‘Reize door Europa en het Oosten’ van Jakob Jonas Björnståhl

Een reis langs Kunstkabinetten, Bibliotheken en Rariteitenverzamelingen

Aanwinstenblog 2023/07

door Alex Alsemgeest
Conservator Bibliotheekcollecties

De Zweedse oriëntalist Jacob Jonas Björnståhl (1731-1779) reisde de laatste twaalf jaar van zijn leven door grote delen van Europa en het Nabije Oosten. Op zijn reis bezocht hij waar mogelijk bibliotheken, kunstkabinetten en rariteitenverzamelingen, en daarover schreef hij uitgebreid in een reeks brieven aan zijn vriend Gjörwell en andere Zweedse geleerden. Al tijdens zijn leven verschenen er brieven in Zweedse tijdschriften, vervolgens verschenen ze vanaf 1778 gebundeld in het Duits, Nederlands en Zweeds. De observaties van Björnståhl zijn essentieel voor een ieder die zich bezig houdt met de geschiedenis van het verzamelen, de kunsthandel en de inrichting van bibliotheken en kabinetten in de achttiende eeuw. De Bibliotheek van het Rijksmuseum heeft recent een complete set van zes delen kunnen verwerven.

Jacob Jonas Björnståhl

Jacob Jonas Björnståhl werd in 1731 geboren in het Zweedse dorpje Näshulta socken. In 1767 zou hij als begeleider van de adellijke broers Adolf Fredrik en Carl Fredrik Rudbeck naar Parijs vertrekken, waar hij uiteindelijk drie jaar zou blijven. Hij ontwikkelde zich daar tot een expert in de oosterse talen en maakte snel naam in de betere Franse kringen. Toen de Zweedse kroonprins Gustav III in 1770 in Parijs aankwam, hoorde hij de Franse oriëntalisten vol bewondering over hun Zweedse collega praten. Björnståhl was zelf inmiddels doorgereisd naar Italië, samen met Carl Fredrik Rudbeck, waar hij eveneens een kleine drie jaar door zou brengen. In 1773 trok het duo via Zwitserland naar Duitsland, om op 23 augustus 1774 in Nederland te arriveren.

Een jaar later reisde hij door naar Engeland. Hij was inmiddels benoemd tot professor oosterse talen in Uppsala, en gevolgd door een aanstelling als professor Grieks in Lund. Aan de reislust van Björnståhl was echter nog geen einde gekomen, financieel ondersteund door de kanselarij in Stockholm zette hij koers richting het oosten. Via Smyrna reisde hij naar Constantinopel. De daaropvolgende jaren reisde hij rond door Turkije. Hij overleed in 1779 zonder zijn vaderland ooit nog teruggezien te hebben.

De Uitgave van de Brieven

Tijdens zijn reizen had Björnståhl met een nieuwsgierige blik aantekeningen gemaakt van honderden verzamelingen die hij had bezocht. Deze aantekeningen verwerkte hij in brieven die hij stuurde aan zijn vriend, publicist en bibliothecaris Carl Christoffer Gjörwell. Deze Gjörwell heeft de brieven van Björnståhl vervolgens gedeeltelijk gepubliceerd in Zweedse tijdschriften als Allmänna Tidninger. Pas na de dood van Björnståhl werden deze in het Zweeds gebundeld en uitgegeven. In 1778 verscheen echter al het eerste deel van een Duitse uitgave, en deze vormde de basis voor de Nederlandse uitgave van Meinard Tydeman (1741-1825).

In de Hollandsche Historische Courant van 8 mei 1779 staat dat het eerste deel van Björnståhl’s Reize door Europa kort voordien verschenen is, en dat het tweede deel op de pers ligt. Het eerste deel bevat de brieven uit Frankrijk en ‘Neder-Italien’. De openingszin van het boek zegt alles over de opzet van het werk: ‘Volgens uwe begeerte zal ik u verscheiden aanmerkingen médedélen, die eigenlijk den staat der geleerdheid te Parys betreffen’. Björnståhl wilde zijn landgenoten informeren over de wetenschappen in Europa.

Nederlandse Boekerijen en Kabinetten

De Nederlandse vertaling uit 1778 opent met een korte inleiding van Tydeman, waarin hij aangeeft dat ‘velen hier ten lande’ de heren Björnståhl en Rudbeck ontmoet zullen hebben. Hij vermeldt dat de heren wellicht wat onbeschaafd overkwamen, maar dat uit de brieven niettemin een opmerkzame geest naar voren komt van iemand die reist voor wetenschappelijk nut. Tydeman laat zich ook elders wat laatdunkend uit over de Zweedse reizigers, maar toch blijken zij de charme gehad te hebben om overal in Europa een blik achter de voordeur van private verzamelingen te mogen werpen.

De Nederlandse bibliotheken en kabinetten komen pas in het vijfde deel uit 1783 aan de orde. Op 23 augustus 1774 kwamen Björnståhl en Rudbeck aan in Nijmegen. Vervolgens reisden zij naar Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam en Utrecht. Op 26 maart vertrokken zij vanuit Rotterdam richting Londen. In de zeven maanden bezochten zij een imposant aantal kabinetten en bibliotheken. Een enigszins willekeurige greep uit de index: de bibliotheken van Meerman, Fagel, Enschede, en Crevenna, naturaliënkabinetten van Lyonnet, Sepp, Houttuijn en Boddaert, voorts stadsbibliotheken en universitaire collecties, en daarnaast munten- en penningenverzamelingen, prentenkabinetten, schilderijencollecties, botanische tuinen, oudheden en middeleeuwse handschriften.

De meeste van de verzamelingen die door Björnståhl beschreven worden, bestaan niet meer omdat ze verkocht of uit elkaar gevallen zijn, en alleen daarom al hebben de beschrijvingen grote waarde. Er zijn natuurlijk wel enkele uitzonderingen, zoals de bibliotheek van griffier Hendrik Fagel. Deze is in 1802 in zijn geheel aangekocht door Trinity College Dublin en daar nog altijd te bewonderen. In de brief over het bezoek aan deze bibliotheek, beschrijft Björnståhl dat ‘de heer Fagel ook zelf in de boekerij kwam. Hij is een aangenaam man, en kent zijne boeken en derzelver waarde’.

Collectie Buijnsters

Het door het Rijksmuseum aangekochte exemplaar komt uit de collectie van de vorig jaar overleden Piet Buijnsters (1933-2022) en zijn een jaar eerder overleden vrouw Leontine Buijnsters-Smets (1937-2021). De vermaarde boekhistoricus Buijnsters maakte naam met publicaties over het antiquariaat en bibliofilie, en in dat licht is het dan ook niet verwonderlijk dat hij een boek als dat van Björnståhl in zijn bezit had. Sterker nog, hij schreef in 1977 een artikel over het bezoek van de Zweed aan Nederlandse boekverzamelaars in de jaren 1774 en 1775.

De verleiding is groot om Buijnsters te citeren, of anekdotes uit het werk van Björnståhl aan te halen, maar de waarde van het werk is groter dan de verhalen. Wie nu in het Rijksmuseum met een achttiende-eeuwse collectie werkt, kijkt eerst in Börnstähls Reize door Europa en het Oosten wat onze Zweedse reiziger er over te vertellen had.

Aanwinst

J.J. Börnstähls Reize door Europa en het Oosten. 6 delen. Te Utrecht, bij G. van den Brink Jansz., en te Amsterdam, bij de wed. van Esveldt en Holtrop, 1778-1784. Rijksmuseum Research Library, shelfmark in progress.

Één reactie op “‘Reize door Europa en het Oosten’ van Jakob Jonas Björnståhl”

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder