Onderzoeker aan het woord: Carolyn Mensing, Getty Paper Project Fellow bij het Rijksprentenkabinet

De Rijksmuseum Research Library en Study Room Prints & Drawings worden bezocht door nationale en internationale onderzoekers die zich buigen over de collectie. Wie zijn deze onderzoekers en waar gaat hun onderzoek over? Vandaag is Carolyn Mensing aan het woord, zij werkt voor het Rijksprentenkabinet mee aan de online bestandscatalogus Nederlandse 17e-eeuwse tekeningen. Enkele opmerkelijke bevindingen deelt ze hier.

Met fondsen van het Getty Paper Project heeft het Rijksmuseum in 2019 mij als onderzoeker aan kunnen nemen. Ik hou me nu al 2,5 jaar bezig met het bestuderen van de rijke collectie tekeningen van het museum en publiceer catalogus-entries op de website. Ook redigeer en update ik teksten die door voormalige collega’s zijn geschreven maar nooit zijn gepubliceerd. Sinds mijn aanstelling zijn er ongeveer 350 catalogus-entries online gezet en staan er nog zo’n 200 klaar die voor het einde van de zomer online komen.

Klik op de afbeelding om naar de online catalogus te gaan

Gelukkig doe ik dit project niet alleen. Ook Jane Tuner (voormalig hoofd van het Rijksprentenkabinet en nu vrijwilliger), Ilona van Tuinen (interim hoofd Rijksprentenkabinet) en wetenschappelijk medewerkers Maud van Suylen en Saskia van Altena zijn aan dit project verbonden. En we kunnen altijd rekenen op de expertise van (ex)conservatoren Robert-Jan te Rijdt, Marijn Schapelhouman en de medewerkers van de bibliotheek en studiezaal, die hun schat aan kennis en ervaring maar al te graag delen. Omdat mijn aanstelling eind augustus afloopt, deel ik hier een paar van mijn bevindingen en ervaringen uit de afgelopen 2,5 jaar.

Een mooie groep tekeningen waarvan het onderzoek reeds is afgerond zijn die van Maria Sybilla Merian en haar dochters Dorothea Maria Gsell en Johanna Helena Herolt. Merian was entomoloog en deed baanbrekend onderzoek naar de metamorfosen van vlinders en insecten. Ze publiceerde haar bevindingen in rijk geïllustreerde boeken, maar daarnaast maakte ze ook losse tekeningen op basis van haar eigen studies en modellen. Voor deze tekeningen werkte ze nauw samen met haar dochters vanuit hun werkplaats in Amsterdam. Bijzonder aan de tekeningen in de collectie van het Rijksmuseum is dat deze goede voorbeelden zijn van hun samenwerking en je de verschillende handen van moeder en dochters redelijk goed kunt herkennen.

Maria Sibylla Merian (werkplaats van), Dorothea Maria Gsell (toegeschreven aan), Metamorphosis of a Small Emperor Moth, na 1679. Opaque en transparente aquarel, over grafiet, op vellum, 19.2×15.5 cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. RP-T-1946-73.

In juni en september 2019 zijn er met hulp van de gelden van het Getty Paper Project twee workshops georganiseerd met als doel een internationale groep Paper Project fellows en onderzoekers samen te brengen en kennis over Nederlandse tekeningen uit te wisselen. Aan de hand van een aantal vragen is een deel van de collectie uitgebreid onderzocht in de studiezaal en het restauratieatelier. Een enorme leuke en leerzame ervaring!

Masterclass, Studiezaal, 4-6 Juni 2019

Ik heb door een van de workshops beter inzicht gekregen in het fenomeen ‘opwerken’: het ‘verbeteren’ van tekeningen door een latere hand, een praktijk die in de achttiende en het begin van de negentiende eeuw veelvuldig voorkwam. Dit was enorm relevant voor een grote groep tekeningen (ongeveer 120) van drie laat-zeventiende-eeuwse topografische tekenaars die ik op dit moment onderzoek: Josua de Grave, Valentijn Klotz en Barend Klotz. Van deze groep is waarschijnlijk een heel aantal opgewerkt. Sommige alleen met grijze wassingen, andere met een heel scala aan kleuren. Vaak kunnen we de ‘verbeteraar’ niet meer traceren maar in een enkel geval kon Charles Dumas (voormalig conservator bij het RKD) de hand van de achttiende-eeuwse kunstenaar Aert Schouman herkennen. Schouman had een aantal bladen van deze kunstenaars in zijn bezit en maakte ook kopieën naar hun tekeningen.

Josua de Grave, naar Barend Klotz, De Waterschans bij de Stad / Bergen op Zoom, 1671. Pen en bruine inkt, met grijs gewassen; latere toevoegingen in aquarel; kaderlijn in zwarte inkt, 14.7×20.2 cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. RP-T-1899-A-4235.

Over het algemeen heeft deze groep tekeningen van De Grave en de twee Klotzen de nodige hoofdbrekers veroorzaakt. Ik heb veel tijd doorgebracht in de studiezaal om ze uitgebreid te bestuderen: de papiersoort, de herkomst, maar vooral ook wie van de drie de tekenaar kon zijn van het desbetreffende blad. Helaas signeerden ze hun werken slechts sporadisch en zijn de tekeningen qua stijl nauwelijks te onderscheiden. Gelukkig kan ik altijd rekenen op de uitstekende adviezen van mijn collega’s en hoop ik voor het eind van de zomer de hele groep online te kunnen publiceren.

Barend Klotz, Kasteel te Veghel, 1676. Pen en inkt, 15.4×20.6 cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. RP-T-00-173.
Joshua de Grave, View of the castle of Veghel, 1676, Universitaire Bibliotheken Leiden, Leiden, inv. nr. PK-T-326

In de online bestandscatalogi van het Rijksmuseum is een aantal leuke features ingebouwd die onderzoek vergemakkelijken. In een aantal velden is het mogelijk gemaakt om links naar andere websites en databases te integreren. Door hyperlinks naar zowel databases met verzamelaarsmerken (Fondation Custodia) als andere online collectiecatalogi toe te voegen, kunnen onderzoekers tekeningen met elkaar vergelijken. En hiervoor geldt: hoe meer informatie van andere instituten online beschikbaar komt, hoe rijker onze bestandscatalogus wordt. De hoop is dat we in de toekomst onze catalogi verder kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld met aanvullende detailfoto’s, x-rays en andere afbeeldingen.

Tot slot bekijk ik samen met collega’s van Research Services die zich bezighouden met het document management systeem JOIN, hoe we de eerste versies van de online entries goed kunnen archiveren. Dit is heel belangrijk voor het online archief van het Rijksmuseum. Het is van belang dat de originele eerste online versie als zodanig ‘statisch’ bewaard wordt. Net als bij een gedrukte publicatie is dit een status quo waar onderzoekers in de toekomst hun bevindingen aan kunnen toevoegen. Een nadeel van een online bestandscatalogus is dat teksten makkelijk aanpasbaar zijn, met als gevolg dat originele informatie verloren gaat en over een aantal jaren niemand meer weet wie wat geschreven heeft en wanneer.

Ik kijk terug op een hele leuke en leerzame tijd. Zonder de hulp van Research Services, met name de medewerkers van de bibliotheek en studiezaal, was mijn onderzoek zeker niet zo ver gevorderd, dus bij dezen wil ik jullie ook heel hartelijk bedanken!

Één reactie op “Onderzoeker aan het woord: Carolyn Mensing, Getty Paper Project Fellow bij het Rijksprentenkabinet”

  1. henk linde avatar

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder