Gebruiker gespot: Christely van Mourik, onderzoeksstagiaire afdeling Geschiedenis

De Cuypersbibliotheek wordt druk bezocht door nationale en internationale onderzoekers die zich buigen over de collectie. Bijvoorbeeld Christely van Mourik, onderzoeksstagiaire bij de afdeling Geschiedenis en RMA-student ‘Nederlandse literatuur en cultuur’ aan de Universiteit Utrecht.

Door Christely van Mourik

Als onderzoeksstagiaire houd ik me bezig met de tegencultuur van de jaren 60, specifiek met de seksuele revolutie in Nederland. In de Studiezaal onderzoek ik tijdschriften uit die tijd. Uit de objecten die ik onder ogen krijg, wordt duidelijk dat de seksuele revolutie meerdere gezichten had. Er werd voorgelicht, vrijgemaakt, verleid en verlekkerd. Zo verdiep ik me in de voorlichting van de N.V.S.H., de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, bestudeer de revolutionaire essays in de tijdschriften SUCK en Gandalf, en lees de hitsige contactadvertenties in ‘vieze’ blaadjes als Candy en Spetter. Voor veel mensen is het waarschijnlijk verrassend, dat het keurige Rijksmuseum naast prenten van Rembrandt en brieven van Napoleon ook seksmagazines in de bibliotheekcollectie heeft.

figuur 0 (002)
Christely bestudeert Gandalf-nummers in de Studiezaal van de Rijksmuseum Research Library

Ik richt me vooral op het tijdschrift Gandalf (1964-1971). Bert Sliggers, eroticaverzamelaar en mede-organisator van de tentoonstelling Porno op Papier (2018) in Museum Meermanno, noemt Gandalf ‘de eerste Nederlandse Charlie Hebdo’. Net als Charlie Hebdo is Gandalf een satirisch blad, vol artikelen en cartoons. Gandalf bevat echter ook fotoreportages, die na verloop van tijd steeds vaker naakte modellen als onderwerp hebben. Vrouwelijke naakte modellen, welteverstaan. De covers van de eerste jaargangen tonen sterke en bevrijde vrouwen. In en op latere Gandalf-nummers zie ik vrouwen die geen subject meer zijn, maar passief object. Die passiviteit zit in de (gefingeerde) minderjarigheid van het model, in het contrast tussen geklede mannelijke modellen en naakte vrouwelijke modellen en het afbeelden van het vrouwenlichaam als voorwerp of etenswaar.

Dit onderzoek deed ik ter voorbereiding op de tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum – kunst en tegencultuur 1967-1970. Deze tentoonstelling, die in juli in het Stedelijk Museum opende, is het resultaat van een samenwerking tussen het Stedelijk en Rijksmuseum. Op de tentoonstelling is één zaal helemaal gewijd aan de seksuele revolutie. Het is een zaal met een paradox. Wanneer je een blik werpt in één van de grote vitrines, word je geconfronteerd met de Gandalfs, en andere tijdschriften en blaadjes waarin vrouwen als object worden afgebeeld. Tegelijkertijd hangen er op de muur grote reproducties van foto’s van Ed van der Elsken, waarop acties van de feministische Dolle Mina’s te zien zijn. De paradox in deze zaal hoort mijns inziens bij de seksuele revolutie.

Ik studeer Nederlandse literatuur en cultuur, een onderzoeksmaster waarbij ik ‘Nederland lees’. Ik doe onderzoek naar de Nederlandse nationale identiteit. Die identiteit is deels gestoeld op de geschiedenis van Nederland. Wat er echter herinnerd wordt van deze geschiedenis is selectief. Schoolboeken verhalen uitgebreid over de specerijen die Hollandse schepen in de zeventiende eeuw meebracht. De gewelddadige en koloniale kant van die handelsreizen, die evengoed onderdeel is van de geschiedenis, blijft echter onderbelicht in schoolboeken. De handelsgeest wordt dan ook gezien als eigen aan de Nederlandse identiteit, terwijl geen Nederlander zich zal identificeren als mensenhandelaar. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de seksuele revolutie uit de jaren 60. Onderdeel van het Nederlandse nationale zelfbeeld is de tolerantie. Dat ‘alles kan in Nederland’, wordt gezien als een verworvenheid van de jaren 60. De seksuele revolutie heeft die vrijheid voor alles en iedereen bevochten. Die vrijheid behoort nu ook tot het nationaal zelfbeeld. Maar de seksuele revolutie was meer dan het verwerven van vrijheid, zoals ook de VOC en WIC voor meer staan dan handelsgeest. Het was namelijk vooral de man die bevrijd werd. De vrouw werd misschien nog wel meer gekooid, maar dan in de blik van de man – denk bijvoorbeeld aan de geobjectificeerde afbeelding van vrouwen(lichamen) op de covers van Gandalf. Waar de seksuele revolutie voor de één (de man) bevrijdend was, was deze voor de ander (de vrouw) een nieuwe dwingende norm. In de zaal over seksuele revolutie probeer ik die paradox van de seksuele revolutie te tonen.

Ook toen al was er weerstand tegen objectificering van vrouwen(lichamen). De Dolle Mina’s eisten hun eigen lichaam terug met leuzen als ‘Baas in eigen buik’. Feministe Germaine Greer deed hetzelfde met het artikel ‘Lady Love Your Cunt’, dat werd gepubliceerd in SUCK. Greer protesteert tegen de ondergeschikte rol van de vrouw en haar geslachtsdeel, ten opzichte van de man: “Cock is lovely and important. But cunt is messy, rubbery, insensitive, and greedy.” Greer roept vrouwen op om het heft weer in eigen hand te nemen: “We must regrain the power of the cunt. Cunt is beautiful. […] Give it your own loving names, not the fictions of anatomy books, or de condescending diminutives that men use.”

Ik noemde al dat de seksmagazines opvallen in de collectie van het Rijksmuseum. Toch vallen ze, wat mij betreft, niet uit de toon. Het Rijksmuseum is, zo blijkt uit de doelstellingen op de website, zich bewust van haar rol als nationaal museum. Ze stelt zichzelf tot doel ‘een representatief overzicht van de Nederlandse kunst en geschiedenis’ te bieden (bron: Rijksmuseum.nl). In dat overzicht hoort de seksuele revolutie zeker thuis – ze is beeldbepalend geweest voor het Nederlandse nationale zelfbeeld.

De tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum – kunst en tegencultuur 1967-1970 is tot en met 6 januari 2019 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.

 

 

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder