Kunstenaarshandleidingen uit de 19e eeuw

Een overzicht van enkele van de belangrijkste aanwinsten van de afgelopen maanden

Aanwinstenblog 2026/01

door Alex Alsemgeest, Conservator bibliotheek collecties

Kunstenaarshandleidingen zijn al jarenlang prominent aanwezig in de aanwinstenblogs en in de collectie van de Rijksmuseum Research Library. De bibliotheek beschikt al over een van de meest omvangrijke en beste collecties op dit gebied, maar bijna maandelijks komen er nog bijzondere aanvullingen op de collectie binnen. Soms gebeurt dit welhaast ongemerkt, daarom is het de hoogste tijd voor een omvattend overzicht van enkele bijzondere aanwinsten binnen het genre van de afgelopen maanden. In de vorige blog kwamen een aantal handleidingen uit de zestiende tot en met de achttiende eeuw aan de orde. Nu staan we stil bij enkele negentiende-eeuwse kunstenaarshandleidingen die recent aan de collectie van de Rijksmuseum Research Library zijn toegevoegd. In deze tijd zien we een enorme toename van het aantal handboeken, en ook een diversificatie in de onderwerpen die behandeld werden en het publiek waarvoor geschreven werd.

Il maestro di miniatura a guazzo ed all’acquerello (1820)

Het in 1820 uitgegeven boekje Il maestro di miniatura a guazzo ed all’acquerello is een Italiaans handboek voor miniatuurschilderen in gouache en aquarel. Het is van aantekeningen voorzien door Stefano Ticozzi (1762–1836), een kunsthistoricus wiens bekendste werk een encyclopedisch woordenboek met kunstenaarsbiografieën is, namelijk Dizionario degli architetti, scultori, pittori, intagliatori in rame ed in pietra.

Zijn Il maestro di miniatura is deels een verzameling van oudere teksten in vertaling. In de inleiding geeft Ticozzi aan dat deze Italiaanse uitgave gebaseerd is op een werkje dat kort daarvoor in Frankrijk verscheen, en dat zeer geschikt was voor het onderwijs aan jonge mensen. Het bevat algemene begrippen over de theorie van de schilderkunst, praktische informatie over miniaturen, werken op verschillende ondergronden en over de verschillende kleuren die worden gebruikt. Daarbij horen een aantal fraaie platen met kleurstalen. Tot slot bevat het Salomon Gessner’s Brief über die Landschaftsmalerei uit 1770, wat door tijdgenoten beschouwd werd als een handleiding over het landschapsschilderen.

Het boek is een prachtig voorbeeld van een negentiende-eeuwse ‘handleiding’ waarin volstrekt uiteenlopende kennis over de schilderkunst bijeen werd gebracht voor een jong publiek. Daarbij werd de informatie uit geheel verschillende contexten bijeen gebracht. Het Franse origineel waarnaar Ticozzi verwijst is Le Maître de miniature, de gouache et d’aquarelle : ouvrage dédié à la jeunesse, avec quatorze planches van Édouard Auguste Patrice Hocquart (1789–1870). Deze is nog niet aanwezig in het Rijksmuseum, zo blijft er altijd iets te wensen over.

Titelblad en pagina uit Il meastro di miniatura a guazzo ed all’acquerello (1820) 201 B 10

The Cabinet of useful Arts and Manufactures (1825)

Ook The Cabinet of useful Arts and Manufactures heeft letterlijk in de ondertitel opgenomen dat het opgesteld is voor het gebruik door jongeren. Het is in zekere zin gewoon een stukje marketing van de uitgever, maar tegelijk wel een teken dat jongeren als publiek serieus werden genomen. De eerste uitgave van dit werk verscheen in 1820, de verschillen met deze editie die vijf jaar later verscheen zijn verwaarloosbaar. Het formaat van het boekje, de opmaak en de illustraties geven al aan dat het om een boekje voor een breed publiek gaat, en zeker niet om een luxe hebbedingetje voor de bovenklasse. De uitgave is in klein formaat, de pagina’s zijn dichtbedrukt, op papier van matige kwaliteit, en versierd met eenvoudige houtsneden.

The Cabinet of useful Arts and Manufactures bevat toegankelijke introducties op industrieën als de katoenindustrie en de boekdrukkerij, maar al bladerend stuit je ook plots op een plaatje van een bever. Waar je nog een moment kunt denken in een hoofdstukje over waterwerken en het bouwen van een dam beland te zijn, wordt alles duidelijk als je ziet dat de bever het hoofdstukje ‘hat making’ illustreert. De arme bever is hier de grondstof, niet het proces.

  • Titelblad, The cabinet of useful arts and manufactures (1825) 330 F 26
  • Inhoudsopgave, The cabinet of useful arts and manufactures (1825) 330 F 26
  • Pagina uit The cabinet of useful arts and manufactures (1825) 330 F 26

Titelblad, inhoudsopgave en pagina uit The cabinet of useful arts and manufactures (1825) 330 F 26

The decorative painters and glaziers guide van Nathaniel Whittock (1827)

The decorative painters and glaziers guide is een invloedrijk boek over interieurdecoratie, met bijzondere nadruk op het imiteren van hout- en marmerstructuren. De auteur van het werk, Nathaniel Whittock (1791-1860), heeft een groot scala aan instructieboeken op zijn naam staan, zoals The art of drawing and colouring from nature (1829 en 1830) The youth’s new London self-instructing drawing book (1833) en The miniature painter’s manual (1840). Het hier besproken werk over interieurdecoratie gaat daar dus nog aan vooraf.

In de inleiding van The decorative painters and glaziers guide zegt Whittock dat er tegenwoordig zó veel instructieboeken op het gebied van kunst en wetenschap verschijnen, dat ze bijna allemaal beginnen met een verontschuldiging van de auteur dat er nog een boek bij komt. Dat is hier natuurlijk niet nodig, zo betoogt Whittock, want zijn handboek bevat informatie die écht nergens anders te vinden is. Het is slechts ten dele waar. Het werk van Whittock lijkt in de verte wel op Abbildungen der Marmor-Arten van Adam Ludwig Wirsing, gepubliceerd in Nuremberg in 1775, en een jaar later als Marmora et adfines aliquos lapides coloribus suis/Afbeelding der Marmer soorten… bij Sepp in Amsterdam. Tegelijk is het werk van Whittock wel veel meer gericht op praktisch gebruik, waardoor het een vroeg voorbeeld is van een genre, waartoe ook Le peintre en décor en Handboek voor den schilder. De hout- en marmer-nabootsing gerekend kunnen worden. Van de eerste druk zijn slechts een handvol exemplaren in publieke collecties bekend, waarvan geen enkele andere in Nederland.

An accidence, or gamut, of painting in oil van Ibbetson (1828)

An Accidence, or Gamut, of Painting in Oil is een kunstenaarshandleiding van de Engelse landschapsschilder Julius Caesar Ibbetson (1759-1817). Hij werd door barones Balcarres aangespoord om zijn lessen op te schrijven, nadat hij in 1800 enige tijd had doorgebracht bij de familie en later beide dochters van de barones les had gegeven. De eerste druk was een spectaculaire uitgave, met in elk exemplaar twintig ingeplakte kleurstalen en een uniek werk van Ibbetson zelf. Het verscheen echter in zo’n kleine oplage, dat het reeds in de vroege negentiende eeuw nagenoeg onvindbaar was.

De tweede druk uit 1828 oogt minder spectaculair, maar blijft een bijzonder boek. De kleurstalen zijn nu gedrukt en met de hand ingekleurd, met daarbij vier lithografieën van Ibbetson uit 1799. In deze uitgave is een biografie van de auteur opgenomen. De eigenlijke tekst bevat niet meer dan 18 pagina’s met zeer gecomprimeerde informatie over materialen, ondergrond, olie, vernis, de bereiding en toepassing van kleuren, en het restaureren of schoonmaken van oude schilderijen. Ibbetson verwijst bij de materialen en toepassingen voortdurend naar de praktijk bij Vlaamse en Nederlandse schilders als Rubens, Rembrandt en Cuyp.

Thoughts on Speculative Cosmology and the Principles of Art (1869)

William Gawin Herdman (1805-1882) was een Engelse landschapsschilder die bekend is geworden vanwege de verbeelding van de omgeving van Liverpool. Hij was autodidact, en al ontbreekt het directe bewijs, is hij nu het typische voorbeeld van een schilder die in zijn vormende jaren gebruik gemaakt zal hebben van een aantal van de bovengenoemde kunstenaarshandleidingen. Zelf bracht hij in 1869 het werk met de curieuze titel Thoughts on Speculative Cosmology and the Principles of Art uit. Het is een verzameling filosofische en quasiwetenschappelijke essays over astronomie, geologie, natuurlijke historie, theologie en kunst.

Tegen de achtergrond van deze blog is deel twee van het boek (de hoofdstukken vijf tot en met negen) het meest interessant. Herdman begint met een passage waarin hij uiteenzet hoe kunst en kosmologie met elkaar verweven zijn: kunst weerspiegelt het universum, en de wetmatigheden van het universum bepalen volgens hem de fundamentele principes van kunst. Gaandeweg komt echter de landschapsschilder in hem naar boven, en via een kort historisch overzicht dat langs de Nederlandse schilders van het landschap voert, komt hij uit bij onderwerpen als compositieleer en kleurentheorie.

Zo praktisch als Ibbetson wordt het echter nooit. Net op het moment  dat je denkt dat de praktische tips de overhand krijgen, begint het derde deel van het boek, met de veelzeggende titel ‘Speculative cosmology resumed’.

  • Titelblad, Thoughts on speculative cosmology and the principles of art (1869) 311 CC 20
  • Pagina uit Thoughts on speculative cosmology and the principles of art (1869) 311 CC 20
  • Pagina uit Thoughts on speculative cosmology and the principles of art (1869) 311 CC 20

Titelblad en pagina’s uit Thoughts on speculative cosmology and the principles of art (1869) 311 CC 20

Painting for the Million (1878)

Tot slot komen we uit bij Painting for the million van W.H. Swingler, wat juist wel weer een heel praktische gids is, maar dan op het gebied van interieur- en decoratieschilderen. Het behandelt onderwerpen als materialen, gereedschappen, het mengen van kleuren, hout- en marmerimitatie, witten, behangen, polijsten, en staat vol met concrete recepten.

In de bestaande bibliografieën is nooit opgehelderd wie er nu precies schuil gaat achter de initialen W.H., maar mogelijk betreft het William Henry Swingler, geboren circa 1848 in de omgeving van Leicester. Hij komt in verschillende vakbladen voor als lijstenmaker en decorateur. Net als de auteur, is ook het boek geen eeuwige roem gegeven. Hoewel het bedoeld was voor het grote publiek (‘the million’) zijn er slechts een handjevol exemplaren van overgebleven. Als je in de boekgeschiedenis de overlevingskans wilt benadrukken, zeg je ‘the more there were, the less there are’ – bij Painting for the million ligt die kans in de titel besloten.

Genoemde aanwinsten

Stefano Ticozzi, Il maestro di miniatura a guazzo ed all’acquerello. Milano : presso P. e G. Vallardi, 1820. Rijksmuseum Research Library 201 B 10.

The cabinet of useful arts and manufactures. Designed for the perusal of young persons. Dublin : W. Folds and son, 1825. Rijksmuseum Research Library 330 F 26.

Nathaniel Whittock, The decorative painters and glaziers guide. London : published by Isaac Taylor Hinton, 1827. Rijksmuseum Research Library, in bewerking.

Julius Caesar Ibbetson, An Accidence, or Gamut, of Painting in Oil. Second edition, with a brief memoir of the author’s life; and his portrait, engraved by R. Cooper, from a painting by J.R. Smith. Also, his method of preparing gumtion, for rendering every colour transparent; with other recipes, never before published. London : published by Harvey and Darton, 1828. Rijksmuseum Research Library GF 384 D 5.

William Gawin Herdman, Thoughts on Speculative Cosmology and the Principles of Art. Liverpool : A. and D. Russell, [1869]. Rijksmuseum Research Library 311 CC 20.

W.H. Swingler, Painting for the million, and property owner’s companion of useful information : being a “multum in parvo” of all that is desirable to know upon painting, paper-hanging, white-washing, polishing, the choice of materials, preservation of property; with a variety of useful receipts. London : W. Nicholson & Sons, Limited, [1878]. Rijksmuseum Research Library 325 G 20.


Schrijf je in en blijf op de hoogte van nieuwe aanwinsten in de collectie van de Rijksmuseum Research Library.

2 reacties op “Kunstenaarshandleidingen uit de 19e eeuw”

Geef een reactie

Ontdek meer van The Art of Information

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder