De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.
Door Geert-Jan Koot
De vier facsimilé’s van de handschriften over perspectief door Piero della Francesca, besproken in de blog van september 2019, laten zien dat de poging om de menselijke visie in twee dimensies wetenschappelijk te reconstrueren een typisch fenomeen is van de Renaissance. Eeuwenlang hebben kunstenaars en architecten geprobeerd hun studenten te instrueren over het juiste gebruik van dergelijke vaardigheden en hebben ze zich ingespannen hun kennis en vaardigheden te delen. Dit heeft geresulteerd in een omvangrijke productie van theoretische en praktische perspectiefboeken voor onderwijs en instructie. Onlangs wist het Rijksmuseum vijf belangrijke werken uit de 17de en de 18de eeuw te verwerven. Elk boek heeft een eigen invalshoek en kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Ook is de invloed van eerdere publicaties duidelijk zichtbaar waardoor zich een ontwikkeling in de opvattingen over het perspectief aftekent.

De eerste controverses over het perspectief komen aan de oppervlakte in de Academie royale de peinture et de sculpture in Parijs waar Abraham Bosse wegens zijn vrije artistieke interpretatie van het perspectief in Traité des pratiques géométrales et perspectives uit 1665 als leraar aan de kant werd gezet en opgevolgd door de graveur Grégoire Huret. In zijn Optique de portraiture et peinture uit 1670 werkte hij de relatie uit tussen projectieve meetkunde en het perspectief, rekening houdend met de visuele waarneming van de tekenaar. Een maatgevend boek voor de historiografie van de optiek en het perspectief.

De perspectiefgeometrie en het lijnperspectief werden al in 1643 op wiskundige wijze beschreven in La Perspective speculative door Jacques Aleaume en Estienne Migon. Het boek kende een mysterieuze ontstaansgeschiedenis waardoor niet duidelijk is wat Migon heeft overgenomen uit het nagelaten handschrift van Aleaume. Hoewel vaak naar dit boek is verwezen werden de principes pas uitgewerkt in 1715 door de Engelsman Brook Taylor. Zijn Linear Perspective was enorm invloedrijk. Opmerkelijk is de originaliteit van zijn definitie en het gebruik van verdwijnpunten en verdwijnlijnen voor alle lijnen en vlakken, en van zijn theorie en praktijk voor het omgekeerde perspectiefprobleem. Dit diende later als basis voor het werk van Johann Heinrich Lambert en voor de ontwikkeling van de fotogrammetrie. Het werk was revolutionair van inhoud maar bleek vanwege de beknoptheid zo moeilijk te doorgronden dat een groot aantal architecten en wiskundigen Taylor’s werk als uitgangspunt namen voor een eigen interpretatie.

John Hamilton werkte de principes van Brook Taylor verder uit in een meer mathematische richting in het omvangrijke tweedelig werk Stereography uit 1738. Hamilton richtte zich tot een publiek met enige wiskundige kennis, en verenigde enkele van de continentale ideeën over synthetische wiskunde met Taylor’s benadering van het perspectief. Hamilton heeft Thomas Malton (1726-1801) beïnvloed en sommige van zijn ideeën zijn te vinden in het werk van Johann Heinrich Lambert. Lambert bleek een visionair in zijn opvattingen over perspectief in zijn tweede boek Die freye Perspektive uit 1759. Hij behandelde niet alleen het tekenen in perspectief, maar legde de grondslag voor het wetenschappelijk tekenen, verder ontwikkeld door Gaspard Monge.

De verworven perspectiefleerboeken worden in de selectielijst van aanwinsten in november 2019 uitvoerig besproken.
Geef een reactie