Entomologische Prachtwerken

Aanwinstenblog 2022/21

door Alex Alsemgeest
Conservator bibliotheek collecties

In het Rijksmuseum zijn deze week twee tentoonstellingen geopend waarin dieren de hoofdrol spelen: Clara en Onderkruipsels. Clara vertelt het verhaal van een neushoorn die in de achttiende eeuw als een reizende attractie door heel Europa werd gesleept. Onderkruipsels is een tentoonstelling op het snijvlak van wetenschap en kunst en staat stil bij onze afschuw, fascinatie en verwondering voor de kleinste beestjes uit de natuur. In beide tentoonstellingen zijn een aantal prachtige boeken te zien, uiteenlopend van middeleeuwse getijdenboeken met insecten in de marges tot achttiende-eeuwse folio uitgaven van Albertus Seba en Maria Sibylla Merian. In de Bibliotheek van het Rijksmuseum zijn nog veel meer entomologische werken te vinden en zo af en toe worden er nog drukken in deze categorie aan de collectie toegevoegd. Recent hebben we bijvoorbeeld een prachtexemplaar van Caspar Stoll’s werk over cicaden en wantsen verworven. Tijd voor een update over beestjes in de bibliotheek, en antwoord op de vraag waarom we incidenteel ook natuurhistorische werken in de collectie opnemen.

Titelpagina van het tweede deel van Stoll’s werk over Cicaden en Wantsen

Beestjes in de Bibliotheek

Verwacht in de Rijksmuseum Research Library geen wetenschappelijke verhandelingen over taxonomie en nomenclatuur, daar zijn voldoende andere bibliotheken voor, maar zodra het om geïllustreerde werken gaat is het een ander verhaal. Vanuit een kunsthistorisch perspectief is de hele natuurlijke historie vertegenwoordigd. Op het gebied van de kleinste beestjes uit de natuur, zijn er onder meer werken van Jacob Hoefnagel (1573-1635) en Maria Sibylla Merian (1647-1717), om maar eens een tweetal iconen uit het genre te noemen. Met dergelijke namen is het nauwelijks nodig om uit te leggen dat er ook in een kunsthistorische bibliotheek plaats is voor werken uit de natuurlijke historie.

Hoefnagels Archetypa studiaque Patris Georgio Hoefnagelii (327 J 1-2) uit 1592, gegraveerd door Jacob naar ontwerpen van zijn vader Joris, bevat 48 platen met planten, insecten en andere kleine dieren. Het zijn niet per definitie representaties van de natuurlijke wereld, maar ze bevatten een symbolische betekenis, zoals je die je bijvoorbeeld ook in emblemataboeken en in de wunderkammer kunt herkennen. Van Maria Sibylla Merian ligt momenteel een eerste druk van haar Metamorphosis insectorum Surinamensium uit 1705 in de tentoonstelling. Dat exemplaar is een bruikleen van de KB, een latere druk uit 1730 is aanwezig in de Rijksmuseum Research Library (GF 388 C 2).

Het werk van Maria Sibylla Merian in de tentoonstelling ‘Onderkruipsels’

Cicaden en Wantsen

Recent is een exemplaar van het werk van Caspar Stoll (1720-1792) over cicaden en wantsen aan de collectie van de bibliotheek toegevoegd. Stoll had naam gemaakt als naturalist toen hij het werk De Uitlandsche Kapellen van de overleden Pieter Kramer had voltooid. Dit standaardwerk over vlinders uit de Indische Archipel, Ceylon, Sierra Leone en Suriname volgt de taxonomische indeling van Linnaeus en bevat een aanzienlijk aantal vlinders die nooit eerder beschreven waren. Het succes van het werk wordt echter mee verklaard door de prachtige uitgave van het werk. De meer dan 1650 vlinders zijn op 396 platen afgebeeld, en in 34 afleveringen uitgebracht door Jan Christaan Sepp.

Nadat het werk aan de Uitlandsche kapellen was afgerond, richtte Caspar Stoll zich op andere soorten uit het insectenrijk. Tussen 1780 en 1788 verscheen zijn werk over cicaden en wantsen. In het voorwoord richt Stoll zich tot de lezer als hij zegt: ‘Men verwagtte geene geleerde en ontleedkundige beschryvingen, want dat is boven myn bereik’. Voor de wetenschappelijke blik verwijst Stoll naar de werken van Reaumur, De Geer, Geoffroy en Houttuyn, en natuurlijk het ‘zamenstel van Linnaeus’. Zelf vindt hij de illustratie het belangrijkste, en dan vooral dat alle beestjes nauwkeurig naar het leven zijn getekend.

Pagina uit Stoll’s werk over de Cicaden.

Jan Christiaan Sepp

De werken van Stoll werden uitgegeven door Jan Christiaan Sepp (1739-1811), die in Amsterdam bij hem om de hoek woonde. Sepp was in het voetspoor van zijn vader niet alleen uitgever, tekenaar en graveur, maar ook enthousiast entomoloog. Vader en zoon bestudeerden, kweekten en verzamelden insecten, dus de stap om ze ook uit te geven in boekvorm was niet zo groot. Sepp is nog altijd bekend om een aantal grote natuurhistorische uitgaven die deels op zijn naam staan, zoals het vijfdelige werk De Nederlandsche vogelen (1770-1829) en de extreem langlopende uitgave Flora Batava (1800-1934).

Over insecten bracht hij zelf in vier delen het werk Beschouwing der wonderen Gods, in de minstgeachte schepzelen. Of Nederlandsche insecten, naar hunne … byzonderheden uit. Daarnaast gaf hij het werk van anderen uit, waaronder dat van Stoll. De verzending van de eerste aflevering van het werk over cicaden en wantsen werd op 24 augustus 1780 aangekondigd in de Oprechte Haerlemsche Courant. De aflevering bevat naast beschrijvende tekst in het Nederlands en het Frans zes handgekleurde platen. De prijs voor deze aflevering is vier gulden, en volgens de uitgever zullen er uiteindelijk negen, of hoogstens tien afleveringen verschijnen.

Advertentie in de Oprechte Haerlemsche Courant, 24 augustus 1780. Bron: Delpher.

Het zouden tussen 1780 en 1788 uiteindelijk twaalf afleveringen met in totaal 72 platen worden, wat maakt dat het werk bij elkaar maar liefst 48 gulden kostte. In de werkplaats van Sepp werden vrijwel alle exemplaren op uniforme wijze naar het leven gekleurd. De kwaliteit is over het algemeen hoog en de verschillen tussen de exemplaren minimaal. De hoge prijs geeft wel aan dat slechts een selecte groep liefhebbers zich dit werk kon veroorloven. Het exemplaar dat wij nu hebben verworven is niet alleen prachtig gekleurd, maar ook fraai gebonden in olijfgroen marokijn met vergulde sneden. Een tentoonstellingswaardig topstuk.

Tentoonstellingen

In de tentoonstelling Onderkruipsels liggen zoals hierboven gezegd een aantal prachtige boeken, maar ook bij Clara is voldoende bibliofiel genot. Deze tentoonstelling wordt afgesloten met een andere recente aanwinst van de Rijksmuseum Research Library, namelijk het boekje Die redende Thiere über menschliche Fehler und Laster. Het ligt opengeslagen op het ‘Dreissigstes Gespräch, Zwischen einem Nashorn und einer Heuschrecke.’ Wat neushoorn Clara hier tegen een sprinkhaan te vertellen heeft, kunt u tot 15 januari 2023 in de tentoonstelling zien, of anders daarna op aanvraag in de leeszaal van de Rijksmuseum Research Library onder standplaatsnummer 347 C 13.

Die redende Thiere über menschliche Fehler und Laster. Rijksmuseum Research Library, 347 C 13

Genoemde aanwinst

Caspar Stoll, Natuurlyke en naar’t leeven naauwkeurig gekleurde afbeeldingen en beschryvingen der cicaden = Représentation exactement colorée d’après nature des cigales (Te Amsterdam, by Jan Christaan Sepp, 1788). Titel deel 2: Natuurlyke en naar ’t leeven naauwkeurig gekleurde afbeeldingen en beschryvingen der wantzen = Représentation exactement colorée d’après nature des punaises.

Uitgegeven in afleveringen tussen 1780 en 1788.

References: Nissen ZBI, 3999-4000; Landwehr, Coloured Plates, 191; Horn-Schenkling 21554

Rijksmuseum Research Library, standplaats 341 C 14 (inv. BI-2022-1350)

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder