Timmerhout en Metselwerken

Aanwinstenblog 2022/05

door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties

Een aantal jaar geleden dook er een onverwachte titel op in de internationale bestsellerlijsten: De man en het hout van Lars Mytting. Het werd wel omschreven als een ‘filosofisch mannenboek’ waarin verschillende aspecten van hout aan de orde komen. De Noorse auteur beschrijft verschillende bomen en de bijbehorende kwaliteiten van de houtsoorten, hij bespreekt het planten en kappen van bossen, het zagen, stapelen, drogen en branden van hout, als ook de gereedschappen die daarbij nodig zijn, van bijlen tot kettingzagen. Tweeënhalve eeuw eerder bestond er reeds een verre voorloper van dit werk, onder de iets minder pakkende titel: Proefkundige beschouwingen van den aart, hoedanigheid, en sterkte van het timmer-hout. Een exemplaar van dit werk is recent verworven door de bibliotheek van het Rijksmuseum.

Titelpagina Proefkundige beschouwingen van den aart, hoedanigheid, en sterkte van het timmer-hout. Rijksmuseum Research Library, standplaats 347 B 14
Titelpagina Proefkundige beschouwingen van den aart, hoedanigheid, en sterkte van het timmer-hout.

Ingenieur Krayenhoff

Proefkundige beschouwingen van den aart, hoedanigheid, en sterkte van het timmer-hout is een werk van Cornelis Johannes Krayenhoff (1722-1782). De tekst geeft blijk van een diepe overtuiging dat je eerst je materiaal moet kennen, voordat je er mee kunt werken. In het traktaatje volgt de auteur het hout dan ook van boom tot aan gebouw, schip, sluis of vesting. Hij bepleit bovendien de aanplant van nuttige boomsoorten in verschillende delen van het land. Krayenhoff was zelf een succesvol ingenieur. Nadat hij in het leger carrière had gemaakt als luitenant van de genie, trok hij naar Spanje om daar zijn kennis in te zetten bij de aanleg van het nog altijd bestaande Canal Imperial.

Krayenhoff had zijn materiaaltechnische traktaat over het timmerhout reeds in 1762 bij Johannes Gaillard in Den Haag uitgebracht. De bij dezelfde uitgever verschenen tweede ‘druk’ uit 1775 is een titeluitgave, wat wil zeggen dat de uitgever een nieuw titelblad voor de oorspronkelijke uitgave had geplakt om zijn restvoorraad te kunnen verkopen. De directe aanleiding voor een heruitgave was in dit geval waarschijnlijk de publicatie van een ander traktaat van Krayenhoff. Dit tweede traktaat ging niet over hout maar over steen, en had als titel De aloude metzelwerken. Beide traktaatjes konden op die manier eenvoudig samen verkocht worden.

Advertentie van Gaillard in de ’s Gravenhaegse courant 16 oktober 1775. Bron: Delpher.

Polemiek over de vestingbouw

In het traktaat over de metselwerken, onderzoekt Krayenhoff waarom de muren van ‘de ouden’ zo veel sterker schijnen dan de muren uit zijn eigen tijd. Materiaalkennis was voor Krayenhoff nog steeds de basis: een bouwmeester moet niet alleen kennis hebben van wetenschappen en tekenkunst, maar ook ‘van de goede en kwaade hoedanigheid der verscheide bouwstoffen van hout; steen; kalk, zand, yzer, loot, pannen, leyen’.

Titelpagina: De aloude metzelwerken vergeleken tegen de hedendaagsche, of Vertoog waarom de zwaare muuren, van deezen tyd, kragteloos [...] zyn, in tegenoverstelling van die der Ouden (‘sGravenhage: Johannes Gaillard, 1775)
Titelpagina van Karayenhoff’s De aloude metzelwerken

Dat zijn werk over metselwerken anders ontvangen zou worden dan zijn boek over hout, voelde Krayenhoff ogenschijnlijk al aankomen. ‘Is iemand geneegen om de pen teegen my op te vatten, hy doe het met bescheidenheid en onderrigte my van myn doolingen’, lezen we in het voorwoord. Zijn angst bleek terecht. De Rotterdamse ingenieur Cornelis Redelykheid (1728-1788) voerde een hevige polemiek tegen Krayenhoff. Volgens de bovenstaande advertentie van uitgever Gaillard begon deze zijn aanval zelfs twee maanden vóór de publicatie van De aloude metzelwerken. In zijn argumentatie tegen Krayenhoff voert Redelykheid voortdurend de structuur en werking van verschillende harde en zachte steensoorten op.

Het sleutelwoord aan beide zijden van het debat was dus materiaalkennis, een onderwerp dat ook in kunsthistorisch onderzoek de afgelopen jaren steeds vaker centraal is komen te staan. Het polemische geschrift van Cornelis Redelykheid is niet aanwezig in de Rijksmuseum Research Library, maar een exemplaar van zijn Verhandeling over de metselary in vestingwerken uit 1755 is wel opgenomen in de collectie. Nu beide titels van Cornelis Johannes Krayenhoff daar bij zijn gekomen, kan de bezoeker van onze bibliotheek mogelijk zelf bepalen wie van beide ingenieurs er over de beste materiaalkennis beschikte.

Genoemde aanwinsten

Cornelis Johannes Krayenhoff, Proefkundige beschouwingen van den aart, hoedanigheid, en sterkte van het timmer-hout, waar in aangetoond wordt, dat men, door goede behandeling, het timmerhout, zoo voor schepen, krygs- en burgerlyke gebouwen, als voor magazyns en artillery goederen, beter, sterker, en bestendiger maaken kan. Tweede druk (‘sGravenhage: Johannes Gaillard, 1775). Rijksmuseum Research Library, standplaats 347 B 14:1.

Cornelis Johannes Krayenhoff, De aloude metzelwerken vergeleken tegen de hedendaagsche, of Vertoog waarom de zwaare muuren, van deezen tyd, kragteloos […] zyn, in tegenoverstelling van die der Ouden (‘sGravenhage: Johannes Gaillard, 1775). Rijksmuseum Research Library, standplaats 347 B 14:2.

Één reactie op “Timmerhout en Metselwerken”

  1. P Barel avatar

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder