Door Geert-Jan Koot
De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.
De tentoonstelling ‘Salon des Artistes Décorateurs’ werd vanaf 1904 jaarlijks georganiseerd in Parijs. In dat jaar opende ook het Musée des arts décoratifs. De organisator was de Société des artistes décorateurs (SAD), een vakvereniging van sierkunstenaars opgericht in 1901. De leden bestonden uit ontwerpers van meubelen, interieurs en decoratieve kunstenaars. Invloedrijke leden waren Hector Guimard, Eugène Grasset, Raoul Lachenal, Paul Bellot, Maurice Dufrêne en Émile Decoeur. Tot in de jaren ’30 oogstte de vereniging veel succes met de Salons waar de art déco stijl al vanaf het begin zijn intrede deed. De belangrijkste introductie voor het grote publiek van deze art déco stijl was de tentoonstelling l’Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes in 1925. De dertiendelige catalogus van deze tentoonstelling is in het Rijksmuseum aanwezig. In de jaren vijftig behoorden de Salons tot de belangrijkste plekken voor jonge ontwerpers om hun nieuwe werk tentoon te stellen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de belangstelling voor het gebruik van nieuwe methoden en materialen voor massaproductie van meubelen toe. Fabrikanten van materialen zoals formica, multiplex, aluminium en staal sponsorden de Salons. De vereniging heeft bestaan tot 2008.

De status van kunstenaar voor sierkunstenaars is in Engeland vanaf 1880 gepropageerd door William Morris (1834-1896) en zijn arts-and-crafts beweging. Morris stelde zich ten doel om kunstenaars tot ambachtslieden en ambachtslieden tot kunstenaars te maken. Tot het midden van de 20e eeuw kwam de functie van decorateur overeen met die van interieurarchitect, die voor elke klant op maat werkte en zelfs elk stuk, meubelstuk en detail met betrekking tot de decoratieve kunsten ontwierp. De uitvoering van de objecten werd vervolgens toevertrouwd aan gerenommeerde ambachtslieden als meubelmakers, ijzerbewerkers, beeldhouwers en keramisten. De betrekkingen tussen de verschillende beroepsgroepen (decorateurs en architecten) verliepen op den duur stroef. De moeizame verhoudingen resulteerden in een afsplitsing in 1929 van de Union des artistes modernes, met voornamelijk architecten als leden. De Société des artistes décorateurs kwam in een crisis terecht, versterkt door het verdwijnen van het beroep van decorateur na de Tweede Wereldoorlog. Deze ontwikkeling werd bespoedigd door de industrialisatie van de meubelproductie met ‘modelmakers’ als ontwerpers. Geleidelijk ontstond de afbakening tussen de beroepen architect, binnenhuis- of interieurarchitect en industrieel ontwerper.

Deze uitgaven van Éditions d’Art Charles Moreau behoren tot het beste kunstdrukwerk tijdens het interbellum in Frankrijk. Onder de naam Éditions Charles Moreau geeft deze uitgever nog steeds kunstboeken uit.
Les intérieurs français au Salon des artistes décorateurs en 1926 / présentés par Maurice Dufrène
Paris : Editions d’Art Charles Moreau, [1926]. 8 ongenummerde pagina’s, 48 bladen met platen (heliotypie) : illustraties ; 34 cm.
Intérieurs au Salon des artistes décorateurs 1931 / Joseph Hiliart
Paris : Editions d’Art Charles Moreau, 1931. 6 pagina’s, 48 platen (waarvan 5 pochoir) : 33 cm.
In de lijst met aanwinsten februari 2021 worden beide portefeuilles kort toegelicht en enkele aanvullende afbeeldingen getoond.


Geef een reactie