Betje Wolff en Aagje Deken op glas

De collecties en diensten van de Rijksmuseum Research Library ondersteunen nationale en internationale onderzoekers in hun werk – ook tijdens Corona. Wie zijn deze onderzoekers? Vandaag is Maartje Brattinga aan het woord, junior conservator glas bij het Rijksmuseum, die met behulp van bronnen en literatuur het verhaal achter een object uit de collectie van het Rijksmuseum wist te verhelderen.

Door Maartje Brattinga

In 1782 verschijnt de briefroman Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Elisabeth (Betje) Wolff en Agatha (Aagje) Deken. Dit werk wordt gerekend tot de eerste moderne Nederlandse roman en is tegenwoordig opgenomen in de Canon van Nederland. Het Rijksmuseum bezit een eerste druk (in 2 delen), een aantal andere boeken van Wolff en Deken, maar ook prenten [Afb. 1] en een zilveren overlijdenspenning.

Heel bijzonder in de collectie van het Rijksmuseum is het 18de-eeuwse glaswerk gewijd aan Wolff en Deken. Sinds de jaren ‘50 bezit het museum een kelkglas met stippelgravure van het portret van Deken [Afb. 1]. Onlangs heeft het museum daar een vergelijkbaar glas aan kunnen toevoegen met het portret van Wolff [Afb. 2].

Afb. 1: Toegeschreven aan David Wolff (glasgraveur), Kelkglas met een portret van Agatha Deken, ca. 1785 – ca. 1795. 17,5 cm × diameter 8,3 cm, grondvlak: diameter 8,3 cm. Rijksmuseum Amsterdam, BK-16528. PURL: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.325588
Afb. 2: David Wolff (glasgraveur), Kelkglas met een portret van Elisabeth Wolff, ca. 1785 – ca. 1795. Stippelgravure op loodglas, h 17,7 cm. Rijksmuseum Amsterdam, BK-2020-107. PURL: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.780170

Het glas van Wolff was bekend als pendant van het glas van Deken. De glazen werden bijvoorbeeld samen, alsof er klinkend mee wordt geproost, afgebeeld op de cover van Onbreekbare Burgerharten. De historie van Betje Wolff en Aagje Deken (Nijmegen 2004) [Afb. 3] maar ze bevonden zich lange tijd op verschillende locaties.

Afb. 3: Peter Altena en Myriam Everard (red.), Onbreekbare Burgerharten. De historie van Betje Wolff en Aagje Deken (Nijmegen 2004). Collectie Rijksmuseum Research Library, 660 G 8.

De portretten zijn gegraveerd naar een dubbelportret van Antoine Cardon, dat weer gebaseerd is op een schilderij van W. Neering [Afb. 4]. De prent werd gebruikt als titelblad voor het boek Fabelen van de hand van Wolff en Deken dat in 1784 verscheen.

Afb. 4: Antoine Alexandre Joseph Cardon, naar W. Neering, Dubbelportret van Betje Wolff en Agatha Deken, ca. 1778 – ca. 1800. Ets op papier, 25 × 18,5 cm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1909-518. PURL: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.307119.

De glascatalogus van P.C. Ritsema van Eck, Glass in the Rijksmuseum, die in twee omvangrijke delen in 1993 en ‘95 verscheen, geeft uitgebreide informatie over het glas van Agatha Deken. Het wordt toegeschreven aan glasgraveur David Wolff. Deze Wolff, geen familie van Betje, was een meester van de stippelgravure, een techniek die uitsluitend in Holland werd beoefend. Om een stippelgravure te maken brengt de graveur met een diamantstift een heleboel puntjes in het glas aan. Door het dichter of juist verder van elkaar plaatsen van deze puntjes kunnen er donkere of lichtere tinten worden aangebracht waarmee de voorstelling wordt opgebouwd.

Ritsema van Eck refereert in zijn beschrijving van het glas van Deken ook aan zijn pendant, het glas met portret van Wolff. Dit glas was onderdeel van de indrukwekkende collectie van A.J. Guépin die enkele jaren voor het verschijnen van de catalogus van Ritsema van Eck bij Christie’s Amsterdam werd geveild. In 1969/1970 was deze collectie nog te zien in Museum het Prinsenhof te Delft. De tentoonstellingscatalogus toont enkele hoogtepunten van het Nederlandse glas, in het bijzonder de graveerde glazen in drie technieken: diamantgravure, radgravure en stippelgravure. Nadat het glas met portret van Betje Wolff op 5 juli 1989 bij Christie’s was verkocht verdween het naar het buitenland totdat het afgelopen najaar weer opdook en kon worden verworven voor het Rijksmuseum.

Wie onderzoek doet naar stippelgravures doet er goed aan het werk van Frans G.A.M. Smit uit 1993 te raadplegen. In zijn Uniquely Dutch eighteenth-century stipple-engravings on glass heeft de auteur 672 hem destijds bekende glazen met stippelgravure beschreven. Als voormalig entomoloog in het British Museum ging Smit zeer systematisch te werk. Hij deelde de glazen in een aantal categorieën in, gebaseerd op het type afbeelding.

De glazen van Wolff en Deken worden besproken in de categorie vrouwen, subdivisie Da, formeel busteportret van een vrouw met naam (Betje Wolff) en Db, formeel busteportret van een vrouw zónder naam (Aagje Deken). Deze manier van indelen maakt meteen duidelijk waarom de glazen van Wolff en Deken zo bijzonder zijn. Wanneer we alle glazen van beide subcategorieën bekijken zien we dat er slechts 3 verschillende vrouwen op glas worden afgebeeld: Prinses Wilhelmina van Pruisen, Betje Wolff en Aagje Deken. Van Wilhelmina van Pruisen zijn meerdere glazen bekend, van Wolff en Deken slechts 1 exemplaar. Andere vrouwenportretten zijn er niet.

Afb. 5: Toegeschreven aan David Wolff (glasgraveur), Wijnglas met portretten van Willem V en Wilhelmina van Pruisen, ca. 1790. Glas met stippelgravure, h 14,8cm × d 7,9cm. Rijksmuseum Amsterdam, BK-16530. PURL: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.325580

Natuurlijk worden er vaker vrouwen afgebeeld op glas, maar dat zijn meestal allegorische voorstellingen, geen weergaven van werkelijk bestaande vrouwen. Wanneer we kijken naar de portretten van mannen op glas zien we een grote groep glazen die refereert aan de patriottenstrijd, met aan de ene kant portretten van Willem V en aan de andere kant portretten van patriotten zoals Cornelis de Gijselaar of burgemeester Hendrik Danielsz Hooft.

Afb. 6: Toegeschreven aan David Wolff (glasgraveur), Wijnglas met een portret van Hendrik Daniëlsz Hooft, burgemeester van Amsterdam, ca. 1780 – in of voor 1798. Glas met stippelgravure, h 15,4cm × d 8,4cm. Rijksmuseum Amsterdam, BK-NM-10754-85. PURL: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.325584

De glazen van Wolff en Deken moeten we waarschijnlijk ook in het licht van de patriottenstrijd zien. De schrijvers kiezen in 1786 onverbloemd de kant van de patriotten. Enkele jaren later vertrekken ze net als vele andere patriotten uit Nederland en vestigen zich in Frankrijk. Ze keren in 1797 terug. Wolff sterft op 5 november 1804. Negen dagen later overlijdt Agatha Deken. Ze worden herenigd in het graf op de Scheveningse begraafplaats Ter Navolging. Meer dan 200 jaar later zijn nu ook hun glazen herenigd.

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder