te beginnen met schrijven!”
Geef een reactie